8th EDVC zaterdag 21 mei 2011 – dagoverzicht
Tijdens het ontbijt, samen met Jenneke en Willem, de Nederlandse scheidsrechter en zijn vrouw, eveneens goede vrienden geworden - er was bijna niemand anders in de zaal – komen Marina en Jan handen boven het hoofd draaiend, zo applaudisseren doven, op mij toe. Hun verjaardagskaartje pakte mij al serieus. Samen gezellig gegeten, daarna scheidden onze wegen: de bende van vier naar die ene sporthal, ik naar die andere.
Vorige dinsdag deelde ik reeds mijn lunchpakket met één van de zaalwachters en woensdag bezorgde ik hem een appel. Vrijdag was hij niet te bespeuren en ik vroeg een nieuwe rol WC-papier voor het EDSO-bureel dan maar aan een andere zaalwachter. Hij toonde op zijn ene hand 5 vingers, ik meende daaruit te begrijpen dat hij ze binnen 5 minuten zou bezorgen. Niets was minder waar. ’s Avonds nog steeds niets. Dit zou mij niet meer overkomen. Ik bracht 4 appels mee, voor elke zaalwachter. Prompt kreeg ik thee aangeboden. Ik probeerde hen met handen en voeten uit te leggen dat het nog een uur te vroeg was. Zij hadden het toch begrepen: een uurtje later kwamen ze mij halen voor de thee. Eerst nog Berrak opgezocht voor een ‘dankjewel’ in het Turks, ‘teşekkür’?, (toen ik even later de trap afdalend dat woord steeds maar luidop herhaalde konden Berrak en de cafetaria-uitbaatster, met wie ze aan het praten was, hun lach niet bedwingen) als reactie op dat aanbod. Mijn dankjewel begrepen ze, maar het duurde nog eens 5 minuten, misschien kon hij niet lezen, om die eerste zaalwachter aan de hand van mijn voornaam op mijn pasje de zijne – Ibrahim - te ontfutselen. Ik stelde de volgende dag op het vliegtuig vast dat mijn Turks bedankje ook door de stewardessen gewaardeerd werd.
In mijn sporthal die dag alleen maar oervervelende, lange plaatswedstrijden (5e - 6e, 7e - 8e) – oervervelend omdat iedereen, niet meer geïnteresseerd in dit spel, naar de andere sporthal wou voor de 2 wedstrijden voor het brons en de 2 finales (dames en heren); lang, want 1 wedstrijd van 4 sets, 2 van 5.
Oververmoeidheid maakt zich meester van mij – de laatste 5 nachten alles samen geen 20 uur geslapen. Ik weet niet meer van welk land ik ben. Bij momenten vrees ik dat ik er ga bij vallen. De Turkse organisatoren zijn ons bovendien vergeten: geen eten of drinken voor Berrak, Jari of mij. Zelfs ballenjongens zijn er niet, die zitten in de andere sporthal, de Turkse heren spelen daar voor brons. De zaalwachters nemen dan maar hun taak over. Wanneer ik buiten een luchtje schep, dien ik aan de schaduwkant en uit de wind, steun te zoeken tegen de muur. Om ongeveer 4 uur in de namiddag kom ik er eindelijk terug door.
Het gemak waarmee ik, ondanks die oververmoeidheid, Engels praat met Berrak en Jari, en Frans met de Franse gekwetste met wie ik een goed gesprek heb, is ongelooflijk. Nochtans vorig jaar tijdens mijn fietsvakantie in de Ardèche was ik bij momenten beschaamd over mijn Frans. Die middag begreep ook Berrak er niets van. De Turkse 2e scheidsrechter vroeg haar iets in het Turks, ze draaide zich naar mij en ik zei haar wat hij haar gezegd had. Hoe weet jij dat, vroeg ze stomverbaasd. Het ging natuurlijk over volleybal, toch ook een internationale taal?
Ofschoon alle aanvangsuren zodanig geregeld dat iedereen de herenfinale kon zien, Berrak, Jari, Jans Finse assistent, en ik kwamen pas 10 minuten nà de aanvang toe, dan nog gebracht met een speciale VIP-auto. Berrak vertelde tijdens die rit, toen wij een verkiezingswagen voorbijstaken, dat zij zich geen Turkse voelde, ik heb geen Turks bloed, ik ga niet kiezen, ik betaal de boete, die verkiezingen zijn niets voor mij.
Tijdens de herenfinale diende ik nog de uitslagen van onze sporthal in te brengen op de laptop, en deed ik nog een laatste controle of in mijn bestand alles in orde was voor de prijsuitreiking van straks. Na de finale was er eventjes ergernis bij Jan: er was geen printer in die hal, mijn eindstand diende hij dus vlug over te schrijven.
Bij het avondeten troffen Jenneke, Willem en ik toch nog Marina en Jan aan. Na het eten vlug nog eens de receptieruimte opgezocht, Berrak had niets achtergelaten. Dus maar rustig gewassen en geschoren, en terug naar de receptie, nog steeds niets, zelfs geen Eda. Jari stond mij wel op te wachten samen met Vasyl, de vicepresident van Edso. We dienden onmiddellijk te vertrekken naar de party, een viertal km verwijderd van het hotel. In de VIP-auto heerste een doodse stilte. Met Jari kon ik enkel converseren op papier in het Engels, Vasyl kende naast Oekraïens en gebarentaal ook Engels, maar zat vooraan, de chauffeur Güngör enkel Turks en gebarentaal.














