Naar de inhoud

Eigen stekje op het web

Grappige videofragmenten te zien!!!
seniorennet.beseniorennet.be
Kijk ook op: https://blog.seniorennet.be/Yogyakarta
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

BEGRIP : racisme

Racisme is de verzamelterm voor alle opvattingen die aan het begrip ‘ras’ een doorslaggevende betekenis toekennen bij het indelen van de mensheid.

Zuiver theoretisch racisme geeft geen kwalitatief waardeoordeel over de verschillende mensenrassen. Het erkent hooguit de verschillen zonder daar een waardeoordeel overte geven.

Waardeoordelen over raciale eigenschappen gaan dan doorgaans ook gepaard met vooroordelen en onbegrip tegenover mensen van een ander ras.

Discriminatie is het maken van onderscheid op onterechte gronden, met als gevolg dat iemand of een groep nadeel ondervindt.

Discriminatie betekent dat mensen verschillend waarderen en handelen op basis van kenmerken die helemaal niet belangrijk zijn.

1 reactie Reageer op dit bericht

GODSDIENSTEN WEG!!!!!!

Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

Er wordt nu wereldwijd aandacht besteed aan de cartoons van Mohammed die in een Deens dagblad verschenen en hoe???. De cartoons waren al verschenen op  30 september 2005. Een aantal ervan werd herdrukt in het Noorse christelijke dagblad ‘Magazinet’ op 10 januari van dit jaar, en later in andere Europese bladen.

De tekeningen bevatten afbeeldingen van de profeet en waren bedoeld als satirische illustraties bij een artikel over zelfcensuur en vrijheid van meningsuiting. Bepaalde groepen (moslims maar ook niet-moslims) namen er aanstoot aan en zagen ze als provocatie, beledigend of godslasterend. De islamitische leer verbiedt het afbeelden van de profeet.

De Deense iman Ahmad Abu Laban nam aanstoot aan de afbeeldingen en wilde de Deense regering daarop aanspreken. Hij kreeg nul op het rekest en heeft de afbeeldingen verspreid in het Midden-Oosten in de hoop iemand te vinden met voldoende status om door de Deense regering te worden ontvangen voor een gesprek.

EN kijk nu wat een zinloos geweld het gevolg is!!!!

Hoeveel bloed is er al gestroomd in de naam van een godsdienst, dat stemt  tot nadenken, niet?

Als al de godsdiensten ter wereld konden vervangen worden door de ‘rechten van de mens’ dan pas zou de zaak van de vrede gediend worden.
Dit kan aanstootgevend klinken, ik weet het, temeer omdat er nog zoveel mensen zijn die 'geloven' wat hun voorgespiegeld wordt.

 Het onderstaande betoog is anders wel de moeite om door te nemen.

DE FUNDAMENTELE INTOLERANTIE VAN DE GODSDIENST

Als het gaat om de vraag of godsdiensten wel of niet tolerantie bevorderend zijn, worden mijns inziens de verhoudingen steeds omgedraaid. Dat leidt tot een voor het atheisme noodlottige vertekening van de godsdiensten in kwestie. Je vraagt je af hoe dat komt; verlangt het moderne denken van ons dat wij de godsdiensten zonder meer positief benaderen, of zijn wij blind voor enkele onderscheidingen die, bij het nadenken over het fenomeen godsdienst, beslist gemaakt moeten worden? Ik denk het laatste !

Een poging tot verduidelijking...

 

Lang geleden heb ik eens in een artikel in dit blad gesteld dat er een verschil is tussen het begrip godsdienst en het begrip geloof. Ik herinner mij nog levendig dat er toen nogal wat geestverwanten waren die een dergelijk onderscheid niet wensten te maken, voornamelijk omdat de inhoud van dat begrip geloof hen niet beviel. Het is niet uitgesloten dat dit nog steeds bij een aantal vrijdenkers het geval is, zodat zij het hierna volgende betoog ook zullen willen bestrijden. Het zij zo. Jammer is alleen dat hierdoor het vraagstuk van het al of niet tolerantie bevorderende karakter van godsdiensten niet behoorlijk opgelost kan worden.

De grondslag van een godsdienst

Elke godsdienst is voortgekomen uit de een of andere vorm van een geloof. Zo'n geloof is een op intuitie berustend complex van voorstellingen. In de mensen ontstonden, zomaar vanzelf, bepaalde vermoedens omtrent de aard van de werkelijkheid en die vermoedens, waarvan de herkomst geenszins rationeel verklaarbaar was, kregen gaandeweg een steeds meer overtuigend karakter. Het werd voor de mensen almaar meer aannemelijk dat het bij die vermoedens inderdaad over de ware werkelijkheid ging. De mensen gingen geloven in hun eigen voorstelling van de werkelijkheid. Het begrip geloof heeft op die zaak betrekking.

Het zal duidelijk zijn dat de waarheid van zo'n voorstelling voor de individuele mensen in principe niet het gevolg was van indoctrinatie en andere vormen van inprenting maar van wat je zou kunnen noemen collectieve intuitie. Een intuïtie dus die de overgrote meerderheid van de leden van een collectief met elkaar gemeen hebben. Natuurlijk spraken de mensen daarover met elkaar en het kan niet uitblijven dat zij elkaar van allerlei duidelijk probeerden te maken inzake hun waarheid. Aanvankelijk drukten de mensen zich nog niet uit in formules, zoals dat bij de moderne mensen het geval is. Hun manier van uitdrukken was die van het verhaal en bij zo' n verhaal ging het erom de medemens een beeld van de werkelijkheid voor te toveren. Langs de weg van dit 'toveren' - in zekere zin een artistieke en in ieder geval een uiterst creatieve bezigheid kwam men met elkaar tot overeenstemming inzake de werkelijkheid en haar waarheid. Dat oproepen in de medemens van een beeld van de werkelijkheid is volstrekt geen zaak van indoctrinatie. Het is een kwestie van meebeleven, van het ondergaan van iets groots en schoons. Min of meer kennen wij dat nog als het ondergaan van de schoonheid van een kunstwerk. Vooral bij muziek is het beleven van schoonheid vaak het geval. Het intuïtief aanvoelen van het karakter van de werkelijkheid, of anders gezegd: het bij intuïtie weten hoe de werkelijkheid is (ik zeg niet: weten wat de werkelijkheid is, want daarvoor heb je analytisch onderzoek nodig), houdt onvermijdelijk ook in dat de mensen vertrouwd zijn met het feit dat er binnen het geheel van de werkelijkheid een schier oneindige verscheidenheid aan bestaansvormen aanwezig is. En men weet dat er daarvan geen enkele uitgesloten kan worden, althans niet zonder de werkelijkheid en de waarheid geweld aan te doen. Zo was daar het verhaal van de Grote Moeder die de voortbrengster was van al het bestaande en die als een oneindig grote baarmoeder het totale heelal omvatte. Natuurlijk bestond die 'Grote Moeder' niet echt.

Het ging slechts over een verhaal dat de mensen elkaar vertelden. Maar, hoewel dat verhaal niet feitelijk juist was, was het wel degelijk waar. Dat nu is de essentie van een echt en oorspronkelijk geloof... het is niet juist, maar het is wel waar! Hoewel het eigenlijk overbodig is wil ik er toch nog met klem op wijzen dat dit begrip geloof niet samenvalt met wat men in de westerse denktraditie onder 'geloof' is gaan verstaan. In die traditie betekent het begrip geloof niets meer dan dat je aanneemt dat een bepaalde bewering juist is. Je neemt bijvoorbeeld aan dat de bewering dat god bestaat een juiste bewering is. Uiteraard gaat het hierbij om een godsdienst en niet om een geloof.

 

Tolerantie als kenmerk van een geloof ???

Uit het feit dat al het bestaande vanzelfsprekend opgenomen is in één alomvattend (oermoederlijk) geheel is gemakkelijk af te leiden dat de oorspronkelijk gelovige mensen uit het grijze verleden qua geloof uiterst tolerant waren. Dat wil zeggen dat zij in hun voorstellingen van de werkelijkheid en dus ook in hun denken een grote ruimhartigheid aan de dag legden. Omdat die voorstellingen en dat denken op de wijze van verhalen tot uitdrukking werden gebracht tref je daarin een vaak tot op de dag van vandaag verbazing wekkende edelmoedigheid en ruimhartigheid aan. Het is zelfs zo sterk dat je eigenlijk niet eens van tolerantie kunt spreken, want feitelijk vooronderstelt het gelden van dit begrip dat er een wezenlijk onderscheid tussen het een en het ander, de een en de ander, gemaakt wordt. Maar zelfs dat onderscheid lag in de oudheid ver op de achtergrond omdat het 'oermoederlijk' besef van het alles voortbrengende en alles omvattende nagenoeg volledig dominant was. In de geloofsvoorstellingen die in de vorige eeuw door toedoen van westerse onderzoekers Hindoeisme zijn gaan heten vind je nog veel van het bovenstaande terug. Men was destijds in de Hindoeistische wereldbeschouwing van mening dat de grondslag en de uiteindelijke 'waarheid' van ieder individueel mens dezelfde was, zodat het niet van belang gevonden werd hoe iemand tegen de dingen aankeek en welke weg iemand volgde om zich als 'mens' te verwerkelijken. Nadrukkelijk gold: ieder het zijne. Ook in het geloof dat aan het Christendom ten grondslag ligt is het begrip tolerantie naar zijn uiterste inhoud terug te vinden. In de zogenaamde Evangelien komt als grondgedachte naar voren dat de werkelijkheid in laatste instantie in het teken van de liefde staat en dat betekent niets anders dan dat alles ineen is en er dus geen onderscheid en scheiding tussen het een en het ander, de een en de ander, geldt. Zo kun je steeds vaststellen dat oorspronkelijk elk geloof zonder meer tolerantie inhield.

 

Godsdienst als misbruikt geloof

In zeker opzicht zou het mooi zijn geweest als de mensen 'gelovig' gebleven zouden zijn. Hoewel zo'n gelovigheid geen enkele garantie voor de juistheid van de voorstellingen omtrent de werkelijkheid en dus ook wat betreft de juistheid van de verworven kennis biedt, vervult zij toch wel degelijk een uiterst belangrijke functie, namelijk die van een spiegel die de mensheid zich voorhoudt om de eigen cultuur, de samenhang tussen en de betekenis van de verworven kennis, kortom de realiteit van alle dag, te beoordelen. Anders gezegd: een toetssteen om niet voortdurend in het duister te tasten en als een blinde rond te dolen. Het geloof fungeert zogezegd als een spiegel der waarheid. Daarvoor is het helemaal niet noodzakelijk dat alle voorstellingen een wetenschappelijke toetsing op juistheid hebben doorstaan. Net als in de kunst heeft de waarheid in dit verband nauwelijks iets met de juistheid te maken. En net als in de kunst gaat er - als het goed is! - een louterende en inspirerende werking van een dergelijke waarheid uit. Het ligt echter in de logica dat de mensheid haar aanvankelijke fase van geloof ('het gouden tijdperk') achter zich laat en op zoek gaat naar de juiste kennis omtrent de verschijnselen. Het zoeken naar juiste kennis en het ontwikkelen van criteria van betrouwbaarheid gaat onvermijdelijk ook zijn invloed doen gelden op de intuïtieve voorstellingen, het geloof dus. Omdat er daarbij echter niets onderzocht noch gecontroleerd kan worden en er tegelijkertijd geen twijfel aan de aangevoelde waarheid bestaat komt het geleidelijk tot een machtsstelsel. Bepaalde figuren gaan zich opwerpen als kenners der 'waarheid', en die 'waarheid' is natuurlijk van een hogere orde dan de alledaagse realiteit van het menselijk leven. Dat hogere is uiteraard niet alleen Ontoegankelijk voor onderzoek en kritiek, maar het is vooral dwingend. De zogenaamde 'waarheid' geldt voor iedereen en dus zal iedereen zich eraan onderwerpen, zonder er over na te denken en zonder er vragen over te stellén. Deze dwingende en onaantastbare waarheid vormt het materiaal waaruit de godsdiensten zijn opgebouwd. En wat eerst intuïtief werd aangevoeld is binnen het kader van de godsdienst geworden tot een complex van voorstellingen dat stelselmatig wordt ingeprent en dat geen twijfel meer toelaat. Zo worden de mensen het slachtoffer van misbruik en paradoxaal genoeg hebben zij dat te danken aan hun eigen hang naar juiste en dus onbetwijfelbare kennis. Zodra het intuïtieve voor de mensen de status van kennis krijgt wordt het voor uitgeslapen enkelingen een buitengewoon efficiënt middel om macht uit te oefenen.

 

Het machtsstelsel van de godsdienst

Binnen de sfeer van het geloof - in de zin zoals ik dit begrip hanteer - worden er van allerlei verhalen verteld over de werkelijkheid en de daarin voorkomende processen en toestanden. AI die processen en toestanden zijn van een de mensen overstijgend karakter: het is een werkelijkheid die groter en grootser is dan de individuele mens. Dat is voor de gelovige echter volstrekt geen uitwendige en hogere zaak. Het is iets waaraan geen speciale waarde gehecht wordt en wat dus ook niet als een zaak van macht kan worden beschouwd. Dat zou overigens ook niet kunnen, want voor die gelovige behoort immers alles, ook de mens, tot diezelfde werkelijkheid en dus is dat allemaal om zo te zeggen 'gelijkwaardig'. Als men dan ook verhaalde van goden en godinnen, licht en donker, goed en kwaad, machtig en onmachtig, plaatselijk en universeel, dan ging het er om een beeld te schetsen van wat er in de werkelijkheid gaande is, zonder dat men daarmee zeggen wilde dat al die goden, godinnen en dergelijken feitelijk zouden bestaan. En een onderscheid qua macht lag ook volledig buiten het denken.

 

Terzijde: men zou hier van ‘atheisme' kunnen spreken, ware het niet dat dit begrip, als zijnde een ontkenning, een erkenning van bestaande hogere en machtige goden vooronderstelt, hetgeen bij de door mij geschetste alsnog 'gelovige' mens niet aan de orde is. Maar alles werd al spoedig anders. De zaak gaat zich omzetten tot een godsdienst: vanaf dit moment treden er lui op de voorgrond die de waarheid bezitten en die elke afwijking daarvan als ketterij beschouwen. Bovendien beweren die lui dat er wel degelijk goden en godinnen bestaan en dat die beslist veel machtiger zijn dan de mensen. In feite gebruiken die lui dezelfde ingrediënten die binnen de sfeer van het geloof voorkwamen, alleen met dit verschil dat a) de oorspronkelijke beelden van goden en dergelijken nu als feitelijkheden voorgesteld worden, b) er aan de juistheid van de voorstelling niet getwijfeld kan worden en c) dat het gaat over hogere machten. Deze drie grootheden bij elkaar zijn essentieel voor de godsdienst. Dat heeft verscheidene consequenties...

 

Intolerantie is bij de godsdienst fundamenteel

Als we eenmaal te doen hebben met een godsdienst doet de intolerantie zijn intrede. Dat kan niet anders ! Zelfs al zouden de godsdienstigen het zo niet willen, bijvoorbeeld doordat zij herinneringen bewaren aan de fase van geloof toen voor hen alles harmonieus 'ineen' was in een 'oermoederlijke' werkelijkheid, zonder dat er ook maar iets buitengesloten of minderwaardig was, dan nog zouden zij niet kunnen ontkomen aan de intolerantie. Dat komt doordat het nu om iets absoluuts gaat: het bestaan van god is absoluut (niet tijdelijk en plaatselijk), de kennis omtrent god is absoluut (laat geen twijfel en geen tegenspraak toe) en zijn macht is absoluut (de zogenaamde almacht). Er valt dus voor goedmoedige godsdienstigen niets te willen. Een ieder die afwijkt van de absolute waarden deugt niet en moet bekeerd worden. Wordt dat niet geaccepteerd, dan verliest zo'n afwijkend iemand zijn of haar bestaansrecht. Dat is heel simpel en inderdaad ijzig consequent! De intolerantie is overigens niet alleen maar het gevolg van het absolute karakter van de godsdienst. Er is namelijk, samenhangend met dat absolute, ook nog het machtsaspect. De, de mensen overstijgende, grotere en grootsere kosmische werkelijkheid wordt er een van een hoger niveau. Zij komt niet alleen buiten, maar ook letterlijk boven de mens te staan en wordt als zodanig een macht waaraan alle mensen onderworpen zijn. Vandaar dat wij indertijd van godsdienst zijn gaan spreken. Het gaat inderdaad om een dienstbaarheid aan een hogere macht, aan een god. Men heeft destijds heel goed begrepen hoe de vork in de steel steekt! Ook dienstbaarheid laat geen tolerantie toe. De dingen moeten gebeuren zoals ze verordonneerd worden. Het gedrag van de dienstbare moet voor de regeerder absoluut voorspelbaar zijn. Logisch, want anders heeft regeren helemaal geen zin. Als niemand zich iets van de bevelen aantrok - wat inderdaad een opluchting zou zijn! - bleef er van de begrippen macht, regeren en dienstbaarheid niets over. Dat zou ook wat betreft de tolerantie een grote vooruitgang betekenen omdat dan in ieder geval in de praktijk het geringeloor onmogelijk zou zijn geworden. Maar zover is het nog lang niet! Indachtig het bovenstaande blijkt het dus onmogelijk de intolerantie anders dan als fundamenteel te beschouwen. Omdat menigeen met deze conclusie geen vrede zal hebben wijs ik er voor de aardigheid op dat het niet zonder grond is als atheisten en humanisten opgetogen zijn als zij godsdienstigen ontmoeten die tolerant blijken te zijn. Zij komen dan met enthousiaste verhalen en leggen gretig uit dat 'moderne' godsdienstigen eigenlijk net zo denken als zijzelf. Ik denk dan: kennelijk hadden die atheisten en humanisten onbewust iets anders verwacht van godsdienstigen. En dat is nu precies wat ik bedoel…!

 

Dissidente godsdienstigen

Bijna altijd wordt de zaak zo voorgesteld dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat godsdiensten aanleiding zijn tot intolerantie. Sterker nog: men wijst er met graagte op dat de godsdiensten eigenlijk buitengewoon tolerant zijn.

De geestdrijvers, de vaak moordlustige fanatici en de zogenaamde fundamentalisten zouden dan uitzonderingen zijn, minderheden die bepaalde machtsdoelen voor ogen hebben. Nu is het verwarrende dat dit inderdaad een feit is. Het zijn minderheden die doorgaans ook door de meeste leden van hun eigen godsdienst afgewezen worden. Maar dat is niet doordat zo'n godsdienst in wezen tolerant zou zijn, maar daarentegen juist doordat zo'n godsdienst allang door zijn eigen (intolerante) fundamenten heen gezakt is. Men is niet meer zo erg overtuigd van de juistheid van de godsdienstige dogma's, stellingen en theorieën. Bij alle wereldgodsdiensten zie je het verschijnsel dat de meeste leden een ernstige mate van twijfel en een zekere mate van redelijkheid en tolerantie ontwikkeld hebben. Maar die mensen zijn beslist geen afspiegeling van het wezen van hun godsdienst.Zij zijn juist de dissidenten binnen hun godsdienst en zij worden voortdurend bestraffend toegesproken! Nergens kun je dit beter waarnemen dan bij het katholicisme. Een vergelijking tussen het gedoe van de prelaten van de Roomse Kerk en dat van de gewone godsdienstigen leert dat juist die gewone mensen, die de meeste geloofswaarheden allang in de praktijk afgezworen hebben, bij voortduring terechtgewezen worden:zij zijn dissidenten, mensen die van de ware leer afwijken. Begrip voor andere godsdiensten en overtuigingen, ruimhartigheid ten aanzien van ander gedrag zijn symptomen van ontrouw aan de rechte leer. Ontmoet je dus 'aardige' godsdienstigen - en dat is in onze moderne westerse wereld meer regel dan uitzondering - dan heb je te maken met tolerantie die als dissidente godsdienstigheid getypeerd moet worden. Dus zijn niet de geestdrijvers, fanaten en fundamentalisten de uitzonderingen, maar de ruimhartige en tolerante godsdienstigen, die in belangrijke mate door hun eigen godsdienst heen gezakt zijn. De verwarring inzake het al of niet tolerant zijn is zonder twijfel ontstaan vanuit het in de moderne cultuur gebruikelijke kwantitatieve denken. Dat is een denken dat alleen maar uit de voeten kan met datgene dat in getallen, hoeveelheden en waarden uit te drukken is. Omdat er van de tolerante godsdienstigen tegenwoordig de meeste zijn wordt dat voor het kwantitatieve denken vanzelfsprekend de regel, terwijl de minderheid, die dus uit die intoleranten bestaat, als uitzondering gezien wordt. Kwantitatief gezien is dit dus juist, maar door deze eenzijdige benadering ontstaat er toch een geheel vertekend beeld: de godsdienst bevordert plotseling tolerantie ! Daar klopt natuurlijk, ook historisch gezien, niets van. Wie tolerantie bevorderen zijn de dissidente godsdienstigen...

 

Bovenstaande tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.

Zijn e‑mail adres luidt: filosvis@wxs.nl

webpagina: http://home.wxs.nl/~filosvis

Pagina’s zijn overgenome uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 249 oktober 1994.

Reageer op dit bericht

CITATEN van Karel JONCKHEERE

“Een vriend is iemand die tijdens je leven tegen je zegt wat anderen na je dood vertellen.”

"Zelfs al is er maar één God, hij is zeker de onze niet."

"Er zijn mensen die hun dankbaarheid uitsluitend bewijzen door naar uw begrafenis te komen."

"Zelfs 's nachts kan een ambtenaar slapen."

"Vooral uit schrik blijven we zo lang mogelijk eerlijk."

"Zelfs een voetganger heeft het recht in zijn bed te sterven."

"Vooral gestolen schilderijen herinneren ons aan hun bestaan."

"Vooral wat ge vergeet draagt bij tot uw geluk."

Karel Jonckheere (1906 - 1993)

Karel Jonckheere werd geboren te Oostende op 9 april 1906. Hij behaalde het diploma geaggregeerd leraar middelbaar onderwijs (Germaanse talen). In 1944 werd hij leraar te Gent. In 1945 was hij enige tijd secretaris van de minister van Binnenlandse Zaken. Nog datzelfde jaar werd hij directeur van de Rijksmiddelbare School te Veurne. In 1953 trad hij als ambtenaar bij de Dienst der Letteren van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur in dienst.
Karel Jonckheere was een wereldreiziger. Hij bezocht Cuba, Roemenië, Mexico, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Kongo, India, de Balkan en de West-Euopese landen.
Hoewel hij ook novellen, reisverhalen, kritieken en essays heeft geschreven, was hij in de eerste plaats dichter.

Reageer op dit bericht

CITATEN van Bertus AAFJES

"Gelukkig zijn is de meest verwaarloosde plicht."

"Toen God de mens schiep naar zijn evenbeeld en gelijkenis pleegde hij plagiaat van de slechtste soort."

"Het zijn de onverbeterlijken die de wereld verbeteren willen."

 

Bertus Aafjes (1914 - 1993), pseudoniem van Lambertus Jacobus Johannes.

Nederlands dichter en prozaïst. Aafjes volgde een tijd een priesteropleiding, studeerde daarna archeologie in Leuven en Rome en werd uiteindelijk journalist. Aafjes heeft veel gereisd in zijn leven en dat heeft grote invloed gehad op zijn oeuvre.
Uit zijn eerste werk blijkt dat hij een grote voorkeur heeft voor romantische motieven: verliefdheid en weemoed, de schoonheid van de vrouw en van de natuur.

1 reactie Reageer op dit bericht

CITATEN van DE FONTENELLE

"Een grote hinderpaal voor het geluk is de droom van een te groot geluk."

"Het is een bewijs van bitter weinig verstand antwoorden te vinden op vragen waarop geen antwoord te geven is."

"Het grote geheim van geluk is: met zich zelve goed te staan."

Bernard de Fontenelle (Frankrijk: °1657 - +1757). Hij was opgevoed in een Jesuïtencollege in Rouen. Hij schreef over de geschiedenis van de wiskunde en over de filosofie van wiskunde en wetenschap. Hij verzamelde een schat aan informatie over de wetenschappers uit zijn tijd.

Reageer op dit bericht

WEBCAMS op ENGELAND

                                           ENGELAND       Image Hosted by ImageShack.us

Londen

http://www.virtual-london.co.uk/interactive/?type=webcams

London - meteo

http://www.bbc.co.uk/weather/webcam/index.shtml

 

http://www.bbc.co.uk/london/content/webcams/weather_webcam.shtml

Noord London

http://www.bbc.co.uk/london/content/webcams/wembley_webcam.shtml

Oxford

http://www.bbc.co.uk/oxford/content/webcams/oxford_high_st_webcam.shtml

Newcastle

http://www.bbc.co.uk/tyne/content/webcams/tyne_bridge_webcam.shtml

York

http://www.bbc.co.uk/northyorkshire/content/webcams/york_minster_constantine_webcam.shtml

Manchester

http://www.bbc.co.uk/manchester/content/webcams/oxford_road_webcam.shtml

Birmingham

http://www.bbc.co.uk/birmingham/content/webcams/mailbox_webcam.shtml

Bristol

http://www.bbc.co.uk/bristol/content/webcams/bristolharbour_webcam.shtml

                         
Reageer op dit bericht

CITATEN van GOUDSBLOM

"Een concert: de ouverture tot een collectieve hoestbui."

"Een hoofd vol gedachten geeft als een zaal vol mensen: ongearticuleerd geroezemoes."

"Leugens dienen vaak om de waarheid aannemelijk te maken."

"Het geluk is makkelijker te bereiken per auto dan op de fiets."

Johan Goudsblom (°1932) studeerde sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde op het thema 'Nihilisme en cultuur' (1960) en is emeritus hoogleraar van de vakgroep Sociologie van diezelfde universiteit. Hij werkte intensief samen met zijn grote inspirator Norbert Elias en daaruit ontstond in Amsterdam de school van de figuratiesociologie.
Zijn onderzoek heeft betrekking op sociologische langetermijnprocessen. Zijns inziens biedt het onderzoek naar zulke processen de socioloog veel inzichten. Zonder historisch inzicht krijgt de sociologie te maken met een steeds verder doorgaande specialisering en daar is hij niet enthousiast over. 'Mijn specialisme is het generalisme', vindt Goudsblom.

Reageer op dit bericht

Verhaal: racisme?

Onlangs kwam een Free bij ons op bezoek. Hij was van plan om samen met zijn vrouw Frie een buitenlandse baby te adopteren.  De cursus voor adoptieouders die men nu verplicht dient te volgen, zat er voor hen bijna op. Hij kwam gewoon eens praten over adoptie omdat hij wist dat Herman en ik drie adoptiekinderen hadden die nu allemaal ouder dan 23 jaar zijn. Er is een tijd geweest dat ook wij ‘ervaringsdeskundigen’ opzochten. Free praatte enthousiast en vol vertrouwen in zijn voornemen. “Ergens moet je als ouder toch ook rekening houden met het fenomeen racisme” zei ik. “Allez gij” sprong hij op “dat is nu toch niet meer zo”. Racisme is nu nog altijd een zorg voor ons, ouders van gekleurde kindjes en de groeiende aanhang van het Vlaams Belang zal deze toestand niet verbeteren. Zij leggen een stigma op de gekleurde medemens die een etiket opgekleefd krijgt van profiteur, fraudeur, dief, agressieveling, … Kortom al wat slecht gaat in onze maatschappij is de schuld van de gekleurde medemens.

Van onze aangenomen kinderen hebben er twee een ‘kleurtje’; de ene lijkt op een Chinees en de andere op een Indiaantje. De derde is gemaakt door blanke ouders. Image Hosted by ImageShack.us Matje, ons Chinezeke met een licht kleurtje kwam recht uit de materniteit bij ons wonen. Hij is een jongen met een gouden hart – het leven is mooi – hij heeft meer vrienden dan zijn vrienden, vrienden hebben. In de dorpsschool was hij de favoriet van velen en toch… Toen hij tijdens de collegejaren in een kleine stad aan een bushalte stond te wachten, kwam een man op hem af: “zeg joeng, maakt eens da ge na huis ga. Ga naar waar ge vandaan komt.” Hij duwde Matje met de elleboog. Gelukkig was hij sociaal vaardig genoeg om niet te reageren en op te stappen naar een volgende bushalte. Hij kwam thuis bleek en ontdaan toe. 16 jaar – kleine stad: eerste ervaring met racisme. Nu hij in Leuven aan de universiteit studeert en met kameraden op stap gaat, zagen we het weer gebeuren. Deze keer waren het alcoholgevulde of gedrogeerde leeftijdsgenoten … Op een keer had Mat met vrienden afgesproken om op de oude markt aan een bepaald café samen te komen; hij was wat vroeg en stond dus te wachten. Er nadert een luidruchtige bende. Ter hoogte van Matti waait een arm uit de groep die Matti op het gezicht mept en in een paar seconden zijn ze straat al uit. Versuft realiseerde Matti wat hem overkomen was. Hier kwam racisme langs! Hoe voel je je als mama wanneer je kind wordt aangevallen? Ook de daders hebben ouders. Zouden zij goedkeuren wat hun kinderen deden? Ik vraag me dat dikwijls af.

 

Image Hosted by ImageShack.usEen volgend voorval moest zusje overkomen. Zij houdt van  mountainbiken en is dus veel alleen op de baan. Op een dag rijdt ze op een smalle fietsstrook van Aarschot naar Scherpenheuvel. Ze is haast niet te herkenen: strakke bijna mannelijke mountainbikekleding, fietshelm op, alleen bruine armpjes en beentjes verraden haar kleur. Zonder aanwijsbare reden vertraagt een auto naast haar, een jonge Onslow achter het stuur in z’n onderhemdje en mevrouw op de passagierszetel. Het was warm en mevrouw draait het raampje open. Meneer roept iets door het raam en probeert zusje de weg af te snijden. Verbaasd ziet ze dat een jongetje van ongeveer vijf achter in de auto tegen de ruit plakt en zijn tong en middenvinger uitsteekt. Ze lachen allemaal. Even verder stapt de man uit z’n wagen en wacht zus dreigend af op het fietspad. Zus steekt de brede baan over en raakt voorbij. Na nog wat schelden en lachen verdwijnt het ‘jonge’ gezin. Wat heeft die mensen in godsnaam bezield? Omdat zus donkerder van kleur is, heeft zij de meeste onaangename ervaringen gehad, een stuk of vier, denk ik.

Geen racisme tegenover je gekleurde kinderen? Vergeet het!  Begrip en verdraagzaamheid blijven ook vandaag nog belangrijke waarden.

Reageer op dit bericht

CITAAT van HELLER

“Alleen tranen openen de poorten van de hemel.”

(Rebbetzin Tzipporah Heller)

 

Rebbetzin Tzipporah Heller is sinds 1980 lid van de faculteit aan de Neve Yerushalayim universiteit van Jeruzalem. Haar expertise betreft analyse van bijbelteksten en Joodse filosofie. Ze doceert binnen de filosofie vooral Mainmonides en Maharal.

Reageer op dit bericht

CITATEN van EINSTEIN

"Een man die veel leest en te weinig zijn hersenen gebruikt, wordt al te vlug een geestelijke luilak"

"Om een onberispelijk lid van een schaapskudde te zijn, moet men vóór alles een schaap zijn."

"De enige verstandige manier van opvoeden bestaat eruit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld."

 

"Alles moet zo simpel mogelijk gemaakt worden, maar niet simpeler."

"Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom."

"Een avond waarop iedereen het eens is, is een verloren avond."

"Alles dat werkelijk groots en inspirerend is, is gecreëerd door een individu dat kon werken in vrijheid."

"Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal."

"Twee dingen zijn oneindig, het universum, en menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker..."

"Het probleem vandaag de dag is niet de atoomenergie, maar het hart van de mens."



 

Albert Einstein  (1879 - 1955)

Een in Duitsland geboren, Amerikaanse natuurkundige. Hij is bekend geworden met zijn vooruitstrevende theorien over relativiteit en het bestaan van deeltjes in licht. Voor het laatste onderwerp heeft hij de nobelprijs gekregen.

Einstein is op 14 maart 1879 geboren in Ulm en heeft het grootste deel van zijn jeugd doorgebrachten in Munchen, waar zijn ouders een winkeltje hadden. Al op jonge leeftijd had hij een grote belangstelling voor natuurkundige en het talent om ingewikkelde wiskundige concepten te begrijpen: op zijn twaalde leerde hij zichzelf Eucledische geometrie.

Image Hosted by ImageShack.us
1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Eigen stekje op het web

↑ Terug naar de berichten