JEUGDLIEFDE.
Toen de jeugd
uit hun liefde verdween
Ging ook de liefde
uit hun jeugd heen …

JEUGDLIEFDE.
Toen de jeugd
uit hun liefde verdween
Ging ook de liefde
uit hun jeugd heen …
Denkertje.
Les soldats perdus.
ELPEES.
Twee platen
waren
aan het spelen
Begon er eentje
slijmerig
te kwelen
’t is te zeggen
en meer bepaald
zij was heet
van de naald …

KOE.
Onze oude koe
is dood …
Ze verdronk
in de sloot
Maar daar
gaan we niet
om malen,
want oude koeien
zijn er niet
om uit de sloot
te halen !
Rugpijn.
RUGPIJN.
Een banaan
Met rugpijn
Kreeg een korset aangemeten
Ze was niet meer
Om aan te zien
En nog minder
Om op te eten
Lied.LIED.
Zij werden samen oud
Maar bleven beiden jong
Omdat hun hart, vol goud
Het lied der liefde zong


ESSENTIE.
Zijn hele drukke bestaan
Was één ingewikkeld woord
Vol onbegrip is hij heengegaan
Geen enkel hart heeft hem aanhoord
Zijn bedoelingen, zo rein en puur
Werden en bleven onbegrepen
En hij besefte op de pijnlijke duur
Dat hij naast de essentie had gegrepen
Zijn laatste en ampele woorden
Waren enkel aan zichzelf gericht
Geen ander die hem in spraak nog hoorde
Toen hij tenslotte lispelde, bijna gezwicht :
Hoezeer wordt nu mijn hart gekweld
Hoezeer aanschouw ik mijn ongewilde fout
Nu pas begrijp ik, hier liggend, bijna geveld
Ik had te weinig oog voor de rijkdom der eenvoud…

DE GROTE WAARHEID.
De voortdurende drang
Het stuwend verlangen
Om de opperste waarheid,
Diep in jezelf verscholen
Op te sporen
Brengt je in contact
Met onvermoede gevoelens
Waarvan jezelf de drager bent…
Hoe intenser de zoektocht wordt
Des te smaller de paden van herkenning.
Parallel loopt de verzuchting
Om alles te bevatten, te begrijpen,
Te verwoorden maar ook te omklemmen.
Alsmaar verder over onbekende wegen
Zoete waters, zilte smaken, onverwachte valkuilen
Dwingen tot versterkende ruststonden
Vragen om emotionele bezinning
Doen je vervolgens ontwaken
Met een gevoel van verbazende verwondering
Omarmd door een blik van bewondering
Geheel naar binnen gekeerd nu
In volle ontdekking van de rijke schatkamer
Van de eigen, puur unieke entiteit
Een glimp van de kroon der eeuwigheid
En dan, na vele fases van angsten, ontroering
Beleving, nieuwe inzichten, uiterste onthechting
Leg je je in een bed van instemming terug te rusten
Naast je pas ontdekte ik
Die altijd al je metgezel was,
Trouw als een engel, een gids
Die je zonder behoefte aan taal, leidde
Dan ook groeit het reikend weten
Dat de ultieme beelden
Van je eigen zijn zich enkel laten vatten
In gevoelens die geen nood hebben
Aan enigerlei uitdrukking
Of ontoereikende woorden
Want waar een mens tracht
Het goddelijke te verklaren
Zitten stilte en besef hoofdschuddend
Op de zitbank van de tijd
Voor zich uit te staren…
Ode aan een zwartkijker.
ODE AAN EEN ZWARTKIJKER.
Wat hij ook zou drinken of eten
Alles zou zijn pret bederven
Zijn leven lang had hij geweten
Dat hij vroeg of laat zou sterven
Dus leefde hij als een bewuste man
Die zijn leven lang alles wist
En soms dacht je, hij geniet ervan
De zelfverzekerde pessimist!
Het spel der bossen.
HET SPEL DER BOSSEN.
De bossen zwijgen
Prevelen lispelend
Van verlangen
Op het ritme
Van de sluipende wind
Wat hou ik
Van het land
Dat mij immer volgt
Omkaderd door barok
Herinneringen als kunst
De bossen zwijgen
Prevelen lispelend
En glimlachen als speelse
Zonnestralen de jonge kruinen
Vol warmte strelen
Winden berijdend als
Volleerde heersers
Van de tijd
Wat hou ik
Van het land
Hier te zijn geplant
alleen al
Is een gunst

IMPRESSIONISME.
Vanavond heb ik even mogen raken
In eindeloze gedachten
Aan de vleugel van een engel, broos
In glimlach, verdriet, hoop, liefde
Alle gevoel vervoerend
De vleugel van een engel
En Cézanne beeldhouwde
Verven figuren op gestreken doeken
In vlagen van wijngedachten
Wijl Rénoir penselen grinnikend
Aan Monet spiegelde hoe de vleugels
Van neergedaalde engelen
Voelbaar op vlasdoeken
Van aardse klei voor eeuwig
Werden geboetseerd
Vannacht wordt verf in olie
Op muziek gezet
Ritme van tevreden harten…

GELUK.
Geluk
Is zo broos
Sprak de kartonnen doos
Tot voor kort
Zat ik strak
In mijn pak
Doch gisteren
Werd ik nat
En vandaag
Ben ik plat …

Commerce.
COMMERCE.
Commerce dreigt ons
Te verstikken
Zo moest ik laatst
Wel even slikken
Want ik zag een kip druk bezig
Haar eigen graantje mee te pikken !

VERLOREN KANS.
Je kan denken en filosoferen
Over treinen die over de rails glijden
Maar als je niet opstapt als ze parkeren
Gaan ze aan je neus voorbijrijden…
Molletje.
MOLLETJE.
Ik zag een hoopje als een bolletje
Keurig en artistiek gestoten
Waar het onzichtbare molletje
Door ons gazon had geschoten
Gedachten trokken in mijn hart
Als in een plotse kramp tezamen
Want voor mijn heel persoonlijk part
Rust het molletje in vrede, amen !

BEGRIP.
Een havik
Werd verliefd
Op een duif
En samen
Gaven ze een fuif
Maar de vrienden
Van de havik
Waren gekomen
En ze hadden
Zijn duifje meegenomen …
Je kan houden
Van wie je wil,
Maar daar staat niet
Iedereen bij stil …

DROOGTE.
De natuur trekt langzaam maar zelfverzekerd een nieuw kleedje aan.
Jonge blaadjes in eindeloze pastelkleurtjes springen welgezind uit hun knopjes.
Het verse leven zet ook de vogeltjes aan tot nog meer levenslust.
De natuur wordt stilaan omgetoverd tot een professioneel kwetterend verhaal in diverse toonaarden en –hoogtes.
De ei-maand moet nog komen en toch…
Heeft de natuur zichzelf nog helemaal in de hand?
Vanmiddag neemt de weerman zelfs het woord “de grote droogte” in de mond.
Hij likt even iets nadrukkelijker aan zijn lippen als hij het heeft uitgesproken.
Onbewust? Wie zal het zeggen?
Reeds 23 dagen is er geen regen meer gevallen.
En de vooruitzichten voor volgende week zijn somber.
Althans voor degenen die hopen op een frisse en noodzakelijke regenbui.
In deze tijd waar (bijna) alles te koop is, wordt er te weinig geluisterd en gekeken naar de tekenen van onze grote voedster, moeder-aarde.
In de tuin staan enkele jonge bomen te pronken.
Recht op, trots geheven kruin.
Dichte, groene bladeren massa.
Maar als je dichterbij komt, dan zie je dat de zich ontwikkelende blaadjes slapjes aan hun takje hangen. Net nog getuigend van een nieuwe lente, maar gehuld in een ietwat moedeloos - ogend jasje…
De voorbije wintermaanden hebben veel nattigheid gebracht.
Hebben het grondwaterpeil weerom op een aanvaardbaar niveau getild.
Hierdoor kan de lente ongestoord en onverstoord de energiebron aanspreken om de jaarlijks weerkerende groei te bestendigen.
De blaadjes zijn echter de stille getuigen dat ook externe voeding, lees regenbesproeiing, een vereiste is om een harmonieuze ontwikkeling te verwezenlijken.
Is dat zo ook niet met ons, mensen, bedenk ik net?
Een “gezonde” mens heeft benevens zijn eigen koesterend hart ook nood aan externe “bestuiving”. Een welgemeend compliment, een positieve reactie, een zachte glimlach…
Iedere ketting dient op tijd en stond gesmeerd te worden.
Zo ook de ketting van het hart, de motor van het leven…
Onlangs hoorde ik iemand vertellen dat de geest immer jong blijft.
Zo heb ik het zelf nog nooit bezien, maar het lijkt me alleszins een te overwegen denkpiste.
En, mits de nodige bestuiving, zie ik die gedachte wellicht wel zitten.
Als die droogte ooit maar niet te lang blijft duren…