Naar de inhoud

Jempi Dendermonde 2

seniorennet.beseniorennet.be
Wij hopen u verder te kunnen boeien met dit blog over onze stad! Vergeet ook niet af en toe nog eens te kijken op het voorgaande blog https://blog.seniorennet.be/jp_dendermonde
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Gustje wordt 75

GUSTJE WORDT 75

Hier iets over de schuttersmaatschappij De Verbroedering, bij mijn 75ste verjaardag als Deken zoowel als tot op heden.

Van s’ morgens af kreeg ik een geschenk van wegens de soepdrinkers employés van t’ stadhuis, een kistje fijn cigaren, alsook een kaartje met gelukwensen.

T’ was maandag, dus wekelijkse schieting, niemand wist hoe oud ik was, maar het moest toch verklapt geweest zijn van ne stadhuis man, want binds de repos wierd er nen brief afgelezen, vermeldend een groot deel van mijn deugenieterijen, alsook een gerbe (ruiker, jp)

in mijn tijd heb ik er veel gekregen, maar zoo een schoone heb ik nooit gezien. Brussel, Gent of Antwerpen konnen er een punt aan zuige, model zoo als een harp, gegarnierd met de schoonste poreien, hoeveel er op stonden, weet ik niet.

ze waren er op genageld, op elk stuk was een bloemtje, stadskleuren wit en rood, even veel selder, eenige wortels en ajuinen, de schoonste vruchte van t’ land van den akker, het geraamte in hout, de garniseur kwam van het huis Takkaert, pijlraper der club.

T’ laatste van den brief sprak dat het u goed moge smaken, hier nen bon, nen halve kilo rundvleesch, nen halve kilo verkevleesch, een portie goie bunen, genoeg voor ne ferme hutsepot, te halen bij Frans De Smet.

Ik was verplicht een dankwoordje te sturen, deedt het in zulk aandoende woorden dat menig traantje van de wangen rolde bij zoo ver dat met het drinke van een potje alles weer op zijn effe kwam.

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje, kampioen in het bijwonen van begrafenissen (2)

Gustje, kampioen in het bijwonen van begrafenissen

hier begin ik met Dendermonde waar ik op eenen dag 4 begrafenissen heb mee gemaakt: eerste in t gasthuis, een in de Groote kerk, eene in Grembergen en de vierde was Papa Frans Roman, mijn geweze patroon en eigenaar van het huis waar ik jaren woonachtig was geweest.

Drie heb ik verscheidene malen mee gemaakt, maar ééne is me altijd bij gebleven, t was de laatste in St. Gilles binnen.

T’ was den hoogsten dienst: daar was de familie in grooten tenu en de Heeren allen per chapeau buse, groot verschil met de eerste in t’ gasthuis, den 2de in de groote kerk om 9 uur, daar waren we tegenwoordig met de volgende vrienden, ze moesten ook naar de begrafenis van den bestuurder la banque d’ Alost, Brusselsche straat: çuuke De Mickser, Jules De Pauw, De Kinne Dieltjens, Jan uit de barak, Willem Loret en natuurlijk ik.

Na den offer langs de Markt zegt Jules De Pauw: w’ hebben nog tijd, we gaan eerst eene pakke bij de Gust.

Jan uit de barak weigerde, die was gewoon een druppel te drinken, de Kinne pakte t’ woord: wie zegt da, de Gust heeft er wel en nog al ne goeie cognac en de man van Mie Pijp kwam mée en ik was al weg en verwittigde Tante Irma, die woonde in de casernestraat,  rap een druppelglas, een weinig azijncafé in met veel water,

de mannen stonden aan den toog en ik riep; Jan, kom aan de kelder trap, drink rap uit, want er zouden accisiens kunnen komen, ik houdt daar niet aan, want ze kunnen langs twee kanten komen en roef, de cognac - ik wil zeggen de gedupte cofie - was binnen

Die éen entrasie was maar voorbij of we stonden al voor de deur van patissier Oosterlinck, eerst en vooral al wie we zagen, stuurde we naar Mie Pijp achter de prijs van dien speciale cofie, kinders stuurden we in de naam van moeder.

Ja, de vra wist niet wat er gaande was en maakte heur lastig en hing er soms al eens ééne g… aan en t was maar na de begrafenis dat ze geweten heeft waaraan het paard gebonden was, toen die artiste bij Jan ne café cognac vroegen.

Hier kwam t’ schoonste aan, de familie kwam toe, t’ waren bijna alle van Wieze, de laatste kwam per hoogen hoed met een ferme cigaar in de bek en al rookende, t’ was maar eerst, toen hij t’ lijk ging groete dat hij zijn hoed afnam en de brandende cigaar op de straat kwam roeien.

Het eerste, wat de Kinne zegde: t’ is te pardonneere, ze zijn van Wies, maar durf hij met zijnen hoed in de kerk gaan, is hij verwisseld,

hij hadt de gelegenheid niet, want hij is bloothoofds binnen gegaan en eerst hoed in zijn auto gelegd.

Daar het lijk naar Wies wierd vervoert, zijn we gegaan tot aan de statie, een gelegenheid om onzen anker eens te laten vallen bij çuuke De Mickser en t’ spel was weer aan gang: ne café cognac, er zaten nog eenige boeren binnen, die het lijk gingen volgen tot in hun dorp, en çuuke blies in de Kinne zijn ooren: mijn vra is ook van Wies en zegt eens wat we tegen zijn gekomen.

De boeren stonde recht om te vertrekke en Leon met zijn onnoozel gezicht vroeg: is da waar als er iemand in Wies sterf, men overal chapeau buse gaan leenen,

was het nu het gevolg van het zegge van de Kinne weet ik niet, in ieder geval allen zijn buiten gegaan met den hoed in d’ hand.

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Optreden voor Antwerpse vluchtelingen

OPTREDEN VOOR ANTWERPSE VLUCHTELINGEN

hier begin ik over de vliegende bommen in Antwerpen, vluchtelingen uit die groote stad kwamen naar Dendermonde en Wetteren

Deze die in Wetteren waren gevlucht, richte een comiteit in en besloten een bonten avond in met inrichte van nen tombola die rijkelijk bedeeld waren met gifte, geschonken door de gemeente.

Den organisateur was Marin Van Damme,  die vroeger nog in Dendermonde had gewoond en lid geweest was van de Rosiers

t was mijn intieme vriend en sprak me aan: Gust, ge moet me helpen, ik moet mannen zoo als gij en de kleine trip hebben, we zijn vluchtelinge uit Antwerpen en moeten zien wat geld te verzamelen en zoo min mogelijk kosten maken.

Marin die me jaren lang kon, was al zeker van mijn en deze van de kleine’s toestemmingen

 de reklaam begon. Den zooveelste datum rappeleer ik me niet meer, groote bonten avond, matiné en soiré, treden op de 2 beroemste humoristen uit Dendermonde, namelijk Gustos en Robertos, onze photos verschenen in de zaal en buiten, t was in de groote cinemazaal bij de statie Wetteren.

Met de reklaam die er gemaakt was, waren we al zeker van den bijval. Zaterdagavond herhaling voor de nummers die moesten uitgevoerd worden, wij waren natuurlijk de laatste, we mochte maar een nummertje doen en t was al: stop, we gaan die heeren naar hun logement doen, en gans het comiteit kwam mée zonder de vrouwen, maar wel met den organisateur Marin. (…) Waar we zeker van waren, was dat den diner gereed stond, konnen beginnen, en naar de zaal gaan voor ons voor te bereiden voor de matinée, de zaal was propens vol.

Het publiek was zoo danig tevreden dat ze nog kaarte vroegen voor de avond vertooning, wat ons aangaat, wij hebben kunne ne sandwich in d’hand nemen en terug de scène op. (…) Waar we de grootsten bijval hebben mée gehad en waar we op de scène zijn mee gephotografeerd, was De Ridders van den Nacht en de Groote en de kleine.

T’ is spijtig dat we niet zijn gephotograffeerd na die gelukte feest en in ons logement, daar waren het de echte nachtridders, ditmaal was er t’ vrouwvolk bij, t was niet van naar huis gaan, maar wel en naar huis niet gaan, zoo lang er flessen op den toog zullen staan, en zoo was het ook.

t’ was al onder de morgend, toen gans de klik aan al de kamers een serenade gingen geven er was maar een die niet kon mée lachen, t was de zoon die was klerk in t’ ministerie en die moest er vroeg uit.

Voor Gustos en Robertos gaf het niks, we moeste den eersten trein op

 t Was Maandag Marktdag, we ware tevreden de zure gezichte niet te moeten zien van de gebure die ook niet zulle moeten slapen hebben.
We waren content weer eens een goed werk gedaan te hebben

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje, kampioen in het bijwonen van begrafenissen (1)

GUSTJE, KAMPIOEN IN HET BIJWONEN VAN BEGRAFENISSEN

Ik zal maar eens spreken over hetgeen ik ben tegen gekomen binds de begrafenisse hier in Dendermonde waar ik kampioen ben en elders.

Hier is nog iets uit de geschiedenis van binds den oorlog 14-18.

L. De Beul wierd geroepen bij een vrouw die overleden was in Appels, zijweg recht over Hermans den brouwer, dien zelfde nacht stierf de man

dus twee lijken, 2 doodswagens, twee begrafenisse, zelfden dag en uur

Het was in t volle van de winter: buite de familie geen mens, uitgenomen Gustje Mestag en L. De Beul

wij volgde den tweede doodswagen, het was eenig, geloof me vrij

De mis was gedaan en t was nog pikdonker, maar geen leege maag, t was wel rationeering, maar ik zeg: L., ik weet waar we een kleintje kunnen vinden en we vonden er ne grove boterham bij met varkensgekapt en ze waren zoo dik gevuld dat we moeite hadden om onzen bek t’ openen.

Die Louis De Beul ziet, kan er eens over praten T ’is de begrafenis van Appels in den donker van die 2 lijken, man en vrouw

Van jongs af volgde ik de begrafenissen met de volgende personen, ik zal ze opnoemen volgens de verdiensten, natuurlijk met ik op kop als kampioen: 1 Gustje Mestag, 2 Willem Loret, 3 Leon Segers wisselagent, 4 Gust Cambier die woonde toen in den Burgerskring Beestemarkt, hier vergeet ik nog te zeggen dat Leon Segers op de Vlasmarkt woonde rechtover de Paterskerk en Gustje Mestag aan de Denderbrug en voor t’ slot de kinne Dieltjens.

Hier volgen de stede en gemeente, alleenlijk diensten bijgewoond bij vrienden, St. Gilles bij Dendermonde, Grembergen, Appels, Lebbeke, Moerzeke en Castel, Zele, Lokeren, Overmeir, Audegem, Hamme, Schoonaerde, Buggenhout, Berlaere, Hamme Zogge, hier heb ik de fonezie gedaan van klokkeluider bij de begrafenis van ne zekere Bogaert en nog al met muziek en wilt U soms mijn naam vinden en ge kunt op de hoogzaal geraken, daar zult Ge die klokkeluider vinden, een stieltje dat ik niet meer zal herbeginnen, meer dan 40 minuten aan het ziel der klokke en nog al met 4 man en dit spel heeft geduurd zoo lang of den offer: zoo veel volk buiten als binne de kerk, ne schrikkelijke warme zomerdag, ik zeg u maar da, en dit voor ne vriend.

Hier ben ik maar bij de naast bij gewoonde begrafenissen, maar de volgende waren wat verder: Mercxem, Antwerpen, Boom, St. Amands, Opderp, Opstal, Ukkel, Brussel Jette St. Pierre, Assche, Gasthuis Lebbeke, Gent, Wetteren.

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Bierpot...

1206292-349f51d216e9cb36d99c6d51f6948bfc.jpg

Toen adjudant-chef Van Steerteghem op rust ging als brigadecommandant van de rijkswacht, ontving hij onder meer deze bierpot...
(jaartal onbekend).


1206292-486edf3391a8de0568c72edb2238143e.jpg

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje in de revue

GUSTJE IN DE REVUE

Record Revue Halt op 21.7.32 was ik weer van de partij

2 acteurs waren ziek gevallen voor de 2de vertooning, veel kaarte verkocht en mijn intieme vriend, de bewerker van de revue, kwam me vragen: Gustje, gij en de kleine trip kunt de rol vervangen van Armand D’Hondt, die toen in Antwerpen woonde, en de Fikke Loret.

Voor mij is het goed, maar moet eerst de kleine spreken en vloog naar de Molenberg bij Tata, zijne wederhelf van den oogenblik

dat ik er bij was, dit was voldoende en wij getwee naar de café National, want we moesten toch den inhoud van de revue weten, de kleding en hoe het optreden, ik wist toen nog niet de ligging van de scène.

Ge treedt op als de Ridders van de nacht, in smoking.,fantasie gilet, groote roos in de frak, cigaret en wandelstok, hoogen hoed, het sminke zal Henri Hahr wel voor zorgen. Het verbeeld de Groote Markt, Toren en café Gustje Mestag en t overige, zegt mijn vriend Fern…, trekt uw plan.

We kwamen juist van een nachtfeestje, goed aangedaan en waren op zoek naar het huis van Gustje, stonde vlak voor het stadhuis en den toren en ik zei aan Robertos en begon te zingen

Hee g al onzen Beiaard g’huurd

Beiaard g’huurd (bis)

Wa miseere (Robertos)

Hij die al ons nachte stuurt, nachte stuurt (bis)

Wa miseere (Robertos)

As ‘t 5 ure is a slaagt er zeven

Hee je dat al g’huurt van giel a leven?

Ge wetj nuut hoe laat dat ’t is

Laat dat t’ is (bis) (Robertos)

T’ is altijd mis  samen

 



III

En hoe mier da g’er on prost

Da g’er prost (bis)

Hoe mier dat ‘n cenge kost

Cenge kost (bis)

Da kan t stad nie blijve onderhave

Och! Zuu en rammelkot

Rammelkot (bis) (Robertos)

Wa droevig lot.  (samen)

II

As ’n speltj t is ver ni lang

Ver ni lang (bis)

Wa miseere (Robertos)

A val stil ’t halve de zang

Halve zang

Droeve zang

Wa miseere (Robertos)

Of wel valt ’n in iene kier an ’t kloppen

En a wetj verdomme ni van gie stoppen

Al zan klokken hange zot. Hange zot (bis) (Robertos) Ha is kapot  (samen)

IV

Zuu as t’ den beiaard staat

Beiaard staat (bis)

in Derremonde (Robertos)

Is t uuk in den gemeenteraad

bevonde

Der is uuk verdomme niks in orde

t’ zal verdommeneh kiezing moet worde

En t’ en is om t havet wel

Om t havet wel (bis) (Robertos)

Dien dag blââd klokkenspel  (samen)

Het was wel 21ste April, maar fel warm en op den terrace van de Gust zaten nog al clieente waaronder Hubert De Ridder, de Storre, Du Caju enz.

al meteens riep De Storre uit: ah, t’ zijn De Ridders van den nacht, die gaan ons wel een liedje zingen, we bezien malkaar en ik stel de kleinen voor.

Wie de eer heeft U te groeten} Gustje

Mijn vriend van Stoffelein} 1

{Die met zijn groote voeten

2 {Die heet baron azijn   Robertos

We zijn van eel geboorte}

Dit ziet ge wel aan mij}1 Gustos

{Ja soorte die zoekt soorte

2 {Geen andere dulden wij  Robertos

Refrein gezamenlijk

We zijn we zijn, de ridders van de nacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Beschikken over geld en macht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Het duister is ons element

Maar ook den klare is ons bekend

Hali, hali, halo, hali hali halo

We zijn de ridders van den nacht

Hali. Halo






III

En toen we moesten scheiden} Gustos

Dan was t een droef geween} 1

{Doch ginge we eindelijk beide Robertos

2 {Al zuchten huiswaarts heen

En om t verdriet te h’eele} Gustos

Dat woog op onze maag} 1

{We goote t door de keele Robertos

2 {Tot boven onze kraag

 

 

IV

En t’ wekkert op den toren} Gustos

Reeds voor de vierde maal} 1

{En stonden schier bevrozen  Robertos

2 {Aan een lanteern paal

Daar zakte we eindlijk neder} Gustos

En sluimerde ras in} 1

{En droomde reeds zoo teder  Robertos

2 {Van zoeten wijn en min.

Refrein gezamenlijk

Maar zie, maar zie t zijn de ridders van de nacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Die sluipe stillekens en zacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Ons uurwerk, ketting portmonnaie

Dit nemen ze behoedzaam mée

Hali, hali, halo, hali hali halo

We zijn de ridders van den nacht

Hali halo

 

II

Men deedt ons inviteere} Gustos

Op eenen bal masqué} 1

{G’lijk twee galante heere Robertos

2 {Zoo gingen we ons getwee

We danste en we wrijde}1 Gustos

Als echte Don Juans}

2 {Met jolik schoone meide  Robertos

{Wat liefelijke kans

Refrein gezamenlijk

We zijn, we zijn, de ridders van de nacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Twee wolven in een schapen vacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

De duisternis verkiezen wij

Met zoete liefje aan de zij

Hali, hali, halo, hali hali halo

We zijn de ridders van den nacht

Hali. Halo

III

Refrein gezamenlijk

We zijn we zijn, de ridders van de nacht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Beschikken over geld en macht

Hali, hali, halo, hali hali halo

Het duister is ons element

Maar ook den klare is ons bekend

Hali, hali, halo, hali hali halo

We zijn de ridders van den nacht

Hali. Halo

 

V

Een waker kwam ons wekken } Gustos

Ons schudden om en weer} 1

2 {Ons uit de droomen trekken  Robertos

2 {Van min en zoet verkeer

We sakkerde en we riepen } Gustos

G’hebt ons bestolen gij } 1

{Terwijl we rustig sliepen  Robertos

2 {Daar samen zij aan zij

Refrein gezamenlijk

Toen klonk, toen klonk in t holle van den nacht

Tè rè ter ge rè tè tei tè rè ter ge rè tè tei

De trompe der politiewacht

Tè rè ter ge rè tè tei tè rè ter ge rè tè tei

En spijts ons ridderlijke macht

Wierden we naar t’ bureau gebracht

Hali, hali, halo, hali hali halo

We zijn de ridders van de nacht

Hali. halo

In plaats van ons naar den bureau te leiden, brachte d’agenten de nachtridders regelrecht naar den ouden tinnen pot na eerst de katte van vóór d’en ingang gejaagt te hebben en zoo eindigde onze rol in de revue Halt.

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje, conferencier in de Donckstraat

GUSTJE, CONFERENCIER IN DE DONCKSTRAAT

Bij de 7de dochter van de Wijts, t is te zegge Casiman in de Donckstraat, was ik Conferancier

 als Petje Lap, Metje Lap, de Burgervader en een onderpastoor waren we aan tafel gevraagd,

weigeren kon ik niet doen, zulks had ik vroeger in Brussel onder vonden, alwaar ik met te beleefd te zijn gansch den dag met honger had moeten werken, t’ was in Ukkel op een casteel en Mme kwam me vragen: vriend, zoudt ge niet een stukje komen eten

dank U, Mme

nen tweede keer wierd niet herhaald, dit is me gans mijn leven bij gebleven,

daarmee had Honoré geen last en ik mag u verzekeren, dat ik dien dag bezonder amboechuur had, zoo wel in t’ drinken als in t’ eten.

Mijn rol als conferancier heb ik volbracht, tot wanneer het eerste muziek uit de Donckstraat was aangekondigd met comiteit en geschenken met den talentvolle Bestuurder Cesar Bogaert.

Ik had juist gedaan met mijn Charité te zingen zooals ik gewoon was te doen na elk feest dat ik bij woonde ten voordeele der wezen, en mocht de aanwezige bedanken in naam van weezentroost

het had de som opgebracht van 560 fr’, gecontroleerd door Burgervader Heer Portmans, die nadien ons gezelschap had verlaten zoowel als Madame en Heer Onderpastoor die den Heer Deken had vervangen.

Ze waren nog niet thuis of t’ was al van: Waar kan men beter zijn dan bij ons beste vrienden, of gansch het personeel van de Wijts kwam buiten met familie en Petje Lap 
Een walske en Honoré met vrouw aan den dans,
dit kon een jonge juffer uit de gebuurte niet verdragen en schepte Petje Lap mee.

het verschil was te groot: in de 70 en Gustje toujours vingt ans, of er gelachen wierd, moet ge niet vragen.

daarna kwam het comiteit der dijkbewoners, met aan t hoofd hunnen dijkkoning en gemeenteraadslid Pieters, die een gevoelig dicht afleesde, terwijl een ander het geschenk aanboude.

bij t’ hoore en zien van t’ geschenk was ik zelf zoo getroffe als het jonge koppel met hun 7 afstammelinge.

Het muziek van Appels moest nog komen en tot wanneer die feestelijkheden hebben geduurd, weet ik niet, maar dat men in die wijk niets anders had gehoord dan muziek en klinke van glaze, dat zal Honoré best ondervonden hebben.

Wanneer men mij naar huis heeft gevoerd, weet ik zelf niet, de wekker was stil gevallen en toen daags nadien Honoré bij was binnen gevalle, was hij bij het slapen alles vergeten - dit was nog best.

Reageer op dit bericht Stuur door

Bonte avond met Gustje en Louis Baret

BONTE AVOND MET GUSTJE EN LOUIS BARET

Hier kom ik nog eens uit met mijn bonte avonden, door mij opgeluisterd en beneficie voor de weezen, handelsverbond der kaatsers, in de zaal rocxij met de medewerking van de conferancier Louis Baret en eenige tippe uit de stad, namelijk Miel Mariën die moest handelen over footbal, hij was toen in zijn volle fleur, maar wat blùu en durfde niet verschijnen, Verhas over athletik en discus werpen, dien tijd beroemd in Belgie en buitenland, trok zich zeer goed uit de slag. Mong Van Geel, t’ ging over kaatsen en tonneel, t was juist zijne pak, daar moest men niet aan twijfelen, t was juist den tijd van geeft hem de pint, zoo wel in de radio of feeste door Louis Baret en dat de Mong er ééne kreeg en uitdronk op de scène, was zeker.

Nu was het den toer van onze Gust, die wel een half uur op de pijnbank heeft gezeten en t’ eerste wat de conferancier vroeg, was: Gustje, ge zijt nog al ne man die van alles hebt gedaan

mijn antwoord lag al gereed: cirkusclonw geweest, toneelspeler, muziekant,

maar hoe oud zijt ge wel.

 Wat een vraag, ik zelf weet het niet.

 in de zaal waren er al die dachte: nu zullen we het toch weten, maar ze waren mis, zoomin als Baret.

Ge zijt muziekant, liedjes zanger, zooals ik reeds heb gehoord, zoudt ge me niet eens een strofje voorzinge: dit waarover ik zoo dikwijls heb horen van klappen.

Ah, ge wilt zegge: mijn serenada, eige fabricatie, een oogenblik, want ik moet zien of mijn orkest klaar is, want gewoonlijk treedt ik op met dans, parachol of regenscherm en gekleed in piot.

Ja, alles was gereed en op 2 minuten kwam ik al dansend en zingende. Ik vroeg aan het publiek de refrein mee te zingen, d’ air was bijna door alleman gekend, t’ was Sancta Lucia, maar bij mij was het Sancta Sofia, alleman zong mee, t was ne succès zonder weerga en moest 2 maal herhalen.

Ik kreeg de gelukwensen van de conferancier, die me vroeg: Gustje, ge zingt gewoonlijk na het opluisteren van feeste la Charité voor de weesjes, is het niet te veel dat ik vraag, al was het maar een strofke.

Voor onze weesjes is het nooit te veel

 en ik zing het lied voluit, doch op voor waarde dat er mag rondgegaan worden.

hetgeen Louis Baret volgaarne toestond en nog de eerste was om in de schaal te leggen, waarmee 2 oud weze jongens rond gingen, terwijl ik aan t’ zingen was

Bij het einde van mijn lied, in plaats van geeft hem de pint, was het geeft er hem twee, die ik op de scène uitdronk, binds de control van het rondgehaalde som en ik mocht het publiek bedanken in naam van de weesjes

de opgebrachte som was 2500 frs.

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje (bijna) op het Ros Beiaard

GUSTJE (BIJNA) OP HET ROS BEIAARD

T’ was in 1888, toen de Lord Mayor van Londen een bezoek bracht aan zijn geboorte stad Dendermonde,

een groote stoet was ingericht met ons gekend Ros beiaard. Daar Polleke Mestag een gekend figuur was, hebbende vijf opvolgende zonen, wierd er op onze Pa beroep gedaan voor t vervangen der vier Eymons kinderen: Cesar de jongste, Gustje de kleinste, Juul en Leon.

Daar er in de stad nog nen burger was met vier zonen en was komen vragen: Polleke, laat mijn kinderen die eer genieten, stond Pa toe en de vier Pieters mochten op ’t Ros Beyaard paard zitten.
Zijn oudste zoon Leon Mestag mocht op de walvis zitte met Jef Bertin, namelijk Jef De Kalle ne gekende visser, in de muil van de visch, Gustje de kleinste van de Mestags was Cupido, den boogschutter en of hij zijn dienst goed dée

dit heeft zijn kozijn, Den Dore Cambier, best ondervonden, hij was glazemaker en de gebroke glazen wierden door de stad toch betaald en ik had er ne roefel in gedaan.
Cesar en Juul, dit waren krijgslieden, die kerels waren toch van niets benaadt
.

Reageer op dit bericht Stuur door

Kaatsen op de Grote Markt

KAATSEN OP DE GROTE MARKT

t’ was een kaatslut op de Groote Markt, dit was nog een van mijn groote zwansdeugnieterijen.

Ik schreef er een lut uit, de walen tegen vlaaminge
Bij de walen: kopman de Kromme Van Hoof, rooi manne De Boeck, de lange Claessens, groote keer Gustaaf, ne slinke zoon van de zwarte Baro, achterman Pol Gijssels, vervanger Gabbe Van Wesemael.

De Vlamingen: kopman Gustje Mestag, rooimanne Nuuke De Geest, Marcel Kelbaert, groote keer Mong uit t’ hoeksche die woonde toen op de schelstraat nevens Doctor Scholler en Dierickx, Akkermans en Rieke Vercammen (Hamme Zog)
Jurie Waelse ploeg: Clement Kelbaert, Vlaamse: Frans De Clercq boekbinder, en een onzijdige: Désiré De Wolf, schipper die woonde op t sas.

Het akkoord was: de vlaminge gaan de walen in de statie afhalen. ik was op voorhand met de valieze naar de markeur gegaan, bureel der marchandiezen eenige vrachtbrieve doen oppleke, want die waren nog al gekend en gevraagd en gezaamentlijk naar de groote Markt waar veel volk stond te wachte

De vlaminge hadden alle dezelfde handschoenen, daar had de Gabbe voor gezorgd t waren deze der hottentotten, Moenske Van Hedersem was gevraagd door de walen, maar hadt zijn trein gemist en wierd vervange door de Gabbe, die kon geen handschoen nemen, hij was tegenstrever van de vlaaminge en bondt nen houten blok aan zijn hand.
Dat de Jurie zijn werk had, moet ge niet vragen, Marcel met achteruit te loope viel op zijn grosse caisse, met een weinig te masseeren kwam alles op zijn effe.

Een weinig nadien krijgt de Gabbe nen bal, met te keere vliegt den blok van zijn hand en Marcel had juist den tijd om op zij te springe of hij vloog vlak in zijn gezicht.

De Jurie kwam bijeen en er moest gekaatst worden met de bloote hand. t was nen handicap voor de vlamingen en na nen geweldige strijd waren de walen overwinnaars.

De nijdt was te groot en de walen moeste het alleen aftrappe, ze zijn ne heelen tijd blijve hangen op t vestje bij de Mathiü, in t’ spinske, in t’ Capelleke bij Pol Van Drogenbroek, de zot Hersens, de zeve Billekes bij zoo ver dat ze hunnen trein hadden gemist en hoe ze op destinatie zijn gekomen, ben ik nooit te wete gekome, wij van onze kant konde dit verlieze moeielijk kroppe en kropen in t hoeksche bij Mong, wat later bij Dupont die woonde toen waar nu Dolf De Wachteleir woond, daarna bij Tante Finne nevens t vissershuis Clement Kelbaert en voor t sluite bij de Gabbe

het verdriet was te groot, van daar trapte de vlamingen allen naar huis in volle verdriet.
Wilt Ge nu het verslag eens wete over de groote lut vlaeminge en waelen, de twee jongste zijn nog in leven ploeg: kromme Van Hoof, Pol Gijssels, ploeg Gustje Mestag, zijn rooiman Marcel Kelbaert, Audegem. De Bock in t gasthuis de man van deux à deux, quarante à deux, t was ne rooiman van de walen, hij moet zijn frans niet vergeten hebben, want t is niet lang geleden dat ik hem tegen gekomen ben en t was nog van deux à deux.

Reageer op dit bericht Stuur door

Over de wekelijkse markt

OVER DE WEKELIJKSE MARKT

Ik heb de markt wete kwijnen en verdwijnen, t was toen de verhuizing naar St. Gilles begon, geholpe door onze vrienden uit Aalst die met de zwarte vlag afkwamen, metinge kwamen geven en trachte te overhandigen met Burgemeester en Schepenen hetgeen hun niet lukte.

St Gilles deedt zijn best om dit doel te berijke, hetgeen tijdelijk ging: onze markt verminderde in t voordeel van onze geburen, er waren kramers die thuis bleven liever dan over te loopen.

Ik herinner me goed: op de Groote Markt was één stoffe kraam gebleven, Mme Fr. Van Damme, Baesrode.

Ik richte zelf kaatslutten in om er den moed in te houden, we speelde van aan den ouden tinne pot tot aan t vaderland.

Dat het niet lang ging duren, wiste we zeker, den ijzere weg en de Schelde stonden in de weg

er wierd een beestemarkt ingericht, er waren weinige verkoopers, maar nog minder koopers met dit verschil: de wekelijkse markt kwam terug, maar de beeste markt verhuisde naar t’ sas van aan de zwartzusterstraat tot achterkant gasthuis.

Er was spraak dat die markt daar ging blijven, eenige commercanten kwamen bij een, want dit was een ramp voor de Groote Markt, veemarkt en omliggende straten

ik richte een schrijve in tot Burgervader en Schepenen als protest onderteekend door de eigenaars der volgende straten: Veemarkt, Greffeling, Groote Markt, schelstraat, Kerkstraat,

ik was overal geweest, persoonlijk laten teekenen en doen afgeven door de concierge met de groete van Gustje Mestag, ik stond de eerste vermeld op den brief die ik zelf had op gemaakt en ontving de antwoord van den Heer Burgemeester, gebracht door den zelfde concierge.

Mijne Heeren, ge moogt gerust zijn, het is maar tijdelijk en de beestemarkt komt op hare gewone plaats terug en z’ is er gebleven tot wanneer ze verhuisd is naar t vestje, dit kon niet anders, want met te veranderen van die straat, t was toen geen beestemarkt meer maar een laan of Boulvard, was men verplicht te verhuizen en ik mag zegge, t was de geschikte plaats, t’ vestje was toch toegelegd.

Onze markt kwam normaal terug en de kramers kregen soms een aubade van Gustje met zijn Clarinet, waar soms zijn twee boezemvrienden zich bijvoegde, namelijk Kleinen Trip als groscaissier en mijn Clarinet Solo, Nestor Van Vlemmeren.

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje en den Dolle

GUSTJE EN DEN DOLLE

Nu wil ik nog iets vertellen van voor den oorlog 14.18, toen ik nog jongman was, meubelmaker en sculpteursgast in Brussel, Chaussée d’ Haecht

den Dolle, zooals men in dien tijd De Klippel noemde, was werkzaam bij nen antikeir eenige huizen voorbij ons magazijn. Het toeval wilde dat we s’ avonds na t werk bij een vielen, dus we trapte naar de Nord, Rue Botaniek, af

onder weg zegt Den Dolle: mijn moeir heeft een occasie gedaan - onder ons gezegd die kocht alle oude brol op en woonde in t prison strotje - nen ouden velo, maar zonder licht.
O, zei Gust, is het anders niet. ik zal u uit den nood helpen. ik heb nog ne solinger die met carbure gevuld wordt, ik gebruik hem niet meer, ge moogt er om komen

 en De Clippel die nog al ne lieppe was, liet zich vangen, wachte me af aan den uitgang en ging mee met mij. We spraken niet meer over dit licht of lantaarn, ik wil zeggen Solinger,

mijn ouders woonde op de koornaert aan de denderbrug, hoekhuis, den overkant koning Van Haeltert, aan zijn huis hing ne lantaarn die s’ avonds wierd aangestoken en s morgens uitgedaan, den eene keer door Tolfte Van Goetem. die kon moeielijk een D uitspreke, daarom noemde ze hem Van Toetem, nen andere keer was het den Houte Viool,

ik zeg zoo flegmatik: Dolle, neemt uw solinger maar mee, het kost u geen centiem, maar ge moet er hem zelf afdoen en wees op den lantaarn

En weet u wat zijn bedanking was: f… sm… en vloog door de Dijkstraat, recht binne bij moeir in het prisonstrotje,

hij heeft me nooit nog over ne solinger gesproken, maar nadien heeft hij genoeg moeten horen op den Trein allé en retour Brussel.

Reageer op dit bericht Stuur door

Gustje helpt soldaat ontsnappen

GUSTJE HELPT SOLDAAT ONTSNAPPEN

(…) de laatste oorlog, t was ten tijde toen de Engelse en Belgische krijgsgevangen naar onze casernen wierden gebracht er nen halt wierd gemaakt casernestraat, kerkstraat tot voorbij t gasthuis, de gentselaan op.

De Engelse wierden fel bewaakt, er mogt niets aan gegeve worden, nog eten, nog drank, dit kon niet belette dat mijn vrouw die van Engels afkomst was, er in t geheim voor zorgde, de belgen mochten in afwachting op cafè komen.

Ik had verscheiden officieren bij mij, alsook 2 soldaten en 2 chauffeurs, den eene, ne Luikenaer die zei: ik ga niet meer verder, en vroeg me een burgers kostuum, rap t zijne uitgedaan, door zijn kameraad in de foergon gesmeten (lange, overdekte legerwagen, jp), de hand komen drukke aan officieren van wien hij zelf de velo kreeg en kameraden - het moest ne gekende vriend zijn, want allen moeste nen traan wegvagen, van allen wierd de kleine Luikenaer omhelst en gelukkige reis gewenst.

Daar ben ik getuige van geweest, want t was in mijn café bij Gustje Mestag, Ouden Tinne Pot, 35, Dendermonde.

Hij was schoon geekipeerd: mijn werkkostuum, ne slechte strooien hoed, ne roode zakdoek, hande wat zwart gemaakt zooals ne werkman, uitleg langs waar hij moest rijden, eerste straat lings, beurzestraat, het brugske over den dender, dan rechts langs de forten (begijnhoflaan) tot aan de statie en dan recht door tot in Brussel, daar zal men U wel de weg wel wijze voor Luik.
Eerst goed uitgekeke, de hand gedrukt en buite ken ik u niet meer, een ding wat ik van U vraag, goed toekomen in Luik, stuur me een kaartje: coli bien arrivé, dus weet ik genoeg

eenige dagen later kreeg ik een kaartje: colie bien arrivé signé le petit chauffeur.

na den oorlog kreeg ik jaarlijks op nieuwjaar een kaartje: le petit chauffeur du temps de la guerre, tot wanneer hij naar Frankrijk is gaan wonen, sinds heb ik geen nieuws meer vernomen.

Ik vergeet nog iets te zegge over het soldaatje, want het was ne kleine, dien ik in burger had gezet. Hij had zijn nummer de matricul in mijn pompbak gesmete zonder me te verwittige, ik kon geen water meer trekke, t slot uitgenomen en zoo kwam ik tot de ondervinding, maar dit was rapper in den dender dan die ransels van die brusselse garde civik helden naar het land van den akker doen (zie verhaal over WO I, jp).

Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Jempi Dendermonde 2

↑ Terug naar de berichten