De Grot in de Kouter, anno 2012, volgens een leerlinge van het 6de het mooiste plekje van haar dorp.
1978 –Jaar van het Dorp
Nadat vele gemeenten de bittere pil van de “Fusie” hadden doorgeslikt, riep
de overheid, zeer ironisch, 1978 uit tot “Jaar van het Dorp”.
Bloemen op de begrafenis van de gemeenten die ophielden te bestaan.
In elk van de vroegere gemeenten, zo ook te Leest, werd, gestimuleerd door de
centrumgemeente, een werkgroep “Jaar van het Dorp” opgericht.
Eind 1977 werd de start van deze werkgroep gegeven met een
stichtingsvergadering, die plaats vond in de lokalen van de jongensschool.
In aanwezigheid van de Mechelse schepenen van Cultuur (Van de Sande) en
Landbouw (Fons Van Stappen) waren alle Leestse verenigingen op de
vergadering vertegenwoordigd.
De werkgroep werd opgericht, evenals een “coördinatiecomitee”, dat bestond uit
twee afgevaardigden per fusiegemeente. Voor de werkgroep van Leest werden
Frans Teughels en Jeroom Verbruggen verkozen.
Verschillende vergaderingen resulteerden in diverse initiatieven.
Er werd een dorpsraad opgericht, er werden drie wandelingen samengesteld en
via “De Band” werd een oproep gedaan voor medewerkers om mee te
werken aan de samenstelling en uitgave van een volksboek over Leest.
“Leest Geweest” kwam er en het werd een begrip.
Er werd deelgenomen aan de fietsenrally der fusiegemeenten en een teken- en
opstelwedstrijd georganiseerd.
Op de Hemo-jaarbeurs te Mechelen pakte Leest uit met de maquette “het
Dorpsplein van Leest ten jare 1900”. Een realisatie van Frans Teughels met de
medewerking van aalmoezenier Herregods en Stefaan De Laet.
Het Davidsfonds gaf, in samenwerking met de kunstkring “Voetspoor”, speciaal
in het kader van het “Jaar van het Dorp” kunstkaarten uit. Ze omvatten 12
pentekeningen van de hand van Leestse kunstenaars met zichten van Leest.
Een laatste initiatief was de uitwerking van een project tot verfraaiing van het
dorpsplein. Hiervoor werden verschillende voorstellen op papier uitgetekend.
Op zondag 21 januari 1979 werd “het jaar van het dorp” officieel beëindigd met
een academische zitting en de prijsuitreiking van de teken- en opstelwedstrijd.
Een leerlinge van het 6de jaar uit de meisjesschool :
Ik hou van mijn dorp.
“Ik hou van Leest…het dorp waar ik geboren ben. Het is er zo rustig en zo landelijk.
Typisch voor Leest zijn wel de weiden met hun rood-bonte koeien, of de velden en akkers met spruiten en prei ’s winters en bloemkool ’s zomers. En heerlijk is het om ’s avonds vanop de Kouter de zon als een roodgloeiende vuurbol te zien ondergaan.
Eén van de mooiste plekjes van Leest is wel de Zennevallei, een toevluchtsoord voor vele dieren zoals de groene specht, de boomvalk, de fazant en de koekoek. Ook enkele houtduiven en een blauwe reiger nestelen zich in het berschermd natuurgebied.
Een ander kenmerk van Leest zijn de vele kapelletjes. Tot voor kort waren de meeste in zeer slechte staat. De kapelletjes van St.Anna, St.Appolonia en St.Jozef zijn nu prachtig gerestaureerd.
Dan hebben we nog een prachtig 18de eeuws kerkje met zijn spitse torentje scherp afgetekend tegen de hemel. En bovenaan troont, met zijn neus in de wind het koperen weerhaantje.
Iets waarom de Leestenaars zeker te benijden zijn is hun verenigingsleven.
Zoveel organisaties als in Leest vindt men haast nergens. Er is voor ieder was wils : voor de kinderen is er de chiro, voor de volwassenen het Davidsfonds, de landelijke gilde, KWB, de vrouwengilde enz.
De sportieven gaan het zoeken bij de twee voetbalclubs.
De soldaten worden door Milac en De Band op de hoogte gehouden van het nieuws thuis.
Ja, ik heb veel redenen om trots te zijn en ik ben blij dat ik kan zeggen :
‘IK HOU VAN MIJN DORP !’ “
En een andere leerlinge :
Het mooiste plekje van mijn dorp…
Ik vind dat mijn dorp, Leest, veel mooie plekken bezit. Het mooist van al vind ik toch de grot, daar is het altijd fris, soms met enkele kleine maar mooie vlekjes zon op de grond.
Ook voor onze oudjes is het er zeer aangenaam en rustig om te bidden.
Meestal gaan de gelovige mensen in de maand mei alle dagen bidden.
Maar het allermooiste vind ik toch de grot zelf. Het prachtige Mariabeeld, rechts bovenaan, dat verlicht wordt onder de mis en als er gebeden wordt.
Als de mensen komen bidden steken ze meestal wat geld in het offerblok.
Nu
een beetje over het uitzicht. De grot is gemaakt uit opeengestapelde ruwe
stenen. Ongeveer in het midden van de grot is er een soort klein spelonkje,
waar de pastoor staat onder de mis.
Daarom vind ik de grot het mooiste plekje van ons dorp.” (zie foto)























