
1980 – Zaterdag 6 december : Sint-Niklaasbal van KWB
In de parochiezaal, Kouter met het orkest ‘The Ribanas’.
Deuren 20 uur. Inkom : 70 fr, voorverkoop 60 fr.
1980 – 6 december : Sinterklaas in de meisjesschool.
“Kijk eens Piet, een brief uit Leest ! Dat dorpje ligt in België, geloof ik. Hm eens zien wat erin staat. Hm, jaja, zozo.”
“Wat is er baas ?” vraagt Piet.
“Wel de meisjesschool vraagt of we volgende week vrijdag eens kunnen binnenwippen. Gaat dat Piet ?”
“Ja Sint, we moeten toch die kant op.”
“ Zullen we daar dan eens een kijkje nemen ?”
“Wel ja, dat is goed.”
“Maak al een zak snoepgoed klaar voor die school en doe er ook een paar boeken bij.”
In de klas van juffrouw Paula zitten de kinderen (zoals altijd) ijverig te werken.
“Kinderen”, breekt juf Paula de stilte, “Ik moet van Sinterklaas zeggen dat hij morgen komt.”
“Jééééé” roept heel de klas. “Sinterklaas komt, jippiejee !”
“Stil, doe terug voort aan jullie werk. En je moet geen dierengeluiden in de klas meer maken hoor !” roept de juffrouw uit.
“Ja, ter gelegenheid van Sinterklaas wordt er een feest gehouden. Je kunt volksdansen, knutselen, koken of poppenkast kijken. Je mag twee dingen kiezen. “
Op de speelplaats wordt natuurlijk over het feest gepraat.
Iedereen
kijkt verlangend naar de feestdag uit. Eindelijk is het dan zover.
De schoolbel luidt. De kinderen gaan gauw in hun rij staan. Ze komen samen in
de klas van juffrouw Rosette. Daar worden de Sinterklaasliedjes gerepeteerd. In
die klas worden we ook in groepjes verdeeld. Nadat dit gebeurd is ga ik mee met
juffrouw Kris en met de andere kinderen van het volksdansgroepje. We doen de
Waterdans.
“Water, water, water, maar wij drinken bier,” zingen we. Dat liedje doet juffrouw Kris wel even opkijken. Er komen ook nog nieuwe dansen bij. Tot onze spijt zijn de volksdansen vlug gedaan. Nu hebben we vijf minuten pauze.
Tingelingeling, daar gaat de bel. Ik loop gauw naar de knutselklas en op de tafel zie ik verschillende knutselideetjes liggen. Ik kies een papieren hartje, knip de vijf nodige stroken uit
en ga ermee naar juffrouw Mia. De stroken worden aaneengeniet en het resultaat is erg mooi. Nu ben ik aan een kerstbol bezig. Zo, nu nog aan elkaar lijmen en ’t is klaar. Ik maak het een na het ander. Na afloop van het knutselen ruim ik de pareltjes op. Ik doe ze in de daarvoor bestemde doos.
“De
Sint is er, de Sint is er !” galmt het door de gang. Gauw laat ik de pareltjes
voor wat ze zijn en loop de klas van juffrouw Rosette binnen. Ik zing de
Sinterklaasliedjes mee terwijl Zwarte Piet snoep uitdeelt. Ik zeg beleefd : “dank
u”, als ik snoep krijg.
Stt…Sinterklaas zegt wat over onze juffrouw.
“Juffrouw Paula, ge moogt de kinderen niet zoveel huiswerk geven.”
“Ja Sinterklaas, ik zal ’t niet meer doen, Sint.”
“Dus begrepen hé juffrouw,” gaat Sinterklaas verder.
“Ja Sinterklaas”, zegt de juffrouw, “ik heb het begrepen.”
We
schieten in de lach om het gekke gezicht dat ze erbij trekt.
De feestdag loopt ten einde. Mooie liedjes duren niet lang, denk ik.
Ik kijk naar mijn spiegelbeeld in het venster. “Wel,” zeg ik, “vond jij het tof vandaag ?”
“Ja!” “Wel, ik ook,” knipoog ik naar m’n spiegelbeeld.
“Dag spiegelbeeld, dag Sint.” (Een leerlinge van de meisjesschool -“DB”, december ’80)
1980 – 6 december – Gazet van Mechelen :
Straatnamen en huisnummering in nieuwe verkaveling Leest
“Tijdens de jongste gemeenteraadszitting vroeg CVP-raadslid Gust Emmeregs wanneer voor de nieuwe wijk te Leest straatnamen en huisnummers zullen aangebracht worden. De postbedeling onder vindt hier heel wat moeilijkheden.
Schepen Vanstappen antwoordde dat het hele dossier overgemaakt is aan de provinciale commissie voor straatnamen, het gaat in casu om de nieuwe verkaveling aan de Vinkstraat.
Hij vreest evenwel dat de zaak nog een paar maanden zal aanslepen vooraleer deze commissie haar zegen geeft.
Wat de huisnummers van de panden aangaat, waar men inderdaad dringend aan toe is, heeft het college beslist deze door te voeren. Doch gewacht wordt op de volkstelling welke op 1 maart 1981 aangevangen wordt. Om deze telling niet te bemoeilijken zal met de hernummering niet worden aangevangen tot na de volkstelling.
Deze beslissing werd genomen uit overweging van het feit dat, om slechts bij het voorbeeld van de identiteitskaarten te blijven, deze identiteitsbewijzen kunnen opgemaakt worden tegelijkertijd met de definitieve aanduiding van de straatnamen. Zodoende moeten de betrokkenen zich slechts eenmaal naar het stadhuis verplaatsen.” (GvM,6/12/80)
1980 – Zondag 7 december : Duivenmelkers – Grote Kampioenenviering
Programma :
-10 uur : opening tentoonstelling met nadien huldiging der kampioenen voor een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
-Tussen 12 en 13u30 : middagpauze met gratis belegde broodjes voor iedereen.
-Na de pauze : prijsuitreiking gevolgd door verkoop der ‘beschonken bons voor duiven of eieren 1981,’ en trekking van de tombola.
Deze ‘Grote Kampioenendag’ ging door in zaal Sint Cecilia.
KAMPIOENEN
Snelle Vlucht – Leest-Heide
Oude duiven : 1.Teughels Arnold, 2.Peeters Paul, 3. Verbeeck Frans.
Jaarse : 1. Publie Gustaaf en zoon, 2. Boey-Van den Brande, 3. Verbeeck Frans.
Jonge : 1. Boey-Van den Brande, 2. Publie Gustaaf en zoon, 3. Van Camp Frans.
Algemeen kampioen : 1. Verbeeck Frans, 2. Publie Gustaaf en zoon.
De Luchtreiziger – Leest-Dorp
Quievrain Noyon
Algemeen kampioen Algemeen kampioen
1. De Smedt Jan 1. Keizer : Simons Fr. en Henri
2.Vloeberghen Eugeen 2.Geerts Jan
3.Geerts Jan 3. De Bondt Wilfried.
(DB,november ’80)
1980 – 13 december : Brief uit Heverlee van Christine De Laet (zuster Melanie)
Tot ‘De Band’ (gepubliceerd in het januariarinummer 1981)
Beste Leestenaars, mijn dierbare dorpsgenoten van in de tijd,
Van harte verenig ik mij met de bestuursequipe van DE BAND om U mijn beste wensen aan te bieden van vroom en vreugdevol Kerstfeest en een genadenrijk en zeer gelukkig 1981.
DE BAND is weerom boeiend geweest van a tot z. Daarvoor heeft niet alleen zijn redactieploeg gezorgd. Daar heeft blijkbaar heel Leest toe bijgedragen : groot en klein, elkeen en allen saam, getuige o.m. die grandioze inzet voor de viering van de honderdjarige Stanne, wat een topprestatie was van heel de goegemeente met samenspel van al haar talenten en schone mogelijkheden. Iets unieks ! Ons Leest op zijn best !
Dat had ik, in andere omstandigheden, nog graag willen meemaken.
Via DE BAND echter beleef ik toch dankbaar een beetje allerlei gebeurtenissen van Leest mee, zo recente als vroegere en verjong ik er daarbij een poosje telkens, vooral als hier en daar bepaalde reminiscenties heel de atmosfeer van destijds weerom oproepen.
Daar beleef ik dan bijzonder veel deugd aan als in de “Leestse figuurkens” van Anselmus Jedrie, waar onder meer smakelijke herinneringen opduiken in verband met mijn eigen familie. Wat daar gezegd word over “Leirke” dat blijkt onze nonkel Fons te zijn, mijn eigen peter nog wel ! en ’t is alles zo leuk en lollig verteld over die “waterkiekens” in ’t juninummer…
DE BAND vangt eveneens welkome echo’s op uit het leven van onze Leestenaars ver van honk en heimat : zijn miliciens, zijn missionarissen. Ze blijven allen, dank zij hem, in voeling en in vriendschap innig verbonden met elkaar. Door zijn sympathieke en bemoedigende belangstelling blijft zo DE BAND een echte en hechte band, een stevige, een doeltreffende en daarwerkelijke steun voo alle Leestenaars.
Hier in Heverlee draait de carroussel van ons scholencomplex steeds in volle zwier .
Op 4 oktober ll. oud-leerlingendag, werden diegenen gevierd die in Heverlee gediplomeerd werden, 25, 50 en 60 jaar geleden. Onder de jubilarissen waren vier Leestenaars : Mathilde Verbruggen, Madeleine Verbruggen, Mariette De Prins waren zilver en één was diamant…Wie dat was weet u wel : ja, “raptim transit” : ik ben reeds bijna op ’t eind van mijn rolletje…Hoe rap toch gaat alles voorbij !
Ik hoop intussen toch evenwel dat DE BAND nog lang zijn lezers kleine randvreugden zal bezorgen die ’t leven altijd zo veraangenamen, maar dat hij ook, zoals hij het trouwens doet, voor elkeen gezonde, stevige kost zal blijven geven om de harde weg van de plicht moedig en rechtlijnig verder te gaan.
Beste BAND, dierbare dorpsgenoten, mijn hartelijkste groeten aan u allemaal, en zoals het Vlaamse versje vroom zegt :
Een zalig einde, een goed begin, dat gunne u God, jaar uit jaar in !”
1980 – 19 december : Poppenfilm “De grote prijs van Smöreberg” voor de kinderen van de Vrije Kleuter- en Basisschool. Tijdens de pauze smulden ze van de overheerlijke pannenkoeken waarvoor het schoolcomité had gezorgd. (schoolkrant)
1980 – 26 december – Gazet van Mechelen :
Alle bomen op Zennedijk te Leest weg ?
“Via een parlementaire tussenkomst bij de minister van Openbare Werken en bij
de minister van de Vlaamse Gemeenschap vraagt volksvertegenwoordiger Joos
Somers welke maatregelen men zal treffen om de verbeteringswerken aan de
Zennedijk te verzoenen met het behoud van de bomen die er bijdragen tot
uitzonderlijk natuurschoon.
Ten gevolge van de recente overstromingen worden momenteel dijken van de
rivieren behorend tot het Scheldebekken in het Mechelse verstevigd.
De prachtige bomenrijen die de dijken sieren zouden plaats moeten ruimen voor
steen en beton.
Kamerlid Joos Somers drukt zijn bezorgdheid uit over het onherroepelijk
ingrijpen in het plaatselijk leefmilieu dat door deze verstevigingswerken word tot
stand gebracht. Hij is ervan overtuigd dat het technisch mogelijk is deze
“noodzakelijk uit te voeren werken” te realiseren en daarbij de prachtige
bomenlanen toch te sparen. Tussen de Zennebrug te Leest en de spoorwegbrug te
Hombeek alleen al staan 228 Amerikaanse eiken, 33 zomereiken, 4 essen, 35
zwarte noten, 20 lorken, 6 veldolmen, 27 robinia’s, 10 platanen, 5 esdoorns en
1 spar.”
De dijkbreuk te Leest vond ruim een jaar geleden plaats (november ’79) waarna
enkele weken later de Rupeldijk te Heffen het begaf. Het gevolg : grote materiële
schade.
Intussen was er aan de dijkversterking in het Mechelse reeds heel wat gedaan.
Volgens ingenieur Wijnants van de Dienst Zeeschelde Antwerpen was de
verwijdering van de bomen noodzakelijk. Een voorafgaand maandenlang
studiewerk was formeel. Een mogelijkheid was om een gans nieuwe dijk achter de
bestaande oude dijk te leggen en de bomen te laten staan, maar de bomen
stonden hooguit 2 meter van elkaar met een waaier van takken.
En indien er ooit nog iets zou gebeuren of er dienden onderhoudswerken
uitgevoerd te worden, dan was het voor de aannemer een onmogelijke opdracht
om zijn materieel op de kruin van de dijk te krijgen.
Foto’s uit een ons onbekende krant van 14 januari 1981 :
-Honderden oude bomen die op de kruin van de Zennedijk stonden moesten gerooid worden.
-Eén van de vele sluisjes in de dijken, veelal oorzaak van wateroverlast door verstopping. Ook zij werden verwijderd.
-De dijken te Leest : vroeger kon men er nauwelijks met een fiets oprijden. Nu is de dijk op bepaalde plaatsen 8 meter breed en binnenkort krijgt hij een asfaltbedekking.
-Een kraanman vult de schanskorven met steenslag op de bouwwerf.
-Arbeiders maken de schanskorven dicht, in afwachting dat een platboot ze ter bestemming brengt.




























































