
Vervolg : de Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45
Onderstaande achtergrondinformatie verduidelijkt de context van de verplichte tewerkstelling waar onze vader mee te maken kreeg.
Verplichte tewerkstelling Bron: Mysteries van Vlaanderen: 310.000 Belgen verplicht tewerkgesteld in WO II | VRT NWS Nieuws
De verplichte tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft vaak onderbelicht en toch gaat het over heel wat mensen. Uit België alleen al zijn er 310.000 mensen door de Duitsers naar Duitsland gestuurd om daar te werken. Dat was het hoogste aantal en deed zich voor in 1943, schrijft Dirk Luyten, onderzoeker bij het Rijksarchief Cegesoma . Ze werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Het gaat vooral om mannen tussen 18 en 50 jaar en ongehuwde vrouwen tussen 21 en 35 jaar. Natuurlijk waren er uitzonderingen : wie in sectoren werkte in België, die voor de Duitse oorlogseconomie van groot belang waren, zoals steenkoolmijnen, ontsnapte aan de deportatie. Ook vrouwen werden in principe vanaf 1943 niet meer naar Duitsland gestuurd. Dit kwam omdat er veel protest was vanuit de katholieke kringen omwille van de bedreiging van de morele integriteit.
Wat is verplichte tewerkstelling? De eerste verplichte tewerkstelling kwam er in maart 1942. Eerst werden de mensen verplicht tewerkgesteld in België en Noord-Frankrijk. Vanaf oktober 1942 kwam Duitsland erbij. "Ze hadden meer soldaten nodig om op de verschillende fronten te gaan vechten waardoor er een tekort aan arbeidskrachten kwam" zegt Dirk Luyten van het Rijksarchief Cegesoma." Je werd gekozen door een soort jaarklassenactie. Wie in een bepaald jaar was geboren, werd opgeroepen. Dit werd gedaan om grote groepen te kunnen bereiken. Het valt te vergelijken met de vroegere verplichte legerdienst."
Soorten tewerkstelling : Er waren twee situaties, zegt Luyten. "Je had tewerkgestelden die in een wapenfabriek werkten en in barakken woonden. Je kon dit vergelijken met een soort kazerneregime." Aan de andere kant kon je werken in een landbouwbedrijf en dan logeerde je bij een familie. Die mensen hadden geluk, zegt Luyten. Volgens Luyten was het bij de wapenfabriek in de barakken een half vrij regime. Men kon op stap gaan, maar het was niet zonder risico, want de geallieerden wilden vooral de wapenfabriek bombarderen. De barakken lagen niet ver van de fabriek waardoor er een groot risico was om gewond te raken of om te komen. Jo Peeters van het Huis van het Belgisch-Franse verzet voegt eraan toe dat in 1944 de fabrieken de opdracht kregen hun arbeiders als levend schild te gebruiken tegen de bombardementen.
Mishandelingen? Luyten gaat er niet van uit dat de arbeiders mishandeld werden. Verplichte tewerkgestelden werden normaal betaald en ze waren onderworpen aan de toenmalige Duitse sociale zekerheid. Maar toch was het oppassen geblazen: “We mogen niet vergeten dat je in nazi-Duitsland zit. Men probeerde zoveel mogelijk te produceren. Wie zich niet aan de regels hield, werd gesanctioneerd en naar een strafcompagnie gestuurd. Daar werd je zeker niet goed behandeld.”
Soms ook vrijwillig : Verplicht tewerkgestelden mochten aanspraak maken op een statuut en een tegemoetkoming van de Belgische Staat. Maar er waren ook mensen die vrijwillig voor de Duitsers gingen werken. "De mensen die vrijwillig zijn gaan werken in Duitsland voor de invoering van de verplichte tewerkstelling waren dus theoretisch strafbaar. Deze mensen kunnen dan ook geen aanspraak maken op een tegemoetkoming. Verplichte tewerkstelling wordt niet gezien als collaboratie", zegt Luyten.
Maschinenfabrik Buckau R. Wolf (Wikipedia) In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden er wapens geproduceerd in de fabriek. Al in 1937 steeg de verkoop van wapenbestellingen aanzienlijk. Aanvankelijk lag de focus op de Otto Gruson-fabriek in Buckau. Voor de Kriegsmarine werden hier ankers, tandwielkoppelingen, tandwielen en wielstellen geproduceerd. Tussen 1936 en 1944 werd het 7,5 cm Mountain Gun 36 (foto) geproduceerd. Veldkeukens, onderdelen voor torpedo's en onderzeeërs werden gebouwd. Na het begin van de oorlog werden veldhouwitsers en het 8,8 cm kanon gebouwd voor de Tiger-tank. (foto) Van 1944 tot 1945 werd de 8 cm antitanklanceerder 600 geproduceerd voor de Wehrmacht, maar slechts in kleine aantallen vanwege het naderende einde van de oorlog. De behoefte aan mankracht was sterk toegenomen door de bewapeningsorders, maar tegelijkertijd werden veel werknemers opgeroepen voor militaire dienst. Daartoe behoorde Eugen Keidel, die in 1944 werd opgeroepen en later burgemeester van Freiburg im Breisgau werd, die sinds 1938 in de fabriek werkte en destijds een leidende positie bekleedde. In de beginjaren was het nog mogelijk om gekwalificeerde vakbekwame arbeiders uit andere delen van Duitsland en het gedwongen geannexeerde Oostenrijk te werven. Daarna werden vakbekwame arbeiders uit de door Duitsland tijdens de oorlog bezette landen in West- en Zuidoost-Europa gedwongen dienstplichtig te worden. Zij werden primitief ondergebracht in accommodaties aan de Fermersleber Mertensstraße 16, in de zaal van het Gesellschaftshaus Stiller in Alt Fermersleben 32, Blumenstraße in Salbke en Feldstraße in Buckau. Het kamp aan de Mertensstraße 16 was bedoeld voor 400 mensen. Bouwmaterialen voor dit kamp werden geleverd op 20 december 1943. Sommige kampen werden gerund door kampleiders. De nationaalsocialistische Blei is benoemd tot kampinspecteur voor Buckau . In 1940 en 1941 kwamen de meeste van deze arbeiders uit Frankrijk en de zogenaamde protectoraten. Later moesten krijgsgevangenen en dwangarbeiders werken in Buckau-Wolf, waaronder mensen uit het dwangarbeiderskamp Diana in Westerhüsen. Op het adres Am Hopfengarten 8, het huidige Friedrich-List-Straße, was er een werkkamp voor Russische krijgsgevangenen. Veel van de dwangarbeiders stierven door de slechte arbeids- en leefomstandigheden. Het United Nations Field Memorial in Westerhüsen herdenkt hun lot. De werktijd van de buitenlandse, maar ook van de Duitse arbeiders bedroeg 60 werkuren per week. Er werd een catalogus van straffen uitgegeven voor de zogenaamde volgelingen, waarin straffen voor overtredingen van de arbeidsdiscipline werden vastgelegd. In juli 1944 werkten er 5827 mensen bij de moederbedrijven van het bedrijf. Hiervan waren er 1442 krijgsgevangenen en 967 buitenlandse dwangarbeiders. De daadwerkelijke vaste beroepsbevolking bestond uit slechts 2329 mannen. 597 Duitse vrouwen, 295 Duitse dienstplichtigen en 197 leerlingen werden in dienst genomen. Het bedrijf gaf aanklachten uit waarin vermeende of daadwerkelijke overtredingen van de nazi-staatsregels werden veroordeeld. Zo werden van januari tot april 1943 14 arbeiders gemeld. In 1944 werden zij veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, Acht van hen zouden in de gevangenis overlijden. Na het einde van de nationaalsocialistische tirannie werden twee mannen beschuldigd door informanten. Tussen 1947 en 1949 werd een van de verdachten veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf in rechtszaken bij de Magdeburg Landrechtbank en de Hogere Landrechtbank Halle. De andere verdachte werd vrijgesproken. Er waren speciale luchtafweermaatregelen voor de fabriek. Zo stond ten westen van de Alt-Fermersleben-weg, ongeveer tegenover de kruising met de Sophienstraße, op het bedrijfsterrein, minstens vanaf 1941 en waarschijnlijk alleen tot 1943, het IV lichte luchtafweerpeloton 5/124. Desondanks liep de fabriek zware schade op door luchtaanvallen. In 1944/1945 werd er een grote overkapping gebouwd. Het bedrijf kon de schade veroorzaakt door de luchtaanvallen laten compenseren door het War Property Damage Office . Een laatste betaling van 3 miljoen Reichsmark werd gedaan op 21 februari 1945. In totaal had Buckau-Wolf betalingen van 8 miljoen Reichsmark ontvangen. Er ontstond uitgebreide schade tijdens de zware luchtaanval op Magdeburg op 16 januari 1945. De grote draai-afdeling in Buckau moest haar werk staken. Ter voorbereiding op de opmars van Amerikaanse troepen op Magdeburg werd er een antitankbarrière geplaatst voor de fabriek in Buckau van omgevallen trams en prikkeldraad . Voor de toenmalige Salzstraße en het tramdepot had de Reichsarbeidsdienst twee stuks 8,8 mm luchtafweergeschut opgesteld . Op 12 april 1945 bereikten Amerikaanse troepen uit het westen Salbke en bezetten de fabriek aldaar. De krijgsgevangenen werden bevrijd, hun bewakers, als ze nog niet waren ontsnapt, werden gevangen genomen. De medewerkers die nog in de fabriek waren, werden naar huis gestuurd. Tijdens de gevechten veroorzaakte Amerikaans artillerievuur grote schade aan de faciliteiten van de fabrieken. In de vroege ochtend van 14 april vond een bombardementsaanval door de Duitse Luftwaffe plaats. De aanval trof de Otto Gruson-fabriek in Buckau en vooral de Salbker-fabriek en veroorzaakte ernstige schade. Op de avond van diezelfde dag bliezen Duitse troepen een munitietrein op met 17 wagens die bij het rangeerterrein stonden. Er waren hevige explosies, die ook schade veroorzaakten. Ongeveer 70% van de fabriek in Salbke werd vernietigd. Het gevecht ging door. Aan Duitse zijde werden ook tanks ingezet. De Amerikaanse tanks moesten Salbke op 17 april evacueren en trokken zich terug naar station Magdeburg Südost in Westerhüsen. Van 10:30 tot 17:00 uur werden zware luchtaanvallen op Magdeburg uitgevoerd en artillerievuur uitgevoerd. Een bom trof de ingang van de luchtschuilkelder van de fabriek in Buckau, waarbij drie medewerkers van de fabriek omkwamen. Op de avond van 17 april rukten de Amerikaanse troepen opnieuw op en bereikten de fabriek in Buckau. De mensen die nog in de bunker van de fabriek in Buckau waren, mochten deze vervolgens op 18 april verlaten.
Na zijn thuiskomst in mei 1945 heeft onze vader over de oorlogsjaren vrijwel nooit gesproken. Pas veel later begreep ik dat dit zwijgen geen vergetelheid was, maar een manier om verder te kunnen leven. De oorlog had diepe sporen nagelaten, die zich soms alleen ’s nachts toonden, in nachtmerries die hem tot op hoge leeftijd zijn blijven achtervolgen. Wat hij zelf niet heeft verteld, heb ik zoveel mogelijk proberen te reconstrueren aan de hand van archiefstukken en officiële documenten. Niet om het verleden te herbeleven, maar om het vast te leggen zolang het nog kan. Deze tekst is dan ook geen volledig verhaal, maar een tijdslijn van feiten, aangevuld met wat binnen de familie is overgeleverd. Voor ons is dit een manier om zijn ervaringen een plaats te geven en ze niet verloren te laten gaan. Voor volgende generaties hoop ik dat dit document helpt om te begrijpen hoe ingrijpend deze jaren zijn geweest voor wie ze heeft moeten meemaken, vaak in stilte en zonder erkenning.
Opgesteld door mij en mijn zus, ter herinnering, Maria en Jos.
Foto’s :
-Indrukwekkend de terugkeer van Amerikaanse Martin B-26 Marauders bommenwerpers, op 1 mei 1944, naar Engeland nadat ze een missie beëindigd hadden. Voor andere missies boven Duitsland werden nog zwaardere RAF-Lancasters en Amerikaanse B-17 en B-24 gebruikt. Rechts onderaan een blik op Leest en de Zenne.
-In Buckau werd o.a. de 7,5 Mountain Gun 36 geproduceerd.
-Een Tiger tank met een 8,8 cm kanon.
-Eduard en Melanie met hun kinderen Jos en Maria.





















































































