Het dagje Antwerpen is na de middag verknoeid geworden door de terreurdaad van een opstandige, doorgedraaide jongere. Met veel misbaar en luid sirenegeschreeuw raasden ambulances en politiewagens door de straat waar ik in mijn klein studioke af en toe een wasje draai, de rekeningen in de brievenbus vind en mijn boeken heb uitgestald. Met mijn verhuis verleden jaar naar de mobilehome moest ik al mijn spullen naar andere bestemmingen zien vertrekken, maar van mijn boeken kon ik geen afscheid nemen. Ze zijn na mijn kinderen en kleinkinderen mijn grootste schat. Ik weet nog dat ik gisteren bij al dat machtsvertoon nog heb gedacht: "amai, er moet ergens een vreselijk verkeersongeval gebeurd zijn!" Een uurtje later, op het terrasje in de zon, hoorde ik het bangelijke nieuws dat als een lopend vuurtje door de Sinjorenstad ging. Er had bloed gevloeid in het hart van Antwerpen. Tja, dat zijn geen leuke dingen en mijn gedachten zwerven dikwijls naar de familieleden van de slachtoffers en van de dader! Wat moeten die verdrietige uren doormaken! Je kunt honderden kaarsjes zetten op de plaats van het gebeuren, dat is wel troostend, maar neemt de pijn niet weg!
Nu was het eindelijk lente geworden. Ook in Antwerpen. De kastanjebomen hebben hun kaarsjes aangestoken, de meidoorn geurt er op los zodat een mens er bijna dronken van wordt en het stadspark ziet er een heel stuk vrolijker en fleuriger uit dan een paar weken geleden. Ik heb geprobeerd de rotzooi uit mijn gezichtsveld te houden en mij geconcentreerd op de dingen die wel mooi waren, zoals o.a. de eenden die parmantig in het weinige water van de vijver spartelden. Eindelijk verlost van hun ophokplicht. En dan gebeurt er dit weer!
Bij het doorbladeren van mijn schrijfsels kwam ik een klein verhaaltje tegen dat ook over Antwerpen gaat en waarin ook de feestvreugde veranderde in leed. Ik zal het apart toevoegen....
Ze hadden vroeg de trein genomen. Vanuit hun klein dorpje in de Westvlaanders. Ze wilden zo lang mogelijk in Antwerpen 1993 kunnen rondwandelen. Zij had haar mooiste kleedje aangetrokken en hij zijn beste pak. Zij had haar haar in de krul gezet en hij had vaders pet geleend. Ze hadden allebei een aanslag op hun spaarvarken gedaan en van tijd tot tijd voelden ze eens in hun tas naar de goedgevulde portemonnaie. Dan keken ze elkaar tevreden aan en af en toe wisselden ze een kusje, want ze waren verliefd en verloofd. Over twee jaar zouden ze trouwen. Ze hadden zich maandenlang verheugd op dit uitstapje en alles werkte mee. De zon scheen en de trein gleed zachtzingend over de rails doorheen glanzendgroene weiden en gouden korenvelden. Het stel was zo gelukkig als een jong, verliefd stel maar gelukkig kan zijn! Even na 10 uur kwamen ze aan in het feestelijk opgetuigde Antwerpen. In de hal van het grote, imposante station bewonderden ze de fris vergulde versieringen waardoor de schoonheid van het gebouw nog eens werd onderstreept. En dan gingen ze de Keyserlei op waar stromen toeristen onder het groen van de jonge lindenbomen kuierden, en waar de terrasjes uitpuilden van dorstige en vermoeide mensen. Waar de warenhuizen hun toelachten met een schat aan verlokkingen. Hand in hand liep het stel door Antwerpen. Op de Groenplaats gekomen waren ze een beetje moe en zochten ze een terrasje op om iets te drinken en te eten. Voldaan en uitgerust bezochten ze daarna de machtige kathedraal. Het zonlicht toverde de oude glasramen om tot sprookjesachtige taferelen waar hij zijn ogen niet van kon afhouden. Zij stak een kaarsje aan bij het Mariabeeld. Ze bad lang en vurig voor hun beider levensgeluk en eventjes bad ze voor alle andere mensen op deze wereld. Ze keek eens speels naar haar verloofde en een warm geluksgevoel doorstroomde haar stevig vrouwenlijf. Omdat ze in de kathedraal was, een heilige plaats,duwde ze haar gevoelens weg en in plaats van haar handen rond zijn nek te leggen, vouwde zij ze devoot in haar schoot en bad nog "een weesgegroetje". Verder ging de ontdekkingsreis en plotseling stonden ze op de Grote Markt. Het was er enorm druk. Evenals alle andere toeristen rekten ze hun halzen en bekeken de eeuwenouden gevels met daarop, hoog tegen de blauwe lucht, kunstwerken zoals een engel, een schip, een paard, een vos, een draak, een ridder. Symbolische figuren, herinnerend aan een roemrijk verleden. Voor het stadshuis was een bloementapijt aangelegd. Ze keken hun ogen uit! Op een gegeven moment gleden zijn ogen weg van de bloemenpracht en vonden aan de overkant van het tapijt een meisjesgezicht met daarin twee grote, blauwe kijkers die hem vrijmoedig bekeken. En onder dat gezichtje zag hij een figuurtje, slank en toch vol rondingen. Een kort rokje liet de lange, bruine benen vrij die koket in hooggehakte schoentjes staken. Hij voelde hoe zijn hart sneller en krachtiger begon te kloppen. Toen het meisje zag dat ze zijn bewondering (en nog veel meer), had verkregen, lachte ze, waardoor parelwitte tandjes zijn opwinding nog verhoogde. Als gefascineerd drong hij zich door het publiek heen. Zijn benen droegen hem naar het lokkende kind. Iets onbekends, diep in hem, bestuurde hem. Hij was zo maar, ineens, in een andere dimensie gekomen, in een andere wereld. Even later stond hij tegenover haar. Als betoverd. Maar toen hij zijn handen hongerend naar haar uitstrekte, draaide ze zich om en liep vlug van hem weg. Versteend staarde hij haar na, sprakeloos, verbijsterd, als verdoofd. Hij kwam weer bij zinnen bij het horen van zijn naam. Het meisje dat hij al vanaf zijn kindsheid kende, waar hij over twee jaar mee zou gaan trouwen, stond naast hem. Keek niet begrijpend naar hem op. Ze voelde zich net zo ellendig en verlaten als hij. Nooit zou hij deze blik vergeten, noch die van het onbekende meisje. Hand in hand liepen ze terug naar het station met zijn imposante hal die nu veel van zijn glans en glorie verloren scheen te hebben. De trein bracht hen weer terug naar hun dorpje in de Westvlaanders. Het werd nooit meer zoals voorheen......
Over een uurtje ga ik naar Antwerpen, mijn geliefde stad aan de stroom. Ik ga dan ook zeker na het afhandelen van mijn verplichte boodschappen, een wandeling doen door het stadspark. De mooie maand Mei maakt (hoop ik), zelfs het stadspark nu mooi met zijn bloeiende bomen en planten. Een dik aantal jaren geleden was het daar een waar paradijsje en kon ik er genieten van de schoonheid en de rust. Maar nu....... Als eerzame burgeres van Antwerpen word ik geacht mij aan de regels te houden die een aangename en propere stad waarborgen, maar dat geldt precies niet voor het stadsbestuur, want wat daar in, rond en aan dat stadspark allemaal mag! Je haren rijzen ten berge als je daar nu rondwandelt. Ik zal proberen een paar foto´s toe te voegen om het U te laten zien. Beelden spreken meer dan woorden! Als ik met mijn hond door Antwerpen dwaal moet ik zijn armzalig drolletje oprapen en een paar kilometers meedragen, (vuilnisbakken zijn in mijn buurt heel schaars en zitten dan meestal nog propvol), maar dat is een ander verhaal, waar ik nog wel eens op terugkom), om onze stad rein te houden. Tja, ik vind het ergens logisch dat hondenbezitters inderdaad al die drolletjes moeten opruimen, maar dat er aan de andere kant zo slordig met het stadspark (en nog heel wat andere openbare plaatsen), mag worden omgegaan, vind ik dus niet samengaan! Als ik mij moet bukken over een hondendrol, vind ik dat het stadsbestuur zich wel eens mag bukken over de reinheid van het stadspark. Dat de vijver van het stadspark zo goed als leeg staat, weet iedere Sinjoor ondertussen, want dat is al jaren.........De fontein, die er eigenlijk nog niet zo lang staat, heb ik misschien een of twee keer zien spuiten. Door de aanhoudende regenval staan er immensgrote plassen, maar ja, als de voetpaden niet onderhouden worden....de armtierige, oude, vermolmde banken staan soms letterlijk met hun poten in het water. Ga daar maar eens op zitten om van het zonnetje te genieten! Je krijgt er een gratis voetbad bij. De vuilbakken zijn uit hun hengsels, hangen zielig met hun kopjes naar beneden. Het oorlogsmonument is omringd door stalen hekken, tralies, betonblokken, vlechtwerk van ijzer, stenen en heel de rattaplan die nodig is om huizen te bouwen, tunnels aan te leggen en straten op te breken en weer aan te leggen en weer af te breken! Kortom, het is één grote bouwwerf. Aan de andere kant van het stadspark zie ik tot mijn afgrijzen dat daar zich hetzelfde tafereel begint af te spelen. Iedere week wordt het grasplein kleiner en de zand-en steenhopen groter. Het skateplein voor de jongeren is in verregaande staat van ontbinding en heel het park is bedekt met afval allerhande. In één woord, het is een schande zoals het stadspark erbij ligt. Wat moeten de toeristen wel van ons denken! Tja, dit moest even van mijn lever alvorens ik de bus of trein neem naar die mooie stad, waar een oudere dame een boete krijgt voor milieuvervuiling wanneer ze vanaf haar balkonnetje de vogeltjes voert met wat broodkruimels (echt gebeurd!), en ik een boete als ik mijn oud papier een dag te vroeg buiten zet omdat ik op de ophaaldag een paar dagen de stad uit ben! Ik begrijp (heel vaak), het leven niet, de mensen niet, de wetgeving niet, kortom, ik begrijp er soms niets van. Maar nu, op naar de stad, waar ik hopenlijk op een terraske de dagelijkse ergenissen kan wegspoelen met een lekkere koffie verkeerd. Dat mag nog....,want eerlijk gezegd, er mag niet veel meer. Veel belasting betalen dat mag, maar wat ze ermee doen?! Er zou een raad van burgers moeten zijn die af en toe eens controle zou moeten kunnen houden over hetgeen er met onze centjes gebeurd. Moest ik in die raad zetelen, amai, amai, amai, ze zouden er niet goed van zijn op "het schoon verdiep".
Van een ver en vorig leven irrëel en vaag is niets mij gebleven geen herinnering geen bewijs slechts die honger naar geluk en rust dat heimwee naar het goede en een levensgrote vraag: waarheen gaat deze reis wat ben ik voor een ding en waar kom ik vandaan? Met daarbij een stil vermoeden dat eens in een vorig leven ik koos voor dit huidig bestaan met al zijn vreugden al zijn kommer al zijn pijn.
Ik koos uit vrije wil en zeer bewust vandaag die ene mens te zijn!
Daaraan wil ik denken in moeilijke dagen... Mijn last is daardoor minder zwaar om dragen en ik glimlach door mijn tranen heen, want ik koos voor dit leven, ik alleen!