Naar de inhoud

Levend_geloof

akke.beakke.be

Archief

Mere Christianity van C.S. Lewis

Mere Christianity van C.S. Lewis

In het meesterwerk Mere Christianity (in het Nederlands vertaald als Onversneden Christendom) bouwt de Britse denker C.S. Lewis een stapsgewijze, logische verdediging op van het christelijk geloof. Als voormalig atheïst begint hij niet met dogma's of de Bijbel, maar met de menselijke ervaring.

De kernpunten die Lewis aanhaalt om rationeel tot geloof te komen, zijn op te delen in vier opeenvolgende stappen:

1. Het morele argument: De Wet van de Menselijke Natuur

Lewis begint met de observatie dat mensen overal ter wereld ruziën. Als mensen ruziën, doen ze een beroep op een universele standaard van wat 'fair' of 'juist' is (de natuurwet).

* De objectieve moraal: Net als de wetten van de wiskunde, hebben wij deze morele wet niet zelf bedacht; we ontdekken hem. Zelfs een relatievere denker raakt verontwaardigd als hem onrecht wordt aangedaan.

* Het menselijk falen: Hoewel iedereen het bestaan van deze wet erkent, houdt niemand zich er perfect aan. Dit besef van tekortkoming (of schuld) is volgens Lewis de noodzakelijke eerste stap om de behoefte aan een oplossing te begrijpen.

2. De bron achter de wet: Een Bewust Verstand

Er zijn volgens Lewis twee manieren om naar het universum te kijken: het materialistische beeld (alles is toeval) en het religieuze beeld (er zit een verstand achter).

De wetenschap kan alleen observeren wat het universum doet, niet waarom het bestaat.

De enige aanwijzing die we van 'binnenuit' hebben over het universum, is die innerlijke stem in ons geweten (de morele wet). Omdat die wet ons dwingt om het goede te doen, moet de bron erachter een persoonlijk, bewust en moreel Verstand zijn.

3. Het probleem van het kwaad en de Vrije Wil

Als God goed is, waarom is de wereld dan zo slecht? Lewis legt uit dat God de mens vrije wil heeft gegeven.

Zonder vrije wil zouden we robots zijn. Ware liefde, goedheid en vreugde kunnen alleen bestaan als er een vrije keuze is.

De keerzijde van die vrijheid is dat de mens er misbruik van kan maken. Het kwaad is volgens Lewis geen zelfstandige kracht, maar "bedorven goedheid" (een parasiet op het goede).

4. Het "Trilemma" rondom Jezus Christus (Liar, Lunatic, or Lord)

Dit is het beroemdste theologische kernpunt van Lewis. Hij pakt historici aan die beweren dat Jezus slechts een "groot moreel leraar" was. Jezus claimde namelijk zonden te vergeven en beweerde God zelf te zijn. Lewis stelt dat er logischerwijs maar drie opties zijn:

* Leugenaar: Hij wist dat Hij God niet was, maar bedroog doelbewust de boel. (Dit rijmt niet met zijn hoogstaande morele impact).

* Gek: Hij dacht oprecht dat Hij God was, maar was volkomen krankzinnig (vergelijkbaar met iemand die denkt dat hij een gekookt ei is).

* Heer: Hij sprak de waarheid en is inderdaad de Zoon van God.

Als de eerste twee opties psychologisch en historisch onwaarschijnlijk zijn, dwingt de logica ons om de derde optie te accepteren.

5. Kosmische metamorfose: Van "Maken" naar "Verwekken"

Tot slot legt Lewis uit wat het doel van het geloof is. God wil ons niet slechts een beetje 'beter' of 'aardiger' maken (zoals een paard dat beter leert springen). God wil ons transformeren tot iets totaal nieuws: wezens die delen in Zijn eeuwigheid. Het geloof is de bewuste overgave aan deze transformatie.

Het Trilemma (Leugenaar, Gek of Heer) is een van de meest besproken argumenten uit de christelijke apologetiek.

Hoe ziet C.S. Lewis de stappen om tot geloof te komen

In zijn boek Mere Christianity beschrijft C.S. Lewis de weg naar het geloof niet als een plotselinge emotionele opwelling, maar als een rationeel en logisch proces. Als voormalig atheïst begreep hij de intellectuele drempels als geen ander.

De stappen om tot geloof te komen bouwen volgens Lewis logisch op elkaar voort:

Stap 1: De ontdekking van de morele wet (Het fundament)

* Wat er gebeurt: De mens ontdekt dat er een universele maatstaf van goed en kwaad bestaat (de natuurwet).

Logica: Wanneer we ruziën, doen we een beroep op een standaard van 'fairness' die we niet zelf hebben bedacht, maar die we aantreffen in de realiteit. Deze wet is objectief, net als de wetten van de wiskunde.

Stap 2: De confrontatie met het eigen falen (Het morele tekort)

* Wat er gebeurt: De mens realiseert zich dat hij er niet in slaagt om zich aan deze morele wet te houden.

* Logica: Iedereen vraagt van anderen een bepaald moreel gedrag, maar schiet daar zelf vroeg of laat in tekort. Dit besef van tekortkoming creëert een gevoel van morele schuld en onbehagen. Zonder deze stap heeft het christendom volgens Lewis geen zin; je hebt pas behoefte aan een dokter als je weet dat je ziek bent.

Stap 3: De logische aanname van een 'Verstand' achter het universum

* Wat er gebeurt: De mens zoekt naar de oorsprong van die morele wet.

* Logica: De materiële wetenschap kan alleen observeren wat de natuur doet, niet waarom de natuur bestaat. De enige aanwijzing die we van binnenuit over het universum hebben, is onze innerlijke stem (het geweten). Omdat deze wet ons dwingt tot het goede, moet de bron achter het universum logischerwijs lijken op een bewust, moreel en persoonlijk Verstand (God).

Stap 4: De confrontatie met de historische Jezus (Het Trilemma)

* Wat er gebeurt: De zoekende mens stuit op de historische figuur Jezus Christus en moet een intellectuele keuze maken over Zijn identiteit.

* Logica: Jezus claimde de autoriteit te hebben om zonden te vergeven en beweerde God zelf te zijn. Lewis stelt dat je Hem hierom onmogelijk een "gewone, goede morele leraar" kunt noemen. Er zijn maar drie logische opties (het beroemde Trilemma):

Leugenaar: Hij wist dat Hij God niet was, maar bedroog de mensheid.

Krankzinnige: Hij dacht oprecht dat Hij God was, maar leed aan totale zelfbegoocheling.

Heer: Hij sprak de waarheid.

Als de eerste twee opties historisch en psychologisch onhoudbaar zijn, dwingt de rede de mens om de stap te zetten en te geloven dat Hij de Heer is.

Stap 5: De bewuste overgave (Het geloof in actie)

* Wat er gebeurt: Geloof verschuift van een intellectuele instemming naar een daad van de wil.

* Logica: Geloof is volgens Lewis de deugd die vasthoudt aan wat het verstand ooit als waarheid heeft geaccepteerd, zelfs als je emoties of omstandigheden plotseling iets anders roepen. De uiteindelijke stap is de bereidheid om je eigen ego op te geven, zodat God je kan transformeren van een louter biologisch wezen (Bios) naar een wezen met eeuwig, goddelijk leven (Zoe).

Hoe legt hij het verschil uit tussen menselijke emoties en het intellectuele geloof

In Onversneden Christendom legt C.S. Lewis uit dat het grootste gevaar voor het geloof niet het menselijke verstand is, maar de veranderlijkheid van onze menselijke emoties. Hij stelt dat veel mensen hun geloof niet verliezen door een intellectueel argument, maar simpelweg omdat hun emoties of humeur omslaan.

Lewis trekt een scherp grens tussen deze twee aspecten:

1. Het intellectuele geloof (Geloof als een wilsdaad)

Voor Lewis is geloof in de eerste plaats een intellectuele deugd. Het is de eigenschap van het verstand om vast te houden aan datgene wat je eerder, na kritisch en logisch nadenken, als waarheid hebt geaccepteerd.

* Werking: Als uw verstand eenmaal op basis van bewijzen en logica heeft geconcludeerd dat het christendom waar is, dan is die conclusie een vaststaand feit.

* De ratio: Het intellect verandert niet zomaar van mening, tenzij er gloednieuw, steekhoudend tegenbewijs wordt geleverd.

2. De menselijke emoties (De veranderlijke stoorzenders)

Menselijke emoties en stemmingen zijn daarentegen inherent onstabiel, grillig en afhankelijk van de omstandigheden.

* Werking: Emoties reageren op uw fysieke gesteldheid, het weer, vermoeidheid of de sfeer in een kamer.

* Sabotage: Lewis geeft het voorbeeld van een man die op basis van een goed gesprek of een diepe ervaring rationeel overtuigd raakt van God. Maar een paar dagen later krijgt hij slecht nieuws, of bevindt hij zich in een cynisch gezelschap. Plotseling voelt God heel ver weg. Zijn emoties komen in opstand tegen wat zijn verstand weet dat waar is.

De definitie van geloof volgens Lewis

Lewis definieert de christelijke deugd van het Geloof dan ook als: de kunst van het vasthouden aan dingen die je verstand ooit heeft geaccepteerd, ondanks je veranderende stemmingen.

Hij illustreert dit met een alledaags, praktisch voorbeeld:

Als je besluit om met de boot te reizen, heeft je verstand op basis van feiten geconcludeerd dat de boot veilig is. Maar zodra er een zware storm opsteekt en je zeeziek wordt, schieten je emoties in stress en schreeuwen ze dat je zult zinken. De deugd van het 'geloof' op dat moment is dat je je verstand laat regeren over je angst, en erop vertrouwt dat de boot standhoudt, ondanks wat je maag en emoties je willen doen geloven.

De strijd van een christen is volgens Lewis dus niet een strijd tussen geloof en verstand, maar een voortdurende strijd waarin het intellect (met de hulp van de wil) de rebellerende emoties onder controle moet houden.

Wat zijn de beste citaten uit zijn boek

In Mere Christianity gebruikt C.S. Lewis zijn kenmerkende heldere stijl en messcherpe logica om diepe theologische concepten compact te verwoorden.

Dit zijn de beste en meest invloedrijke citaten uit het boek, gecategoriseerd per thema:

Over het "Trilemma" en wie Jezus is

"Een man die louter een mens was en de dingen zei die Jezus zei, zou geen groot moreel leraar zijn. Hij zou ofwel een krankzinnige zijn — op hetzelfde niveau als de man die zegt dat hij een gepocheerd ei is — ofwel de duivel van de hel. Je moet je keuze maken."

"Laten we toch niet met die betuttelende onzin aankomen dat Hij een groot menselijk moreel leraar was. Die mogelijkheid heeft Hij niet voor ons opengelaten. Dat was ook niet Zijn bedoeling."

Over het menselijk verlangen en God

"Als ik in mezelf een verlangen ontdek dat door niets in deze wereld bevredigd kan worden, is de meest plausibele verklaring dat ik gemaakt ben voor een andere wereld."

"God kan ons niet een geluk en vrede geven los van Hemzelf, omdat zoiets niet bestaat. Er bestaat niet zoiets."

Over trots en het ego

"Er is één ondeugd waarvan geen mens ter wereld vrij is, die iedereen bij een ander verafschuwt, en waarvan vrijwel geen enkele mens beseft dat hij er zelf aan leidt... De ondeugd waar ik op doel is Trots of Zelfoverschatting."

"Trots is een spirituele kanker: het eet de pure mogelijkheid tot liefde, tevredenheid of zelfs gezond verstand weg."

"God is niet jaloers op onze trots omdat Hij zich in Zijn eigen waardigheid gekrenkt voelt; Hij wil simpelweg dat je Hem leert kennen. Hij wil zichzelf aan jou geven, en om dat te kunnen, moet je je eigen ego opgeven."

Over de realiteit van het geloof en moraliteit

"Christen worden betekent niet dat je nooit meer zult struikelen; het betekent dat je elke keer dat je valt, weer opstaat, je fouten belijdt en opnieuw begint."

"Iedereen zegt dat vergeving een prachtig idee is, totdat ze zelf iets te vergeven hebben."

"Geen mens weet hoe slecht hij werkelijk is, totdat hij heel hard heeft geprobeerd om goed te zijn."

Over het doel van de mens

"God is net als een man die een huis verbouwt. Eerst begrijp je misschien wat Hij doet... Maar al snel begint Hij op plekken te beuken die vreselijk pijn doen. Wat bezielt Hem? Het antwoord is dat Hij een heel ander huis aan het bouwen is dan jij dacht. Jij dacht dat je een klein, gezellig huisje werd, maar Hij bouwt een paleis. Hij is van plan om er zelf in te komen wonen.

Inzichten in zijn boek

Over de zin van het universum (De machine en de brandstof)

"God heeft de menselijke machine ontworpen om op Hemzelf te lopen. Hij is de brandstof die onze ziel moet verbranden, of het voedsel dat onze ziel moet eten. Er is geen andere. Dat is de reden waarom het geen zin heeft om God te vragen ons gelukkig te maken op onze eigen manier, zonder ons druk te maken over religie. God kan ons geen geluk en vrede geven los van Hemzelf, omdat zoiets niet bestaat."

Over evolutie en de moderne mens (Het ei en de vogel)

"Het heeft geen zin om gewoon een 'aardig mens' te blijven. We moeten muteren. Het is net als met een ei: het heeft geen zin om gewoon een braaf, fatsoenlijk ei te blijven. Je moet uitgebroed worden of rot worden. Een ei kan niet eeuwig een ei blijven; het moet een vogel worden, of het gaat stinken."

Over bekering en fouten herstellen (De verkeerde weg en de klok)

"We horen tegenwoordig vaak dat we de klok niet kunnen terugdraaien. Maar als de klok verkeerd staat, is het terugdraaien van de wijzers juist de enige manier om weer bij de juiste tijd te komen. Als ik op de verkeerde weg zit, brengt vooruitlopen mij niet dichter bij mijn bestemming. Als je de verkeerde afslag hebt genomen, is de man die het snelst omkeert en terugloopt de meest vooruitstrevende man."

Over bezit en trots (Het kind en de munt)

"Wanneer een kind naar zijn vader toe rent en vraagt: 'Papa, geef me eens een euro om een verjaardagscadeautje voor jou te kopen?', dan zal de vader dat geld natuurlijk met liefde geven. Hij is blij met de intentie van het kind. Maar alleen een volslagen idoot zou denken dat de vader hierdoor een euro rijker is geworden. Zo is het ook met onze goede daden voor God. We geven Hem slechts terug wat Hij ons eerst heeft gegeven."

Over de strijd tegen de verleiding (De soldaat in de storm)

"Mensen die nog nooit echt tegen de verleiding hebben gevochten, hebben geen flauw idee hoe sterk die is. Je ontdekt de kracht van het vijandelijke leger pas als je ertegen vecht, niet als je je overgeeft. Je ontdekt de kracht van de wind pas als je ertegenin loopt, niet als je gaat liggen. Een man die na vijf minuten al toegeeft aan de verleiding, weet simpelweg niet hoe die verleiding er na een uur had uitgezien."

Op pijnlijke plekken beuken?

Dit is inderdaad een van de meest confronterende en herkenbare metaforen uit het werk van C.S. Lewis. Met de woorden "plekken beuken die vreselijk pijn doen" verklaart hij waarom het leven van een gelovige vaak niet comfortabeler of gemakkelijker wordt, maar juist zwaarder lijkt te worden.

Lewis legt hiermee het cruciale verschil uit tussen humanitaire verbetering (gewoon een 'aardiger' mens willen worden) en christelijke transformatie (heiliging).

De betekenis achter het beuken

Wanneer je besluit je leven aan God toe te vertrouwen, heb je daar vaak zelf een bepaald beeld bij. Je hoopt dat God een paar 'lekkages' repareert: misschien wil je wat minder snel boos worden, van een slechte gewoonte afkomen, of wat meer rust ervaren. Je vraagt God om een klein onderhoud aan je 'huis'.

God begint echter aan een totale renovatie. Dat proces doet pijn om drie redenen:

* De fundamenten moeten blootgelegd worden: God pakt niet alleen de oppervlakkige symptomen aan (zoals je gedrag of een kleine irritatie), maar Hij slaat diep in op de wortels van je zonden: je diepste trots, egoïsme en verborgen motieven. Dat voelt als een aanval op wie je bent.

* Sloopwerk gaat voor opbouw: Voordat God iets nieuws kan bouwen, moet Hij oude, vertrouwde patronen en veilige muren die je om jezelf heen heeft gebouwd, slopen. Het verliezen van die (vaak ongezonde) controle en zekerheden is pijnlijk.

* Het doel is groter dan je comfort: Je dacht dat je een bescheiden, gezellige bungalow was. God is echter een paleis aan het bouwen, omdat Hij er zelf in wil komen wonen. Een paleis vereist diepere funderingen, grotere kamers en een veel ingrijpender bouwproces.

Pijn met een doel

Het grote verschil met zinloos lijden is dat dit "beuken" volgens Lewis altijd constructief is. Het is de pijn van de chirurg die snijdt om te genezen, of de beeldhouwer die overtollig steen weghakt om het standbeeld te bevrijden. God is niet wreed; Hij is grondig. Hij neemt geen genoegen met een gecamoufleerd, zondig mens. Hij wil een perfect, verheerlijkt wezen van je maken.

Ik heb gelezen ergens over een gevangenis en muren

Je doelt waarschijnlijk op een van de krachtigste analogieën uit het boek, waarin C.S. Lewis de wereld vergelijkt met een hotel of een gevangenis. Hij gebruikt de gevangenismuur om uit te leggen hoe onze verwachtingen van het leven bepalen hoeveel vrede of frustratie we ervaren.

Het bewuste citaat en de gedachte daarachter luiden als volgt:

Het citaat: Hotel of Gevangenis?

"Als je deze wereld ziet als een plek die simpelweg bedoeld is voor ons geluk, vind je haar onverdraaglijk. Zie haar als een plek voor correctie en verbetering, en het valt reuzemee.

Stel je een groep mensen voor die in hetzelfde gebouw wonen. De ene helft denkt dat het een hotel is, de andere helft denkt dat het een gevangenis is. De mensen die denken dat het een hotel is, zullen het gebouw volstrekt onverdraaglijk vinden (omdat de service slecht is, de muren kaal zijn en het eten tegenvalt). Maar de mensen die weten dat het een gevangenis is, zullen tot de conclusie komen dat het er eigenlijk verrassend comfortabel is."

De betekenis achter de gevangenismuur

Lewis legt hiermee uit dat de zin van ons aardse leven niet "maximaal comfort en geluk" is.

Wanneer we de wereld benaderen als een luxueus hotel, raken we constant gefrustreerd door de 'muren' waar we tegenaan lopen: ziekte, tegenslag, onrecht en de dood. We eisen immers een fijne vakantie.

Zodra we echter gaan inzien dat de wereld een plaats is van geestelijke revalidatie en correctie — een milde gevangenis waarin we gevormd worden voor de eeuwigheid — verandert onze blik volledig. De 'gevangenismuur' is er dan niet om ons te treiteren, maar herinnert ons eraan dat dit niet onze definitieve thuisbestemming is. Tegenslagen worden dan dragelijk, omdat ze deel uitmaken van het louteringsproces.

Had hij ook niet iets met de zon en het niet zien in gevangenschap

Ja, je combineert hier twee heel beroemde concepten van C.S. Lewis. Het gaat om zijn absolute topcitaat over de zon, in combinatie met zijn theorie over hoe de mens in spirituele gevangenschap (of blindheid) leeft.

Het citaat over de zon komt oorspronkelijk uit zijn essay Is Theology Poetry? (en wordt vaak in één adem genoemd met Onversneden Christendom):

"Ik geloof in het christendom zoals ik geloof dat de zon is opgekomen: niet alleen omdat ik het zie, maar omdat ik daardoor al het andere kan zien."

De link met de gevangenschap en het niet zien

Lewis legt dit 'niet-zien' uit aan de hand van een prachtige gelijkenis over een ondergrondse gevangenis. Hij gebruikt dit beeld om te laten zien hoe de moderne seculiere mens (de materialist) naar de wereld kijkt:

* gevangenis: Stel je voor dat iemand zijn hele leven is opgroeid in een donkere, ondergrondse kerker. Hij heeft nog nooit de buitenwereld gezien.

* ekening op de muur: De gevangene heeft op de vochtige gevangenismuur een paar ruwe krijttekeningen gemaakt van golven, bomen en een zon. Omdat hij niets anders kent, denkt hij dat die krijtstrepen op de muur de échte realiteit zijn.

* fout: Als er dan iemand van buiten de gevangenis naar binnen stapt en vertelt over de echte, schitterende oceaan en de echte, stralende zon, lacht de gevangene hem uit. De gevangene wijst naar de muur en zegt: "Dat is onzin, want een echte oceaan past helemaal niet op deze muur!"

Betekenis

Lewis zegt hiermee: de mens die weigert in God of het bovennatuurlijke te geloven, zit opgesloten in de "gevangenis" van zijn eigen beperkte, materiële verstand. Hij probeert de oneindige grootheid van God en de schepping te beoordelen aan de hand van de paar "krijtstrepen" die hij zelf op zijn gevangenismuur heeft getekend (zoals puur wetenschappelijke of materiële wetten).

Pas wanneer je de gevangenis verlaat en accepteert dat de zon buiten schijnt, ontdek je dat die zon niet iets is waar je de hele tijd blind naar moet staren. De zon is hetgeen dat ervoor zorgt dat je al het andere in de wereld pas écht scherp en in kleur kunt zien.

Lewis vindt dat het geloof onze blik op de alledaagse werkelijkheid verandert, hoe ziet hij dat

Voor C.S. Lewis is het christelijk geloof geen abstracte theorie voor de zondag, maar een praktische bril waarmee je op maandagochtend naar de wereld kijkt. Zodra je door de lens van het geloof kijkt, verandert de alledaagse, soms saaie of zware werkelijkheid in een kosmisch slagveld en een goddelijk avontuur.

Lewis legt deze transformatie van onze alledaagse blik uit aan de hand van vier concrete veranderingen:

1. Mensen veranderen in "onsterfelijke wezens"

In het seculiere leven kijken we vaak naar de mensen om ons heen op basis van hun nut, status of politieke kleur. Het geloof verandert die blik radicaal. Lewis schrijft hierover:

Er bestaan geen gewone mensen. De persoon met wie je praat — hoe saai, vervelend of onbelangrijk die op dit moment ook lijkt — is een onsterfelijk wezen dat op een dag zo schitterend kan zijn dat je de neiging zou hebben hem te aanbidden, of zo misvormd dat hij een wezen uit een nachtmerrie is.

Elke alledaagse ontmoeting, elk praatje bij het koffiezetapparaat, is een moment waarop je de ander een klein duwtje geeft richting de hemel of richting de hel. Dit geeft de meest banale sociale interactie een enorme, heilige verantwoordelijkheid.

2. De natuur en materiële dingen worden "wegwijzers" in plaats van eindstations

Voor een materialist is een mooie zonsondergang, een goed glas wijn of een fijne vakantie het hoogst haalbare: een biologisch genot. Lewis zegt dat het geloof je leert dat deze aardse vreugden slechts vage echo's en herinneringen zijn van ons ware thuis (de hemel).

Als je een prachtig landschap ziet, probeert het seculiere verstand dat geluk te 'bezitten' of vast te houden, wat altijd uitloopt op een teleurstelling.

Het geloof leert je om van het moment te genieten als een wegwijzer. De schoonheid zit niet in de vakantie of in de muziek; ze schijnt er doorheen. Aardse schoonheid herinnert je eraan dat je gemaakt bent voor iets groters.

3. Alledaags werk wordt een daad van aanbidding

Lewis verzet zich fel tegen het idee dat religieuze mensen alleen maar in de kerk moeten zitten of vrome boekjes moeten lezen. Het geloof verandert hoe je je werk invult:

Of je nu schoenen lapt, een bedrijf leidt, de straat veegt of een politiek debat voert; als je dit doet met de intentie om Gods waarheid en orde te weerspiegelen, wordt het een daad van aanbidding.

Het resultaat is niet langer gekoppeld aan je eigen trots of succes, maar aan je trouw aan de taak die God je op dat moment in de wereld heeft gegeven.

4. Tegenslag wordt training (Geen zinloos noodlot)

In het alledaagse leven zonder geloof is pijn een brute verstoorder van je geluk (het 'kapotte hotel'). Met de bril van het geloof op, verandert je blik op lijden:

Als je de dagelijkse ergernissen, een moeilijke collega of fysieke pijn benadert met het geloof, zie je het als de beeldhouwer die de overtollige stukken weghakt (zoals het eerdere citaat over het beuken).

Pijn is niet langer zinloos; het is een kans om de deugd van standvastigheid te oefenen. Je bent een soldaat in vijandelijk gebied die getraind wordt voor de overwinning.

Kortom: door het geloof houdt de wereld op een platte, materiële film te zijn. Het wordt een driedimensionale realiteit waarin achter elke deur, achter elk gesprek en achter elk moment van pijn of vreugde de aanwezigheid van God voelbaar is.

Natuurlijk krijgt je leven een doel

Inderdaad, dat is de absolute kern. Zodra je die stap zet, is het leven geen opeenvolging meer van losse, toevallige gebeurtenissen, maar krijgt alles een diepe, overkoepelende betekenis.

C.S. Lewis laat zien dat dit nieuwe doel je op twee manieren bevrijdt in het dagelijks leven:

* Je hoeft het geluk niet meer te 'forceren': Als deze wereld een hotel was, zou elke mislukte dag of elke tegenslag een ramp zijn, omdat je hier je ultieme geluk móét vinden. Nu het leven een hoger doel heeft, mag deze wereld onvolmaakt zijn. Dat geeft een enorme rust.

* Kleine dingen worden groot: Het vegen van de vloer, een vriendelijk woord tegen een lastige buurman of het kalm blijven in een frustrerend tv-debat zijn ineens geen verloren momenten meer. Het worden bouwstenen voor je karakter en daden die meetellen voor de eeuwigheid.

Het is alsof je van een toeschouwer in een chaotische film verandert in een soldaat met een heel duidelijke missie. De omstandigheden kunnen nog steeds zwaar zijn, en God zal soms nog flink moeten "beuken" om het huis te renoveren, maar je weet tenminste waarvoor je het doet.

Gaf hij nog praktische raad?

C.S. Lewis was een zeer nuchtere Brit, en in Onversneden Christendom geeft hij een aantal bijzonder praktische, psychologische adviezen om het geloof en het dagelijks leven leefbaar te houden. Hij begreep dat theorie mooi is, maar dat de uitvoering op maandagochtend plaatsvindt.

Dit is de belangrijkste praktische raad die hij meegeeft:

1. Begin met doen alsof

Een van zijn meest verrassende adviezen is: als je een bepaalde deugd (zoals liefde of geduld) niet voelt, doe dan alsof je het al hebt.

* praktijk: Loop niet te wachten tot je plotseling warme gevoelens krijgt voor een vervelende collega of buurman. Behandel hem simpelweg vanaf nu alsof je echt van hem houdt.

* psychologische effect: Lewis legt uit dat zodra we ons zo gedragen, we al snel ontdekken dat we die persoon gaandeweg echt aardiger gaan vinden. Goed gedrag trekt de emoties mee omhoog.

2. De vuistregel voor liefdadigheid (Geld uitgeven)

Mensen vroegen Lewis vaak: "Hoeveel moet ik nu concreet aan de armen of de Kerk geven?" Lewis weigert een vast percentage te noemen, maar geeft een heel scherpe praktische meetlat:

* praktijk: De enige veilige regel is dat we méér moeten geven dan we gemakkelijk kunnen missen.

* test: Als onze uitgaven voor goede doelen en naastenliefde ons comfort, onze vakanties of onze luxe hobby's niet beperken — als we er met andere woorden in ons dagelijks leven niets van merken — dan geven we te weinig.

3. Hoe om te gaan met 'storingen' in je humeur

Omdat Lewis wist hoe grillig onze emoties zijn, gaf hij een concrete handleiding voor de momenten waarop je humeur inzakt en je plotseling aan alles twijfelt:

* praktijk: Vecht op zo'n moment niet direct met ingewikkelde filosofische argumenten tegen je slechte humeur.

* raad: Zeg resoluut tegen jezelf: "Mijn verstand heeft de feiten al gecheckt toen ik helder nadacht. Dit is nu gewoon een dip in mijn humeur." Richt je vervolgens op je dagelijkse plichten en wacht rustig tot het emotionele weer opklaart.

4. Pak de 'Grote Zonde' als eerste aan

Lewis adviseert om in het morele leven niet te beginnen met details, maar direct de wortel van alle kwaad aan te pakken: Trots.

* praktijk (De spiegel-test): Als je wilt weten hoe trots je bent, stel jezelf dan de vraag: "Hoezeer baal ik ervan als andere mensen mij negeren, niet naar mij luisteren, de show stelen of de baas over mij spelen?"

Hoe bozer je daarvan wordt, hoe groter je eigen trots is. Door dit bij jezelf te signaleren, breek je de macht van het ego.

5. Neem jezelf niet te serieus, maar God wel

Tot slot waarschuwt hij voor een krampachtige, humorloze vorm van religie. Heiligen zijn volgens Lewis geen sombere zuurpruimen, maar juist de mensen met de meeste vreugde en zelfspot. Waarom? Omdat ze hun eigen ego hebben losgelaten. Ze maken zich niet meer druk om hun eigen status, waardoor ze alle ruimte hebben om werkelijk te genieten van God en de naaste.

De Kronieken van Narnia

De Kronieken van Narnia bestaat uit zeven opeenvolgende boeken. Om de theologische analogieën van C.S. Lewis echt te begrijpen, helpt het om de rode draad van de geschiedenis van Narnia te kennen — vanaf de schepping tot het einde van die wereld.

Hier is het hele verhaal, opgebouwd in chronologische volgorde (de volgorde van de geschiedenis van Narnia zelf):

1. Het neefje van de tovenaar (De Schepping)

* verhaal: Twee kinderen uit Londen, Digory en Polly, ontdekken via magische ringen een weg tussen verschillende werelden. Ze komen terecht in een lege, donkere, ongeboren wereld. In de duisternis horen ze plotseling een schitterend lied. Het is de leeuw Aslan die zingend de wereld Narnia schept: door zijn zang gaan de sterren branden, groeit het gras en worden de dieren sprekende, denkende wezens.

* theologische betekenis: Dit is Lewis' visie op Genesis en de schepping uit het niets door het Goddelijke Woord. Het kwaad glipt echter direct mee naar binnen in de vorm van de boze heks Jadis.

2. Het betoverde land achter de kleerkast (De Zondeval en Verlossing)

* verhaal: Eeuwen later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, worden vier kinderen (Peter, Susan, Edmund en Lucy) geëvacueerd naar een oud landhuis. Lucy ontdekt in een lege kamer een magische kleerkast die toegang geeft tot Narnia. Narnia is inmiddels overgroeid door een vloek van de Witte Heks Jadis: het is er altijd winter, maar nooit kerstmis.

* crisis: De broer Edmund bezwijkt voor de verleidingen van de heks (het Turkse fruit) en verraadt zijn broer en zussen. Volgens de 'Diepe Magie' van Narnia is het bloed van elke verrader het wettig eigendom van de Heks. Aslan keert echter terug en sluit een geheime deal: hij biedt zichzelf aan in de plaats van Edmund. Aslan wordt door de Heks bespot, gemarteld en gedood op de Stenen Tafel.

* overwinning: De volgende ochtend breekt de Stenen Tafel doormidden. Er blijkt een 'Nog Diepere Magie' te bestaan van vóór de tijd: als een onschuldig slachtoffer vrijwillig sterft in de plaats van een verrader, sterft de dood zelf en staat hij weer op. Aslan verrijst, verslaat de heks en de vier kinderen regeren jarenlang als rechtvaardige koningen en koninginnen over Narnia.

* theologische betekenis: Edmund is de mens die bezwijkt voor de zonde (zoals beschreven in Onversneden Christendom). Aslan die sterft en opstaat is de directe analogie van het kruis en de opstanding van Jezus Christus.

3. Het paard en de jongen (De Beproeving en de Gids)

* verhaal: Dit verhaal speelt zich af tijdens de gouden regeringsperiode van de vier kinderen. De jonge slaaf Shasta ontsnapt samen met een sprekend paard uit het wrede, seculiere buurland Calormen richting het vrije Narnia. Tijdens zijn barre reis door de woestijn heeft Shasta het gevoel dat hij door het noodlot wordt achtervolgd door een angstaanjagende, onzichtbare leeuw. Pas aan het einde ontdekt Shasta dat die leeuw Aslan was, die hem de hele reis in het duister subtiel heeft beschermd en gestuurd.

* theologische betekenis: Dit illustreert Lewis' gedachte dat God al in ons leven aan het werk is als gids en beschermer, zelfs wanneer we Hem nog niet kennen of Zijn aanwezigheid als bedreigend of pijnlijk ervaren.

4. Prins Caspian (De Geloofscrisis en de Kerk)

* verhaal: De vier kinderen worden vanuit een Engels treinstation plotseling teruggeroepen naar Narnia. Daar zijn inmiddels honderden jaren voorbij. Narnia is veroverd door de Telmarijnen, een wreed menselijk volk dat niet in pratende dieren gelooft. De oude verhalen over Aslan worden afgedaan als sprookjes. De rechtmatige jonge troonopvolger, Prins Caspian, gelooft wél in de oude verhalen en start een rebellie. De kinderen moeten hem helpen, maar de grote uitdaging is dat Aslan zich in het begin niet aan iedereen laat zien. Alleen Lucy (met het zuiverste geloof) ziet hem; de anderen moeten haar op haar woord geloven en haar blindelings volgen.

* theologische betekenis: Dit gaat over de 'Schaduwlanden' en spirituele blindheid. Het weerspiegelt de moderne seculiere wereld waarin het geloof in God is weggedrukt en we moeten leren wandelen in geloof, zelfs als we Hem niet direct 'zien'.

5. De reis van het drakenschip (De Transformatie en de Bekering)

* verhaal: Lucy en Edmund keren terug naar Narnia, samen met hun vreselijk irritante en egoïstische neefje Eustace. Ze belanden op het schip van koning Caspian, die op zoek is naar zeven vermiste edellieden.

* transformatie: Eustace haat de reis en denkt alleen aan zichzelf. Op een onbewoond eiland kruipt hij uit pure hebzucht op een drakenschat en valt in slaap. Door zijn hebzuchtige, monsterlijke gedachten wordt hij wakker als een echte, vuurspuwende draak. Pas in die eenzame, pijnlijke gedaante beseft hij wat een vreselijk karakter hij had.

* ontvelling: Aslan verschijnt aan hem in de nacht. De leeuw brengt hem naar een marmeren bad. Eustace probeert zijn eigen drakenschubben eraf te krabben, maar elke keer als er een laag afgaat, zit er weer een nieuwe laag onder. Aslan zegt dan: "Je moet mij het laten doen." Met zijn diepe klauwen snijdt Aslan dwars door de drakenhuid heen — wat Eustace omschrijft als de vreselijkste pijn die hij ooit voelde — en werpt hem in het water. Eustace komt eruit als een schone, vernieuwde jongen met een getransformeerd karakter.

* theologische betekenis: Dit is de exacte uitwerking van het citaat over de timmerman die "plekken beukt die vreselijk pijn doen". We kunnen onszelf niet redden van onze zonden; alleen God kan ons ego wegwassen, en die bekering is pijnlijk maar bevrijdend.

6. De zilveren stoel (Geestelijke Strijd en Standvastigheid)

* verhaal: Eustace keert terug met zijn schoolvriendinnetje Jill. Ze krijgen van Aslan de opdracht om de ontvoerde zoon van prins Caspian te vinden. Aslan geeft Jill vier duidelijke 'tekens' (regels) mee die ze uit haar hoofd moet leren en elke dag moet herhalen.

* strijd: Onderweg, door vermoeidheid en ruzie, vergeten de kinderen de tekens te controleren. Ze worden gevangengenomen in een ondergrondse wereld door een Groene Heks. De heks betovert hen met magisch rooksel en muziek, en probeert hen ervan te overtuigen dat de buitenwereld, de zon en Aslan helemaal niet bestaan: "De zon is maar een verzinsel, een grote lamp," zegt ze. Pas als de moerasganger Puddleglum zijn voet in het vuur trapt om de betovering door de pijn te verbreken, ontsnappen ze aan de mentale gevangenis en bevrijden ze de prins.

* theologische betekenis: Dit is een directe link met het citaat van de zon en de gevangenismuur. De Heks probeert de kinderen te hersenspoelen om te geloven dat de materiële, ondergrondse wereld de enige realiteit is. De tekens van Aslan weerspiegelen de dagelijkse discipline van het gebed en de Schrift om stand te houden tegen ideologische misleiding.

7. Het Laatste Gevecht (Het Oordeel en de Eeuwigheid)

* verhaal: Narnia is in verval geraakt door een valse list: een sluwe aap heeft een ezel een leeuwenhuid aangetrokken en beweert dat dit Aslan is. Dit zorgt voor totale spirituele en politieke verwarring. Het escaleert in een apocalyptische eindstrijd. De trouwe Narniërs verliezen het gevecht en worden door een staldeur gegooid, waarvan men denkt dat het de dood is.

* nieuwe wereld: Achter de staldeur ontdekken ze echter niet de dood of de duisternis, maar een adembenemend, oneindig landschap. De oude, fysieke wereld van Narnia wordt door Aslan definitief opgerold en geoordeeld. De personages realiseren zich dat het Narnia waar ze altijd voor hebben gevochten, slechts een zwakke 'krijttekening' of schaduw was. Het Echte Narnia ligt achter de staldeur. Aslan verandert daar voor hen in zijn ware, goddelijke gedaante (Jezus Christus). De Kronieken eindigen met de mededeling dat dit pas het begin is van het Echte Verhaal, waarin elk hoofdstuk beter is dan het vorige.

* theologische betekenis: Dit is Lewis' visie op het Laatste Oordeel, de Openbaring en de Hemel. Het herinnert de lezer eraan dat ons aardse leven slechts de 'Schaduwlanden' zijn en dat de dood voor een gelovige niet het einde is, maar de overstap naar de echte realiteit buiten de gevangenismuur.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 16:43 Reageer op dit bericht

Psalmen

Psalmen

Binnen de bijbelse exegese en de liturgie worden de 150 psalmen traditioneel ingedeeld in een aantal specifieke categorieën op basis van hun literaire vorm, inhoud en het doel waarmee ze geschreven zijn.

Dit zijn de belangrijkste categorieën van de psalmen, gegroepeerd naar hun aard:

1. Psalmen van Klaagzang

Dit is de grootste categorie in het boek van de Psalmen. Ze worden gekenmerkt door een eerlijke, rauwe kreet om hulp in tijden van lijden, ziekte, vervolging of nationale crisis. Meestal eindigen ze wel met een hernieuwd vertrouwen in God.

* Individuele klaagpsalmen: Een persoonlijk gebed om redding uit nood (bijv. Psalm 3, 13, 22).

* Gemeenschappelijke klaagpsalmen: Het hele volk roept God aan na een nationale ramp of nederlaag (bijv. Psalm 44, 74, 79).

2. Psalmen van Lofprijzing en Dankzegging

Deze psalmen focussen op de grootheid, de scheppingskracht en de goedheid van God, of danken Hem specifiek voor een verhoring van een gebed.

* Hymnen / Lofpsalmen: Algemene lofprijzing om wie God is en Zijn macht over de schepping (bijv. Psalm 8, 19, 100, 150).

* Dankpsalmen: Gezongen nadat een crisis is bezworen of redding is ervaren (bijv. Psalm 30, 34, 116).

3. Koninklijke Psalmen

Deze psalmen richten zich op de aardse koning van Israël (uit het huis van David). Ze werden vaak gebruikt bij koninklijke ceremonies zoals een troonsbestijging of een koninklijk huwelijk.

Kenmerken: Ze vieren de koning als Gods gezalfde en representant op aarde (bijv. Psalm 2, 21, 45, 72, 110).

4. Wijsheidspsalmen en Wetpsalmen (Torah-psalmen)

Deze psalmen hebben een educatief en meditatief karakter. Ze lijken qua stijl sterk op het boek Spreuken en contrasteren de levenswandel van de rechtvaardige met die van de goddeloze.

Kenmerken: Ze prijzen de wet (Torah) van God en geven praktische, morele levenslessen (bijv. Psalm 1, 19, 37, 119).

5. Vertrouwenspsalmen

In plaats van een expliciete smeekbede of lofzang, staat in deze psalmen een diepe, rustige vrede en het absolute vertrouwen in Gods bescherming centraal.

Kenmerken: God wordt vaak metaforisch beschreven als een herder, een rots of een burcht (bijv. Psalm 23, 27, 46, 91).

6. Liturgische Psalmen en Pelgrimsliederen

Deze psalmen werden specifiek gezongen tijdens de grote feesten in Jeruzalem of bij het betreden van de tempel.

* Bedevaartsliederen (Psalmen van de opgang): Gezongen door pelgrims die onderweg waren naar Jeruzalem (Psalm 120 t/m 134).

* Sionsliederen: Psalmen die de heilige stad Jeruzalem en de tempel bezingen (bijv. Psalm 48, 84, 87).

Specifieke subcategorieën (thematisch)

Binnen de bovenstaande hoofdgroepen worden er vaak nog drie specifieke theologische subcategorieën onderscheiden:

* Boetepsalmen: Zeven specifieke klaagpsalmen waarin de focus volledig ligt op diep berouw, zondebesef en de vraag om vergeving (Psalm 6, 32, 38, 51 [het Miserere], 102, 130 [het De Profundis], 143).

* Messiaanse Psalmen: Psalmen die (achteraf gezien in het christendom) profetisch verwijzen naar het leven, het lijden en de heerschappij van Jezus Christus (bijv. Psalm 22 [lijden aan het kruis], Psalm 110 [de eeuwige priester-koning]).

* Vloekpsalmen: Psalmen waarin de schrijver God vurig vraagt om rechtvaardigheid en de vernietiging of bestraffing van zijn gewelddadige vijanden (bijv. Psalm 35, 69, 109, 137).

Indeling van alle psalmen

Om een helder en gestructureerd overzicht te krijgen, vindt u hieronder de volledige indeling van alle 150 psalmen ondergebracht in hun specifieke categorieën en theologische subcategorieën.

Let op: Omdat sommige psalmen meerdere thema's combineren (bijvoorbeeld een klaagzang die tevens messiaanse profetieën bevat), zijn bepaalde psalmen in meer dan één categorie opgenomen.

Categorieën van Klaagzang en Smeekbeden

* Individuele klaagpsalmen (Persoonlijke nood)

Psalmen: 3, 4, 5, 7, 13, 17, 22, 25, 26, 28, 31, 35, 39, 41, 42, 43, 54, 55, 56, 57, 59, 61, 64, 69, 70, 71, 86, 88, 109, 120, 140, 141, 142

* Gemeenschappelijke klaagpsalmen (Nationale crisis)

Psalmen: 12, 44, 58, 60, 74, 77, 79, 80, 83, 85, 90, 94, 106, 123, 126, 137

Categorieën van Lofprijzing en Dankzegging

* Hymnen en Algemene lofpsalmen

Psalmen: 8, 19, 29, 33, 65, 67, 68, 93, 95, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 104, 105, 111, 113, 114, 117, 134, 135, 136, 145, 146, 147, 148, 149, 150

* Individuele dankpsalmen

Psalmen: 9, 18, 30, 32, 34, 40, 92, 116, 118, 138

* Gemeenschappelijke dankpsalmen

Psalmen: 66, 124, 129

Categorieën van Vertrouwen, Wijsheid en Koningschap

* Vertrouwenspsalmen

Psalmen: 11, 16, 23, 27, 46, 62, 63, 91, 121, 125, 131

* Wijsheids- en Wetpsalmen (Onderricht)

Psalmen: 1, 14, 15, 36, 37, 49, 50, 52, 53, 73, 78, 81, 82, 112, 115, 119, 127, 128, 133, 139

* Koninklijke Psalmen (Aardse koning / Troon)

Psalmen: 2, 20, 21, 45, 72, 89, 101, 110, 132, 144

Liturgische Psalmen en Pelgrimsliederen

* Bedevaartsliederen (Psalmen van de opgang)

Psalmen: 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134

* Sionsliederen (Jeruzalem en de Tempel)

Psalmen: 48, 76, 84, 87, 122

Specifieke theologische subcategorieën

Dit zijn thematische dwarsdoorsneden die verspreid liggen over de bovenstaande hoofdgroepen:

* De Zeven Boetepsalmen (Berouw en vergeving)

Psalmen: 6, 32, 38, 51 (Miserere), 102, 130 (De Profundis), 143

* Messiaanse Psalmen (Profetisch over Christus)

Psalmen: 2, 8, 16, 22, 40, 45, 68, 69, 72, 89, 102, 110, 118

* Vloekpsalmen / Imprecatoire psalmen (Vraag om Gods oordeel)

Psalmen: 5, 6, 11, 12, 35, 37, 40, 52, 54, 55, 58, 69, 79, 83, 109, 137, 139, 143

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 01:00 Reageer op dit bericht

14/10 Pr Ripperger: Goede communicatie - 2

Dus het gevolg van slechte communicatie is simpelweg verdeeldheid. Dat is het voornaamste. En daarnaast zijn er ook alle andere zaken die gepaard gaan met het hebben van een normale relatie met mensen. Zodra je bijvoorbeeld stopt met met elkaar te praten, ontstaan ​​problemen. Ik vind het interessant dat er verwezen wordt naar de gemeenschap van de Heilige Geest - communio Spiritus Sancti. Er is dus die gemeenschap. Wat die gemeenschap betekent, is één zijn in de Heilige Geest, want wat doet de Heilige Geest? Hij draagt ​​de mensen de gave overvan wijsheid, kennis en inzicht in de dingen die betrekking hebben op God en het geloof, zodat ze het daadwerkelijk eens zijn over die zaken endaadwerkelijk die eenheid kunnen hebben die daaruit voortkomt. Het is niet alleen Zijn inwoning in hen allen, maar ze vormen dan een soort eenheid. Dat wordt de gemeenschap der heiligen genoemd. Maar er is sprake van communicatie, al komt het er uiteindelijk op neer dat je het eens bent over iets dat buiten jullie zelf staat.

Daarom draait een huwelijk – hoewel het natuurlijk om de twee partners gaat – uiteindelijk ook om externe factoren; denk bijvoorbeeld aan kinderen. Daar is het op gericht. Ook de manier waarop we ons verhouden tot God – als externe factor in de relatie – speelt hierbij een rol. Het gevolg van goede communicatie is dus eenheid. Dat is het uiteindelijke doel. Natuurlijk zijn er ook goede gevoelens en dergelijke, maar die zijn van ondergeschikt belang. Het nadeel is dat als er geen communicatie is, de eenheid begint af te brokkelen. Er is dan immers geen extern punt waarover je structureel overeenstemming hebt. Als mensen zijn we toch merkwaardige wezens. Bij mensen is het zo – in tegenstelling tot bij engelen – dat wanneer ze eenmaal een bepaalde kennis of habitus (een vaste gewoonte of eigenschap) hebben ontvangen... In de oorspronkelijke staat, toen ze net geschapen waren, ontvingen ze geloof, hoop en liefde.

Nu bezitten ze alleen nog de liefde. Degenen in de Hemel en de Hel hebben daar niets meer van. Maar hun habitus is zodanig dat ze die, eenmaal verworven, voor altijd behouden totdat ze de zalige aanschouwing (van God) ervaren. En dan, zo zegt St Thomas, vervallen geloof en hoop; ze vervallen omdat je het object hebt gezien waarop ze betrekking hadden. Het is dus niet langer iets dat onzichtbaar is. Bij mensen en de morele deugden geldt daarentegen: als je ze niet gebruikt, verlies je ze. Datzelfde geldt hier voor communicatie. Als mensen in de loop der tijd niet tot op zekere hoogte communiceren, zal hun eenheid – hun psychologische eenheid – langzaam beginnen af ​​te brokkelen. Als er geen communicatie is, gebeurt dat nu eenmaal; dat ligt in de aard der zaak. Of als de communicatie vol strijd zit, of als er simpelweg geen verbinding is, dan begint die eenheid te vervallen, enzovoort. En daar komt communicatie dus om de hoek kijken. Goed. Ik wil het over twee dingen hebben. 

* Dit betekent dat de overheid – om legitiem te kunnen functioneren – niet alles hoeft prijs te geven, bijvoorbeeld als het gaat om terechte kwesties van nationale veiligheid. Maar het argument dat iets een kwestie van nationale veiligheid is, enkel en alleen omdat ze niet willen dat iedereen weet van de corruptie en het bederf waaraan ze zich schuldig hebben gemaakt, is dat niet voldoende. Het moet gaan om een gegronde reden om iets geheim te houden: dat het naar buiten brengen ervan onze vijanden in staat zou stellen ons schade toe te brengen. Dat is begrijpelijk. Maar ze moeten bereid zijn om te communiceren. Daarom blijven we hameren op transparantie, op een structurele en regelmatige basis. Dat moeten ze doen, en het moet eerlijk zijn – en die eerlijkheid moet een gewoonte zijn. Eén van de verschijnselen die we bij jongeren van tegenwoordig zien, is dat het begrip 'integriteit' totaal geen betekenis meer heeft. Iemand kan recht in hun gezicht liegen.

Maar als dat op zo'n manier gebeurt dat ze die persoon aardig vinden, luisteren ze de volgende keer gewoon weer naar hem. Er wordt recht in hun gezicht gelogen. Maar als het op een manier gebeurt die ze aanspreekt – of als ze het verhaal leuk vinden – luisteren ze toch. Ook al wordt er de volgende keer weer glashard tegen ze gelogen. En dit zie je keer op keer gebeuren. We zagen dit bij de verkiezingen. Leugen na leugen na leugen. En soms wisten ze zelfs dat er tegen ze gelogen werd, maar stemden ze toch op die persoon. Bij die generatie zie je dat een bepaald aspect van de natuurwet volledig is weggevallen – niet bij iedereen natuurlijk, maar wel bij de meerderheid. Het probleem is namelijk: wanneer mensen communiceren en er is één moment waarop ze iets onwaars zeggen, heb je vanaf dat moment geen enkele zekerheid meer dat wat ze verder zeggen ook daadwerkelijk de waarheid is.

Daarom werd iemands integriteit in de ogen van anderen als heilig beschouwd; men had de plicht die te beschermen en in stand te houden, zodat iemands woord daadwerkelijk waarde had en men erop kon vertrouwen. Toen ik opgroeide: als iemand loog, of als hij op zijn woord terugkwam, dan was het klaar. Niemand wilde nog iets met hem te maken hebben, omdat je hem in de toekomst niet meer kon vertrouwen. Het probleem is dat dit concept bij de jongere generatie van tegenwoordig volledig ontbreekt, en we moeten daar weer naartoe terug. Kijk: je hebt gelogen? Sorry, einde verhaal. De enige manier om die integriteit terug te winnen, is door er over een lange periode weer aan te werken. Ik moet jarenlang zien dat je je zaken op orde hebt en dat je voortdurend de waarheid hebt gesproken. Dan zeg ik op een gegeven moment: "Oké, ik kan je weer vertrouwen." Maar tot die tijd gebeurt dat niet.

* Precies hetzelfde geldt ook voor de Kerk. Het feit dat de bisschoppen de kwestie rond pedofilie hebben verzwegen en er vervolgens over tegen ons hebben gelogen. Velen van hen blijven erover liegen. Ze blijven zich erover verschuilen. Tijdens het hele communicatieproces hebben ze hun integriteit geschonden. En toch verwachten ze dat we hen nog steeds kunnen vertrouwen, omdat ze een gezagspositie bekleden. Nee, zo werkt het niet. Als je een gezagspositie hebt en je integriteit schendt, is dat nog erger dan bij iemand zonder gezagspositie; je hebt immers een grotere verplichting om ervoor te zorgen dat je woord waarde heeft en dat ik, wanneer ik het hoor, erop kan vertrouwen dat je een man van je woord bent.

Zodra je geen man van je woord meer kunt zijn, is het voorbij. Dit is iets wat we in gedachten moeten houden: in de Kerk zullen we hen pas weer echt gaan geloven als ze beginnen te prediken en daarbij consequent zijn. En ik zou zeggen – het zou interessant zijn om te zien of daar ooit onderzoek naar is gedaan, maar dit geeft wel een indicatie – dat we nu op een punt zijn beland waarop ik durf te stellen dat de statistieken voor leken die de bisschoppen (of de geestelijkheid in het algemeen) nog vertrouwen, waarschijnlijk ongeveer hetzelfde zijn – misschien ietsje beter. Dat komt doordat er sprake is van een gewoonte om te liegen; hun integriteit is aangetast. Hun taak is immers om de geloofsschat over te dragen, maar ze hebben systematisch daartegenin gehandeld, alles gedaan wat daarmee in strijd is, en ertegen gepredikt – of er helemaal niet over gepredikt.

Op een gegeven moment vertrouwen de mensen hen gewoon niet meer. De enige reden waarom ze nog naar de biecht gaan en de sacramenten van hen ontvangen, is voor hun eigen heiliging en redding. Buiten die context gaan ze niet naar deze mensen toe omdat ze denken dat ze liegen. De communicatie die ze voeren is eigenlijk al die tijd al slecht geweest; en je bent geen man van integriteit. En die communicatie is cruciaal. De enige manier waarop mensen vertrouwen gaan krijgen – sterker nog, de reden waarom mensen een priester vertrouwen die eerlijk is tegenover goede Katholieken, de reden waarom ze een priester vertrouwen, is omdat hij consequent het geloof duidelijk overbrengt. Dát is waarom ze hem vertrouwen. Als hij dat niet doet, vertrouwen ze hem niet. Als hij de boodschap afzwakt, vertrouwen ze hem niet. Als hij dingen weglaat uit zijn preken, vertrouwen ze hem niet. Dit maakt gewoon deel uit van hoe onze psychologie werkt. En ik denk dat de Kerk dat moet leren. Weet je, ze zijn op dat vlak geen goede communicatoren.

* Neem nou dit punt dat vaak naar voren komt: een vrouw heeft recht op haar eigen lichaam, toch? Dus ze kan een abortus laten plegen, toch? Maar het is niet haar lichaam, het is het lichaam van de baby. Dat is punt één. Punt twee: je hebt niet zomaar recht op je eigen lichaam, in de zin dat je het eigenlijk alleen maar huurt. Je hebt het niet zelf gemaakt. Je zult het ook weer verliezen. Het is van God. Het is je dus gegeven. Het zal worden afgenomen. Je lichaam gebruikt het alleen maar. Je bent dus eigenlijk een soort huurder, weet je wel. En er is dan een verhuurder die een soort controle over je lichaam uitoefent, en je moet op de een of andere manier doen wat hij zegt. Maar zodra je een discussie aangaat met iemand die 'links' georiënteerd is, dan schakelen ze volledig uit. Ze staan ​​erbij als een hert in de koplampen. Het is alsof hun vermogen tot redeneren bevriest. Ik weet niet of het komt door wat je zegt, of door al die dingen. Maar ze hebben het gevoel dat je hen iets ontneemt of dat je hun ideeën ondergraaft.

Er schieten allerlei gedachten door hun hoofd en dan blokkeert hun brein. Ik weet niet precies wat het is, maar het lukt gewoon niet. Het is onmogelijk om op een eenvoudig, logisch niveau met elkaar te communiceren. En dat heeft te maken met hoe ze zijn gevormd binnen onze cultuur en samenleving – door hun ouders, maar ook op school en door de nieuwsmedia. En het heeft hiermee te maken.

Wanneer het mogelijke intellect dus een oordeel velt – zo zegt St Thomas – kijkt het naar het concept dat erin besloten ligt; het keert vervolgens terug naar het beeld in de verbeelding. Wat betreft dat beeld zegt Thomas: als het beeld vervormd is, zal mijn oordeel ook onjuist zijn. Maar ik kan ook een juist beeld hebben en toch een fout oordeel vellen. Hoe dan ook: telkens wanneer ik een oordeel vel over een bepaald beeld – laten we zeggen, telkens als ik daarover oordeel – laat dat de eerste keer een zogenaamde 'beginnende gewoonte' achter in mijn intellect. Die beginnende gewoonte betekent dat mijn intellect de volgende keer dat ik erover oordeel, op zijn minst een beetje geneigd zal zijn om te oordelen zoals ik het aanvankelijk begreep. Uiteindelijk verandert die beginnende gewoonte in een vaste of diepgewortelde gewoonte. Ik heb dan dus een werkelijk vaste gewoonte om over dit specifieke ding te oordelen.

Telkens wanneer ik dat beeld in mijn verbeelding zie, zet die gewoonte me er dus toe aan om er op een bepaalde manier over te oordelen. Wat is dan het probleem? Het probleem komt in feite neer op het beeld. Wie het beeld beheerst, beheerst ook je oordeel. Als je je hele leven lang te horen hebt gekregen dat iets alleen waar is als je er een goed gevoel bij hebt – en hoewel ze het niet letterlijk zo formuleren, is dat wel wat er in onze cultuur gebeurt: dat is wat ze voortdurend doen wanneer ze willen dat je iets als waar aanneemt. Ze presenteren allerlei positieve dingen – weet je wel, "deze persoon is geweldig", "er is een fantastische..." enzovoort – en dan kom je bij 'de oranje man' en wordt het grimmig en negatief. Ze manipuleren de beelden voortdurend om je cognitieve vermogens zo te sturen dat je vanuit je eigen herinneringen een bepaald beeld vormt; ze proberen je de gewoonte aan te leren om alles altijd op dezelfde manier te beoordelen.

Nu dat zo is, zijn mensen er zo aan gewend geraakt om de waarheid van een stelling te beoordelen op basis van hun gevoel erbij. Als het niet goed voelt, vinden ze wat je zegt slecht of fout. Dit ligt eigenlijk ten grondslag aan waarom ze mensen wantrouwen die met een logisch argument komen dat uit meerdere stappen bestaat. Want wanneer je een logisch argument gebruikt, worden hun driften niet bevredigd. Als jij blijft praten over rede en logica, terwijl zij gewend zijn hun emoties te volgen, zullen ze zeggen: "Dit staat me niet aan." Ze gaan je dan wantrouwen – en dat is precies wat er nu gebeurt: ze wantrouwen iedereen die met een redelijk argument komt. Hun houding is: Als het goed voelt, weet ik dat het waar is.

We zijn nu op een punt beland waarop mensen zo gewend zijn geraakt aan een bepaalde denkwijze, dat als de juiste emotionele toon ontbreekt – en daarom reageren ze zo heftig als je met ze praat en een logisch argument aandraagt ​​of dingen zegt die ingaan tegen wat ze willen – dan hebben ze een instinctieve reactie en oordelen ze dat wat je zegt niet waar is. Daarom haken ze meteen af. Je kunt ze dingen vertellen, je kunt ze letterlijk een foto laten zien van hoe een kind eruitziet bij 12 weken in de baarmoeder. Ze kijken ernaar, maar omdat ze zo gewend zijn geraakt aan het idee dat een vrouw zeggenschap heeft over haar eigen lichaam en dat iedereen die daar anders over denkt slecht is, is hun eerste oordeel: dit klopt niet, of dit is allemaal verzonnen.

Ik heb mensen dat zien doen; omdat hun verstand vaak zo geconditioneerd is geraakt: negeer dat, negeer dat, negeer dat. Het eerste wat je moet doen, is dat idee uit je hoofd zetten; je moet het negeren en je op iets anders richten. En dus hebben we eigenlijk te maken met een cultuur waarin de intellectuele gewoonten disfunctioneel zijn – het zijn eigenlijk geen gewoonten. Het zijn ondeugden. Intellectuele ondeugden. Hoe doorbreek je dat? Hoe begin je met het corrigeren van zo'n intellectuele instelling? Tja, er zijn twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden.

De eerste is dat er aan jouw kant sprake moet zijn van goede wil. We komen wel eens mensen tegen die zeggen: "Ik denk dit, ik denk dat..." Maar ze hebben goede wil, want zodra je hem de juiste argumenten voorlegt en voorbij die eerste emotionele reactie kunt komen – dankzij zijn goede wil – dan zal hij uiteindelijk tot het juiste oordeel komen. Hij zal het juiste inzicht krijgen en zeggen: "Oké, ja, ik zie het. Ik begrijp het." Of hij zal een proces van geleidelijke verandering in gang zetten. Want zo'n gewoonte kun je ombuigen en omdraaien. Je kunt op een bepaald vlak – zelfs in je intellect – van een ondeugd naar een deugd gaan. Daarom zie je mensen die bijvoorbeeld zeggen: "Toen ik voor het eerst over evolutie hoorde, was ik meteen overtuigd. Ik dacht dat het waar was, maar ik wil gewoon weten wat de waarheid is. Ik probeer tot de waarheid hierover te komen." En dan begin je met het aandragen van tegenbewijs. En na verloop van tijd begint zijn verstand te oordelen dat er iets niet klopt. Hij is dus verschoven van het idee dat evolutie waar is, naar het besef dat er iets mis is met evolutie – al weet hij niet precies wat.

En zodra hij op een gegeven moment inziet dat het onjuist is, kun je als vervolgargument de waarheid van de schepping naar voren brengen. Daarom kun je bij een overtuigd aanhanger van de evolutietheorie niet direct over de schepping beginnen. Zo werkt het niet. Je moet in stappen te werk gaan wanneer je met hen in discussie bent. Oké. Dat is dus wat je moet doen: stap voor stap werken.

Als ze geen goede wil hebben en kampen met intellectuele gebreken, is genade het enige dat hen kan corrigeren; genade verlicht het verstand en versterkt de wil. Het enige wat je dus kunt doen, is voor hen bidden. Dus eerst goede wil. Is er nog iets anders? Genade. Ze moeten dus goede wil en genade hebben, en vervolgens natuurlijk de juiste informatie ontvangen. Nou, ze moeten goede wil hebben. De juiste informatie ontvangen – en genade kan ook daarbij helpen. Maar als ze kwaadwillend zijn en vasthouden aan verkeerde opvattingen dan is genade het enige wat je kunt inzetten. Alleen God kan hun de genade schenken om dit in te zien. Je kunt het niet eens worden over externe zaken – wat de cultuur inhoudt, hoe we ons binnen die cultuur moeten gedragen en wat moreel juist of onjuist is. Over die specifieke punten kun je geen overeenstemming bereiken. En dus, wanneer je met hen te maken hebt, is er maar één ding dat ze begrijpen.

Slechts één ding: brute kracht. Dat is het enige wat ze begrijpen. En als je naar demonen kijkt: zo gedragen zij zich. Je kunt ze niet van gedachten doen veranderen. Je krijgt ze niet zover dat ze veranderen. Het enige wat je kunt doen, is ze op brute wijze onderdrukken. Hetzelfde geldt voor marxisten en communisten. Je gaat ze niet veranderen, want er is sprake van kwaadaardigheid en ze zitten in een bepaald patroon. Als ze wel enige goede wil hebben, belanden ze na verloop van tijd meestal buiten de partij. Maar het enige wat ze begrijpen is meedogenloze onderdrukking. Dat geldt ook voor linksen. Ze begrijpen alleen een hard pak slaag en zelfs dan is dat pak slaag niet genoeg. Je moet ze letterlijk verpletteren. En dat komt doordat er anders iets anders gaat gebeuren. Die marxisten en linksen zijn precies als demonen. Zodra je ze op de ene plek verplettert, gaan ze naar een andere plek en proberen ze daar weer binnen te komen.

De enige manier om ze te stoppen, is door ze zo meedogenloos te onderdrukken dat ze zich volledig terugtrekken. En dat is het enige wat je kunt doen met marxisten, communisten en linksen, extremistische linksen. Met de gematigden valt tot op zekere hoogte misschien wel te praten, maar het punt is: zo werken ze nu eenmaal. Zie communicatie als een soort spier. In de zin dat je het moet gebruiken – net als bij woordenschat – om het te onderhouden. En nu we digitaler zijn geworden en minder sociaal interactief, is er inderdaad sprake van een verschraling van de communicatie. Diegene beschikt over de intellectuele gewoonten om taal of beelden te structureren en heeft de juiste gewoonten en het denkvermogen nodig om associaties te leggen tussen al die verschillende woorden. Wanneer communicatie begint te haperen en vlak wordt – waarbij het slechts in flarden gebeurt, weet je wel, of via een ander medium in plaats van via het gehoor... maar dat we het in plaats daarvan via iets anders doen. ...dat onze intellectuele gewoonten – zowel wat betreft het cognitieve vermogen als het potentiële intellect – beginnen af ​​te nemen.

Ze beginnen daadwerkelijk af te nemen. Dit is gebaseerd op een komische sketch, maar ik denk dat het waarschijnlijk waar is. Shakespeare had een actieve woordenschat van 35.000 woorden. De gemiddelde Amerikaan heeft een actieve woordenschat van 5.000. En het grootste deel ervan is gewoon troep. Wat laat zien dat mensen niet alleen de aanleg moeten hebben om te kunnen communiceren maar ook intellectuele gewoonten moeten ontwikkelen; dat betekent dat je over de juiste intellectuele gewoonten moet beschikken om zaken te kunnen formuleren en helder te kunnen zien en je moet de juiste vorming hebben genoten om terug te kunnen vallen op die kennis, en dat het 'cogitatief vermogen' (het vermogen tot oordelend inzicht) vanuit mijn ervaring weet dat een persoon wordt gedefinieerd als een individuele substantie van rationele aard.

Maar wanneer mensen stoppen met nadenken over zaken of ermee bezig te zijn, begint hun woordenschat af te nemen. Daarom is het zo belangrijk om te lezen – goede werken te lezen. Je zult nooit een goede communicator worden als je niet veel leest. Daarom is het constant bekijken van YouTube-video's weliswaar nuttig, maar het is niet te vergelijken met lezen; lezen vereist namelijk een actievere inspanning van de geest. Door te lezen ontwikkel je intellectuele gewoonten op een betere manier.

* Een vraag over het huwelijk binnen de context van de Kerk. Eenheid is immers essentieel in een huwelijk. Is dat de reden waarom de Kerk zo lang terughoudend was wat betreft huwelijken tussen mensen met verschillende geloofsovertuigingen – vanwege het gebrek aan eenheid? Ja. Het grootste knelpunt heeft specifiek te maken met de opvoeding van de kinderen. Er waren in feite twee fundamentele redenen: ten eerste wordt het voor de Katholieke echtgenoot moeilijker om zijn of haar ziel te redden, omdat de partner niet dezelfde overtuiging deelt en dus niet op dezelfde manier bijdraagt ​​aan dat leven. Het wordt voor die persoon dus lastiger. Ten tweede bemoeilijkt het de opvoeding van de kinderen. In gevallen waarin de vader het geloof wel praktiseert, maar de moeder niet, zullen de kinderen het geloof verlaten. Maar het merendeel – zo’n 76 procent – ​​keert uiteindelijk weer terug. Als de moeder het geloof wel praktiseert, maar de vader niet, dan is de verhouding precies omgekeerd: in dat geval keert ongeveer 24 procent van de kinderen terug.

Het is dus een soort omkering. Maar wanneer beide ouders het geloof praktiseren, keert 80 tot 90 procent van de kinderen – zelfs als ze het geloof tijdelijk hebben verlaten – uiteindelijk altijd weer terug naar hun geloof. Dit moet natuurlijk gebeuren in de periode waarin de kinderen opgroeien. Maar dat is eigenlijk de werkelijke reden: het was voor hen moeilijker om hun ziel te redden en een gemeenschappelijk leven te leiden binnen een huwelijk, en ook wat betreft de opvoeding van de kinderen. Maar er was nog iets anders, en dat had te maken met wat men 'verschil in geloof' noemt. De Kerk heeft altijd geleerd dat er geen sprake mag zijn van communicatio in sacris (gemeenschappelijk deelnemen aan heilige zaken) met niet-katholieken. Ik besef dat dit de afgelopen 50 tot 60 jaar volledig is veranderd. Maar het uitwisselen van huwelijksgeloften is een vorm van communicatio in sacris – een gezamenlijke deelname aan iets heiligs. Daarom stond de Kerk dit in het verleden slechts bij wijze van uitzondering toe. Daarom was er een dispensatie van de bisschop nodig, wat vóór het Tweede Vaticaans Concilie erg lastig te verkrijgen was. Daarna is dat alles volledig weggevallen.

Dat komt doordat de hele kwestie rond communicatio in sacris tijdens het Tweede Vaticaans Concilie volledig is komen te vervallen. Dat is dus nog een reden: in feite wissel je huwelijksgeloften uit met iemand met wie je volgens de leer geen communicatio in sacris zou mogen hebben. Dat was, zo zou je kunnen zeggen, de oorspronkelijke, voornaamste reden. En ook naarmate mensen groeien in hun geestelijk leven groeien ze in een huwelijk niet in hetzelfde tempo. Er is altijd wel een verschil. Wat kan een echtgenoot doen om de eenheid te bewaren en de ander te helpen verder te groeien? Tja, er blijft altijd die fundamentele eenheid in het geloof. Als ze allebei groeien, doen ze dat gewoon op verschillende manieren. Er blijft altijd dat kern-geloof en die fundamentele overtuiging en enkele essentiële geloofspraktijken.

Het betekent alleen dat de gave van begrip, waarmee iemand intuïtief aanvoelt waar dit geloof om draait bij de ene echtgenoot dieper aanwezig zal zijn dan bij de andere. En dat betekent dat zij meer van datgene waarnaar ze zich kunnen richten, in zich hebben dan de andere echtgenoot. Maar dat betekent niet dat de ander het mist; ze zien alleen niet hetzelfde als jij. Wat je dus moet doen – en dat is wat de Kerk altijd heeft gezegd – is je echtgenoot naar jouw niveau tillen, of zelfs hoger. Tegenwoordig trouwen Katholieken met Katholieken, maar zijn ze eigenlijk niet Katholiek. En dan kan een van hen ontdekken wat het Katholicisme werkelijk inhoudt en zich erin gaan verdiepen. In dat geval is het jouw plicht om te bidden, offers te brengen en goede werken te verrichten, om de genade van de bekering van je echtgenoot te verdienen. Dat is je plicht. En natuurlijk moet je erover praten wanneer ze daarvoor openstaan. Niet door het ze door de strot te duwen, niet door te forceren of allerlei andere dingen te doen, maar gewoon door te bidden. En je zult zien dat het gebeurt.

Dit is ook een van de redenen waarom ik aanraad dat echtgenoten een gebed van binding uitspreken tegen elke demon die de persoon ervan weerhoudt te groeien in het geloof of het Katholieke leven serieus te nemen; want vaak zorgt dat voor een aanzienlijke verschuiving of verandering, omdat jij kunt bidden terwijl de ander daadwerkelijk genaden ontvangt. God schenkt die persoon wellicht de daadwerkelijke genaden omdat jouw gebeden dat verdienen. Hij biedt ze aan, maar de persoon wijst ze af. De reden dat ze het afwijzen, is dat demonen inspelen op een soort subtiele angst, of wat de situatie ook is. "Als je je bekeert, gebeurt dit of dat; het wordt moeilijk; dat betekent dat je moet gaan bidden," enzovoort. En wat ze dan doen, is die gedachten aanwakkeren. Als je op dat moment kunt bidden en de demonen kunt binden, zodat ze niet langer de reactie van de persoon op de genade blokkeren. Vaak zie je dan dat de persoon begint te veranderen.

Het helpt enorm als je specifiek weet wat de demonen bij de partner aanwakkeren: is het angst? Is het niet willen teleurstellen van de ouders – bijvoorbeeld omdat de vader dit of dat was, of een predikant, en jij je bekeert tot het Katholicisme. Het probleem van C.S. Lewis. Hij bekeerde zich niet, omdat hij zoiets had van: tja, al mijn vrienden en collega's zullen me afwijzen. De reden dat wij als mensen over koetjes en kalfjes spreken, is dat we geen engelen zijn. Engelen kijken naar – of denken aan – een andere engel en weten onmiddellijk alles wat er over diegene te weten valt. Ze weten precies wat er met hem aan de hand is. Bij ons ligt dat anders. Omdat er na de zondeval mensen zijn die slecht zijn en mensen die gek zijn, moeten we eerst even de kat uit de boom kijken, want anders loop je het risico dat je een klap op je kop krijgt, neergestoken wordt of wat dan ook. Het punt is dus dat we precies daarom zo te werk moeten gaan. Je moet het opbouwen. Je moet in de loop van de tijd vertrouwen opbouwen bij mensen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 00:50 Reageer op dit bericht

14/10 Pr Ripperger: Goede communicatie kan huwelijken, de samenleving en de Kerk redden. - Sign of the Cross

14/10 Pr Ripperger: Goede communicatie kan huwelijken, de samenleving en de Kerk redden. - Sign of the Cross

Deze conferentie gaat dus over communicatie: de aard ervan, waarom het belangrijk is en hoe je je communicatie kunt verbeteren. Ik heb vandaag namelijk gemerkt dat, naarmate mensen meer losraken van de werkelijkheid, hun vermogen om goed te communiceren steeds meer onder druk komt te staan. Ik zal een voorbeeld geven: ik ging ooit naar een McDonald's. Ik zei: "Ik neem menu nummer twee." "Oké, dus u wilt nummer drie?" "Nee, ik wil nummer twee." "Oké, nummer één?" "Nee, nummer twee." Om de een of andere reden was die man niet in staat te horen wat ik zei. Wat hier eigenlijk aan de hand is, is dat aandacht neerkomt op het richten van de wil – vanuit onze lagere vermogens – op iets dat buiten ons ligt. Dat is waar het uiteindelijk om draait. Maar we willen het hier vooral hebben over wat communicatie nu eigenlijk is.

In het kort: De stappen van het overbrengen van een gedachte:

1 Conceptie (De zender): Wat er gebeurt: In uw verstand (het intellect) vormt zich een concept of waarheid. Uw cogitatief vermogen (het oordelend vermogen op zintuiglijk niveau) koppelt dit abstracte idee aan een specifiek mentaal beeld (een fantasme) en verbindt dit vervolgens met de juiste woorden en klanken uit uw geheugen.

2 Spraak/Expressie (De verzending): Wat er gebeurt: Uw spraakorganen zetten deze associatie om in fysieke klanken of geschreven woorden. Volgens de natuurwet is deze stap exclusief bedoeld om de werkelijkheid zoals die is (de waarheid) te openbaren.

3 Perceptie (De ontvanger): Wat er gebeurt: De ander hoort de klanken. De fysieke zintuigen sturen dit door naar het gemeenschappelijk zintuig (sensus communis), dat de klanken samenvoegt tot een mentaal beeld in de verbeelding van de luisteraar.

4 Assimilatie en Oordeel (Het begrip): Wat er gebeurt: Het cogitatief vermogen van de ontvanger analyseert dit beeld en duikt in het eigen geheugen om te begrijpen wat de woorden betekenen. Tot slot trekt het intellect van de luisteraar hier een abstract concept uit en velt een oordeel: "Klopt dit met de realiteit?"

Waar het fundamenteel verkeerd kan lopen

Pr Ripperger legt uit dat dit zuivere proces op drie specifieke punten gecorrumpeerd kan worden, wat leidt tot de breuken in huwelijken en de samenleving:

* Slechte definities en vaag taalgebruik: Als de zender onnauwkeurige woorden gebruikt of als de ontvanger een heel andere betekenis aan een woord geeft, ontstaat er intellectuele mist. Men praat letterlijk langs elkaar heen omdat de mentale beelden niet overeenstemmen.

* Emotionele verstoringen en de verbeelding: Dit is de meest voorkomende valkuil in huwelijken. Ripperger geeft vaak het voorbeeld van een vrouw die haar man op zijn verjaardag liefdevol vraagt: "Wanneer sta je op?" (haar intentie is een fijn ontbijt). Als de man echter kampt met onzekerheid of frustratie, vervormen zijn emoties en verbeelding de boodschap tot: "Zij vindt dat ik lui ben". De emotie saboteert het objectieve oordelend vermogen.

* Infiltratie door negatieve psychologische gewoonten: Wanneer iemand gewend is geraakt aan een negatieve of achterdochtige bril, filtert het cogitatief vermogen elke binnenkomende boodschap op een destructieve manier. Men zoekt naar verborgen motieven in plaats van te luisteren naar de feitelijke waarheid.

* Het schenden van de waarheid (Leugens en ideologie): Zodra spraak bewust wordt losgekoppeld van de objectieve realiteit (bijvoorbeeld door manipulatie of ideologische taal), stort het fundament van communicatie in. Dit vernietigt het onderlinge vertrouwen, wat de basis is van elke gezonde relatie en samenleving.

Echte communicatie vereist volgens deze filosofie dat we onze emoties onder controle houden, exacte definities gebruiken en ons intellect filteren van valse subjectieve invullingen, zodat we elkaar kunnen ontmoeten in de objectieve waarheid.

**Sint-Thomas van Aquino spreekt er niet heel uitgebreid over; hij richt zich vooral op het spreken van de waarheid. Hij stelt dat onze menselijke vermogens – gebaseerd op de natuurwet – zo zijn geordend en gestructureerd dat ze gericht zijn op het vertellen van de waarheid. Dat betekent in feite dat ze bedoeld zijn om ons conceptuele begrip – de waarheid die wij kennen – over te dragen aan anderen. Buiten die context gaat hij er niet diep op in, al zijn er hier en daar wel wat losse opmerkingen te vinden. Maar we kunnen wel specifiek bespreken wat er gebeurt wanneer iemand iets wil communiceren – iets wat in zijn gedachten leeft – aan een ander persoon. Er zijn daarvoor een aantal stappen nodig.

Ten eerste heeft persoon A een concept in gedachten dat hij wil overbrengen aan persoon B. Maar we kunnen concepten niet rechtstreeks communiceren. We moeten daarvoor een middel gebruiken. Engelen kunnen ze wel rechtstreeks overbrengen, maar wij niet. Wat we dus moeten doen, is vanuit het concept – via een oordeel of een wilsdaad – onze verbeelding inzetten om een ​​beeld te vormen dat bij dat concept past. Stel bijvoorbeeld dat ik iemand het concept 'hond-zijn' wil overbrengen; dan moet ik me een viervoeter voorstellen en vervolgens mijn cognitieve vermogen gebruiken om associaties te leggen met de specifieke termen die horen bij dat beeld. En dan kan ik mijn spraakvermogen inzetten om die specifieke woorden over te brengen. Het beeld en de verbeelding zijn dus gekoppeld aan een reeks woorden en die specifieke woorden spreek ik vervolgens uit. 

En die woorden volgen natuurlijk een grammaticale structuur; ze vormen een specifiek geheel. Die grammaticale structuur is technisch gezien slechts een weerspiegeling van hoe we bepaalde zaken conceptueel en in onze verbeelding begrijpen. Bij dat communicatieproces kunnen er echter allerlei dingen misgaan. We hebben het nog niet eens gehad over hoe persoon B überhaupt moet begrijpen wat we zeggen.

Ten eerste: wanneer we van onze conceptuele gedachte overgaan naar het beeld en de verbeelding – dus aan de kant van de wil: als ik besluit om iemand iets onwaars te vertellen, dan beïnvloedt dat mijn beeldvorming en spreek ik feitelijk onwaarheid. Maar als ik de intentie heb om de waarheid te spreken over mijn oordeel over wat ik weet – bijvoorbeeld dat alle honden viervoeters zijn – dan moet dat beeld in mijn verbeelding worden gevormd. Sommige mensen zijn daar beter in dan anderen. En soms, wanneer we iets proberen over te brengen, ligt het wat ingewikkelder. Het beeld dat we moeten formuleren, moet complexer of subtieler zijn, enzovoort. En sommige mensen zijn daar nu eenmaal niet zo goed in. Dus bij de overgang van een oordeel en de wil die de lagere vermogens aanstuurt, kan er een beeld ontstaan ​​dat conceptueel niet helemaal klopt.

Sommigen van ons hebben dit zelf ook ervaren: wanneer je iets heel complex of moeilijks probeert uit te leggen, of iets heel subtiels, of wanneer je op zoek bent naar een specifiek woord om conceptueel weer te geven wat je oordeel precies inhoudt. Soms hangt het woord dat het cognitieve vermogen (het oordelend vermogen) eraan koppelt, volledig af van het beeld dat je in je verbeelding vormt; dat beeld bepaalt welk woord het vermogen ermee associeert en hoe je vervolgens daadwerkelijk verwoordt wat je wilt zeggen. Dat is dus één aspect. Dat is het eerste punt waarop het mis kan gaan.

Een tweede punt waarop het mis kan gaan, ligt bij het cognitieve vermogen zelf. Je hebt me vast al vaker horen vertellen dat dit vermogen in staat is om naar het beeld in de verbeelding te kijken, terug te grijpen op het geheugen en associaties te leggen: wat is dit precies? Waarmee wordt dit specifieke ding geassocieerd? Stel, mijn moeder komt de kamer binnen. Ik heb een beeld van mijn moeder; dat beeld bevindt zich in mijn verbeelding. Het cogitatieve vermogen bekijkt het, grijpt terug op het geheugen, haalt de informatie over mijn moeder naar boven, en zo herken ik onmiddellijk: dit is mijn moeder. Dat is dus het proces dat zich afspeelt. Het kan echter zo zijn dat er in het cogitatieve vermogen gewoontes zijn ontstaan ​​die haaks staan ​​op de werkelijkheid, of op de manier waarop dat beeld eigenlijk begrepen of geassocieerd zou moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op wat onze ouders – weet je, tijdens onze opvoeding – steeds tegen ons zeiden. Stel dat we nu 18 zijn en dat ze ons al die tijd hebben voorgehouden: "die oranje man is slecht, die oranje man is slecht" (je hebt me dat eerder horen zeggen).

Wat er dan gebeurt, is dat wanneer ik over die specifieke "oranje man" spreek, er een beeld in mijn verbeelding opkomt en ik ga associëren dat hij daadwerkelijk slecht is. Als ik dat vervolgens aan anderen overbreng –dat hij in dit opzicht slecht is – terwijl de ander iets heel anders ziet dan wat ik zeg, dan is dat een indicatie dat óf mijn oordeelsvermogen vertroebeld is, óf de associaties in mijn cognitieve vermogen feitelijk onjuist zijn. Dus, hoe verfijnder dat cognitieve vermogen is – oftewel: hoe intelligenter we zijn – des te beter het in staat is om verfijnde associaties te maken en des te beter de woordenschat is. Hoe breder de woordenschat, des te nauwkeuriger die kan zijn. En dus, naarmate we intelligenter zijn, kunnen we gebruikmaken van zeer specifieke vormen van woordenschat om zaken over te brengen die subtieler of nauwkeuriger zijn.

We gaan van concept naar beeld, en vervolgens wordt dat beeld uitgesproken. Het wordt dus omgezet in geluid. Het geluid bereikt dan natuurlijk de oren van persoon B, die het hoort, en wat doet zijn brein vervolgens? In feite zorgt het denkvermogen voor een associatie. Er vindt een heel proces plaats in de hersenen. Er wordt in de hersenen van persoon B een associatie gelegd met de specifieke woorden die ik uitspreek. Als die woorden dus niet precies overbrengen wat ik werkelijk denk – en dan heb ik het niet per se over iemand die liegt –, dan hoort de ander niet het concept dat jij in gedachten hebt. Hij hoort wat je daadwerkelijk zegt. En vaak zeggen we dingen, en wat de ander hoort, is precies wat we uiteindelijk hebben gezegd. Een deel van het probleem is dat, omdat bepaalde woorden onnauwkeurig kunnen zijn – of door de manier waarop we iets formuleren –, het beeld dat uiteindelijk uit al die woorden voortkomt, daar gaat het bewustzijn mee aan de slag en begint een beeld op te bouwen op basis van wat we horen.

En dat beeld kan uiteindelijk natuurlijk overeenkomen met het beeld in zijn verbeelding. Aristoteles stelt zelfs dat perfectie in het onderwijzen erin bestaat de juiste fantasmata – oftewel beelden – voor de leerling te creëren, zodat wanneer hij het hoort, hij het conceptueel begrijpt. Hij vormt zich dus een beeld in zijn geest, abstraheert dat en velt er een oordeel over in zijn potentiële intellect; daar ontwikkelt hij een conceptueel begrip, zodat hij uiteindelijk tot hetzelfde concept komt als jij. Dat is dus het algemene proces.

Het probleem is dat er verschillende punten zijn waarop het mis kan gaan. Als je woorden niet precies overbrengen wat het concept inhoudt, vormt de luisteraar zich een beeld; dat beeld komt niet overeen met het concept dat jij bedoelde. Bovendien, als je woorden niet duidelijk zijn of meerdere betekenissen hebben, kan het menselijk denkvermogen bepaalde associaties leggen op basis van de context of andere factoren. Daardoor ontstaat er een ander beeld dan wanneer het concept in een andere context zou zijn geplaatst; en uiteraard leidt dit tot een ander conceptueel begrip en een ander oordeel. Dit zijn dus de manieren waarop menselijke communicatie kan falen. Bij engelachtige communicatie werkt het anders: men heeft een concept in de geest en geeft aan de ander te kennen dat men over dat concept wil spreken. Men draagt ​​dat conceptuele begrip over; binnen dat concept kunnen specifieke inzichten bestaan ​​die eveneens aan andere engelen kunnen worden overgedragen. Hierdoor bevat hun onderlinge communicatie uiteindelijk geen onwaarheden – tenzij er natuurlijk sprake is van opzet.

Stel bijvoorbeeld – puur hypothetisch – dat een hogere engel in de hel iets communiceert aan een lagere engel en daarbij een deel van de inhoud achterhoudt, of aangeeft dat het concept vanuit een bepaald gezichtspunt bekeken moet worden (terwijl hij dat deel weglaat). Zo kan hij de zaak vervalsen, waardoor de andere engel een onjuist beeld krijgt van de werkelijkheid. Je moet echter goed beseffen dat, wanneer dit gebeurt, de fout niet zit in het proces zelf – de overdracht van het concept van de ene naar de andere engel. De fout ligt in de oorspronkelijke conceptuele onwaarheid en in het feit dat de ander het concept bekijkt vanuit het gezichtspunt dat hem wordt voorgeschoteld. Het is dus een heel andere situatie. Goed. Om even terug te komen op mensen: hier is het punt waar communicatie kan vastlopen.

Daarom is er dat uitstekende boek van Josef Pieper, Misbruik van taal, misbruik van macht.

"Misbruik van taal, misbruik van macht" (oorspronkelijke Duitse titel: Missbrauch der Sprache, Missbrauch der Macht, 1974) van de bekende katholieke thomistische filosoof Josef Pieper gaat over de manier waarop taal gecorrumpeerd wordt om mensen te manipuleren en macht uit te oefenen. Net als pater Ripperger bouwt Pieper direct voort op de klassieke thomistische en platoonse filosofie.

Het kernidee van dit korte maar invloedrijke essay is simpel: zodra taal niet meer gebruikt wordt om de objectieve werkelijkheid (de waarheid) over te brengen, verandert het onherroepelijk in een instrument van dwingende macht en controle.

Pieper verdeelt zijn analyse in een aantal centrale thema's:

1. Tweeledige doel van taal

Volgens Pieper heeft taal van nature twee unieke eigenschappen:

* Het overbrengen van de realiteit: Taal dient om te benoemen wat écht is.

* Het intermenselijke karakter: Taal is bedoeld om die realiteit met een ander persoon te delen (communicatie).

Zodra je een van deze twee loskoppelt, vernietig je de essentie van taal. Wie liegt of de waarheid verdraait, stopt met communiceren en begint tegen de ander te praten als een object in plaats van als een persoon.

2. Strijd tegen de sofisten

Pieper trekt een parallel met het klassieke Griekenland, waar Plato streed tegen de sofisten. Sofisten waren meesters in de retorica: zij gaven niet om de inhoud of de objectieve waarheid, maar puur om de vorm en het effect. Hun doel was vleien, overtuigen en winnen. Pieper stelt dat deze "sofisterij" een tijdloos gevaar is dat in elke samenleving de kop opsteekt.

3. Propaganda, massamedia en dictatuur

Het boek legt bloot hoe totalitaire regimes, moderne bureaucratieën en massamedia taal misbruiken. Ze creëren een schijnwerkelijkheid door woorden een andere of vage betekenis te geven (zoals het herdefiniëren van termen als 'vrijheid', 'liefde' of 'gerechtigheid').

Wanneer de gedeelde objectieve waarheid verdwijnt, is er geen basis meer voor een open debat.

Als oprechte discussie onmogelijk is geworden, is de enige overgebleven manier om de ander te overtuigen het gebruik van macht, manipulatie of psychologische dwang.

4. Oplossing

De conclusie van Pieper is even radicaal als hoopgevend: de enige manier om je te verzetten tegen de destructie van taal en maatschappij, is door dingen strikt te blijven zien zoals ze werkelijk zijn en te weigeren mee te gaan in ideologische herdefinities. Het spreken van de pure waarheid is de ultieme daad van verzet tegen machtsmisbruik.

Het boek sluit naadloos aan bij wat we zojuist bespraken over pater Rippergers visie op misgelopen communicatie

** Hij herhaalt eigenlijk wat diverse filosofen al zeiden: wie de controle heeft over de betekenis van woorden – of anders gezegd: wie de definitie van woorden kan bepalen – kan ook beïnvloeden wat mensen over die zaken denken. Dat is ook de reden waarom je ziet dat mensen die een machtspositie verwerven en kwaadaardig zijn als een van de eerste dingen de betekenis van bepaalde termen gaan veranderen zodat ze mensen kunnen manipuleren en controleren. Waarom doen ze dat? Neem bijvoorbeeld een politicus. die zegt: "De opwarming van de aarde wordt door mensen veroorzaakt, en dat leidt tot allerlei schade en problemen." Wat ze dan doen is een bepaald woord introduceren of gebruiken. Als je bijvoorbeeld tegen het homohuwelijk bent, zeggen ze "je bent een onverdraagzaam persoon". Maar dat is geen onverdraagzaamheid; onverdraagzaamheid is immers een vooroordeel waarbij je automatisch op een bepaalde groep mensen neerkijkt. Dat is hier niet per se aan de orde.

Ik zeg alleen dat het homohuwelijk iets anders is. Vaak gebruiken ze woorden verkeerd; het woord 'homofobie' betekent angst voor homoseksuelen, terwijl ze eigenlijk willen zeggen dat homofobie inhoudt dat je een hekel aan ze hebt. Tja, dat is een heel ander woord. Ze spelen dus vaak gewoon wat met woorden. Een priester zegt bijvoorbeeld: "Ja, ik heb inderdaad homofobie." En dan reageren mensen met: "Wat?" Waarop hij zegt: "Ja, ik ben bang dat ze veel schade zullen aanrichten als ze bepaalde posities bekleden." En iedereen heeft daar dan eigenlijk wel vrede mee. Als we jonger zijn, tussen de leeftijd van 10 maanden en 5 jaar, woorden worden gekoppeld aan bepaalde zaken; de basiswoorden en de basiswoordenschat die we hebben, en de bijbehorende associaties, worden gevormd in relatie tot de ouders.

Er wordt een cognitief vermogen opgebouwd rond de manier waarop deze specifieke woorden zich verhouden tot die zaken en hoe ze daarmee samenhangen, enzovoort. Neem bijvoorbeeld het fornuis: je kunt kinderen uitleggen dat het fornuis heet is en dat je je eraan kunt branden. Zo leg je dat verband, zodat ze begrijpen dat er een risico op verbranding bestaat. Op die manier bouwen we dat gaandeweg op. Dit is ook een reden waarom degene die in de vroege jaren de educatie van kinderen bepaalt, de basis legt voor hun woordenschat en begrippenkader voor de toekomst. Ook de middelbare schooltijd is een cruciale periode. Het komt er eigenlijk op neer wie bepaalt hoe termen en woorden gedefinieerd worden. Daarom klagen mensen soms als ik een lezing geef: ik ben voortdurend bezig met definities.

Dat is nodig, ten eerste omdat de definitie de basis vormt voor alle latere filosofische discussies. Maar daarnaast moet je duidelijkheid scheppen over hoe je een term gebruikt, zodat anderen er niet zomaar hun eigen betekenis aan kunnen opdringen. Neem bijvoorbeeld de term 'recht': die heeft een heel specifieke filosofische definitie. Het wordt gedefinieerd als een morele aanspraak van de ene persoon op de andere, met betrekking tot iets waartoe de ander verplicht is. Dat is in essentie de definitie van een recht. Tegenwoordig is de term 'recht' echter zo algemeen geworden dat mensen denken dat ze recht hebben op alles wat ze maar willen, maar dat is simpelweg niet zo. Ik ben niet verplicht om jou iets te geven waar jij meent recht op te hebben, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. En precies daar wringt de schoen.

Daarom blijf ik iedereen vertellen: we zullen de argumenten in het abortusdebat niet winnen zolang we geen duidelijke definitie hebben van wat een recht is – en dus dat het recht van een vrouw begrensd wordt door de natuurwet. Pas dan kunnen we die discussie voeren. Maar zolang we het daar niet over eens zijn, lopen we vast; iedereen behandelt een recht namelijk alsof het absoluut is, terwijl dat niet zo is. Het is begrensd. Goed. Wie de woorden bepaalt, bepaalt dus ook hoe mensen die woorden daadwerkelijk begrijpen.

Wat betreft persoon B, die de informatie ontvangt, spelen er een paar dingen mee. Laten we nog even één stap terug doen. Als ik me in een emotionele staat bevind terwijl ik spreek, kan het gebeuren dat de woorden die aan het beeld en het 'cognitieve vermogen' worden gekoppeld, niet in verhouding staan ​​tot of niet precies overeenkomen met wat ik zeg. Ze kunnen onnauwkeurig zijn, want als ik emotioneel word over iets. Stel, ik denk: "Oké, dit moet ik die persoon vertellen." Als ik emotioneel ben, zal dat cognitieve vermogen naar die emotie kijken. In zekere zin is dat vermogen nogal simpel: het ziet gewoon 'X'. Het kijkt niet per se naar de hele emotionele context; het ziet alleen 'X'. Het legt een verband met 'X' en haalt dat naar boven. Als 'X' ook 'Y' en een hoop emotie bevat, ziet het vermogen een bepaalde mate van extremiteit.

Vervolgens zoekt het de woorden erbij die bij die mate van extremiteit passen, haalt die naar boven, plaatst ze in de gedachte, en uiteindelijk spreekt de persoon ze uit. En zo kan die communicatie feitelijk vervormd raken. Het cognitieve vermogen doet gewoon waarvoor het bedoeld is. En dus kunnen onze emotionele toestanden niet alleen invloed hebben op de fijnzinnigheid van het cognitieve vermogen om zinnen goed te formuleren of om goed te verwoorden wat we willen zeggen. Maar het kan ook invloed hebben op de specifieke woorden die in de toespraak worden gekozen, doordat er sprake kan zijn van een teveel of een tekort – want dat is wat emoties doen. Ze sturen ons oordeel richting een teveel of een tekort. Begrijp je? En ze kunnen het beeld vertroebelen bij degene die het hoort.

Stel nu dat er geen probleem is tussen de mond van de spreker en de persoon die luistert – ervan uitgaande dat diegene de woorden daadwerkelijk kan horen: zodra iemand ze hoort, wordt dat woord – dat geluid – gekoppeld aan een specifieke reeks beelden. Die beelden worden erbij gehaald en legt het cognitieve vermogen een reeks associaties en bouwt zo dat beeld in mijn verbeelding op. Twee dingen kunnen daar invloed op hebben: * Het eerste geval is wanneer iemand helemaal overstuur en geagiteerd is, en vol emotie zit. Wat er dan gebeurt, is dat het denkvermogen die binnenkomende informatie en de emotie waarneemt, en vervolgens associaties begint te leggen die niet kloppen of niet waar zijn. Het vermogen gaat associaties leggen die er in werkelijkheid niet eens zijn. We zien dit voortdurend gebeuren bij mensen.

Ik noem een ​​voorbeeld: de vrouw komt binnen en vraagt ​​aan haar man: "Hoe laat sta je op?" Als ze de avond daarvoor bijvoorbeeld een enorme ruzie hebben gehad, zal zijn denkvermogen – afhankelijk van de situatie – bepaalde associaties leggen. Stel dat de relatie juist heel goed is en alles prima verloopt; dan zal hij waarschijnlijk associëren dat, wanneer ze op die toon spreekt en ze allebei in een goed humeur zijn, dit meestal een teken is dat ze iets leuks voor hem in petto heeft – zoals ontbijt op bed brengen. Maar als hij boos is – ook al is zij dat misschien niet – en hij hoort die vraag, dan grijpt zijn geest terug op eerdere ervaringen: "Elke keer als ik in deze toestand verkeerde, betekende het dat ze me de huid vol ging schelden of iets vervelends ging zeggen."

En zo worden er allerlei associaties gevormd op basis van onze emotionele toestand, ongeacht of dat ook daadwerkelijk haar bedoeling is. Daarom is de eerste stap — als we echt naar mensen willen luisteren en goed willen begrijpen wat ze daadwerkelijk zeggen — dat we ons in een toestand bevinden waarin onze emoties volledig tot rust zijn gekomen. We moeten vrij zijn van emotionele bagage die ons oordeel zou kunnen beïnvloeden. 

Laten we kijken naar persoon B. Bij persoon B zal zijn cognitieve vermogen — wanneer hij deze informatie ziet en afhankelijk van zijn emotionele toestand — bepalen hoe hij associaties legt en zich een beeld vormt. Wanneer hij vervolgens een oordeel velt over de conceptuele inhoud van wat je zegt, zal dat oordeel doorslaan naar een uiterste (te veel of te weinig) of zelfs onjuist zijn. En zo komen we weer terug bij het voorbeeld van de man en de vrouw. Ze zegt bijvoorbeeld dat ze ontbijt op bed voor hem gaat maken. Maar als ze vraagt: "Hoe laat sta je op?", en hij is boos, dan hoort hij eigenlijk: "Je bent lui, je bent dit, je bent dat." Dat is wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Oké. En dat betekent natuurlijk dat we bij het communiceren als eerste moeten letten op persoon B: in welke staat verkeert diegene? Is die persoon echt in staat om te horen wat ik zeg? En de manier waarop hij reageert, laat zien hoe hij jouw woorden interpreteert.

Want je hebt vast wel eens meegemaakt dat je iets tegen iemand zei en dat diegene – door zijn emotionele toestand of eerdere negatieve associaties – automatisch een ander oordeel velde over wat je zei omdat zijn beeldvorming en verbeelding op een andere manier zijn ingesteld. Dit is een van de redenen waarom jullie beiden de emoties onder controle moeten krijgen. Maar tegelijkertijd moet je je er tijdens het communiceren van bewust zijn dat je bij die specifieke persoon bepaalde termen niet kunt gebruiken omdat zijn cognitieve vermogen bij die woorden direct negatieve associaties oproept; de persoon maakt verkeerde koppelingen, er komen emoties los of er ontstaat een verkeerd oordeel, en dan krijg je al die emotionele ballast die naar boven komt. Ze zullen het niet helder kunnen zien.

We moeten dus soms voorzichtig zijn met hoe we het precies zien. Aan de andere kant: soms helpt het om gewoon duidelijke taal te gebruiken om door de emotionele mist heen te breken. Dit is een situatie waarin je goed moet letten op de persoon met wie je communiceert. Het gaat niet alleen om het kiezen van de juiste woorden; communicatie is gebaseerd op het principe van ontvangst: alles wat wordt ontvangen, wordt ontvangen op de manier waarop de ontvanger het opvat. Het gaat dus om hoe je het zegt; je kunt het perfect verwoorden. Je kunt het keer op keer perfect herhalen.

Maar als er bij de ander sprake is van kortsluiting, maakt het niet uit hoe vaak je het zegt: ze zullen het niet begrijpen. Je moet het anders formuleren, zodat die persoon daadwerkelijk begrijpt wat er aan de hand is. Dit alles gaat ervan uit dat er aan beide kanten goede wil is. Een van de dingen die me enorm frustreert bij het tv-kijken, is het zien van linkse mensen die gevormd zijn door volgelingen van Saulinsky. Wat er vaak gebeurt, is dat conservatieven proberen een intellectuele discussie te voeren. Maar als de conservatief het argument van de linkse persoon onderuit haalt of aantoont dat het niet klopt, probeert die linkse persoon niet om het anders te formuleren of het debat aan te gaan; in plaats daarvan gaan ze gewoon door de ander heen praten. Ze blijven er dwars doorheen praten. Want Saulinsky leerde hen: als ze je duidelijk tegenspreken en je dreigt de discussie te verliezen, praat er dan gewoon overheen, want dan win je alsnog. Nee, dat doe je niet. Uiteindelijk irriteer je alleen maar iedereen.

Dit is een patroon dat zeer herkenbaar is binnen de politieke analyse van het moderne debat. Deze dynamiek — waarbij een intellectueel argument niet inhoudelijk wordt weerlegd, maar overstemd of genegeerd — sluit direct aan bij de tactieken van de radicale activist Saul Alinsky (de auteur van het invloedrijke boek Rules for Radicals, 1971).

Wanneer een gesprekspartner stopt met argumenteren en simpelweg door de ander heen begint te praten, is dat vanuit de politieke filosofie van Alinsky en Josef Pieper als volgt te verklaren:

1. Het doel is niet de waarheid, maar de overwinning

Voor een klassieke conservatief (en in de traditie van denkers als Pieper of Thomas van Aquino) is een debat een zoektocht naar de objectieve waarheid. Je brengt argumenten in, toetst ze aan de realiteit en als een argument niet klopt, pas je je standpunt aan.

Bij volgelingen van de Alinsky-school werkt dit fundamenteel anders. Voor hen is politiek een nulsomspel van macht. Het doel van het debat is niet om samen tot een intellectuele consensus te komen, maar om de ideologische tegenstander te neutraliseren en te verslaan voor het oog van de camera. Het toegeven van een intellectuele fout wordt gezien als zwakte en terreinverlies.

2. Toegepaste Alinsky-tactieken in de praktijk

Het gedrag dat u op televisie ziet, is vaak een directe vertaling van specifieke regels uit Rules for Radicals:

* "Belachelijk maken is het machtigste wapen van de mens" (Regel 5): Als een conservatief met een waterdicht feitelijk argument komt dat niet te weerleggen valt, switcht de activist naar een emotionele of spottende toon. Door erdoorheen te praten, wordt de rustige opbouw van het intellectuele argument van de tegenstander gesaboteerd.

* "Houd de druk erop" (Regel 8): De tactiek schrijft voor dat je nooit in de verdediging moet schieten. Als jouw argument onderuit wordt gehaald, mag je de tegenstander geen ruimte geven om dat te vieren. Door te blijven praten, te herhalen of de stem te verheffen, behoudt de activist het initiatief op het scherm, ongeacht de inhoudelijke claims.

* "Personaliseer de vijand en isoleer hem" (Regel 13): In plaats van te reageren op wat er wordt gezegd (het argument), verschuift de focus naar wie het zegt. Door de discussie te verstoren, wordt de conservatief gedwongen om te reageren op de verstoring zelf, in plaats van op de inhoud.

3. De overgang van communicatie naar macht (Pieper)

Dit is exact het punt waar de waarschuwing van Josef Pieper werkelijkheid wordt. Pieper stelde dat wanneer taal losgekoppeld wordt van de waarheid, het verandert in een instrument van pure macht.

Het "door de ander heen praten" is de fysieke en verbale uiting van die macht. Het is een vorm van akoestische dominantie: wie het hardste praat of de ander de microfoontijd ontneemt, controleert de ruimte. Het intellectuele debat (het cognitieve proces) wordt zo doorbroken en vervangen door een psychologisch machtsspel (een sofisterij in de woorden van Pieper) dat puur gericht is op het beïnvloeden van de toeschouwer thuis.

Het kan inderdaad erg frustrerend zijn om te zien dat de regels van een eerlijk debat worden genegeerd.

** En dus betekent dit eigenlijk – als we kijken naar de structuur van het spreken en hoe onze vermogens zijn ingericht – dat het intellect ervoor gemaakt is om de waarheid te kennen, en dat het spraakvermogen bedoeld is om die waarheid met de juiste woorden over te brengen op persoon B – zodat zij daadwerkelijk horen wat we proberen over te brengen. Dit betekent uiteraard dat we door middel van goede communicatie daadwerkelijk een intellectuele eenheid tussen ons tot stand brengen. Bijvoorbeeld binnen de Kerk – is dat één van de grootste problemen waar we nu mee kampen, voortkomt uit het feit dat men niet langer gelooft in de geloofsschat. En omdat veel bisschoppen het niet eens onderwijzen – en zelfs dingen leren die in strijd zijn met de geloofsschat – nemen ze deze houding aan; want de basis van de waarheid is verlegd van de objectieve inhoud van de geloofsschat – iets dat buiten ons staat en ons wordt onderwezen door een andere instantie buiten ons, namelijk het leergezag.

In plaats daarvan verleggen ze de focus naar onze gevoelens. Voor hen bestaat eenheid uit een eenheid van gevoelens. Weet je wel: kunnen we niet gewoon allemaal door één deur? Je moet gewoon je naaste liefhebben, enzovoort. Het getuigt van een totaal en beschamend onbegrip van het feit dat onze fundamentele vorm van eenheid als mens vrijwel niets te maken heeft met onze emoties of onze subjectieve gemoedstoestand. Het draait om het bestaan ​​van een object buiten ons, waaraan wij ons beiden conformeren. Dat noemen we de waarheid: de overeenstemming van het verstand met het object waarmee we beiden geconfronteerd worden, en vervolgens vormt dat object de basis voor de intellectuele eenheid tussen ons beiden; doorgaans noemen we dat de werkelijkheid. De realiteit vormt het uitgangspunt: zodra mensen de werkelijkheid niet meer accepteren en deze willen veranderen, ontstaat de eerste breuk in hun vermogen om te communiceren, en daarmee de eerste breuk in cultuur en samenleving. Maar dit betekent ook dat er een breuk kan ontstaan ​​binnen een huwelijk of welke relatie dan ook.

Er moet sprake zijn van iets externs waarover beide partijen het eens zijn en waaraan ze zich houden; als dat niet lukt, betekent dit in feite dat alle verdere communicatie zal vastlopen, omdat wij als mensen een natuurlijke neiging hebben om in gemeenschap te leven. Sint-Thomas stelt dat dit deel uitmaakt van de derde categorie van natuurlijke neigingen binnen de natuurwet. Dit houdt in dat wij als mensen een natuurlijke neiging hebben tot een leven van wezenlijke communicatie. We moeten in staat zijn tot een zekere mate van onderlinge communicatie. Mensen zeggen wel eens: "Ach, weet je, sommige oudere mensen komen op een punt waarop ze nauwelijks nog met elkaar praten." Dat komt doordat ze al zoveel hebben gedeeld dat ze het eens zijn en weten wat hen verbindt in hun huwelijk of relatie. Dit is cruciaal, want kijk bijvoorbeeld naar de Kerk: men probeert voortdurend de discussie over eenheid aan te wakkeren, maar spreekt nooit over het principe van die eenheid, namelijk het pausdom. En wat is de fundamentele functie van het pausdom?

Onze Heer zei tegen Petrus: "Versterk je broeders. Leer hun alles wat Ik jullie heb opgedragen." De taak van de paus is dus om de geloofsschat te nemen en deze helder aan ons over te dragen, en ons te bevestigen in ons vermogen om de waarheid daarin te zien. En daardoor hebben we die eenheid binnen de Kerk. De reden dat we geen eenheid in de Kerk hebben, is dat mensen niet langer hetzelfde geloven. Kijk, uiteindelijk is dit het fundamentele probleem. We blijven maar zeggen: "Oh, hij is Katholiek, hij is Katholiek..." maar wacht eens even. Als iemand niet gelooft dat Christus daadwerkelijk is opgestaan ​​in hetzelfde fysieke lichaam, of niet gelooft dat er slechts één heilige, Katholieke en apostolische Kerk is... tja, dan behoren we uiteindelijk niet eens meer tot dezelfde religie. We maken misschien deel uit van dezelfde zichtbare structuur, maar in werkelijkheid geloven we niet eens meer in dezelfde dingen.

En dat is het fundamentele probleem dat hier speelt. Daarom is communicatie zo cruciaal. Je kunt niet eens een gemeenschappelijk leven leiden zonder communicatie. Zelfs doven hebben manieren om met elkaar te communiceren. En als je in een situatie zit waarin niemand communiceert, dan eindig je uiteindelijk met een breuk. Zelfs in kloosters waar men een zwijgplicht heeft, zijn er momenten waarop communicatie noodzakelijk is. Bovendien is er al vooraf gecommuniceerd en overeenstemming bereikt over de leefregel en de praktische gang van zaken. Ze delen dus die gemeenschappelijke, uiterlijke regel dankzij eerdere communicatie. Een gemeenschappelijk leven is dus onmogelijk zonder goede communicatie. Maar dat betekent ook dat er bij communicatie sprake moet zijn van goede wil aan beide kanten en van het verlangen om tot de waarheid te komen met betrekking tot het onderwerp waarover men communiceert.

Het is dus belangrijk dat er communicatie is, maar ook dat er sprake is van de juiste soort communicatie. Daarom, als je kijkt naar de tijd waarin de Kerk op haar sterkst was, dan was dat in de periode waarin er absolute overeenstemming bestond over de betekenis van het geloofsgoed en de termen die werden gebruikt om dat te beschrijven, en waarin degenen die de leiding hadden daarop toezagen, enzovoort. Als je dat hele traject volgt: dat is het moment waarop er sprake is van eenheid.

Eenheid is niet slechts een prettig gevoel dat we voor elkaar hebben. Het moet beginnen met een intellectueel fundament. En zolang we dat niet op orde hebben in de Kerk, komen we nergens. Daarom zei ik dat de problemen in de Kerk nooit opgelost zullen worden zolang de paus niet toeziet op de leerstellige integriteit van de kerk. Integriteit – niet zoals hij wil dat het is, niet zoals hij denkt dat het is, maar integriteit gebaseerd op het geloofsgoed en op wat de Kerk altijd heeft onderwezen via de traditie. Want de traditie is de norm. Iedereen blijft dat specifieke aspect ervan negeren.

Het gebrek aan communicatie leidt ertoe dat mensen niet beschikken over de elementen die hun verbondenheid versterken. Uiteindelijk ontstaan ​​er daardoor barsten in de relatie. Ik besprak dit eigenlijk in de context van geestelijke strijd, maar het geldt in algemene zin. De eerste problemen ontstaan ​​wanneer de perceptie van persoon B – bij het horen van wat persoon A zegt – niet overeenkomt met wat persoon A daadwerkelijk bedoelde. Demonen proberen voortdurend in te haken op die perceptie door een negatieve blik of andere verstorende gedachten te introduceren. Ze proberen allereerst het oordeel dat men over de ander heeft – gebaseerd op het beeld dat men van diegene heeft – te beïnvloeden. Demonen kunnen dat beeld vertekenen, maar het hangt allemaal af van de kwaliteit van de communicatie. Hoe beter de communicatie verloopt – en soms zelfs: hoe méér er gecommuniceerd wordt, omdat men zo tot een beter begrip en overeenstemming kan komen over wat er innerlijk speelt bij elkaar, bij de kinderen, enzovoort... – des te sterker de relatie is.

Het eerste wat demonen doen, is de perceptie beïnvloeden; vervolgens ondermijnen ze de communicatie rondom de woorden die worden uitgewisseld. Wanneer mensen niet goed met elkaar praten – niet op een juiste manier communiceren of geen goede wil tonen in hun communicatie – veranderen de percepties die men van de ander heeft. Zo begint het uiteenvallen van een huwelijk: er is pas sprake van een scheiding nadat de wederzijdse percepties uit elkaar zijn gegroeid. Daarop wordt voortgebouwd, totdat het vermogen om elkaar op de juiste manier te beoordelen zozeer is aangetast dat men meent dat de problemen 'onoverkomelijk' zijn. En dat is dus wat je moet doen. Je moet dat in de loop van de tijd opbouwen. Dat is wat de demonen doen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 23:31 Reageer op dit bericht

Boodschappen aan Pedro Regis (12-13/10)

12/10 OLVrouw, Koningin van de vrede: Lieve kinderen, Ik ben de Moeder en Koningin van Brazilië. Ik ben uit de hemel gekomen om jullie te zegenen en op te roepen tot bekering. Luister naar Mij. Jullie hebben vrijheid, maar de beste weg is het doen van Gods wil. Jullie natie heeft zich van God afgekeerd en zal de bittere beker van het lijden drinken. Bid. Alleen door de kracht van het gebed kunnen jullie de overwinning behalen. Laat je vrijheid je er niet van weerhouden God op de eerste plaats in je hart te stellen.

Jullie zijn belangrijk voor de Heer. Hij wil jullie redden, maar Hij dwingt jullie niet. Stel niet uit tot morgen wat je vandaag moet doen. Ik houd van jullie en wil jullie helpen, maar wat Ik doe, hangt van jullie af. Jullie gaan een toekomst van grote geestelijke duisternis tegemoet. Zoek de Heer en je zult Zijn licht vinden. Wie in het licht van de Heer wandelt, zal bescherming vinden. Ga verder zonder angst! Ik zal bij Mijn Jezus voor jullie pleiten.

13/10 OLVrouw, Koningin van de vrede: Lieve kinderen, zoek Gods schatten opdat jullie groot mogen zijn in het geloof. Alles in dit leven gaat voorbij, maar Gods wonderen zullen eeuwig zijn voor de rechtvaardigen. Dit is het gunstige moment voor jullie terugkeer. Blijf niet werkeloos toekijken. De mensheid bewandelt de wegen van zelfvernietiging die mensen met eigen handen hebben voorbereid. Behoor toe aan de Heer. Jullie zijn in de wereld, maar jullie behoren niet tot de wereld. Hij die zich tegen Christus verzet, zal in de wereld handelen, en Mijn arme kinderen zullen een zwaar kruis dragen.

Zij die ver van de Heer leven, zullen er spijt van krijgen, maar dan zal het te laat zijn. Eeuwenlang ben Ik vanuit de hemel naar de aarde gekomen om jullie te roepen en de weg naar de hemel te wijzen, maar de mensen hebben Mijn oproepen afgewezen. Ik ben jullie Moeder van Smarten en Ik weet wat jullie te wachten staat. Bid. Leef niet zonder gebed. Zij die tot het einde trouw blijven, zullen gered worden. Moed! Mijn Heer houdt van jullie en wacht op jullie met open armen. Vergeet niet: jullie overwinning ligt in de Eucharistie.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 22:01 Reageer op dit bericht

1/10 God wil dat jullie over heilige, met bloemen bezaaide paden wandelen – Angelica

1/10 God wil dat jullie over heilige, met bloemen bezaaide paden wandelen – Angelica

Maria: Zie, Mijn kinderen, het is Mijn vurig verlangen dat alle kinderen van de aarde verenigd mogen zijn!

In deze pijnlijke tijden is het goed dat kinderen opnieuw verbinding maken met de ziel en luisteren naar wat de Koningin-Ziel zegt. Door naar de Koningin-Ziel te luisteren, luisteren jullie naar God Zelf; Hij is het die jullie leert hoe jullie deze aardse reis moeten afleggen; Hij is het die ervoor zorgt dat jullie de wegen van Satan vermijden.

Jullie zijn Gods mooiste schepping, en God wil dat jullie over heilige, met bloemen bezaaide paden wandelen.

Kom, Mijn kinderen, wees niet halsstarrig; neem elkaar bij de hand, wandel en bid dat er een einde komt aan de conflicten. Laat er altijd een beetje droefheid in jullie harten zijn om de broeders en zusters die in conflict raken. Wend je niet van God af; met God zullen jullie alles oplossen; met God zullen de angsten die jullie op aarde kwellen verdwijnen; met God zullen jullie altijd weten wat de juiste weg is. Maar het is belangrijk dat jullie elkaar liefhebben en dit gezin weer verenigen – alleen zo zullen jullie geluk en innerlijke vrede werkelijkheid worden.

Haast jullie, de tijd dringt!

PRIJS DE VADER, DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST

Ik geef jullie Mijn Heilige Zegen en dank je dat jullie naar Mij hebben geluisterd.” Bid, bid, bid!

Jezus: Ik zegen jullie in Mijn Drie-eenheid: de Vader, Ik de Zoon en de Heilige Geest! Amen.

Moge Mijn zegen warm, overvloedig, ontzagwekkend, heilig en heiligend neerdalen over alle volkeren der aarde, opdat zij ervan overtuigd raken dat wat zij zoeken – geluk – alleen bereikt kan worden door dicht bij Mijn Allerheiligst Hart te blijven.

Kinderen, het is jullie Heer Jezus Christus die tot jullie spreekt! Ik zal hier niet lang bij stilstaan, maar Ik wil jullie zeggen dat de wegen die jullie bewandelen niet goed zijn; het zijn satanische wegen. Verander van koers en volg Mijn wegen; daar zullen jullie alles vinden: vreugde, vrede en licht. Verenig jullie, zoals de Heilige Moeder heeft gezegd; jullie eenheid is het fundament van jullie redding. Hoe vaak heeft de Heilige Moeder jullie niet verteld dat jullie tot zoveel meer in staat zijn en zoveel kunnen bereiken! Bid, kinderen; bid voor de conflicten. Laat je niet afleiden van wat belangrijk is. Dit is een bittere tijd, en alleen door verenigd te zijn kunnen jullie deze overwinnen. Het is een tijd die je de rillingen over de rug jaagt, maar wees niet bang – Ik zal jullie verwarmen!

Ik zegen jullie in Mijn Drie-eenheid: de Vader, Ik de Zoon en de Heilige Geest! Amen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 20:46 Reageer op dit bericht

10/9 Herovering – Wees niet verontrust - Mission of Divine Mercy

10/9 Herovering – Wees niet verontrust - Mission of Divine Mercy

OLVrouw: "Wees niet verontrust." aan zuster Amapola 

Wees gegroet, Maria, Allerzuiverste, onbevlekt ontvangen. 

Mijn kleine kinderen, 

Ik ben het, je Hemelse Moeder, je Koningin en Kapitein, die vanmiddag tot je spreekt. 

Mijn lieve kindjes, ik zie de angst in jullie harten, de veelheid aan gedachten en gevoelens die als golven in een storm beuken tegen de rust van jullie geest en jullie hart.  

Ik zie hoe mijn bitterste vijand jullie zonder medelijden aanvalt in jullie geloof, in jullie hoop, in jullie naastenliefde. 

Daarom, lieve kinderen, roep ik jullie nogmaals op om je toevlucht te zoeken in Mijn Onbevlekte Hart, waar de vrede van God heerst, waar je de liefde van de Allerheiligste Drie-eenheid kunt aanschouwen, waar je verzadigd kunt worden met de Waarheid, die Mijn Allerheiligste Zoon is. 

De vrede van God, kinderen, wordt niet verkregen door alle beproevingen te vermijden, door een leeg hoofd te hebben, door menselijke mentale oefeningen die je alleen maar afleiden. 

De vrede van God, kinderen, wordt gewonnen in de strijd en in de dagelijkse inspanning om je eerst te onderwerpen aan, en vervolgens je wil te verenigen met de wil van de Vader, die je onmetelijk liefheeft en wil dat je deelneemt aan Zijn leven zelf, dat niets anders is dan de goddelijke liefde. 

De vrede van God daalt neer in jullie harten met elke daad van geloof die jullie verrichten, met elke stap die jullie zetten op het pad dat vol mist en duisternis is, dat de dood betekent voor jullie zeer fragiele en beperkte menselijkheid. Elke stap in het vertrouwen dat het het pad van God is, de weg die Mijn Zoon en Mij bewandelden, de weg naar de vervulling van Gods plan voor elke ziel, de weg die jullie steeds hoger voert, door elke laag mist en duisternis heen, en die eindigt in het licht van de omhelzing van God. 

Kinderen, jullie kunnen je de schoonheid van dit Licht dat op jullie wacht niet voorstellen. 

Met Mijn Woorden en Moederlijke Liefde breng Ik je een sprankje hoop, troost en VREDE. 

Mijn kleintjes, wat hebben Wij aan jullie gevraagd? Dat jullie je blik gericht houden op Onze Gezichten, die vol zijn van dit Licht; dat jullie Onze Namen herhalen, die als een streling en bescherming zijn, en die het Schild van Waarheid vormen dat jullie nodig hebben in deze tijd vol duisternis en verwarring. 

Wij hebben jullie gevraagd de Waarheid in jew ziel te bewaren, alles te beschermen wat Mijn Jezus je heeft gezegd, alles wat Hij je met Zijn leven en dood heeft getoond en voor jullie heeft verkregen. 

Wij hebben om jullie daden van geloof, vertrouwen en gehoorzaamheid gevraagd, die je alleen kunt verrichten als je nederigheid in je hart bewaart als een kostbaar juweel, als een lamp die voortdurend de grootste, mooiste Waarheid verlicht. De Waarheid dat GOD GOD IS. Er is geen ander. 

Dat je een Vader hebt die, jullie onvoorstelbaar liefheeft en Zijn meest geliefde Zoon, de eerstgeborene van de hele schepping, heeft gezonden om jullie Zijn liefde te brengen, jullie te redden uit de klauwen van Satan, om jullie opnieuw tot kinderen te maken, nadat jullie slaven waren die tot de ondergang bestemd waren. En dat Hij, nadat Hij als kinderen was verlost, jullie de goddelijke liefde heeft gezonden om jullie te vervullen met Zijn genade, om te versterken wat zwak is, te verlichten wat duister is, te reinigen wat bezoedeld is, en u te bedekken met de koninklijke mantel die u voor eeuwig tot Gods bezit maakt. (1)

Hoeveel dingen blijven er nog verborgen voor jullie, kinderen, omdat het menselijk verstand – zo beheerst door het redeneren dat je doet zeggen: ‘Ik weet het, ik begrijp het’ – geen glimp kan opvangen van, of ten volle kan waarderen, het Mysterie van God dat zich voor jullie ontvouwt. (2)

Zelfs jullie harten, waarin de genade woont, kunnen de omvang van alles wat er in dit uur gebeurt niet bevatten. 

Daarom, lieve kinderen, dring ik er steeds weer op aan dat jullie deze tijd en alles wat de Vader in Zijn Wijsheid, Barmhartigheid en Rechtvaardigheid in dit Uur volbrengt, alleen kunnen beleven door een heilig, kinderlijk geloof, vol vertrouwen en overgave (3).

Daarom zeg ik jullie, kinderen, dat jullie in Mijn vrede moeten blijven, die niets anders is dan Mijn daad van volledige overgave aan de wil van de Vader. 

Wie bij Mij blijft, in Mijn Hart, is niet verdwaald of verloren. Daarom is Mijn Hart de Toevlucht, de Onneembare Toren, het Bolwerk van Bescherming, de Citadel waarin Mijn Leger zijn toevlucht zoekt, waar het wordt voorbereid, gevormd en versterkt tot het Uur is aangebroken. 

Mijn kinderen, verspil jullie tijd niet aan nutteloze ruzies, waarbij ieder wil ‘gelijk hebben’. De ENIGE die gelijk heeft, kinderen, is de Eeuwige Vader. En de enige manier om in dit heilige ‘gelijk hebben’ te blijven, in Zijn Goddelijke Wil, is door nederig te erkennen dat alleen Hij God is, alleen Hij alles ziet, alles weet en alles kan doen. (4)

Het gaat erom te erkennen dat je een uniek uur tegemoet gaat, waarin Gods handelen zich ontvouwt in het mysterie van Zijn plan – mysterie omdat het zo immens en zo diepgaand is, dat het onmogelijk is het te vatten in iets zo beperkts en onvolmaakts als je verstand. 

Daarom vraag ik jullie, kinderen, om je steeds meer over te geven aan de goddelijke wil, zoals kleine kinderen; om het vertrouwen dat in jullie harten begint te ontkiemen, onbeperkt te laten groeien en versterken. 

Stel geen grenzen aan het handelen van God, kinderen, nooit. 

Het is niet jullie plek als wezens zoals jullie zijn. 

Tussen wat je denkt te weten en te begrijpen en wat werkelijk IS, gaat een onpeilbare afgrond (5)  die alleen overbrugd kan worden door GELOOF dat zich volledig overgeeft aan de Wil van de Vader, erop vertrouwend dat de Vader, in Zijn Liefde voor Zijn zeer kleine en beperkte schepsel, het zal geven wat het nodig heeft wanneer het het nodig heeft, en het zal laten weten wat het moet weten wanneer het moet weten. (6)

U begrijpt nu waarom Wij in dit Uur bovenal vragen om uw GELOOF, dat gelooft zonder te zien, zonder te begrijpen, dat zich tegen alle menselijke rede en menselijke vrees in overgeeft aan de Liefdevolle Wil van de Vader. 

DIT IS UW GROOTSTE EN MEEST KRACHTIGE BESCHERMING. 

Waarom is de rozenkrans zo'n krachtig wapen? Omdat het de school van overgave, gehoorzaamheid en geloof is; omdat het je laat nadenken over Onze overgave, Onze gehoorzaamheid aan de wil van de Vader, in vreugde, in vreselijke pijn, in glorie. 

Waarom is het Woord van mijn Jezus, Zijn Evangelie, zo krachtig? Omdat elk woord, elk gebaar, elk moment van Zijn leven doordrenkt was van deze overgave en gehoorzaamheid aan de Vader, wat de prijs ook was . 

Waarom is Mijn Hart de volmaakte Toevlucht? Omdat er in Mijn ziel niets anders is geweest dan overgave, geloof en gehoorzaamheid aan de Allerheiligste Vader, die ALLES heeft gevraagd om ALLES te geven. Deze Toevlucht heeft de Vader nooit iets geweigerd en heeft daarom toevlucht geboden aan het vleesgeworden Woord, en nu ook aan u. 

Mijn kleintjes, kom naar het Hart van jullie Moeder en vind rust in Mijn Overgave, die jullie Licht, Vrede en kalmte voor jullie ziel schenkt. Sta Mij toe jullie dicht bij Mijn Hart te dragen door de woelige wateren van dit zeer angstige Uur. 

Zoals kleine kinderen doen wanneer ze iets vreselijks zien en hun gezicht in de borst van hun moeder verbergen en zich aan haar bescherming overgeven. Doe hetzelfde met Mij. 

Lieve kinderen van Mijn Hart, jullie zijn angstig en willen precies weten wat jullie moeten doen, naar wie jullie moeten luisteren, waar jullie heen moeten gaan, wie jullie kunnen vertrouwen. Jullie zijn bang om een ​​fout te maken, bang om niet te doen wat God van jullie verlangt in dit uur. 

1 Allereerst, kinderen, prent dit in jullie hart en in jullie gedachten: 

DE VADER WEET wat je meemaakt. 

DE VADER WEET dat je Hem wilt liefhebben, Hem wilt dienen en voor eeuwig bij Hem wilt zijn. 

DE VADER BEGRIJPT de angst van je hart. 

En de Vader zal jullie helpen , en Hij zal met liefde alles ontvangen wat je Hem met liefde, geloof en eenvoud geeft. Elke inspanning, elk gebed, elke vertrouwensvolle blik te midden van pijn en verwarring. 

WEES NIET BANG, JE VADER HOUDT VAN JE. 

2 Ten tweede, kinderen, hebben Wij jullie verteld wat jullie moeten doen: NAAR ONS KIJKEN, ONS LIEFHEBBEN, ONS VERTROUWEN, LAAT EEN LICHT GELOOF JULLIE ZIEL VERVULLEN. 

Naar wie te luisteren: Naar de STEM VAN DE VADER DIE SPREEKT IN DE STEM VAN ZIJN ZOON, in Zijn Evangelie, in Zijn Heilig Woord (7), in de Heilige Leer (8) die de Vader eert, de Zoon verheerlijkt en gehoorzaam is aan de Heilige Geest. 

3 Ten derde, kinderen, jullie weten waar jullie heen moeten: naar de Toevlucht van Mijn Hart. Daar moeten jullie alles beleven, kinderen. 

Beleef de Heilige Mis in Mijn Hart – zelfs als je fysiek aanwezig bent bij een onvolmaakte Mis, beleef je deze in Mijn Hart in verbondenheid met alle Heilige Missen die met Liefde, Geloof en oprechte toewijding worden opgedragen. 

Aanbid Mijn Jezus in Mijn Hart, wanneer je daar een gebrek aan respect voor Mijn Jezus in Zijn Ware en Werkelijke Aanwezigheid in de Allerheiligste Eucharistie aantreft. En wanneer je geen plaatsen meer vindt waar Mijn Zoon aanwezig is, aanbid Hem dan in Mijn Hart. Leef elke dag, elk uur in Mijn Hart. Breng je gedachten, emoties, pijn en lijden naar Mij toe, en laat Mij ze baden in het Goddelijke Licht en je laten zien wat je ermee moet doen. 

Kom en spreek met Mij, kinderen, over elke beslissing die jullie moeten nemen. Ik ben de Troon der Wijsheid en de Moeder van Goede Raad; laat je door Mij leiden, en Ik zal jullie altijd naar Mijn Jezus leiden, en samen met Hem naar het Hart van de Vader. 

Mijn kleintjes, adem de pure lucht van Mijn Hart in, jullie hebben het nodig, want jullie moeten leven in een geestelijke atmosfeer die zo besmet is door de stank van Satan en al zijn listen. Maar in Mijn Hart vind je ALLEEN de zuivere lucht van de Hemel, die je ziel reinigt van de verderfelijke invloeden van de vijand en je in staat stelt samen met Mij de schoonheid van het Hart van de Vader te aanschouwen, de grootsheid en onmetelijkheid van Zijn Plan, de oneindigheid van Zijn Macht, Rechtvaardigheid en Barmhartigheid. Dit is uw voeding in dit uur. 

WEES NIET BANG. MAAK JE GEEN ZORGEN. KOM TOT MIJ EN OVERDENK DE WAARHEID DIE IN MIJN BAARMOEDER VLEES AANNEEMDE EN DIE ONOPHOUDELIJK IN MIJN ZIEL SCHIJNT. 

Je wilt Mijn Jezus volgen en de Vader behagen: NEEM MIJN HAND EN LAAT ME JE LEIDEN EN JE PLAATSEN OP DE PLAATS DIE DE VADER VOOR JE HEEFT BESTEMD IN ZIJN PLAN. KINDEREN, VERTROUW OP JULLIE MOEDER. [glimlach] HOEVEEL HOU IK VAN JE! JULLIE ZIJN MIJN LEGER, KINDEREN. 

Jullie kapitein leidt je langs ongekende paden in dit angstaanjagende uur, voor de vervulling van het volmaakte plan van de Vader, ten goede van elke ziel en voor het herstel van heel Zijn schepping in het licht en de schoonheid van de heiligheid. 

Wees niet bang, kinderen. Hoewel de strijd zwaar en schijnbaar eindeloos is, moeilijk te begrijpen en te voeren, is de OVERWINNING reeds behaald. Mijn allerheiligste Zoon, mijn Jezus, de meest geliefde Zoon van de Vader, het Lam dat geslacht werd, de Koning der Koningen en Heer der Heren, heeft het verkregen door Zijn Bloed en Zijn Gehoorzaamheid, en Hij zal het doen schijnen over alles wat is, en elk schepsel zal het erkennen. 

WEES NIET BANG. MAAK JE GEEN ZORGEN. ALLES IS IN DE HANDEN VAN DE VADER. BLIJF IN MIJN HART. BLIJF IN MIJN JEZUS. MAAK JE GEEN ZORGEN. KOM EN ZIE HET DUIDELIJK IN MIJN ONBEVLEKTE HART. 

Zoek je toevlucht in mijn naam, die de vijand verdrijft. Je moeder laat je niet in de steek. Je Kapitein leidt jullie naar de Waarheid, die Jezus is. Je Koningin spreidt Haar Koninklijke Mantel over jullie uit om elke onreine geest te verdrijven die de Waarheid in jullie harten probeert te verdraaien. Ik zegen jullie, Mijn lieve kinderen, met Mijn moederlijke liefde; Ik baad jullie in Mijn tranen, Ik neem jullie in Mijn armen en Ik druk jullie aan Mijn hart. 

Je moeder die van je houdt, de Allerheiligste Maria, Mystieke Roos van de Vader die zich opent om in dit uur de geur van de Hemel te verspreiden en de bedroefde zielen van de kinderen van God te troosten. 

Aan Hem zij alle glorie tot in alle eeuwigheid. 

AMEN. 

Uitleg

1 Dit is precies wat we vragen in de prachtige Sequentie die gezongen wordt op het Pinksterfeest, de “Veni Sancte Spiritus”: “O Lux beatissima, reple cordis intima tuorum fidelium…lava quod est sordidum, riga quod est aridum, sana quod est saucium, flecte quod est rigidum, fove quod est frigidum, rege quod est devium...” (Letterlijke vertaling: O meest gezegende Licht, vul het diepste hart van Uw gelovigen…Reinig wat onrein is, geef water wat uitgedroogd is, genees wat gewond is. Buig wat onbuigzaam is, verwarm wat koud is, corrigeer wat verdwaald is.)

2 Dit deed me denken aan de mystieke ervaring die Sint Thomas van Aquino kort voor zijn dood had, waardoor hij stopte met schrijven. Nadat hij een visioen van God had gehad, leek het hem dat alles wat hij had geschreven – nota bene de Summa Theologica, de basis van zoveel theologische leerstellingen van de Kerk – slechts "stro" was in vergelijking met wat God hem van Zijn Grootheid had getoond.

3 “In die tijd zei Jezus: ‘Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor de wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan de kleinen. Ja, Vader, want zo was het Uw welwillende wil.’” (Matteüs 11:25)

4 “Toen antwoordde Job de HEER: ‘Ik weet dat U alles kunt doen en dat geen enkel plan van U kan worden gedwarsboomd. Wie is deze die raad verbergt zonder kennis? Daarom heb ik gesproken wat ik niet begreep, dingen die te wonderlijk voor mij waren, die ik niet kende. Luister, en Ik zal spreken; Ik zal u ondervragen, en u zult Mij antwoord geven. Ik had van U gehoord door het horen van mijn oren, maar nu ziet mijn oog U; daarom veracht ik mezelf en bekeer ik mij in stof en as.’” (Job 42:1-6). Het is de moeite waard om het boek Job nog eens te lezen, vooral de hoofdstukken 38-42, als een goede herinnering aan de noodzaak van nederigheid voor God en Zijn plannen.

5 “Want Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten, en Mijn wegen niet jullie wegen, zegt de HEER. Want zoals de hemel boven de aarde verheven is, zo zijn Mijn wegen verheven boven jullie wegen, en Mijn gedachten boven jullie gedachten.” (Jesaja 55:8-9).

6 Dat is wat we in het Onze Vader vragen: "Geef ons heden ons dagelijks brood..."

7 Verwijzing niet alleen naar de Heilige Schrift, maar ook naar de profetische genaden die de Heer voortdurend aan de Kerk heeft geschonken ten goede van Zijn kinderen.

8 Verwijzing naar het authentieke leergezag van de Kerk, en naar de manier waarop de levens van de heiligen Gods heilige leer in hun daden en woorden overbrengen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 18:05 Reageer op dit bericht

13/10 Auteur onthult de waarschuwing die God over de aarde zal zenden. - Uniquely End Times

13/10 Auteur onthult de waarschuwing die God over de aarde zal zenden. - Uniquely End Times

De centrale thema's van de invloedrijke video- en boekenserie van de katholieke auteur en spreekster Christine Watkins. Haar bekendste bestseller, The Warning: Testimonies and Prophecies of the Illumination of Conscience (Het Grote Waarschuwingsboek), staat centraal in deze beweging.

1. Maak kennis met Christine Watkins en het boek dat de hemel gebruikt voor bekeringen.

Dit introduceert Christine Watkins en haar boek The Warning. Binnen traditionele katholieke kringen wordt dit boek gezien als een door de hemel gestuurd hulpmiddel voor massale bekering. Het bevat profetieën en getuigenissen van mensen die al een persoonlijke 'verlichting van het geweten' hebben ervaren (zoals de voormalige Hollywood-producent Marino Restrepo), wat hun levens radicaal en blijvend heeft veranderd richting heiligheid.

2. Wat zal er gebeuren als elke ziel het gekruisigde Lam ziet?

Dit verwijst naar het voorspelde kernelement van de 'Grote Waarschuwing'. Volgens mystici zal de zon verduisterd worden en zal er een gigantisch, lichtgevend kruis — het symbool van het gekruisigde Lam (Jezus) — aan de hemel verschijnen. De stralen uit de wonden van dit kruis zullen de ziel van ieder levend mens op aarde doorboren, waardoor iedereen tegelijkertijd zijn of haar eigen ziel en alle gepleegde zonden zal zien door de ogen van God.

3. De heiligen, gestigmatiseerden en zieners die allemaal dezelfde waarschuwing zagen

Watkins onderbouwt haar werk door te laten zien dat dit concept geen nieuw idee is. Tal van heiligen, dragers van de stigmata (wonden van Christus) en goedgekeurde Maria-verschijningen hebben door de eeuwen heen exact dezelfde waarschuwing voorspeld. Ze verwijst hierbij onder andere naar de heilige Faustina Kowalska, de zalige Anna Maria Taigi, paus Pius IX en de verschijningen in Garabandal.

4. De vrije wil blijft bestaan: waarom uw gebeden na de Waarschuwing over zielen zullen beslissen

Hoewel de Waarschuwing een wereldwijde, onmiskenbare bovennatuurlijke ervaring zal zijn, neemt het de menselijke vrije wil niet weg. Na de verlichting van het geweten moet iedereen zélf de keuze maken: berouw tonen en terugkeren naar God, of de waarschuwing verwerpen. Watkins benadrukt dat de gebeden en offers die gelovigen nu al brengen, cruciaal zijn om twijfelende zielen na de Waarschuwing de spirituele kracht te geven om voor de barmhartigheid van God te kiezen.

5. Het zesde zegel geopend: van schuld naar genade en hoe u zich nu kunt voorbereiden

Dit koppelt de Waarschuwing aan het Boek Openbaring uit de Bijbel, specifiek het openen van het Zesde Zegel, waarin sprake is van een grote aardbeving en het verduisteren van de zon en de maan. Volgens de profetieën is dit moment niet bedoeld als de definitieve straf of het einde van de wereld, maar als een ultieme daad van goddelijke barmhartigheid om de mensheid wakker te schudden. Men kan zich hier 'nu' al op voorbereiden door regelmatig te biechten, te bidden (met name de Rozenkrans) en te leven in een staat van genade.

Kruistochtgebed 8 – De Biecht - te bidden tijdens of onmiddellijk na de Waarschuwing (Mary of Divine Mercy)

Allerliefste Jezus, ik vraag U om vergiffenis voor al mijn zonden en voor de schade en het onrecht dat ik anderen heb berokkend. Ik bid nederig om de genaden om te voorkomen dat ik U opnieuw beledig, en om boete te doen volgens Uw Allerheiligste Wil. Ik smeek om de vergeving van elke toekomstige belediging waaraan ik mag deelnemen en die U pijn en lijden zal berokkenen. Neem mij met U mee in het Nieuwe Tijdperk van Vrede, zodat ik voor eeuwig deel mag uitmaken van Uw gezin. Ik hou van U, Jezus. Ik heb U nodig. Ik eer U en alles waar U voor staat. Help mij, Jezus, zodat ik waardig mag zijn om Uw Koninkrijk binnen te gaan. Amen.

Voor degenen die niet Katholiek zijn of geen toegang hebben tot de Biecht: na de Waarschuwing een Gebed om een Volle aflaat te verkrijgen van zonden, moeten bidden gedurende zeven opeenvolgende dagen om gereinigd te worden:

Kruistochtgebed 24 – Volle Aflaat voor Absolutie

O mijn Jezus, U bent het Licht van de aarde. U bent de Vlam die alle zielen raakt. Uw Barmhartigheid en Liefde kennen geen grenzen. Wij zijn het Offer dat U gebracht heeft door Uw dood aan het Kruis niet waardig. Toch weten wij dat Uw Liefde voor ons groter is dan de liefde die wij voor U hebben.

Schenk ons, o Heer, het Geschenk van Uw Barmhartigheid, Menslievendheid en Vergeving. Reinig onze zielen. Was ons schoon in Uw Levend Water. Vergeef ons al onze zonden. Genees ons. Zegen ons en neem ons op in Uw Armen.

Open onze harten voor de Gave van de Volle Aflaat, die U op dit moment aan de hele mensheid aanbiedt, en laat onze zielen de vrijheid herwinnen die ons zo teder is beloofd.

Wij wenden ons tot U, Jezus. Wij smeken U om Uw Barmhartigheid. Wij offeren onszelf aan U op, zodat U ons kunt redden van de eeuwige verdoemenis. Amen.

Wat is haar waarschuwingservaring en wat zijn de lessen die we er kunnen uit leren en de voorbereiding

De term "waarschuwingservaring" verwijst binnen de context van het werk van Christine Watkins naar de zogeheten "Verlichting van het Geweten". Watkins heeft deze wereldwijde, profetische gebeurtenis zelf niet fysiek meegemaakt (aangezien de profetie stelt dat dit voor de hele mensheid tegelijk in de toekomst zal gebeuren), maar haar eigen radicale bekering vertoont diepe parallellen met de spirituele schok van de Waarschuwing.

Voordat zij Katholiek auteur werd, was Watkins een fanaat atheïst en professioneel balletdanseres. Pas toen zij in haar twintiger jaren genas van levensbedreigende kanker na een miraculeus gebed, opende haar hart zich voor God. Deze abrupte confrontatie met de dood en Gods genade vormt de basis voor haar missie om de mensheid voor te bereiden op de Grote Waarschuwing.

Haar boek The Warning deelt de ervaringen van mensen die wél al zo've individuele 'verlichting' hebben meegemaakt (zoals de voormalige Hollywood-producent Marino Restrepo). De spirituele lessen en concrete voorbereidingen die Watkins hieruit distilleert, zijn als volgt:

Wat leert deze ervaring ons?

* Zonde heeft een rimpeleffect: Tijdens de verlichting ziet een ziel niet alleen de zonde zelf, maar ook het rimpeleffect ervan. Je ziet exact hoe jouw kille woorden, egoïsme of daden het hart van God hebben gekwetst en hoe ze anderen (soms indirect) schade hebben berokkend.

* Het is een daad van pure barmhartigheid: Hoewel de ervaring om je eigen zonden te zien intens pijnlijk is en diepe psychologische schokken (en berouw) teweegbrengt, is het doel niet straf, maar redding. God geeft de mensheid hiermee een laatste, universele kans om tot inkeer te komen voordat het individuele oordeel bij de dood plaatsvindt.

* Onze onverschilligheid is gevaarlijk: De grootste les uit de profetieën is dat de moderne wereld blind is geworden voor de realiteit van de zonde. De Waarschuwing zal de illusie van moreel relativisme in één klap vernietigen.

Hoe moeten we ons voorbereiden?

Volgens de getuigenissen en Katholieke mystici in het boek van Watkins moeten gelovigen niet in angst afwachten, maar actief aan hun ziel werken om de schok van de Waarschuwing te verzachten:

* Doe een 'Levensbiecht': Wacht niet tot de Waarschuwing je zonden blootlegt. Watkins adviseert dringend om nu al naar het sacrament van de biecht te gaan en een grondig gewetensonderzoek te doen over je hele leven.

* Leef in een staat van genade: Probeer dagelijks bewust te breken met slechte gewoonten en zonden. Hoe zuiverder je ziel nu is, hoe meer de Waarschuwing voor jou een ervaring van goddelijke liefde en troost zal zijn, in plaats van ondraaglijke schuld en angst.

* Toewijding en gebed: Watkins roept op tot dagelijks intensief gebed, in het bijzonder het bidden van de Rozenkrans, Schriftlezing en de toewijding van jezelf en je gezin aan het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria.

Bid voor anderen: Omdat veel mensen na de Waarschuwing volledig in paniek zullen raken door de staat van hun ziel, hebben zij de gebeden van standvastige gelovigen nodig om de kracht te vinden om naar Gods barmhartigheid te grijpen in plaats van te wanhopen.

Kruistochtgebed 43 – Red zielen tijdens de Waarschuwing

O God, Almachtige Vader, in naam van Uw geliefde Zoon Jezus Christus en ter herdenking van Zijn dood aan het Kruis om ons van onze zonden te redden, smeek ik U om zielen te redden die zichzelf niet kunnen redden en die tijdens de Waarschuwing in staat van doodszonde kunnen sterven.

Als eerherstel voor het lijden van Uw geliefde Zoon, dring ik er bij U op aan om hen te vergeven die niet in staat zijn om verlossing te zoeken, omdat zij niet lang genoeg zullen leven om Jezus, Uw Zoon, om Barmhartigheid te vragen om hen van de zonde te bevrijden. Amen.

Kruistochtgebed 88 – Voor zielen na de Waarschuwing

O Heilig Hart van Jezus, betoon ons allen, arme zondaars, barmhartigheid.

Verlicht die harten van steen, die zo wanhopig op zoek zijn naar leiding. Vergeef hen hun ongerechtigheden. Help hen, door Uw Liefde en Barmhartigheid, om het in hun hart te vinden Uw grootse Geschenk van Verlossing te omarmen.

Ik smeek U om alle zielen te vergeven die de Waarheid van God verwerpen. Bedek hen met Uw Licht, Lieve Jezus, zodat het hen zal behoeden voor de goddeloosheid en de valstrikken van de duivel, die hen voor de eeuwigheid van U probeert af te snijden. Ik smeek U om al Gods kinderen de kracht te geven om dankbaar te zijn voor Uw Grote Barmhartigheid. Ik vraag U om de deur van Uw Koninkrijk te openen voor alle verloren zielen die in staat van hulpeloosheid en wanhoop over de aarde zwerven. Amen.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 08:28 Reageer op dit bericht

14/10 St. Francisca Romana - Mother & Refuge

14/10 St. Francisca Romana - Mother & Refuge

Haar leven

Jeugd en verlangen naar het klooster (1384–1396)

* Geboorte in weelde: Francisca werd in 1384 geboren in Rome als dochter van Paolo Bussa en Jacobella de' Roffredeschi, een rijke en aristocratische adellijke familie.

* Vroege vroomheid: Al op jonge leeftijd bezocht ze met haar moeder de kerken in Rome en ontwikkelde ze een diepe spiritualiteit. Ze wilde niets liever dan haar leven aan God wijden en intreden in een klooster.

Huwelijk en gezinsleven (1396–1413)

* Gedwongen huwelijk: Haar vader weigerde haar wens te horen en arrangeerde in 1396 (ze was toen pas twaalf of dertien jaar) een huwelijk met Lorenzo de Ponziani, een rijke edelman en commandant van de pauselijke troepen.

* Ziekte en acceptatie: De jonge Francisca raakte door het verdriet en de druk zwaar psychisch en fysiek ziek. Na een visioen van de heilige Alexis genas ze en accepteerde ze haar rol als echtgenote. Ze bleek een buitengewoon liefdevolle en trouwe partner voor Lorenzo.

* Gezinsuitbreiding: Het echtpaar kreeg drie kinderen: Giovanni Battista, Evangelista en Agnes. Francisca voedde haar kinderen zelf op, wat ongebruikelijk was in haar adellijke kringen, waar men meestal minnen inhuurde.

* Geestverwantschap: Ze vond een bondgenoot in haar schoonzus Vannozza. Samen besloten de twee rijke vrouwen om in het geheim een sober leven te leiden en hun vrije tijd en overvloedige middelen te besteden aan de zorg voor de armen in Rome.

Tragedie, oorlog en de pest (1413–1425)

* Politieke chaos: Rome werd bezet door de troepen van de koning van Napels. Het paleis van de Ponziani's werd geplunderd, hun bezittingen werden geconfisqueerd en haar echtgenoot Lorenzo raakte zwaargewond en moest vluchten. Haar oudste zoon, Giovanni Battista, werd als gijzelaar meegenomen.

* Verlies van haar kinderen: Tijdens de zware pestepidemieën die volgden, stierven haar twee jongste kinderen: haar zoontje Evangelista in 1413 en haar dochtertje Agnes enkele jaren later.

* Komst van de engel: Het was direct na de dood van Evangelista dat deze aan haar verscheen in een visioen, vergezeld door een aartsengel. Evangelista kondigde aan dat deze engelbewaarder vanaf dat moment permanent fysiek aan Francisca's zijde zou blijven om haar te gidsen.

* Onvermoeibare zorg: Ondanks het verlies van haar gezin en haar rijkdom, richtte Francisca haar vernielde paleis in als hospitaal om pestlijders en slachtoffers van de oorlog te verzorgen.

Oprichting van de Oblaten en latere jaren (1425–1440)

* Stichting van de lekenorde: In 1425 richtte zij met goedkeuring van paus Martinus V de Oblaten van Maria op (tegenwoordig bekend als de Oblaten van Tor de‘ Specchi). Dit was een gemeenschap van vrome adellijke vrouwen die geen strenge kloostergeloften aflegden, maar samenwoonden en zich wijdden aan gebed en de zorg voor de armen.

* Verzorging van haar man: Omdat haar man Lorenzo nog leefde en verzorging nodig had na zijn verwondingen, bleef Francisca aanvankelijk thuis wonen om voor hem te zorgen tot zijn dood in 1436. Hun huwelijk had veertig jaar geduurd.

* Intrede in het klooster: Na de dood van Lorenzo trad Francisca in 1436 definitief toe tot de gemeenschap in het klooster van Tor de' Specchi, waar zij de rest van haar dagen in diepe contemplatie doorbracht.

* Overlijden: Francisca stierf op 9 maart 1440 in Rome. Haar laatste woorden waren naar verluidt: "De engel heeft zijn werk gedaan, hij roept mij om hem te volgen."

Zij werd al snel na haar dood door de Romeinse bevolking als een heilige vereerd vanwege haar offers voor de stad, wat uiteindelijk in 1608 leidde tot haar officiële heiligverklaring door paus Paulus V.

Haar bovennatuurlijke gaven

Francisca stond bekend om haar intense mystieke ervaringen. Haar belangrijkste gaven waren:

Het permanent zien van haar engelbewaarder: Haar bekendste gave. Na het verlies van haar kinderen kreeg zij de unieke genade om haar beschermengel constant in een fysieke, lichtgevende vorm naast zich te zien lopen en zijn directe spirituele adviezen te horen.

* Visioenen van de spirituele wereld: Haar biechtvader tekende maar liefst 97 gedetailleerde visioenen op. Hierin zag zij onder andere de hemel, de hel, het vagevuur en ontving zij openbaringen van de Heilige Maagd Maria.

* Profetische gaven: Zij kon toekomstige gebeurtenissen voorzien. Zo voorspelde haar overleden zoontje Evangelista in een visioen de aanstaande dood van haar dochtertje Agnes.

* Het wonder van vermenigvuldiging: Tijdens periodes van extreme hongersnood in Rome deelde zij haar eigen voorraden uit. Volgens de overlevering raakten haar graanzolders en wijnvaten op miraculeuze wijze nooit leeg.

Wat deed zij in de tijd van de pest?

Toen de builenpest Rome genadeloos trof, werd het leven van Francisca persoonlijk en diep geraakt. De epidemie kostte het leven aan twee van haar drie kinderen: haar jonge zoontje Evangelista en haar dochtertje Agnes. Ondanks dit onvoorstelbare persoonlijke verdriet trok Francisca zich niet terug, maar stortte zij zich volledig op de frontlinie van de crisis:

* Ombouwen van haar paleis: Samen met haar schoonzus Vannozza verbouwde ze een groot deel van het adellijke familiepaleis in de wijk Trastevere tot een geïmproviseerd ziekenhuis en opvangcentrum voor pestlijders.

Directe ziekenzorg en straatwerk: Ze ging dagelijks de straat op om zieken te verzorgen, wonden te verbinden en de stervenden spiritueel bij te staan. Ze weigerde vlees te eten en ruilde haar luxe maaltijden in voor droog brood om meer geld over te houden voor de ziekenzorg.

* Bedelen voor de armen: Nadat zij haar eigen persoonlijke vermogen, bezittingen en kleding volledig had uitgegeven aan medicijnen en voedsel, ging zij letterlijk van deur tot deur langs bij andere rijke Romeinse adellijke families om te smeken om donaties.

* Mobiliseren van andere vrouwen: Haar onbaatzuchtige inzet werkte aanstekelijk. Ze wist een grote groep welgestelde, aristocratische Romeinse vrouwen te overtuigen hun oppervlakkige luxeleven achter zich te laten. Deze vrouwen hielpen haar bij de massale armen- en ziekenzorg, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van haar invloedrijke lekenorde.

Over de Hemel

Wanneer zij in mystieke extase naar de hemel werd getransporteerd, zag zij het volgende:

* Christus en de Heilige Drie-eenheid: Zij zag Christus op Zijn troon (het Lam Gods) met Zijn heilige wonden waaruit vlammende stralen van goddelijke liefde schenen. Er heerste een immens, allesomvattend licht.

* De Maagd Maria: Zij zag de Koningin van de Hemel getooid met een drievoudige kroon, omringd door gouden licht en sterren. In sommige visioenen daalde Maria neer om zielen uit het vagevuur naar huis te leiden.

* Koren van engelen: De hemel was gevuld met talloze koren van engelen die onophoudelijk zongen. Francisca had daarnaast op aarde ook de unieke gave dat zij haar eigen engelbewaarder permanent in een zichtbare gedaante naast zich zag lopen.

* Heiligen en martelaren: Zij nam groepen bekende heiligen waar, zoals St Jan de Evangelist, Maria Magdalena, de heilige Agnes en Catharina van Alexandrië, die zongen en dansten van vreugde.

Hemelse landschappen: De hemel openbaarde zich aan haar als een oase van onbeschrijfelijke schoonheid, gekenmerkt door groene weiden, kristalheldere fonteinen (waaruit de gezegenden dronken) en schitterende tempels.

Over het Vagevuur:

De heilige Francisca Romana had zeer gedetailleerde, mystieke visioenen over het hiernamaals. Haar openbaringen werden nauwkeurig opgetekend door haar geestelijk leidsman, kanunnik Giovanni Matteotti. In tegenstelling tot de absolute duisternis en wanhoop van de hel, omschreef zij het vagevuur als een "verblijfplaats van hoop", waar zielen weliswaar zwaar lijden, maar getroost worden door engelen omdat hun redding vaststaat.

Volgens haar visioenen, waarin zij werd begeleid door de aartsengel Rafaël, is het vagevuur strikt opgedeeld in drie provincies of regio's, die onder elkaar liggen:

* onderste regio: Dit is de zwaarste zone, die grenst aan de hel. Hier bevindt zich een hevig, brandend vuur. Deze plek is bestemd voor zielen die weliswaar berouw hebben getoond voor zware zonden, maar hun zondeschuld nog niet volledig op aarde hebben ingelost. Francisca zag hier onder andere bekeerde leken, maar ook religieuzen en priesters die hun geloften niet trouw waren nageleefd.

* middelste regio: Deze zone is minder streng en is bedoeld voor zielen met minder zware overtredingen. In plaats van louter vuur, ondergaan zielen hier reinigingen door extreme elementen zoals kokende olie, ijs en vloeibare metalen.

* bovenste regio: Dit is de mildste zone, het dichtst bij de hemel. De zielen hier lijden voornamelijk onder het grote verlangen naar God en de tijdelijke afwezigheid van het goddelijk schouwen. Ze maken zichzelf innerlijk verwijten over hun tekortkomingen, maar staan op het punt bevrijd te worden.

Naast deze structuur benadrukte ze dat de Maagd Maria regelmatig naar het vagevuur afdaalt (vooral op haar feestdagen) om zielen te troosten en met zich mee te nemen naar de hemel. Francisca hield haar novicen voor dat het vagevuur een barmhartige uitzondering is en dat men niet in angst voor een 'onbuigzame rechter' moet leven, maar moet vertrouwen op Gods liefdevolle zuivering tijdens het leven. Vanwege deze visioenen geldt zij in de katholieke traditie als een belangrijke patrones die wordt aangeroepen voor de zielen in het vagevuur.

Over de Hel:

In haar schokkende visioenen over de hel omschreef de heilige Francisca Romana een plaats van absolute, verstikkende duisternis, ondraaglijke stank en totale wanhoop. Waar het vagevuur een oord van hoop was, was de hel een afgrond zonder einde.

Haar geschriften tonen aan dat zij de hel zag als een strikt hiërarchisch georganiseerd rijk, opgedeeld in drie grote, onder elkaar liggende niveaus:

* bovenste hel: Bestemd voor zielen die lichtere, maar onopgebiechte doodszonden hadden begaan. De kwellingen hier waren al gruwelijk, maar minder intens dan in de diepere lagen.

* middelste hel: Deze laag was gereserveerd voor zielen die zwaardere zonden op hun geweten hadden, zoals moordenaars, dieven, heksen, godslasteraars en zij die overspel of incest hadden gepleegd.

* onderste hel (de diepste afgrond): Het absolute dieptepunt van de hel. Dit niveau was specifiek ingericht voor de allerzwaarste misdrijven tegen het geloof: ketters, schismatici, verraders en geestelijken die hun heilige geloften op schandalige wijze hadden verbroken.

De machtsstructuur en de demonen

Francisca Romana nam een zeer specifieke demonische hiërarchie waar. Ze zag Lucifer (Satan) die in het centrum van de diepste afgrond met zware kettingen vastgeketend zat. Hoewel hij geketend was, stuurde hij vanuit zijn positie drie machtige luitenanten aan:

• Asmodeus: De demon die regeerde over de zonden van het vlees en wellust.

• Mammon: De demon verantwoordelijk voor hebzucht en wereldse rijkdom.

• Beëlzebub: De demon die heerste over trots, afgunst en tweedracht.

Zij stelde vast dat gevallen engelen werden opgedeeld in drie groepen: zij die in de hel zelf straften, zij die zich in de lucht ophielden om mensen te verleiden, en zij die op aarde rondwaarden om rampspoed te zaaien.

Specifieke straffen per zonde

Wat haar visioenen destijds extra angstaanjagend maakte, was de gedetailleerdheid van de straffen. Zielen werden gestraft met het instrument of de methode van hun eigen zonde. Woekeraars (mensen die misbruik maakten van geld) zag zij bijvoorbeeld vloeibaar goud en zilver drinken, terwijl trotse mensen door demonen werden vertrapt in poelen van vuil en modder.

Bovendien zag zij aan de poorten van de hel een gigantische, afschuwelijke draak die met zijn adem zielen opslokte en vermorzelde. Ondanks al deze gruwelen schreef ze één troostrijk mystiek detail op: wanneer de Heilige Naam van Jezus werd uitgesproken, waren zelfs de meest angstaanjagende demonen in de hel verplicht om onmiddellijk te knielen.

Haar openbaringen beschrijven zeer gedetailleerd hoe de onderwereld militair en bestuurlijk is ingericht onder leiding van Lucifer.

Indeling van de demonische legers

Francisca nam waar dat de gevallen engelen na hun val uit de hemel werden opgesplitst in drie grote legergroepen, elk met een specifieke strategische taak om de mensheid te gronde te richten:

* Bewakers van de hel (de beulen): Een derde van alle demonen bevindt zich permanent in de hel zelf. Hun enige taak is het onophoudelijk folteren en straffen van de verdoemde zielen.

* Verleiders in de lucht: Een derde van de demonen bevindt zich in de dampkring en de lucht om ons heen. Zij sturen slechte gedachten, spirituele twijfel en morele verwarring naar de aarde om mensen subtiel te misleiden.

* Aanvallers op aarde: Het laatste derde deel zwerft actief rond op aarde. Deze demonen hebben als taak om directe rampspoed, oorlogen, fysieke verleidingen en zware zonden uit te lokken.

Hoe Lucifer zijn soldaten organiseert

Lucifer is de absolute vorst van de hel en de koning van de trots. Hoewel hij door God met onbreekbare kettingen is vastgelegd in de diepste afgrond, oefent hij zijn macht uit via een ijzerstrakke militair-bestuurlijke structuur:

* Bevelen vanuit de diepte: Omdat Lucifer vastgeketend zit, verlaat hij de hel nooit. Hij regeert door middel van zijn stem en pure wilskracht. Zijn luitenants en soldaten zijn doodsbang voor hem; een enkele blik van Lucifer veroorzaakt volgens Francisca al een onbeschrijfelijke kwelling die de hel tot 'hel' maakt.

* De drie opperofficieren (Prinsen): Direct onder Lucifer staan drie machtige demonen die elk over een specifiek zondenrijk heersen: Asmodeus (de bevelhebber over vleselijke zonden), Mammon (de bevelhebber over hebzucht en bezit) en Beëlzebub (de bevelhebber over trots en afgunst). Zij sturen op hun beurt miljoenen lagere demonen aan.

* Dagelijkse rapportage: De demonen die op aarde actief zijn om mensen te verleiden, zijn verplicht om regelmatig geestelijk 'rapport' uit te brengen aan hun meerderen. Wanneer een demon faalt om een mens te laten zondigen, wordt hij bij terugkeer in de hel door Lucifer of de generaals zwaar gestraft voor zijn incompetentie. Wanneer een demon daarentegen succesvol een ziel naar de verdoemenis leidt, stijgt hij in de hiërarchie.

* De zwakte in hun organisatie: Hoewel dit leger perfect georganiseerd lijkt, ontdekte Francisca één grote zwakte. De demonen haten elkaar intens; er is geen loyaliteit, alleen pure angst voor Lucifer en voor God. Bovendien zag zij dat elke daad van deugd of naastenliefde door gelovigen op aarde de plannen van Lucifers soldaten direct in de war schopt en hen fysieke pijn bezorgt.

Wat zijn hun specifieke tactieken

Demonen gaan uiterst berekenend, psychologisch en strategisch te werk om de menselijke ziel te verleiden. Omdat zij zelf ooit engelen waren, kennen ze de menselijke natuur door en door. Francisca beschreef dat de demonen die zich in de lucht en op aarde bevinden, voornamelijk de volgende specifieke tactieken gebruiken:

1. Het camoufleren als 'goede' of onschuldige wezens

Een van de meest misleidende tactieken die Francisca zelf aan den lijve ondervond, is dat demonen zich zelden direct als monsters presenteren. Ze veranderen van gedaante om het vertrouwen van de mens te winnen of hen emotioneel te manipuleren:

* Vrome gedaanten: Ze verschijnen soms als engelen van het licht, als heiligen of zelfs in een visioen van Jezus of Maria om spirituele hoogmoed te voeden.

* Onschuldige dieren: Francisca schreef dat een demon eens aan haar voeten kwam liggen in de gedaante van een zachtaardig lammetje om haar af te leiden tijdens haar contemplatieve gebed. In andere gevallen namen ze de gedaante aan van een gewond dier om misplaatste emoties of angst op te wekken.

2. Het exploiteren van het individuele temperament

Demonen vallen mensen niet willekeurig aan; ze bestuderen hun slachtoffers. Ze observeren iemands natuurlijke zwakheden, karaktertrekken en actuele gemoedstoestand.

Als iemand van nature ambitieus is, zal de demon van de trots (Beëlzebub) hem influisteren dat hij beter is dan anderen.

Bij iemand die kwetsbaar is voor eenzaamheid of tegenslag, zaaien de demonen direct wanhoop, zwaarmoedigheid en twijfel aan Gods goedheid. Francisca legde uit dat de demonen wachten op een moment van emotionele of fysieke vermoeidheid om toe te slaan.

3. De tactiek van de 'stapsgewijze' verleiding

Francisca Romana waarschuwde dat demonen een mens bijna nooit in één keer aanzetten tot een zware misdaad of een grote doodszonde. Hun strategie is gradueel. Ze beginnen met het normaliseren van hele kleine, schijnbaar onschuldige zonden (dagelijkse zonden). Zodra het geweten van de mens door deze kleine toegevingen is afgestompt, verhogen de demonen de inzet en sturen ze aan op steeds zwaardere morele overtredingen, totdat de ziel volledig verstrikt raakt.

4. Intellectuele verwarring en morele blindheid

De demonen die zich in de lucht ophouden, richten hun pijlen rechtstreeks op het menselijk verstand. Hun tactiek is het verdraaien van de waarheid:

Ze fluisteren in dat het kwaad eigenlijk goed is, of praten zonden recht onder het mom van 'zelfontplooiing' of 'noodzaak'.

Ze proberen de angst voor de zonde weg te nemen door te suggereren dat God alles toch wel vergeeft (misplaatste vermetelheid), óf ze doen precies het tegenovergestelde: na de zonde fluisteren ze in dat de zonde zó groot is dat God de persoon nooit meer zal vergeven (wanhoop).

5. Fysieke intimidatie en afleiding

Wanneer psychologische verleiding niet werkt—vooral bij zeer vrome mensen of heiligen—schakelen demonen over op directe verstoring. Francisca werd ’s nachts regelmatig fysiek aangevallen, uit haar bed gesleurd of geconfronteerd met angstaanjagende verschijningen en harde geluiden. Het doel hiervan is het breken van de concentratie en de wil, zodat de persoon stopt met bidden en de moed opgeeft.

Gelukkig benadrukte Francisca altijd dat de mens nooit hulpeloos is. De demonen kunnen de menselijke vrije wil namelijk nooit dwingen; ze kunnen alleen suggesties doen en verleiden. Met de hulp van de sacramenten, het gebed en de actieve bescherming van een engelbewaarder kan elke list van de demonen direct worden doorzien en afgeslagen.

Welke zijn haar specifieke remedies om deze aanvallen te weerstaan

Praktische, spirituele wapens om demonische verleidingen en aanvallen te weerstaan. Omdat zij geloofde dat de duivel misbruik maakt van menselijke zwakheden, rustte ze haar volgelingen uit met de volgende specifieke remedies:

* Radikale nederigheid: Aangezien trots de oerzonde van Lucifer is, is absolute nederigheid volgens Francisca het krachtigste schild. Wanneer demonen haar aanvielen, reageerde zij niet met woede of angst, maar vernederde zij zichzelf voor God. Ze hield haar novicen voor dat een demonische influistering direct kracht verliest zodra een mens zijn eigen kleinheid erkent en volledig op God vertrouwt.

* Het aanroepen van de Heilige Naam van Jezus: Francisca verklaarde dat het uitspreken van de Naam van Jezus een onmiddellijk effect had in de spirituele wereld. In haar visioenen zag zij dat zelfs de meest angstaanjagende demonen verplicht waren te knielen en terug te deinzen zodra deze Naam met geloof en eerbied werd uitgesproken.

* Onmiddellijke openheid (de biecht): Omdat demonen het liefst in het geheim opereren (via verborgen gedachten en twijfels), adviseerde Francisca om verleidingen direct aan het licht te brengen. Door slechte gedachten onmiddellijk op te biechten aan een geestelijk leidsman of biechtvader, wordt de list van de demon doorbroken en verliest deze zijn macht.

* Constante waakzaamheid en gebed: Zij benadrukte dat demonen toeslaan op momenten van spirituele luiheid of emotionele vermoeidheid. De remedie is een ritme van voortdurend gebed en het actief onderhouden van de sacramenten (zoals de Heilige Communie). Dit houdt de ziel 'wakker' en weerbaar.

* Vertrouwen op en communicatie met de Engelbewaarder: Francisca had de unieke genade dat zij haar aartsengel en engelbewaarder visueel kon waarnemen. Zij leerde dat iedereen een actieve beschermer heeft. Als remedie tegen angst raadde zij aan om in tijden van verzoeking expliciet de hulp en het licht van de eigen engelbewaarder in te roepen, die altijd bereid is om de ziel spiritueel bij te staan.

* Gebruik van Wijwater: Net als veel andere heiligen in de katholieke traditie, maakte Francisca veelvuldig gebruik van sacramentalia, in het bijzonder wijwater, om de fysieke en zintuiglijke pesterijen van demonen in haar kamer te verdrijven.

Haar bijzondere relatie met haar beschermengel

Ze had volgens haar eigen mystieke biografie een uitzonderlijk intense en visuele band met haar engelbewaarder. Waar de meeste gelovigen hun beschermengel als een onzichtbare aanwezigheid beschouwen, kon Francisca Romana hem gedurende het grootste deel van haar leven fysiek zien en horen.

De belangrijkste kenmerken van hun bijzondere relatie waren:

* Voortdurende fysieke aanwezigheid: Ze zag haar engelbewaarder vaak letterlijk naast zich lopen, alsof het een menselijke metgezel was. Hij vergezelde haar bij al haar dagelijkse taken, liefdadigheidswerk en gebeden.

* Gids en spiritueel adviseur: De engel trad op als haar persoonlijke leidsman. Hij gaf haar strikte morele en spirituele adviezen om haar te helpen een vroom en deugdzaam leven te leiden.

* Strenge correcties: De band was niet alleen liefdevol, maar ook streng. Als Francisca een fout maakte, een ijdele gedachte had of zich liet afleiden tijdens het bidden, gaf de engel haar direct een (soms fysieke) berisping of een lichte tik om haar te corrigeren.

* Bescherming tegen het kwaad: Volgens haar biografie en visioenen beschermde de engel haar tegen demonische aanvallen en kwellingen. Haar engelbewaarder fungeerde als een letterlijk schild van goddelijk licht.

* Bron van mystieke visioenen: Door de bemiddeling en aanwezigheid van haar engel ontving zij talloze mystieke ervaringen. In totaal zijn er 97 van haar visioenen opgetekend door haar biechtvader.

Hoe een beroep doen op je beschermengel volgens haar

Om succesvol een beroep te doen op je beschermengel, zijn volgens haar nalatenschap de volgende principes essentieel:

Streef naar innerlijke en uiterlijke zuiverheid: Dit is de allerbelangrijkste voorwaarde. Francisca merkte dat haar engelbewaarder zich onmiddellijk terugtrok of zijn gelaat bedekte zodra zij een ijdele gedachte had, zich overgaf aan oppervlakkigheid of een zonde beging. Wil je dat je engel dicht bij je is en je gebeden hoort, dan moet je proberen te leven in morele reinheid en oprechte vroomheid.

* Praat met je engel alsof het een aanwezige vriend is: Hoewel de meeste mensen hun engel niet kunnen zien, benadrukte Francisca dat de engel er altijd is. Je hoeft geen formele formules te gebruiken; een beroep op je engel doe je door een voortdurende, intieme innerlijke dialoeg. Betrek de engel bij je dagelijkse keuzes en vraag hem concreet om advies.

* Ontwikkel een diepe nederigheid: Engelen zijn wezens van goddelijk licht en kunnen niet omgaan met menselijke trots of egoïsme. Francisca ontving haar buitengewone bescherming juist omdat zij extreem nederig leefde, zich volledig ten dienste stelde van de armen en zieken, en spirituele vermaningen zonder protest accepteerde.

* Luister naar je geweten (de stem van de engel): Een beroep doen op je engel is geen eenrichtingsverkeer. Volgens Francisca spreekt de engel vaak tot ons via subtiele innerlijke ingevingen of ons geweten. Wanneer je een plotselinge aandrang voelt om het goede te doen, of juist een waarschuwing voelt om ergens mee te stoppen, is dat de engel die je leidt. Door naar deze ingevingen te luisteren, versterk je de band.

* Vraag om bescherming in tijden van morele strijd: Francisca riep haar engel niet alleen aan voor praktische zaken, maar juist wanneer zij spiritueel werd aangevallen door verleidingen of negatieve krachten. Zij leerde dat engelen onmiddellijk reageren wanneer je hen vraagt om je ziel te beschermen tegen het kwaad en om je te helpen standvastig te blijven in het goede.

Kortom: we doen volgens haar het beste een beroep op onze beschermengel door heilig en aandachtig te leven. Hoe zuiverder en liefdevoller onze eigen geest is, hoe helderder de engel ons kan gidsen. 

De gevallen engelen werden onderverdeeld in drie groepen.

Eén derde deel bestond uit degenen die werkelijk tegen God in opstand kwamen en zich in de hel bevinden om de verdoemden te kwellen. Zij zijn degenen die Lucifer volgden. Ze komen niet uit de afgrond, behalve met Gods toestemming. En zij zijn de ergste onder de demonen.

De andere twee derde – dit betreft de andere twee derde van het ene derde deel dat viel – de andere twee derde van die engelen zijn degenen die geen partij kozen tussen God en Lucifer, maar zwegen.

Bij deze twee derde is een derde demonen die zich onder ons bewegen en als missie hebben ons te verleiden, nadat we eerst

verzwakt zijn door de demonen van de lucht. De demonen die zich onder ons bevinden, behoren tot het laatste engelenkoor, hetzelfde koor als de beschermengelen. Dat wil zeggen: ze bezitten dezelfde kracht. Ieder mens heeft dus

een beschermengel en een 'anti-beschermengel' aan zijn zijde: een demon van het verderf, oftewel een aardedemon.

Alle gevallen demonen zien elkaar, of ze zich nu in de hel, in de lucht of op aarde bevinden.

Ze ondergaan dus het vuur van de hel en straffen elkaar voortdurend.

Het verleidingsproces van de demonen:

Het begint met wantrouwen jegens God gaat dan over in hoogmoed, vervolgt met onzuiverheid, leidt tot hebzucht en eindigt in afgoderij. Ze zei dat zodra het vertrouwen in God verzwakt, de duivel hoogmoed in de mens aanwakkert. En wanneer hoogmoed onze zwakheid heeft vergroot, komen de demonen van het vlees en vullen ze onze geest. Wanneer de demonen van het vlees een persoon verder hebben verzwakt, arriveren de demonen die verantwoordelijk zijn voor misdaden

rondom geld. En wanneer deze geld-demon de weerstandskracht van de persoon verder heeft uitgehold, komen de demonen van afgoderij om te voltooien wat de anderen zijn begonnen. En zo vindt de totale ineenstorting van de ziel plaats door opeenvolgende golven van demonen die haar aanvallen.

Hoe deze verleidingen bestrijden:

De H. Faustina spreekt over vertrouwen als het tegengif voor deze verleidingen. Jezus: De gaven van Mijn barmhartigheid worden dus door slechts één vat ontvangen: vertrouwen. Hoe meer een ziel vertrouwt, des te meer zal zij ontvangen. Zielen die grenzeloos vertrouwen zijn Mij tot grote troost, omdat Ik al de schatten van mijn barmhartigheid in hen uitstort.

Het is van de Heilige Thérèse, 'het kleine bloempje' die zij: "Geef mij een hefboom die lang genoeg is en een plaats om te staan, en ik zal de aarde verplaatsen." Die plaats om te staan ​​– die nooit zal wegglijden of verschuiven, dat onwrikbare steunpunt waarop men altijd volledig kan vertrouwen – is de goddelijke barmhartigheid: Jezus, onze reddende waarheid, voor eeuwig verankerd in God. De geschikte hefboom is vertrouwen. De nadruk ligt op vertrouwen. Jezus zei tegen de H. Faustina: "Ik maak Mijzelf afhankelijk van jouw vertrouwen. Als je vertrouwen groot is, dan zal Mijn vrijgevigheid grenzeloos zijn."

De strijd tussen Hemel en Hel

19 juni 1943 - Jezus aan Maria Valtorta

Jezus zegt: "Enkele dagen geleden schreef de pater [Migliorini] dat hij in verwarring achterblijf over de ware oorsprong van de huidige gesel, 'omdat een koninkrijk dat in zichzelf verdeeld is, niet langer een koninkrijk is'. Ik zal de pater laten zien dat dit wel degelijk zo kan zijn, omdat deze verdeeldheid louter schijn is.

Lucifer heeft in zijn manifestaties altijd geprobeerd God na te bootsen. Net zoals God aan elke natie haar eigen beschermengel heeft gegeven, zo heeft Lucifer aan elke natie zijn eigen demon gegeven. Maar net zoals de verschillende engelen van de naties één enkele God gehoorzamen, zo gehoorzamen de verschillende demonen van de naties één enkele Lucifer. [1]

Het bevel dat Lucifer in dit huidige conflict aan de verschillende demonen heeft gegeven, verschilt niet per natie. Het is voor allemaal hetzelfde bevel: 'Zaai gruwel, wanhoop en atheïsme'.

De demonen gehoorzamen en brengen de naties ertoe elkaar te verscheuren. Zo bereikt de hel haar doel: het geloof in de harten doden, wanhoop zaaien, de naties tegen elkaar opzetten, de volkeren van God losmaken en hen tot goddeloosheid drijven. Het is een schijnbare verdeeldheid, want de verschillende legers bevechten elkaar wel op aarde, maar de demonen die hen leiden, handelen in volkomen harmonie om zielen te ruïneren.

Mijn engelen strijden ook om het land te verdedigen dat Ik aan hun zorg heb toevertrouwd. Maar de engelen schieten tekort omdat er niet genoeg gelovige mensen zijn op aarde om hen met gebed en offers te ondersteunen.

Ik heb het al gezegd en Ik herhaal het: 'Dit is een strijd tussen de hemel en de hel'. Jullie mensen zijn slechts een leugenachtig scherm. Achter jullie legers strijden engelen en demonen. Achter jullie politieke voorwendsels ligt de ware reden: de strijd van Satan tegen Christus.

Dit conflict is een van de eerste selecties van de mensheid, die haar laatste uur nadert, om de oogst van de uitverkorenen te scheiden van de oogst van de verworpenen. Maar helaas is de oogst van de uitverkorenen klein in vergelijking met de andere. Wanneer Christus zal komen om de eeuwige tegenstander in zijn Profeet te overwinnen, zal Hij weinigen vinden die in hun geest getekend zijn met het Kruis."

Vrije wil

Pr Ripperger zegt dat onze engelen onze vrije wil respecteren. Demonen doen dat niet. Engelen komen dus waar ze worden aangeroepen. Demonen komen waar geen weerstand tegen hen wordt geboden. Demonen geven dus niet om je vrije wil.

Ze dringen zich aan je op. Maar engelen moeten worden aangeroepen; we moeten ze om hulp vragen. We hebben dus deze geweldige schat, maar we moeten ze aanroepen en om hulp vragen, omdat ze onze vrije wil respecteren en pas komen helpen als ze worden uitgenodigd.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 08:00 Reageer op dit bericht

13/10 Ik zag dit in een droom - Great Miracles Avenue

13/10 Ik zag dit in een droom - Great Miracles Avenue

Droom van Joseph: Ik was samen met een andere man; we waren allebei evangelisten. We besloten naar de volgende plaats te gaan om het evangelie te verkondigen aan de verloren zielen daar. Maar zodra we aankwamen, werden we aangevallen. Er werden christenen vermoord. Er vielen veel slachtoffers. De andere man en ik wisten vanuit die plaats terug te vluchten naar waar we eerder waren geweest. We bleven daar, maar overal heerste chaos en angst – pure, allesoverheersende angst. Als gelovige vond je daar geen rust. We wachtten lange tijd af en de man die bij me was, besloot terug te gaan naar die plaats om te kijken of de situatie was bedaard en of de moordenaars en hun handlangers inmiddels vertrokken waren.

Maar ik ging niet met hem mee; hij ging alleen. Hij wilde eerst zelf gaan kijken of alles in orde was, om me daarna uit te nodigen zodat ik me bij hem kon voegen en we het werk konden voortzetten. Hij bleef echter heel lang weg. Ik maakte me zorgen. Uiteindelijk kreeg ik bericht: mensen vertelden me dat ze hadden gezien hoe die man werd vermoord. Hij was om het leven gebracht toen hij naar dat dorp ging om te zien of de rust was weergekeerd. De moordenaars waren er nog steeds en doodden christenen, zendelingen en evangelisten. Zodra ik dat nieuws in het visioen hoorde, had ik het gevoel dat ze ook achter mij aan zouden komen. Daarom besloot ik te vluchten. Ik besloot ver weg te vluchten van die steden. Precies zoals Jezus in de Bijbel zei: als je in de ene stad wordt vervolgd, moet je vluchten en naar de volgende stad gaan.

Ik wist dat ik ver verwijderd was van de steden waar het geweld gaande was. Maar plotseling, toen ik me omdraaide, merkte ik dat er een politieagente achter mij aan zat en ze vertelde me dat ze me in de gaten hielden en dat ik nergens heen kon. Ze volgden me, ze hielden me in de gaten; waar ik ook heen ging – zelfs als ik besloot naar het einde van de wereld te vluchten – zouden ze me toch vinden. Toen ik ergens aankwam en voelde dat ik ver genoeg verwijderd was van de plaats waar het geweld plaatsvond, dacht ik dat ik veilig was. Ik dacht dat dit de veiligste plaats voor mij was. Maar toen ik me omdraaide, waren die vervolgers daar. En in het visioen kreeg ik het inzicht dat die politieagente, geen mens was.

Het was een robot met ogen als die van een mens. Een robot met een camera in de ogen. En die robot is zo geprogrammeerd dat, als ze hem opdracht geven om je te achtervolgen, op te sporen of te vinden... geloof me, waar ter wereld je ook bent, die robot zal je vinden. En die robot zal signalen en informatie doorgeven aan de moordenaars, de vervolgers, de Antichrist. Toen ik dat besefte, werd ik wakker uit het visioen.

Ik was doodsbang door de dingen die in de openbaring gebeurden. Ik bad tot de Heer en de Heer zei dat ik hierover moest bidden en het moest delen met andere christelijke broeders en zusters. De duivel gebruikt het internet, de meeste communicatieplatforms en andere zaken om ons af te leiden van wat er werkelijk staat te gebeuren. Er komt vervolging over christenen. We zullen worden vervolgd gewoon omdat we de wereld niet meer toebehoren, omdat we van Jezus houden, omdat we geen vrienden meer zijn van de wereld; Ze zullen ons doden. Ik wil je geen angst aanjagen. Maar ik wil wel dat je de werkelijkheid onder ogen ziet. Dit is niet iets waarvoor we kunnen bidden om het te ontlopen. Maar waar de Heer mij op wijst, is dat we moeten bidden om moed. We moeten bidden om kracht. We moeten bidden om volharding.

We moeten moedig zijn om de vervolging die komen gaat onder ogen te zien, zodat we ons geloof niet opgeven, want veel mensen zullen opgeven. Veel mensen zullen hun geloof opgeven vanwege wat er gebeurt. De Heer gaf me de aansporing om te bidden en dit ook met jullie te delen: er zullen goede dingen gebeuren, maar er komt ook iets anders aan dat de vreugde, de vrede en de troost van christenen zal wegnemen. Wat ze brengen en waar ze heel snel mee gaan beginnen. Ik voel dat het zeer dringend is. Het is eigenlijk al begonnen. Je kunt zien dat op bepaalde plaatsen straatpredikers worden geïntimideerd zoals in het VK. Regeringen zullen verklaren dat Christenheid illegaal is en de Islam zal de heersende religie zijn. De Islam zal heerschappij hebben in de wereld en dat omdat ze samenwerken met de duivel. Je zult niet meer in kerken kunnen de mis bijwonen of aanbidding doen. Bijbels hebben zal verboden worden.

Bidden zal verboden worden. Velen zullen gevangen genomen worden, en zelfs familieleden zullen zich tegen je keren. Vertrouw geen mensen, vertrouw enkel op God. Er zal dus een geweldige president aftreden, en de volgende president die aantreedt, zal macht geven aan de Islamitische groep en zij zullen zich tegen Christenen keren. Ze zullen zich verenigen met andere religies: de hindoes, de boeddhisten enz. Die religies zijn goddeloos. De moslims zullen zich dus aansluiten bij de anderen; ze zullen samenkomen en versmelten tot één religie. Dat is wat we de 'wereldreligie' noemen. In die wereldreligie zullen moslims en aanhangers van andere religies zich verenigen tegen ware Christenen, en wij zullen lijden.

Ik heb het over Christenen die bereid zijn pijn, foltering, straf en vervolging te doorstaan, alles omwille van Jezus. Daarom bid nu onophoudelijk voor doorzettingsvermogen; en standvastigheid en zondig niet.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 01:01 Reageer op dit bericht

Meer van Levend_geloof

↑ Terug naar de berichten