1984 – Zaterdag 11 februari : Dubbelconcert St.-Cecilia
Die dag werd een serenade gegeven n.a.v. het huwelijk van Albert Van Alsenoy en Rita Verelst te Koningshooikt om daarna een concert te geven in de Mechelse Oude Stadsfeestzaal.
Aan dit concert werkte ook de drumband van St.-Cecilia onder leiding van Walter Van de Venne mee.
In ‘Toeters en Trompetten’ van maart-april ’84 verscheen daarvan volgend (ingekort)
verslag :
“Die dag stonden er voor de meeste muzikanten van de Kon. Fanfare St.-Cecilia twee muzikale activiteiten op het programma . Voor sommigen waren het er zelfs drie omdat een groep muzikanten ook ’s morgens een huwelijksmis ging opluisteren.
Omstreeks 18u vertrokken heel wat muzikanten en
ook een aantal ereleden met de autocar naar Koningshooikt. Daar werd het
huwelijksfeest van Albert Van Alsenoy en Rita Verelst gevierd.
Tijdens de serenade had het eerste solo-optreden plaats dat verzorgd werd door
Franky Lauwens en Hendrik Verschueren.
In ’t midden van de toespraak speelden zij het bekende ‘Afscheidslied’ ter ere
van de bruidegom omdat deze vanaf 11 februari ll. niet meer deel uitmaakt van
het ‘clubje vrijgezellen van na de repetitie aan de toog’.
Het werd een uitstekend solo-optreden met slechts één enkel minder geslaagd nootje, maar dat kon ook niet anders want alles werd slechts op ’t laatste moment geregeld en om eens te repeteren bleef er dan geen tijd over. De serenade werd kort gehouden en enkel de traditionele marsen werden uitgevoerd. Alles bij elkaar is de fanfare er toch in geslaagd de feestvierders te amuseren en daarop komt het toch aan.
Na de serenade trok het grootste gedeelte van de muzikanten naar de Oude Stadsfeestaal te Mechelen. In 1981 had onze vereniging ook al eens opgetreden in Mechelen (noot : in de nieuwe Stadsfeestzaal) en toen waren er meer dan tien toehoorders. Deze keer waren er al heel wat meer dan honderd. Er zit dus vooruitgang in.
Tijdens deze concertavond werd een nieuw soort programma uitgeprobeerd. Dit nieuwe programma kreeg de naam ‘VAN FANFARE…TOT FANFARE…’ De meeste fanfares hebben de naam een groep muzikanten te zijn die zich hoofdzakelijk op het musiceren toeleggen om te kunnen pintelieren. Onze vereniging wil vooral goede muziek maken. Daarna pas komt het pinten drinken. Een andere uitleg kan zijn : van trompetsignaal tot fanfarekorps. Tijdens dit programma werden alle instrumenten voorgesteld en van elke soort instrumenten wordt een muzikant aangeduid die helemaal alleen een volksliedje speelt zonder begeleiding van de fanfare ! Dat is helemaal geen plezierige karwei want het minste foutje wordt opgemerkt. Gelukkig waren er niet zoveel foutjes !
In het eerste gedeelte speelde de drumband. In totaal werden er een tiental instrumenten voorgesteld en het moet gezegd dat de meisjes en de jongens van de drumband zich onder leiding van hun leider bijzonder hebben ingespannen om er het beste van te maken.
De drumbandleden werken de laatste maanden terug bijzonder hard en het is dan ook normaal dat ze resultaat halen. Proficiat !
In het tweede en derde gedeelte was het de beurt aan de fanfare. Ondanks het feit dat een aantal muzikanten niet van de partij waren, werd er een uitstekend concert gegeven. Persoonlijk hebben we de fanfare nu ook eens horen spelen zonder dat we zelf meespeelden. Zonder fanatisme durven we nu beweren dat de klankkleur van onze vereniging enig is. Onze fanfare heeft wel iets van de brassband en toch is het geen brassband ! Het is vooral het werk van onze dirigent die ervoor gezorgd heeft dat ‘St.-Cecilia’ Leest klinkt zoals ze klinkt !
Later, na het concert, waren er luisteraars die verklaarden dat ze deze muziek voor een fanfare onmogelijk hadden geacht.
Tijdens het laatste deel hadden we ook een LUISTERWEDSTRIJD ingebouwd. De gordijnen werden dichtgeschoven en op elk gebruikt koperinstrument werd weer eens een nog niet uitgevoerd volksliedje gespeeld. De luisteraars die aan de wedstrijd deelnamen, dienden het instrument enkel op het gehoor te herkennen. Omdat er heel wat Leestenaars in de zaal waren, gingen deze met de eerste prijzen lopen. De echtgenote van onze orkestmeester kent alle instrumenten en weet er zelfs de naam van elke muzikant bij te vernoemen. Het kon dan ook niet anders of de deelnemers die aan haar tafel zaten, hadden allen 10 op 10 !
Het voornaamste was dat de luisteraars beter gingen opletten en dat was ook het geval. Nog nooit hebben we voor een aandachtiger publiek opgetreden !
We zullen dit programma nogmaals brengen op 12 mei e.k. in Diegem, daar zal ook de inspectie van het Ministerie van Cultuur aanwezig zijn om ons programma ‘Van fanfare…tot fanfare…’ te beoordelen op zijn vormende waarde.”
Naar aanleiding van dit concert kregen de muzikanten en ereleden van de vereniging op 16 februari een schrijven van het bestuur waarin gelukwensen werden overgebracht van de organisatoren en dit speciaal voor de dirigent, de drumbandleider, de muzikanten en de drumbandleden.
1984 – 18 en 19 februari : Gelegenheidsrestaurant Kon.Fanfare St.-Cecilia
Groot succes. Er werd een recordaantal deelnemers genoteerd.
Vanuit Lüdenscheid schreef soldaat en fanfarelid Bart Lauwens voor het verenigingsblad van de Leestse fanfare : “Dag ‘Burgers’ van Leest,
Toen ik vanmiddag mijne legerbiefstuk naar binnen werkte, werd ik me er plots van bewust dat er in Leest weer feest was ! Weer een activiteit die ik gedwongen moet missen. Ik kan me de eetdagen al voorstellen ! De geur van de heerlijk gebakken biefstuk of steaks vermengd met exotische sausen prikkelen de koude neuzen van de hongerige bezoekers die in de zaal St.-Cecilia wat warmte komen opzoeken. Jonge meisjes en vrouwen, in wit en zwart, draven op en neer met heerlijke schotels vol lekkers terwijl een kakafonie van geluiden de ruimte vult.
Om 11.OO u. op zondagmorgen zal dan waarschijnlijk de aandacht gevestigd worden op B.R.T.-I dat de plaatselijke Leestse muziek, van het puurste kopergehalte, zal uitzenden om alzo de ehter met wat cultuur te vullen.
En ik zit hier, met mijn ‘cola-uniformpje’ van de Medische Dienst, uit verveling naar de mooie winterbeelden uit Sarajevo te kijken.
Ik hoop dat iedereen genoten heeft van al het lekkers dat de keukenploeg klaargemaakt heeft van de bediening-met-de-glimlach, het werk van de mensen achter de schermen en het team ‘regisseurs’ dat ervoor zorgde dat iedereen een plaats had en op tijd zijn buikje kon vullen.
Ik denk dat zo’n evenement als de eetdagen of neem nu ook de Ceciliafeesten of om het even welke andere fanfare-activiteit, pas kan slagen als iedereen meewerkt op een vrijwillige basis. Die gezonde werksfeer van vrijwilligers stimuleert de werklust en de inzet tot collegialiteit en zo komt men tot een goede werking, een levende en levendige vereniging.
’t Is te hopen dat we allemaal nog dikwijls aan zulke activiteiten kunnen deelnemen. Onze hoop is op de jeugd gevestigd. Zolang die voldoende gemotiveerd wordt voor de blaasmuziek zal onze fanfare nog vele levensjaren toebeschoren zijn. ’t Is te hopen dat onze muziek nog vele mensen zal blijven boeien want we mogen er prat op gaan dat we als uitvoerders en vertegenwoordigers van de volksmuziek nog een beetje cultuur brengen binnen de samenleving van onze ‘gemeente’ en zelfs in ons landje.
Hier in ’t leger moet ik dat stukje cultuur wel missen, maar…eind mei ben ik eindelijk verlost van dit enge systeem.
Beste mensen, ik wens jullie nog veel plezier met
en in onze fanfarevereniging en ik hoop dat ik weldra terug in jullie
gezelschap mag vertoeven.
Het beste nog en hartelijke soldatengroeten van Bart (19.2.84)”





























