Viering...


Viering van W. Verleyen, voorzitter van Wezentroost (1933).
(Via FB - Marc Joos)
Viering...

Viering van W. Verleyen, voorzitter van Wezentroost (1933).
(Via FB - Marc Joos)
Feest...

Feest van de rijkswacht begin de zestiger jaren in Zaal Koningshof.
(Met dank aan Rita Hoeck)
Hulde...
Hulde aan jubilarissen in de vijftiger jaren.

Muziek...

Muziek van de Civiele Bescherming in de beginjaren.
Begrafenis...
Begrafenis van een rijkswachter van de plaatselijke brigade (zeventiger jaren).
(Met dank aan Rita Hoeck)


Strijdlied...

Strijdlied...
Uit de revue...
Uit de revue...


Reclame...
Reclame...


KAVD...
Ploegen van KAVD...

Huwelijksjubileum...
Huwelijksjubileum familie Theunis (jaartal onbekend).



Orkest

Orkest 'The Davons' met zangeres José Davon (Paula Avondstondt).
(Met dank aan Danielle Overmeer)
Gitarist ... Overmeer, drummer Michel Peleman, José Davon, ?, ?.
Accordeonschool

Accordeonschool Paul Herry...
Wensen
Aan alle blogbezoekers...

Oorlogsmonument...

Oorlogsmonument Zuidlaan.
Oprichting: 1948
Plaats: groenzone Atheneum, Zuidlaan
Ontwerp: Mark Macken
Opdracht: Rijksmiddelbare Scholen Dendermonde

Na de Tweede Wereldoorlog besloot de directie van de Rijksmiddelbare Scholen de gesneuvelde oud-leerlingen (Willy Algoet, Albert De Clippel, Adolf De Mol, Florent De Mol, Laura Hiel, Guillaume Loret, Pierre Ophalfvens, Alberic Reubens, Etienne Ringoot, Severin Straetman, Raoul Termonia, Frans Van Caeneghem, William Van Duerm, Adriaan Van Overstraeten en René Verleyen) te huldigen met een gedenkteken. De opdracht voor dit monument ging naar Marcel Macken, tekenleraar van de scholen en zelf een gewezen politieke gevangene.
Zondag 23 mei 1948 werd het monument plechtig onthuld op het ereplein van de Rijksmiddelbare Jongensschool (Heldenplein 2) te Dendermonde. De plechtigheid werd ingezet door de uitvoering van 'Le chant de la Libération' door een leerlingenkoor onder leiding van muziekleraar Amandus Torfs. Na enkele voordrachtnummers, verzorgde G.J. De Hauwere met een harmonie de uitvoering van het door hem geschreven 'In Memoriam'. Directeur H.P.Vercautere roemde vervolgens in zijn toespraak het heldhaftig gedrag van de gesneuvelde oud-leerlingen, waarna hun namen werden afgeroepen en het lied 'Vaarwel mijn Broeder' weerklonk. Het beeld werd onthuld door Oud-Minister H.Vos. Deze sobere plechtigheid werd besloten met een bloemenhulde en een optocht van de leerlingen, onder het spelen van de marsch van het 4de Regiment Grenadiers van G.J. De Hauwere.
Het beeld rust op een bakstenen sokkel, waarin een zandstenen gedenkplaat werd verwerkt. Hierop staat de inscriptie: 1940 AAN ONZE GEVALLEN OUDLEERLINGEN 1945 (daaronder in drie kolommen, links :) ALGOET W. / DE CLIPPEL A. / DE MOL A. / DE MOL F. / HIEL L. / LORET G. / (centraal :) OPHALFVENS P. / REUBENS A. / RINGOET E. / STRAETMAN S. / TERMONIA R. / VAN CANEGHEM F. / (rechts :) VAN DUERM W. / VAN OVERSTRAETEN A. / VERLEYEN R. DRAAG HUN GEDACHTE VERDER.
Aan de Brusselse Forten...

Een beeld van vroeger...
Dames hebben een voorraad aan water ingeslagen (Brusselse Forten).
(via Kurt Beeckman)
Beeldje...
Beeldje van Pater De Smet, de 'grote zwartrok'...

Viering...
Uit een uitgave ter gelegenheid van een viering van beeldhouwer Jos De Decker...
(via Marc Joos)

Forten...

Beeld aan de Brusselse Forten ter gelegenheid van één van de bekende doortochten...
(via Frank Beeckman)
Archiefstukken...
Archiefstukken...
(via Marc Joos)



De Molenberg...
Op de Méilembèireg...
Z’èmme nuët nog ni geschréive, oe dâ ze doër de zondag léive
op de Méilenbèireg.
Dâ’k ni benaat was van die waive, ik zouë zelf em brifke schraive
op de Méilenbèireg.
De manne spéile mè de douive en loëten éir sènge schouive
op de Méilenbèireg
Terwail die manne konkurréire, stoën die waive te lamméire
op de Méilenbèireg.

Het is ‘t snoenes tait vèr t’ éite, de Zjef kom touis mè zan kéive
op de Méilenbèireg.
Zâ waif moet nor den biënaar luëpe, z’ is vergéite vliës te kuëpe
op de Méilenbèireg.
A pak zâ waif d’r mè-j-éir kéile, â begintj d’r op te spéile
op de Méilenbèireg.
Mè dâ sloëge en dâ spéile, dorméi-j-èmme ze tèn g’éite
op de Méilenbèireg.
Ge moet et â mor isj reskéire vèr dor ‘t sondogs te passéire
op de Méilenbèireg.
Ge pèisd’ in â-j-èige vâ wor blaift dad’ ammel komme
op de Méilenbèireg.
G’ètj er doër van alle kéize, g’ètj gamèins en g’ètj snotnéize
op de Méilenbèireg.
Kinnjere die mô rèzzekes kènne luëpe spréike doër vâ kinnjere kuëpe
op de Méilenbèireg.

Goët er ‘t soëves noër den tiene en loitsj ze doër ne frang verdiene
op de Méilenbèireg.
Ge goëd’ e kabardoesjke binne ge zèltj die waive d’r wel vinne
op de Méilenbèireg.
Ge zèltj die waive d’r zien danse en die manne stoën te zwanze
op de Méilenbèireg.
Mor al dâ danse en dâ ploëge schitj ni-j-ouit zonder wâ sloëge
op de Méilenbèireg.