Dinsdag 4 april 2006
Mijmeringen over de ziel.
Gedichtje dat ontstond na een ontmoeting met personen die volgens mij op een andere planeet wonen dan ik!
Mijn ziel.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom ik anders ben dan anderen
en waarom anderen mij willen veranderen
tot ik gelijk ben aan hen!
Het is zo goed om weg te glijden op de kleur
van ranke regenbogen
in ´t dansend water van fonteinen....
Het is zo goed om weg te dromen in de geur
van magnoliabomen
waarvan de bloesems in het zonlicht deinen.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom mijn oog, mijn oor, mijn denken,
steeds naar het ijle zwenken
waarin ik vind de kleur van bonte bloementooi
waarin ik vind de geur van ´t versgemaaide hooi
waarin ik vind zoveel geschenken!
Het is zo goed te gaan in goudenregenregen
over witbewolkte wandelwegen
langs lege droomkastelen
voorbij de hoge horizon
waar elfen en kabouters spelen
waar eens Doornroosje aan haar spinwiel spon
waar feeën wuivend wenken.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom ik wil plukken
het fonkelend kristal
uit de bevroren waterval.
Waarom ik mij zo diep wil bukken
voor de stille sterren van ´t heelal.
Waarom ik steeds mijn vleugels moet verbranden
in mijn zoektocht naar verborgen landen
ver voorbij de zilv´ren maan en gouden zon.
Waarom mijn lippen dorsten naar een bron
vol diamantbezette dauw
waarom mijn blik zich vastzuigt aan het blauw
van een baltende pauw.
Waarom ik wil rusten
op vogelvleugels in volle vlucht
waarin een zucht
van de wind is gevangen
en mijn vragend verlangen
strandt op ongrijpbare kusten!
Ach, mijn ziel, laat al die vragen maar vervagen
tot louter stof in zonneschijn.
Ik zou toch geen ander willen zijn!
Marijcke.
Mijn ziel.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom ik anders ben dan anderen
en waarom anderen mij willen veranderen
tot ik gelijk ben aan hen!
Het is zo goed om weg te glijden op de kleur
van ranke regenbogen
in ´t dansend water van fonteinen....
Het is zo goed om weg te dromen in de geur
van magnoliabomen
waarvan de bloesems in het zonlicht deinen.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom mijn oog, mijn oor, mijn denken,
steeds naar het ijle zwenken
waarin ik vind de kleur van bonte bloementooi
waarin ik vind de geur van ´t versgemaaide hooi
waarin ik vind zoveel geschenken!
Het is zo goed te gaan in goudenregenregen
over witbewolkte wandelwegen
langs lege droomkastelen
voorbij de hoge horizon
waar elfen en kabouters spelen
waar eens Doornroosje aan haar spinwiel spon
waar feeën wuivend wenken.
O, zeg mij, mijn ziel, waarom ik wil plukken
het fonkelend kristal
uit de bevroren waterval.
Waarom ik mij zo diep wil bukken
voor de stille sterren van ´t heelal.
Waarom ik steeds mijn vleugels moet verbranden
in mijn zoektocht naar verborgen landen
ver voorbij de zilv´ren maan en gouden zon.
Waarom mijn lippen dorsten naar een bron
vol diamantbezette dauw
waarom mijn blik zich vastzuigt aan het blauw
van een baltende pauw.
Waarom ik wil rusten
op vogelvleugels in volle vlucht
waarin een zucht
van de wind is gevangen
en mijn vragend verlangen
strandt op ongrijpbare kusten!
Ach, mijn ziel, laat al die vragen maar vervagen
tot louter stof in zonneschijn.
Ik zou toch geen ander willen zijn!
Marijcke.
Geschreven door Marijcke om 00:00
Reageer op dit bericht




