
Stille stilte
kille kilte
geen arm om te omarmen
geen vuur om te verwarmen
De schepping is omfloerst; in nevelen gehuld
de kinderhand blijft leeg; is ongevuld.
De schepping is vol onrust en geweld
het gaat om macht; het gaat om geld.
de chaos heeft haar in de macht.
Het schepsel heeft geen toekomst meer
men stelt zich machteloos teweer
maar het ontbreekt ze aan de kracht.
De stille stilte wordt doorbroken
de kille kilte gaat er aan.
Gods armen gaan omarmen
Hij steekt voor ons de vuren aan.
De engelen laten het ons horen,
Halleluja- een kind is u geboren.

De warmte kan ons nu verwarmen
ook onze armen kunnen nu omarmen,
de schepping komt verheugd weer boven.
Kom, laat ons dus in deze nacht
waarin het heil ons is gebracht,
de Heer met blijdschap loven.
(naar Jan Meijer)