Naar de inhoud

Maarkedal in beeld

Potloodtekeningen
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

45. Kapel van Kerselare

Naar de oude kapel van  Kerselare              

Vertrek je vanaf de heuvelrug in Louise-Marie noordwaarts dan kom je na een lange afdaling in het dorp van Etikhove. Daar begin je de heel steile klim van de Ladeuze of je probeert de klim van de Eikenberg. Eens boven op de uitloper, van onze getuigenheuvel, op een hoogte van 85m, prijkte eertijds de kapel van O.L.V. van Kerselare in Edelare, een dorpje heel bekend door deze kapel en de bedevaarten er naar toe. De geschiedenis van de kapel vangt aan in 1452 toen de zus van de overleden pastoor Van Brackele een O.L.V.-beeldje plaatste in een oude kerselaar bovenop de Edelareberg, een bebost en onveilig oord. Hoeveel kinderen, ook nog van onze generatie, hebben met veel schrik in het hart, maar vol bewondering, die grote, verschrikkelijke krokodil in de gaten gehouden hoog boven de hoofden van de brave biddende lieden. Je wist toen nog niet met zekerheid of dat groene monster echt was of nep. En toen, op dinsdag 21 had dé grote ramp plaats. Rond 17u45 merkten voorbijgangers rook uit het dak opstijgen…De grote krokodil die er iets meer dan 100 jaar boven de hoofden hing verdween in het vuur. Van de kapel bleef niets meer overeind. Voor veel meer details zie de brochures “De geschiedenis van O.L.V. van Kerselare.

Mensen met veel tijd maken hier prachtige wandelingen met wijdse panorama's over het golvend landschap.

Tijdens de maand mei (de noveen) eet je er lekkere "lekkies".

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

43. Goet ten Broecke

           Hof  “Goet ten Broecke” , Kapoenstraat 18 te Zulzeke-Kluisbergen.

De grote hoeve “Ten Broecke” is als site met walgrachten en voormalig foncier van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangwekkende getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. (Ministrieel Besluit 14-07-2004). De woning werd in 1911 van een pannendak voorzien.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

46. Gemeentehuis van Sint-Maria Horebeke

Gemeentehuis van Sint-Maria-Horebeke.
In de volksmond Horebeke. Een typisch landbouw- en woongemeente van amper 759 ha. Horebeke ligt langs de 90 kilometerlange zwalmroute midden een mooi golvend landschap met her en der een beekdepressie.
Het lieftallig gemeentehuis dateert uit 1895 en is gebouwd in een Brugse neogotiek. Het werd gerestaureerd in 1980. Dichtbij in ,het gehucht Corseele, treffen we de "Geuzenhoek" aan; waarschijnlijk de enige protestantse gemeenschap in Vlaanderen die zich sinds haar stichting in 1554 heeft kunnen handhaven. Samen met de protestantse kerken van Etikhove, Mater, Melden, Nukerke, Oudenaarde, Ronse en Wijlegem  vormde de gemeenschap van Horebeke de "Vlaamse Olijfberg" , zo genoemd door Lodewijk van Nassau(1602-1665), omwille van de toestand van verdrukking en minoriteit waarin ze leefden. In Horebeke bestaan nog 2 protestantse kerken: de oude van 1795 en de nieuwe van 1872. OP het kerkhof vind je een gedenksteen van Koning Willem I.(Gids voor Vlaanderen)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

42- Valerius De Saedeleer - Villa te Ethikove

    Deze villa was jarenlang de woonplaats van de familie de Saedeleer.

Beschrijving

Villa Tynlon, een beetje somber bakstenengebouw, op de flank van de  Bossenaerheuvel te Etikhove. Deze villa werd gebouwd in 1910 in een Engelse cottagestijl. De bewoners waren achtereenvolgens: Georges Thienpont(1910-1917), Valerius de Saedeleer (1921-1937), Leo Piron gehuwd met de dochter van de Saedeleer (1937-1945), Gerard Thienpont (1948-1964). De naam Tynlon gaf Valerius de Saedeleer als herinnering aan het huis dat hij bewoonde in Wales gedurende de wereldoorlog 1914-1918. Tynlon betekent “huis aan de straat”. De gedenkplaat vooraan in de berm werd aangebracht ter gelegenheid van de inhuldiging van de  “ Toeristische weg  Valerius de Saedeleer” op 2 juni 1957. De weg loopt over de  toenmalige gemeenten Leupegem, Vloesbergen, Edelare, Etikhove en Schorisse.

 We laten even Elisabeth de Saedeleer aan het woord. In haar boek vertelt ze over haar vader.

" “Hij leefde er in alle eenvoud, op den buiten, op het platteland in Vlaanderen, tussen de Vlamingen. Hij was niet geleerd, geen wetenschapper; maar zijn geest was gezond. Hij ging om met de eenvoudige mensen van het platteland en werkte met hen, hij had hun wijze manier van leven overgenomen. Hij was een artiest, oprecht en echt, de kunst was het doel van zijn leven. Hij wisselde van gedachten met de andere mensen, met zijn geloof in de hogere waarden van het bestaan, zijn begrip voor de schoonheid van de dingen. Zijn voorbeeld bewees dat iedere taak een nauwgezette eerlijkheid vereiste en niet kan slagen zonder een prijs van lang geduld en veel inspanning. Mijn zussen en ik waren zeer jong wanneer hij ons inleidde in de eerste stappen van de kunst. Hij nam ons mee naar den buiten en wij tekenden onder zijn leiding."

"Gedurende de oorlog 1914-1918 moest hij met zijn gezin emigreren naar Engeland. ’t Is daar dat wij voor het eerst de weefkunst hebben gezien met als gelukkig gevolg kwamen wij in contact met Miss Morris, de dochter van de schrijver en kunstenaar William Morris, die een harde voorstander was van het handwerk. Ons vader wilde ons juist vertrouwd maken met het handwerk. Wij benaderden dus de omgeving die nog onder invloed stond van Rufin, van Burne Jones en van de aanhangers van het preraphaelisme, de aanhangers van de 19de eeuwse schilderschool,  omgeving doordrongen van poëzie en illende kunstopvattingen, eerlijk en levend. De opgedane ideeën lieten ons niet meer los en wanneer we in Vlaanderen terugkeerden zetten we dat ongeveinsd in de praktijk om. Het dorp waar we ons vestigden heette Etikhove. ’t Is daar waar de eerste proeven werden gedaan. De eenvoudige en oudere wevers, die trouw gebleven waren aan de traditie van hun voorouders, waren onze eerste handwerkers. Het was voor hen een echte revelatie te zien wat er kon bereikt worden met hun oude ambachten.

Elisabeth  de Saedeleer had later haar “Atelier d’art” te Brussel

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

41- Huis Van Malleghem

 De herenwoning op deze tekening is de voormalige woning van Petrus August Van Malleghem, een rijke familie van grootgrondbezitters en in de beginjaren van 1900 weldoeners van de parochie Nukerke.

 “Huis Van Malleghem” in Nukerke-dorp. Op een grafsteen lezen we:
 “Geloofd zij Jezus Christus Amen.Ter Zaliger gedachtenis van Petrus Augustinus Van Malleghem geboren te Nukerke Den 29 november 1775 aldaar overleden den 15 maart 1858  van zijne echtgenote Anna Theresia Van De Putte  geboren te Nukerke Den 30 september 1795   van hun kinderen  Amelia Clemence geboren te Nukerke   17 December 1821 en aldaar overleden7 april 1903    Victor Geneesheer en Oud-Burgemeester der gemeente Nukerke  geboren den 22  dec 1827 en overleden De 2 mei 1900 en zijne echtgenote Rosalie De Tollenaere 1835-1905  De Zeer Eerwaarden Desiderius-Augustinus Titularis Kanunnik van S.Baafs Hoofdkerk geboren Nukerke Den 14 januari 1831 en overleden  te Gent De 29 januari 1890". Deze familie was blijkbaar zeer invloedrijk en bezat veel  gronden. Ze was tevens weldoener en geldschieter voor  de katholieke gemeenschap.
Veel meer staat te lezen op de blog Nukerke. Zie daar ook de geschiedenis van de dorpsschool.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

44. Goet Ten Broecke

Watermolen behorend tot het "Goet Ten Broecke" te Kluisbergen, in de deelgemeente Zulzeke, buurgemeente van Nukerke. De molen draagt de datum 1870. Dit jaartal wijst enkel op een herstelling want de oorspronkelijke molen moet veel ouder zijn.
Uittreksel uit het Ministrieel Besluit van 14 juli 2004 :
Wordt beschermd, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumente, stads- en dorpsgezichten…
Wegens “De artistieke, historische en industrieelarcheologische waarde van de hoeve genaamd “Ten Broecke” met inbegrip van het erf met toegangspoortje , de oude molenvijver, het aanpalend deel van de Molenbeek met oevers en flankerende bomenrij, de aangrenzende gekasseide toegangsweg met twee bruggen, het watermolenhuis met strekdam, woelkom, drie bijhorende linden en het sluiswerk met uitsluiting van de recente bedrijfsgebouwen) gelegen Kapoenstraat 18 te Kluisbergen (Zulzeke)
De grote hoeve “Ten Broecke” is als site met walgrachten een voormalig foncier (hoeve) van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangrijke getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. Expliciete materiële resten van deze historische oorsprong zijn onder meer de terp en oude overwelfde kelders waarop in 1729 de kern van de hudige woning werd opgericht, het toegangspoortje ter hoogte van de oude toegang, de omgrachting gevormd door het deel van de Molenbeek met zijn twee gemetste bruggen en de aanpalende oude spaarvijver.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

40 - Rustoord Sint-Leonard

Het Sint-Leonardusinstituut in het kerkdorp Louise-Marie

 In Louise-Marie werd in 1900 de eerste steen gelegd voor een gebouw dat dienst zou doen als sanatorium voor dames. Vanaf 1904  werden de zieken er verzorgd door zusters van de orde van de Zusters van Barmhartigheid. Sinds vele jaren is het instituut omgevormd tot een rustoord voor bejaarden. Zie ook afbeelding en tekst bij nummers 30 en 34. Een andere bron meldt dat het neo-gotisch instituut St-Leonardus, werd gebouwd in 1900-1902 op het grondgebied van Etikhove naar een ontwerp van de Gentse architect Herni Geirnaert.
In 1892 verwierf de Heer Scribe uit Gent vanwege de eigenaar van het Hof van Fiennes 160 ha grond op de wijk Louise-Marie. In 1905 werd op een deel van die grond een verplegings- en rusthuis opgericht, nl het Sint-Leonardusinstituut. Het gebouw was oorspronkelijk eigendom van Mw Liefmans uit Oudenaarde.De Zusters van Barmhartigheid uit Ronse oefenden er hun apostolaat uit. Het gebouw is 70m lang op een breedte van 15m. De kostprijs bedroeg toen 150 000 frank. De put die drinkwater verschafte  was 57m diep en er moest geboord worden door verscheidene rotslagen. Het waterdebiet was echter ontoereikend zodat er moest overgegaan worden tot nieuwe boringen en tot het gebruiken van bronwater  in de streek zeer voorhanden. De aansluiting op het waternet kwam er pas in 1976. Het instituut kan een 40-tal  ouderlingen opnemen die verzorgd werden door 10 kloosterlingen. In de jaren 90 werden meer en meer leken aangeworven en kreeg het interieur een verdiende opknapbeurt. Zie ook afbeelding en tekst bij nummer 29 en 33. In  het Gedenkboek van de Zusters van Barmhartigheid  vernemen we het volgende. De Eerwaarde Vader Van Melle, die in Holland de Zusters van Barmhartigheid aan het werk had gezien in de psychiatrische inrichtingen, had het plan opgevat te Louise-Marie een dergelijk gesticht te bouwen. Het mocht echter de goedkeuring van Monseigneur Stilleman, Bisschop van Gent, niet wegdragen, omdat de reeds bestaande krankzinnigeninstituten in de behoeften voorzagen. Na lange onderhandelingen kwam men tot het besluit een sanatorium te bouwen voor de rustbehoevende dames. Maar vooraf begonnen de zusters met het onderwijs.

In het Gedenkboek van de Zusters van barmhartigheid lezen we het volgende;

“De Eerwaarde Vader Van Melle, die in Holland de Zusters van Barmhartigheid aan het werk had gezien in de psychiatrische inrichtingen, had het plan opgevat te Louise-Marie een dergelijk gesticht te bouwen. Het mocht echter de goedkeuring van Monseigneur Stillemans niet, Bisschop van Gent, niet wegdragen, omdat de reeds bestaande krankzinnigeninstituten  in de behoeften voorzagen. Na lange onderhandelingen kwam men tot het besluit een sanatorium  te bouwen voor rustbehoevende dames. Maar vooraf begonnen de Zusters met het onderwijs. In  September  1899, kwamen op aanvraag van den E.H. Van den Abeele, Pastoor, twee Zusters naar Louise-Marie om de lagere school te doen. Zr Placide en Zr Leona. Wat later kwam Zr Begga voor de bewaarschool. Ze bleven voorlopig te Ronse vernachten tot in 1902 het huis  was voltrokken dat bestemd was tot de woonst van den E.H. Onderpastoor, of eventueel van een rustend priester, en nu in gebruik werd genomen door de Zusters. Ondertussen was de bouw begonnen van het Gesticht. Moeder Idalie had er  in Mei 1900 den eersten steen van gelegd. Doch het werk vorderde  maar langzaam; twee volle jaren werden er aan besteed en eerst in 1904 namen de Zusters met enige Dames haar intrek in het Gesticht. Ter nagedachtenis van de vader van Mej. Eléonore Liefmans, die het terrein had geschonken, werd het “St Leonardusgesticht “ genoemd. Opgevat in gothischen trant door Architect H. Geirnaert van Gent, biedt de hoofdgevel een fraai uitzicht; doch de ligging op een der hoogtepunten van onze Vlaamse Ardennen, met een heerlijken uitkijk naar het Noorden, in een rustig centrum van schilderachtige uitstapjes door bos en land,  maakte er een uiterst geschikt  rustoord van. Het heeft dan ook aan belangstelling niet ontbroken. Velen komen in de zomermaanden naar die plaats voor verkwikking en stilte, waar de lucht zuiver is en de menschen rustig zijn, en gaan verkwikt en opgebeurd terug naar huis. Ook ‘s winters blijven sommige dames het Gesticht bewonen en genieten er van het mooie landschap, dat ook in het gure jaargetijde nog bekoorlijk is. Van in den beginne werd er tevens gezorgd voor de geestelijke belangen der bewoners. Op de eerste verdieping werd, in afwachting van een waardiger Godshuis, een kapel ingericht, die in 1905 door den Z.E. H. De Bruyne, Pastoor -Deken te Ronse, werd gewijd. Sedertdien berust het H. Sacrament in het Gesticht, en hebben de Zusters en de Dames, dikwijls gelegenheid de H. Mis te volgen. Deze wordt gecelebreerd door de dienstdoenden priester of door een geestelijke die een rustkuur komt  nemen in ’t Gesticht.Maar Louise-Marie dat de “charme” kent van de stilte en de afgezonderdheid,  ondervond er ook bezwaren van. Tot 1915 was de petroollamp er de enige verlichtingsmiddel. De electriciteitsmaatschappij zag er tegen op haar net met Louise-Marie uit te breiden en zo bleven de mensen aangewezen  op de petrool, olie en kaarsen, waarvan de schaarste wegens de oorlog zich gauw deed voelen. Dan werd er besloten bij middel van een accumulatorenbatterij het Gesticht van electrisch licht te voorzien. Later in 1922 zou  deze ook dienen om een pomp in beweging te zetten, die het water uit een 200 m afgelegen bron, naar het Gesticht zou voeren. Het was een kostbare en niet steeds practische installatie, waarvan de ongemakken gauw waren vergeten, toen in 1935 de verbinding met het nu uitgebreide electrisch net tot stand kwam.

Om in de behoeften van de steeds talrijker wordende bewoners van het huis te voorzien hadden de Oversten van Ronse een groote partij land gehuurd, toebehorende aan Mej. Liefmans, en werd er in 1924-25 een nieuwe boerderij opgericht, naar de plannen van J. D’Hayer uit Schoorisse. In 1929 kocht Ronse het gehuurde land van Mej. Liefmans en kwam aldus in het bezit van een aanzienlijk labeurterrein, dat met gesticht, aanhankelijkheden en hovingen één blok vormt.

Naast de stoffelijk verbeteringen noemen wij ook de centrale verwarming die in 1939 in het Gesticht en in het huis van den dienstdoende preister werd geïnstalleerd. Nog andere moderne gerieflijkheden waren in het vooruitzicht, maar konden wegens oorlogsomstandigheden niet worden aangebracht.

We vermeldden reeds vroeger dat het Gesticht vroeger ook openstond voor rustbehoevende priesters. Herhaaldelijk, bijzonder sedert 1932 is de E.H. Ackerman, Algemeen Bestuurder der Zusters van Barmhartigheid, de rust gaan genieten te Louise-Marie. Na enkele dagen was hij weer opgeknapt en kon terug aan den arbeid in het drukke Moederhuis. Doch in 1933, bij de afbraak van de oude gebouwen waarvan het Directeurshuis deel maakte, koos hij voorgoed de wijk naar Louis-Marie, waar hij zich installeerde in het huis van den dienstdoende priester. Vijf jaar heeft hij nog in stilte geleefd. Met de meeste belangstelling en vroom gebed volgde hij nog de ontwikkeling van de Congregatie. Den 17 December 1941 vierde hij er in besloten kring, doch met de hartelijkste deelneming van al de huizen der Congregatie, zijn diamanten priesterfeest. Een jaar later den 30  December overleed   hij in de stichtendste gevoelens van godsvrucht. Hij liet de herinnering na van een wijs, geleerd en vroom priester.

Dit overzicht kunnen wij niet besluiten zonder melding te  maken van het kort maar ingrijpend bestuur van Moeder Ignace die vier jaar te Louise-Marie verbleef, tot ze in 1928 tot Algemene Overste werd verkozen. Naast den heilzamen invloed van den practiserenden geneesheer Dr Dehet, heeft de moederlijke zorg en meewarigheid van Moeder Ignace krachtig meegeholpen tot genezing of tot opbeuring van de zieken.” (tekst uit Gedenkboek  bij de eeuwfeestviering van de Congregatie der Zusters van Barmhartigheid van Ronse door Eug. Heyrman)

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

43-Molen Ten Hotond

43 . Molen Ten Hotond staat langs de Zandstraat te Zulzeke,deelgemeente van Kluisbergen, waarvan sinds generaties enkel de stenen kuip overblijft en dienst doet als uitkijktoren. Een oriëntatietafel maakt je wegwijs bij de studie van het wijds panorama. De molen staat immers op een pracht van een getuigenheuvel 140m boven de zeespiegel. De eigenlijke top van de heuvel bedraagt 150 m en ligt een paar honderd meter verder oostwaarts in het bos ( aan het waterreservoir). Insiders beweren dat men vanop de toren tot 107 kerktorens kan waarnemen, uiteraard bij zeer uitgeklaard weer. De Hotond is een getuigenheuvel die gevormd werd kort na de laatste ijstijd. Maar voordien,tijdens het tertiair tijdvak, reikte de oerzee tot in onze streken en zette  zand en klei af. (Op het Heidje in Nukerke vormt zand de bovenste bodemlaag, typisch een duin). Bij het terugtrekken van het water voerden felle noordenwinden fijn zand aan die het ontstaan gaf aan de heuvelrij die reikt van het Heuvelland, over de rug van de Vlaamse Ardennen, over de Pottelberg en de Oude Berg te Geraardsbergen tot de heuvels van het Hageland. Daar de ondergrond zavel en ijzerzandsteen bevat hebben de heuveltoppen goed weerstand kunnen bieden aan de erosie tijdens de laatste ijstijd, wat niet uitsluit dat er diepe dalen werden gevormd en het ontstaan gaf aan de vele uitlopers (Eikenberg., Edelareberg, Bossenaer,…). Na WO-II werden op de meeste heuveltoppen van de Vlaamse Ardennen zavel gewonnen voor de bouw en de wegenaanleg. Gelukkig werd de laatste zavelgroeve rond 1995 gesloten. Hier en daar heeft die zavelwinning een blijvend litteken nagelaten zoals je kan merken op de noordenflank van de Hotond. De eerste bewoners van onze streek, doortrekkende jagers, hechtten een groot belang aan deze heuveltoppen. Deze werden reeds vroeg in de geschiedenis bewoond, getuige de vondsten op de Kluisberg van silexpuin. Plaatsnamen als Kwaremont, Calmont, Laemont, Hotond , gaan terug tot de de Gallo-Romeinse periode. Een Romeinse heirbaan  liep van Bavay  over Ronse en Kwaremont naar de kust.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Hedwig om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Maarkedal in beeld

↑ Terug naar de berichten