
1984 – Donderdag 12 april : Open schoolvergadering in lagere school te Leest.
De Sted.Lagere school organiseerde in eigen huis (Ten Moortele) een algemene
oudervergadering voor iedereen die intresse had in wat op dat ogenblik aan het
gebeuren was in het onderwijs.
In het eerste deel van de avond, om 20 uur, sprak schoolhoofd Gobien over
“Waarheen kan of moet het met de Stedelijke Lagere school Leest”.
Volgens hem moest de school mee evolueren met de maatschappij. Het onderwijs
moest kunnen inpikken op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. De school
diende als het ware een verlengstuk te zijn van het gezin, de centrale cel in de
samenleving. Om dit te bewerkstelligen was een goed contact met de ouders van
leerlingen noodzakelijk.
Wat het onderwijs zelf betrof, elke vernieuwing op pedagogisch vlak diende
kritisch onderzocht te worden en indien de vernieuwing zin had, toegepast.
Zo liep er dat jaar in de Leestse lagere school een experiment inzake
“niveaulezen” met als bedoeling leerlingen volgens hun lees-capaciteit bij
elkaar te brengen en niet zoals klassiek volgens hun leeftijd.
Tot slot van zijn toespraak zegde Constant Gobien te zullen blijven ijveren voor
pluralisme in zijn school. Respect voor andermans ideeën, diende immers
van jongsaf aangeleerd te worden, opdat het de volwassen mens zou sieren.
Daarna kon men in de klassen de tentoonstelling “Esthetica” bezichtigen, een
tentoonstelling van zowel de vroegere “typisch vrouwelijke handwerkjes”, als
van knutselwerk uit de lessen handenarbeid.
In de eetzaal kon men terecht voor een gratis glas bier of een kop koffie.
Om 21 uur sprak schepen van onderwijs en zelf ere-hoofdinspecteur G. Joris
over “De plaats van de Lagere School Leest in het Mechels Sted.Onderwijs”.
Ook over de vernieuwingen, mogelijkheden en problemen van het onderwijs
in de toekomst maar hij stelde tot zijn spijt vast dat hij haast niets aan de zo
volledige uiteenzetting van Constant Gobien kon toevoegen.
Niettegenstaande de felle concurrentie van de televisie, simultaan stonden
de populaire reeksen ‘Dallas’ en de ‘Doornvogels’ geprogrammeerd, waren er
toch nog ruim 70 aanwezigen.
(Samenvatting van artikels uit de Gva, het HLN en de Schoolkrant)
1984 – 12 april – De Mechelse Week :. Ons jeugdig Voetbaltalent
Jeugd op VV Leest : doorstroming komt op gang.
In
onze reeks over het jeugdbeleid sluit 2de provincialer VV Leest het
rijtje af.
Wij babbelden met dhr. Emiel Spruyt, voorzitter van de club en tevens
afgevaardigde van miniemen en preminiemen.
VV Leest komt in competitie uit sinds 1974 en is dus een relatief jonge club.
Wel kon er 10 jaar geleden al onmiddellijk gestart worden met scholieren en
kadetten als gevolg van een intensieve mond aan mond reclame in de Leestse
scholen.
Een jeugdbestuur is er op VV nooit geweest, dhr. Spruyt is trouwens geen voorstander van 2 beleidsorganen binnen één en dezelfde club.
Momenteel telt VV 5 jeugdploegen, maar slechts zo’n 75 actieve jeugdspelers. Dit toch vrij klein aantal is volgens onze zegsman vooral te wijten aan het geringe bevolkingscijfer van een plattelandsgemeente als Leest. Wel is het gros van de spelers in Leest zelf woonachtig. Bovendien is het een principe van de clubleiding dat er nooit mag overgegaan worden tot het ronselen van jeugdspelers, maar dat de jongens steeds spontaan en uit eigen beweging naar de Leestse terreinen moeten komen afzakken.
De
huidige stand van zaken op VV toont aan dat dit principe aardig in ere gehouden
wordt.
Miniemen en preminiemen trainen 1 x per week én apart, maar wel onder dezelfde
trainer. De scholieren en kadetten komen wekelijks 2 x bijeen, eveneens onder
leiding van éénzelfde oefenmeester. Bovendien trainen zij ook gezamelijk, en
dit vanwege de relatief kleine kernen.
De juniors tenslotte trainen apart, onder leiding van William Selleslagh, de
ex-KV Mechelen speler die zoals bekend nu de kleuren van VV Leest verdedigt.
Misschien, zegt dhr. Spruyt, zou het beter zijn, moesten we voor elke ploeg een andere trainer hebben, maar anderzijds mag toch ook niet over het hoofd gezien worden dat alle trainers op VV Leest betaald worden en dat, als men nieuwe mensen aantrekt, in de zin dan van buitenstaanders, men nooit vooraf weet welk vlees men in de kuip heeft. Nee, dan werken we liever zoals dat nu gaat, met een paar zeer degelijke trainers, die door de jeugd gekend, vertrouwd en gerespecteerd worden, besluit onze gesprekspartner. Het is een redenering die steek houdt. Bovendien heeft men niet te klagen van resultaten in de jeugdreeksen. Zo wonnen de miniemen drie jaar geleden nog de beker Van Looy, meteen een aanleiding voor deze knaapjes om het in die beker, vanwege alles bereikt, voor bekeken te houden en zich op de competitie te storten.
In tegenstelling tot veel andere clubs, organiseert VV Leest geen jeugdtornooien. Mechelen is al verzadigd van dergelijke tornooien, zeft dhr. Spruyt. Wel is er o.a. het jaarlijks tornooi voor eerste elftallen, of de Volksfeesten, die dit jaar hopelijk van windhozen gespaard zullen blijven. Eveneens een verschil met veel andere clubs, is dat VV geen problemen kent op het vlak van terreinen en/of accomodaties. Het 2de veld is ondertussen zelfs al eigendom van de club geworden !
Het bestuur omvat 12 leden, waaronder de jeugdafgevaardigden, die op de maandelijkse vergaderingen de eventuele problemen van hun ploeg op tafel kunnen werpen. Via deze afgevaardigden hebben ook de trainers hun zegje in het bestuur. Met betrekking tot de coördinatie tussen de trainingen van de verschillende ploegen, beleggen de trainers onderling soms ook vergaderingen, waarvan het bestuur dan verslagjes krijgt.
Vanaf de leeftijd van kadet tenslotte houden de trainers van elke speler een fiche bij, waarop gegevens genoteerd staan m.b.t. prestaties, mentaliteit op en rond het veld, enz.
Drie juniors zijn momenteel vaste keus in het eerste elftal. Nu pas valt er dus een begin van doorstroming waar te nemen, logisch als we weten dat de club nog maar vanaf 1974 met jeugd bezig is, en als we de normale doorstromingscyclus in acht nemen. Bovendien is, vanwege het hogere spelpeil, de stap van juniors naar eerste ploeg veel groter in 2de provinciale dan dat bv. In 4de het geval is. Toch hoopt VV Leest de doorstroming geleidelijk aan te verbeteren en op punt te stellen. Verder verkiest VV de huidige gang van zaken, te weten het behoorlijk meedraaien in 2de, boven een staartpositie in 1ste provinciale. Het is een wens die blijkt geeft van realiteitszin, niet in het minst met het oog op de publieke belangstelling.
Tot slot doet dhr. Spruyt langs deze weg een oproep tot de ouders om méér naar de wedstrijden van hun kinderen te komen kijken en vraagt hij ons ook nog om de damesploegen van VV die eigenlijk ook jeugd zijn, ééns in de schijnwerper te zetten. Dat doen we natuurlijk graag ! VV Leest is inderdaad, naast gemeentegenoot SK, de enige club in het Mechelse, die met een damesploeg in competitie uitkomt in de al evenzeer enige provinciale reeks, die Antwerpen rijk is. Ofschoon eigenlijke jeugdcompetitie bij de dames niet bestaat, kunnen we de meisjes van VV toch als jeugd beschouwen, vermits zij in leeftijd variëren van 15 tot 18 jaar. De voetbalbond bepaalt trouwens dat er pas vanaf 15 jaar in competitie mag gestart worden. VV Leest heeft in totaal zo’n 25 dames, die verdeeld zijn over 2 ploegen, één voor de competitie en één die nog te jong is en zich dus dient te beperken tot vriendschappelijke wedstrijden. Op aanvraag van de dames zelf, is de club er mee begonnen in 1982 maar dit is slechts het 1e jaar competitie. Nu nog komen er geregeld meisjes bij, die voor 95% uit Leest zelf afkomstig zijn. Er wordt 1 x per week getraind en naar verluidt zou het niveau van de trainingen overeenstemmen met dat wat de scholieren te verwerken krijgen.
Ons jeugdig voetbaltalent, waarom zou die titel ook niet voor meisjes kunnen opgaan ?”
(Sven Hendrickx)
Foto’s :
-Emiel Spruyt (°Hombeek 22/9/1938, +Leest 29/9/1999) was een schoonbroer van Gust Emmeregs.
-De juniorsploeg van V.V. Leest.



































