Gemeentehuis van Etikhove tot 1977. Sinds de fusie van 1977 gemeentehuis van Maarkedal. Nadat het gemeentebestuur op 27 juli 1896 een kleine hofstede had aangekocht ter grootte van 26a89ca, gelegen aan “de plaetse” te Etikhove werden tijdens de gemeenteraadszitting van 1 juni 1902 de plannen opgemaakt voor het bouwen van een gemeentehuis en een gemeenteschool met bijhorend schoolhuis op dit terrein. Na verscheidene wijzigingen van de bouwplannen werden deze uiteindelijk goedgekeurd tijdens de gemeenteraadszitting van 20 december 1904. De plannen zijn van architect Geirnaert uit Gent. Een jaar later werd het gebouw in gebruik genomen. Wegens krappe behuizing werd het schoolhuis, dat aan de oostelijke zijde aanleunde tegen het gemeentehuis, erin geïntegeerd. Het gelijkvloers van het schoolhuis werd raadszaal en is dit nog steeds.
Oorlogsnieuws
Tijdens de Tweede
Wereldoorlog woonde ene Jean-Baptist De Schampheleire te Etikhove in zijn boerderij
langs de Gansbeekstraat daar waar de Maarkebeek onder de straat duikt. Baptist
werd geboren in 1900 en was afkomstig uit de Varent. Tijdens zijn jonge jaren
had hij meermaals deelgenomen aan de bietencampagne in het noorden van
Frankrijk. En je weet hoe dat gaat. De jonge man maakte daar kennis met een
meisje uit de streek. Ze trouwden en kwamen wonen langs de Gansbeekstraat. De
jonge vrouw werkte samen met Jean-Baptist en leerde ook wat Nederlands. De
periode tussen de twee oorlogen was een harde tijd en Jean-Baptist oefende
zoals zovele meerdere beroepen uit. Zijn hoofdbezigheid was echter fruit
kweken. Hij schafte zich een paard aan en reed wekelijks met paard en kar naar
de markten in de omgeving om het lekkere fruit aan de man te brengen. Op een
dag heeft het gezin “alle chance van de wereld” gehad. Het was in 1945. De
streek was reeds maanden bevrijd maar de Duitsers gaven niet op en bestookten
Antwerpen met de fameuze V-2 raketten. Er werden zo maar eventjes 2000 raketten
op de haven afgestuurd. Niet allen bereikten het beoogde doel. Sommige
“vliegende bommen” misten hun doel, weken af of raakten tijdens de vlucht
defect. Zo hoorden ze op een mooie dag in Ethikove het gefluit van een
aanstormende V-2. Men wist dat eens het motorgeluid ophield de bom binnen de
kortste stonden zou vallen. Wat ook geschiedde. Gelukkig stond in de weide aan
het erf van De Schampheleire een rij hoge populieren. Deze bomenrij werkte als
vangnet voor de raket die in de toppen terecht kwam en met een geweldige slag
ontplofte. Bladeren, twijgen, takken, metalen stukken, vuur, rook, pannen en
stenen het vloog al in het rond. Het dak van
de woning was volledig ontmanteld maar niemand werd gekwetst. De buurt kwam er
gelukkig met de schrik vanaf. De zoon van Baptist had later naast het woonhuis
een smidse.
Tegen de zomer van 1944 was
het Duitse leger volop bezig de aftocht te blazen. De soldaten werden wat
nerveuzer en ze probeerden alles wat wielen had
van de burgers af te pakken. De fietsen spraken wel aan. Maar de meeste
burgers hadden daar iets op gevonden. Ze verwijderden de rubberen banden. Die
waren zogezegd versleten. Toch namen sommige Duitsers zo’n rijwiel in beslag.
Mensen die die situaties meemaakten lachen nog als ze vertellen hoe de Duitsers
de kasseikoppen trotseerden op de ijzeren zanten. Al hotsend en al botsend
denderden ze de helling af richting heimat.
Deschampeleire woonde in Etikhove, maar was
afkomstig van de Varent in Mater. Hij werd gemobiliseerd voor de oorlog van
14-18. Jarenlang verbleef hij in de loopgrachten achter de IJzer. Tijdens een
van de vele korte aanvallen werd de beste vriend van Jean-Baptiste ernstig
gekwetst en lag daar ergens buiten de loopgrachten te kermen en steeds te roepen:
“Tiste, kom mij toch helpen!” Maar
Jean-Baptiste kon hem niet halen. Hij moest immers wachten tot ze zeker waren
dat de Duitsers zich volledig hadden teruggetrokken. De nacht ging voorbij en
het werd heel stil. Hét moment om de gekwetste vriend te gaan ophalen? Kruipend op de buik bereikte hij de man.
Denkend dat de kust veilig was richtten ze zich op. Te laat. Een machinegeweer
ratelde en de beide soldaten werden getroffen door een kogelregen. Ze vielen
neer. De gekwetste soldaat was op slag
dood en Tiste bleef gewond voor dood liggen. Op zijn beurt bleef hij achter tot
hij zou gered worden. En gelukkig! Zo gebeurde het. Hij bleek getroffen te zijn
door een gloeiende brandkogel die langs de rug was binnen gekomen en langs de
buik het lichaam had verlaten. De plaats waar de kogel de buik had verlaten was
dichtgeschroeid. Dat was wellicht zijn redding. Voor zijn genezing werd
Jean-Baptiste naar Frankrijk overgebracht waar hij in een lazaret aan een
volledige herstelling begon. Wat ook lukte want kort nadien werd Tiste weer goed bevonden om naar het front te
trekken. Hij vertelde nadien dat hij een Belgische soldaat had gezien met een
houten been. Die man werd door de keuringsdienst goed bevonden om zijn
compagnie aan het front te vervoegen. Het schijnt dat hij zijn houten been
afnam en naar de medische staf gooide met de vraag:” Wat kan ik met zo’n been
gaan vechten!”