marcel messing


ik zocht wat grond,
maar al wat ik vond
was een handvol korrels zand,
een oud, grijs niemandsland.
de korrels liet ik door mijn vingers glijden
om hechten te vermijden
spreidde ik mijn vingers verder uit
en voelde zanderig stromen langs mijn huid.
en ik wist:
ik heb mij niet vergist.
in iedere korrel zand stroomt verleden,
duizenden verlangens en gebeden.
in iedere korrel zand
ligt een wens verborgen,
miljoenen zorgen
in een handvol niemandsland.
dit is mijn vader, moeder, broer en zus.
heel het leven stroomde tussen mijn vingers door.
een glimlach, pijn, smart, een liefdeskus,
een beweging zonder spoor.
toen ik mijn handpalm sloot
en alles éven vast wilde houden,
voelde ik leven en dood,
alle zeeën, bergen en wouden.
in iedere druppel water
is vroeger en later,
in iedere korrel zand
is niemandsland.
niemand kan het betreden,
niet vatbaar voor rede
is het tijdloos heden
in toekomst en verleden.
wil je het zijn?
stop jouw en mijn.
nú is het daar.
ben je klaar?




















