Ben een paar dagen bezig geweest met foto´s maken en sorteren,wilde er een slideshow van maken ,waar bij ik veel hulp heb gekregen van Ingrid van villa kakelbont,vanmiddag een mooie show er van gemaakt ,maar helaas zegt het blog,ik zie geen bericht. Foutje kijken hoe we dat weer oplossen.
Water vergaren. Een shaduf is een simpel mechanisme dat al in de 6 de eeuw in Spanje werd geïntroduceerd. Het is een hefboom die bestaat uit een lange houten balk die is bevestigd op een korte horizontale balk. Aan de korte achterzijde van de hefboom hangt een tegengewicht(rotsblok) en aan de lange voorzijde is een touw met een emmer. Door het loslaten van het tegengewicht zakt de emmer in een dieper gelegen waterbron en haalt het water naar de oppervlakte. De schroef van Archimedes. Het apparaat is niet door Archimedes uitgevonden,maar hij was de eerste die het documenteerde. Een grote houten schroef werd aangebracht in een cilinder.Zodra de schroef draaide,haalde het schroefdraad uit een dieper gelegen bron water omhoog naar een sluis. Noria Watermolens,overal waar snel stromend water was werden norias gebouwd. De watermolens werden in beweging gebracht door de kracht van het water dat tegen houten bladen aan het rad stroomde.Aan een ander verticaal rad waren emmers bevestigd die het water opschepten en leeg storten in een reservoir. Sagiya Deze werden aangedreven door ezels of paarden. Het mechanisme bestond uit twee haaks op elkaar staande houten tandraderen. Het verticale rad was boven de bron gemonteerd en dreef het horizontale aan, waar potten van aardewerk met touw aan waren bevestigd. Wanneer het dier zijn rondje liep kwamen de raderen in beweging zodat de potten zich met water vulden.
In de 8 eeuwen dat de Moren is Spanje vertoefden,hebben ze vernuftige irrigatiesystemen aangelegd. Overal in het Andalusische landschap vinden we nog sporen van de Moorse irrigatiesystemen. De Moorse waterspecialisten legden in heel Andalucië ondergrondse kanalen en aquaducten aan,bouwden fonteinen en waterbasins. Dankzij deze watertechnieken konden nieuwe tropische en subtropische gewassen ,zoals artisjokken,avocado´s, saffraan.sesamzaad en citrusvruchten wortel schieten in Andalucië, De Moren waren ook meesters in het verkrijgen van nieuwe variëteiten van bestaande mediterrane gewassen ,zoals verschillende soorten olijfbomen,dadelpalmen en vijgen bomen. In Granada bij het Alhambra zie je nog,waterreservoirs,bronnen en tunnels. In Nerja staat nog een aquaduct. In Córdoba op het dak van de Mezquita ligt een ingewikkeld raster van goten,pijpen en mini aquaducten om het schaarse regenwater op te vangen en naar grote waterresevoirs beneden onder de patio te geleiden.
Palmen snoeier Palmen snoeien is een erg zwaar,gevaarlijk en fysiek beroep. Soms hangt een snoeier wel vier uur hoog in de kruin van een palmboom,wel beveiligd door een rotsklimmer lijkende uitrusting. Hij verwijdert insecten die de palmen kunnen aantasten en redt vogels uit nesten. Een verkeerde beweging kan de palm definitief beschadigen. Alleen volledig verdroogde bladeren mogen worden verwijderd. een keer per jaar moet een palm gesnoeid worden. Van bovenaf gezien ,groeien de bladeren uit de stam cirkelsgewijs en volgen de wijzers van de klok. De snoeier moet rekening houden met de groeirichting van de vezel die de groei van de hele boom ondersteunt. Meestal gebeurt het snoeien in de zomer maar met het zachte klimaat van Andalucië kan het ,het hele jaar door. Bij de vrouwelijke palm worden soms de dadels weggehaald voor meer energie om te groeien. Wereldwijd leven 2800 soorten palmbomen.Van de 60 levende palmsoorten in Spanje wordt de enige autochtone palm,palmito genoemd (Chamacropshumilis) De kleine soort vind je overal in de campo in Zuid Spanje. Veel van de andere soorten zijn te zien in de tuinen van Finca la Concepción bij Malaga
In het voorjaar en in de zomer zijn er verschillende boten die met belangstellenden gaan vissen op tonijn. Volgens kenners is de baai van Malaga de beste plek. Elk jaar vanaf maart zwemmen de tonijnen door de straat van Gibraltar de Middelandse zee binnen om kuit te schieten. Lukt het de sportvissers om tonijn te vangen mogen ze deze niet verkopen ,wel zelf opeten. De sportvissers vangen vooral de gewone tonijn (Thunnus thynnus ) ook wel blauwvin tonijn of rode tonijn genoemd. Dit is de grootste tonijn ,hij kan 4,5 meter lang worden met een gewicht van 800 kilo. In de zomermaanden leeft deze tonijn vlakbij de kust in ondiep water. Scholen tonijnen worden dikwijls door dolfijnen en meeuwen gevolgd,zo wordt hun aanwezigheid opgemerkt en bij westenwind komen ze naar de oppervlakte. Tonijn wordt gevangen met aas van goedkope vis,visafval of levende visjes. Zodra de tonijnen op de boot afkomen moet je goed naar de stroming kijken.Gaat de stroming met de wind mee dan vist men als de boot voor anker ligt,gaat hij tegen de wind in wordt er varend gevist. Ieder jaar worden er voor de sportvissers toernooien georganiseerd.Vissers uit heel Spanje en soms zelfs uit het buitenland strijden om de langste en zwaarste vis. Het toernooi in Benalmádena is het belangrijkste met meer dan 100 deelnemers.
Eindelijk na tien weken hebben wij onze wandeling weer kunnen maken van 15 km. Alleen ging het deze keer in een wat lager tempo,Coen moest nog even wennen en met een temperatuur van 38 graden ga je niet zo snel. Ook wat meer waterstops gehouden. Maar het was wel erg gezellig,stranden lagen vol (voor ons idee dan,want er blijft nog plaats genoeg over). Wij hadden alleen wel medelijden met de sardines mannen die ze op open vuur moesten klaarmaken.Wat een hitte voor die mensen.