Naar de inhoud

reis met me mee;

LOU TEMS PASSO PASSO LOU BEN (DE TIJD GAAT VOORBIJ GENIET ER VAN)
seniorennet.beseniorennet.be
Welkom op mijn blog. Kijk voor foto's van diverse landen in de zijbalk.

Archief

Troonswisseling

vorige | foto 1 van 43 | volgende

Nederland in rep en roer voor troonswissel

De Rijksvoorlichtingsdienst, de overheidsdienst die de woordvoering van de Nederlandse koninklijke familie verzorgt, heeft dit staatsieportret van koning Willem-Alexander en koningin Maxima verspreid. © anp

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Koninginnedag

Laatste koninginnedag voor Beatrix.
zr-7.jpg

Lang leve het nieuwe koningspaar:
Image and video hosting by TinyPic


media_xll_5777260.jpg

  Iets na tien uur heeft koningin Beatrix na 33 jaar het koninklijke stokje overdragen aan haar oudste zoon Willem-Alexander.


Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Aapjes

vorige | foto 1 van 6 | volgende

Babybaviaan geniet van het zonnetje

Een onlangs geboren baviaantje verkent het buitenverblijf op de rug van zijn moeder in dierentuin Hagenbeck bij Hamburg. © Brunopress

Hoe vind je dit bericht?
2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Spanje; Avilla

Lente-uitstapje: Middeleeuws Ávila 
 
Het weer wordt beter en de dagen worden langer dus het wordt tijd om weer op pad te gaan en mooie plekjes in Spanje te ontdekken. Zo’n mooi plekje is de ommuurde en eeuwenoude stad Ávila, die op elke straathoek geschiedenis uitademt en die dan ook in zijn geheel tot cultureel erfgoed van de Unesco is verklaard.
 
Hoewel Ávila de hoofdstad is van de gelijknamige provincie is het een kleine plaats: er wonen nog geen 60.000 inwoners. Ook is het een heel koude plaats: door de ligging op ruim 1100 meter is het er in de winter behoorlijk koud en de lente is daarom een meer aangewezen periode om deze boeiende stad te bezoeken.
 
Want boeiend is Ávila zeker. Het oude centrum wordt omgeven door de best bewaard ge­bleven complete stadsmuur van heel Spanje. Het is deze muur die u het eerste ziet als u komt aanrijden en die tijdens wandelingen door het oude centrum steeds weer voor u opdoemt. Al in de Romeinse tijd stonden er op deze plek stadsmuren maar de huidige muren werden tussen de elfde en veertiende eeuw gebouwd. De muren hebben een om­trek van 2,5 km en bestaan uit 2500 kantelen, 88 torens en 9 poorten. Zoals vrijwel alle gebouwen in het oude centrum van Ávila zijn de muren en de torens van grijs en zwart graniet gebouwd, het gesteente dat in deze buurt het meeste voorkwam. Dat maakt dat de stad een koelere sfeer uitstraalt dan andere Spaanse steden, waar muren en gebouwen van beige of bruingekleurde steen zijn opgetrokken.
 
Het is door één van de negen poorten dat u de oude stad betreedt. Het maakt niet uit aan welke kant u dat doet want het leukste is het gewoon door de stad te gaan slenteren. In vrijwel elke straat is wel een kerk, een kloos­ter of een oud paleis te vinden en op veel plaatsen ziet u verwijzingen naar één van de bekendste inwoners die Ávila ooit had: Teresa van Ávila. Deze zestiende-eeuwse gelovige vrouw werd één van de bekendste mystici uit de geschiedenis en ze werd in 1622 heilig verklaard.Als u bijvoorbeeld door de meest zuidelijke stadspoort, de Puerta de Santa Teresa, de oude stad heeft betreden, loopt u meteen tegen een kloostergebouw op. Dit klooster staat op de plaats waar de heilige Teresa ge­boren werd. Ook bij een oostelijke poort in de stadsmuur, de Puerta del Alcázar, staat een mooi beeld van Santa Teresa en het ertegenover gelegen, grote plein is zelfs helemaal naar de vrouwelijke heilige genoemd.
 
Zoals elk oud centrum in Spanje heeft ook Ávila een centraal gelegen plein met bogen. In dit geval is het de Plaza del Mercado Chi­co. Er zijn wat restaurantjes onder de bogen gevestigd, er zijn terrasjes en en er worden markten en evenementen georganiseerd. Ook het stadhuis is aan dit plein gevestigd. Rondom het plein zijn veel smalle straten waar autoverkeer verboden is en waar, zo­dra de zon gaat schijnen, de terrasjes als paddenstoelen uit de grond komen. Ook de overdekte markt ligt in dit gedeelte. Het is aangenaam op één van deze terrasjes neer te strijken en een dagmenu te bestellen. Een groot stuk rundvlees, de ‘chuletón de Ávila’, is de specialiteit van deze stad. Ook bonen (judías) staan veelal op het menu.

 


 
Via bijvoorbeeld de calle de los Reyes Cató­licos kunt u van het marktplein naar de Plaza de la Catedral lopen. Het is niet vreemd dat de Reyes Católicos een straat naar zich vernoemd hebben gekregen want ook koningin Isabel werd in Ávila geboren en deze stad was in de vijftiende en zestiende eeuw heel belangrijk in het koninkrijk Castilië.
 
De Plaza de Catedral is niet groot en de ka­thedraal zelf is oud (twaalfde tot vijftiende eeuw) maar niet zo indrukwekkend als sommige andere Spaanse kathedralen. Toch is het zeker de moeite waard het gebouw van binnen te bekijken. Het toegangskaartje geeft ook recht op het bezichtigen van enkele museumzalen en de met glas afgeschermde kloostergalerij. De achterkant van de ka­thedraal is ook interessant. Ze maakt namelijk deel uit van de stadsmuur.Misschien nog wel boeiender dan de ka­thedraal is de net buiten de muren gelegen Basílica de San Vicente. Deze Romaanse kerk dateert uit de twaalfde eeuw en alleen de laatst aangebouwde delen zijn gotisch. Het hoofdportaal is schitterend en heel in­drukwekkend is de drukbewerkte graftombe van de martelaren San Vicente de Ávila en zijn zusters. Het verhaal van hun vlucht - ze behoorden tot de eerste christenen- , gevangenname door de Romeinen, marteling en dood wordt gedetailleerd weergegeven.
 
Liefhebbers van de Romaanse architectuur moeten ook een kijkje gaan nemen bij de Iglesia de San Pedro, die aan de eerder ge­noemde Plaza de Santa Teresa ligt. Deze kerk dateert uit circa 1100 en is één van de oudste Romaanse kerken in de regio.
 
De stadsmuren nodigen natuurlijk ook uit om eroverheen te lopen. Dat kan op vier punten en u moet er wel toegang voor betalen. Maar het geeft een mooi perspectief op de straten en gebouwen binnen de muren en u kunt er zich ook voorstellen hoe goed de stad te verdedigen viel met dergelijke verdedigingswerken.
 
Ook een mooi uitzicht heeft u van het punt dat ‘Los Cuatro Postes’ wordt genoemd. Het is de moeite waard hier ‘s avonds laat naartoe te rijden met de auto, als de muren en de kerken verlicht zijn. Rijd langs de buitenkant van de mu­ren naar de westelijke kant van de stad en steek de rivier de Adaja over richting Salamanca. Na een paar honderd meter en nog vóór het hoge hotel ‘Cuatro Postes’ ziet u rechts een parkeerplaats en vier zuilen. Vanaf dit zes­tiende-eeuwse religieuze mo­nument heeft u een werkelijk schitterend uitzicht over de hele oude stad.
 
Ávila is, zoals eerder gezegd, niet groot en na één of twee dagen heeft u de stad wel bekeken. U kunt de trip nog verlengen met een bezoek aan het wandelgebied Sierra de Ávila, dat ten westen van de stad ligt, of onderweg naar Alicante stoppen bij het klooster en mausoleum van El Escorial, waar u bijna langs komt.
 
Praktische informatie:
 
Ávila ligt 540 km ten noordwesten van Alicante en is te bereiken door in Alicante de A-31 naar Madrid te nemen en deze te volgen tot aan de rondweg om Madrid. Via de M-50 wordt u onderlangs de hoofdstad ge­leid en weer omhoog tot u de afslag A-6 kunt nemen. De A-6 wordt na enkele tientallen kilometers tolweg maar het is de moeite waard die te nemen tot aan El Espinar, omdat u anders door heel veel dorp­jes geleid wordt. Bij El Espinar kunt u eventueel de SG-500 naar Ávila kiezen, Blijft u op de snelweg dan kiest u bij Villa­castin de AP-51 naar Ávila.In beide gevallen komt u de stad aan de oostkant binnen. U houdt het centrum aan en stuit al snel op de stadsmuren. Hier rijdt u omheen tot u de richtingaanwijzer vindt van het hotel dat u geboekt heeft, of een P die een parkeerplaats juist buiten de mu­ren aanduidt. Binnen de muren is alleen beperkt parkeren mogelijk.
 
Tip: Een zeer sfeervol, perfect gelegen en niet duur hotel is las Leyendas: www.lasleyendas.es. Dit en andere hotels zijn te boeken via www.booking.com
 
Door: Bea Lutje Schipholt

(Bron: Weekblad De Week)
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Don Juan de Borbón: de koningszoon die nooit koning werd

Afgelopen week was het twintig jaar geleden dat don Juan de Borbón overleed, één van de opmerkelijkste personen uit de twintigste-eeuwse Europese monarchieën. Juan de Borbón was na­melijk de zoon van een koning en ook de vader van de huidige koning. Zelf be­klom hij echter nooit de Spaanse troon.
 
De Spaanse monarchie is in hoog tempo bezig de populariteit die het enkele tientallenjaren geleden had, te verliezen. Het jachtincident rond koning Juan Carlos, het corruptieschandaal waarbij schoonzoon Iña­ki Urdangarín en mogelijk dochter Cristina bij betrokken zijn en vorige week het bericht dat don Juan de Borbón, de vader van de huidige koning, bij zijn overlijden in 1993 een fortuin van maar liefst 1,1 miljard peseta’s achterliet. Het grootste deel van dat aanzienlijke bedrag stond op buitenlandse rekeningen.
 
Tot vorige week bestond van don Juan de Borbón het beeld van een nogal trieste figuur: niet alleen was hij geen koning ge­weest en had hij een groot deel van zijn leven in ballingschap doorgebracht. Ook zou hij vaak hebben moeten leven zonder de bij een vorst behorende rijkdom. Dat laatste blijkt dus niet helemaal waar. Een onderzoek van ‘Crónica’ dat vorige week werd gepubliceerd, toont met alle mogelijke details dat de vader van de huidige koning twee bankrekeningen had in Lausanne en één in Genève en dat daarop ruim 725 miljoen peseta’s stond. Ook bezat don?Juan onroerend goed in Madrid en Estoril. Het fortuin werd in 1993 verdeeld over zijn drie nog levende kinderen en koning Juan Carlos had dus niet te klagen over de erfenis die hij van zijn vader kreeg.
 
Het is een bericht dat niet bijdraagt aan het imago van het koningshuis, zeker niet in een tijd waar er al te vaak sprake is van (politieke) kopstukken die geld het land uit sluizen naar belastingparadijzen zoals Zwitserland. Maar in het geval van de familie Borbón lag het allemaal toch een beetje anders. Om dat te kunnen inschatten, moeten we wat vertellen over het leven van don Juan de Borbón.
 
Juan de Borbón y Battenberg werd in 1913 geboren als de derde zoon van de toenmalige Spaanse koning Alfonso XIII en diens vrouw Victoria Eugenia de Battenberg. Omdat Juan de derde zoon was, werd hij in eerste instantie niet opgevoed als troonopvolger. Hij volgde een militaire opleiding in Madrid maar die opleiding werd abrupt onderbroken toen in Spanje in 1931 de republiek werd uitgeroepen en de koning met zijn gezin Spanje halsoverkop verlieten om een burgeroorlog te voorkomen.
 
Inmiddels was de positie van Juan binnen het gezin veranderd. Zijn oudste broer Al­fonso had afstand gedaan van zijn rechten op de troon omdat hij wilde trouwen met iemand die niet van adel was. De tweede broer, Jaime, was doofstom en deed daar­om afstand van de troon.

 

Juan werd zo­doende toch de kroonprins, zei het dan in ballingschap in Italië.
 
Toen in 1936 in Spanje toch de gewapende strijd tussen de verschillende kampen losbarstte, gaf koning Alfonso Juan toestemming mee te vechten met de monarchisten. Toen de rechtse generaals lucht kregen van Juan’s aanwezigheid werd hij de grens weer over gezet. Juan was een jaar eerder getrouwd met de prinses María de las Mercedes de Borbón-Dos Sicilias y Orleans en hij werd tussen 1936 en 1941 vader van vier kinderen.
 
De burgeroorlog werd in 1939 beslist in het voordeel van de rechtse troepen van generaal Franco. Deze was in voorgaande de­cennia een vriend geweest van koning Al­fonso XIII en in 1941 deed de koning vrijwillig afstand van de troon. Korte tijd later overleed hij en hij liet een uit Spanje meegenomen bedrag aan zijn opvolger na. Het was behoorlijk wat geld, dat was bedoeld als ‘potje’ voor leden van het koningshuis die in moeilijkheden verkeerden. De 28-jarige Juan de Borbón vestigde zich als troonopvolger in ballingschap met zijn vrouw en kinderen in het veilige Lausanne - de Tweede wereldoorlog was in volle gang - en begon een actieve campagne om te proberen de monarchie in Spanje terug te brengen.
 
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog verhuisde het gezin naar Estoril maar ook vanuit die locatie bleef don Juan lobbyen en strijden om zijn rechten op de Spaanse troon te doen gelden. Generaal Franco bleek echter geenszins bereid de macht aan hem over te dragen. Wel was de dictator geïnteresseerd in de oudste zoon van don Juan de Borbón. Hij stelde voor dat de jonge Juan Carlos in Spanje zou worden ge­schoold, onder toezicht van Franco zelf.
 
Het gezin van don Juan leefde in Estoril sober en relatief rustig. Tot op een tragische dag in 1956. De beide zoons, Juan Carlos en Alfonso, waren tijdens een schoolvakantie terug in Estoril en speelden met een kleine revolver. Het wapen ging af en een kogel raakte de veertienjarige Alfonso in het hoofd. Hij raakte zwaar gewond en hoewel zijn vader hem nog probeerde te reanimeren, overleed hij korte tijd later.
 
Het was een enorme slag voor don Juan de Borbón en het begin van een zekere afstand tussen hem en zijn enig overgebleven zoon. Juan Carlos bracht ondertussen steeds meer tijd in?Spanje door, onder de vleugels van Franco. Hij kreeg een gedegen militaire opleiding en het leek erop dat hij zeer door Franco beïnvloed werd. In 1969 riep Franco de jonge Juan Carlos dan ook uit als zijn officiële opvolger, mocht hij komen te overlijden.
 
Toen Franco in 1975 overleed, werd Juan Carlos inderdaad uitgeroepen tot opvolger en tot nieuwe koning van Spanje. Vader Juan was bang dat zijn zoon in de voetsporen van de overleden dictator zou treden en pas toen Juan Carlos duidelijk maakte dat hij een democratisch pad wilde gaan volgen, reisde don Juan vanuit Portugal naar Madrid om zijn zoon te ontmoeten. Korte tijd later deed hij ook officieel afstand van zijn rechten op de Spaanse troon, ten faveure van zijn eigen zoon. De monarchie van zijn voorvaderen was daarmee in ere hersteld, al had hij zelf geen enkele dag op de troon gezeten.
 
Don Juan kreeg van zijn zoon de titel ‘Graaf van Barcelona’ en verhuisde terug naar Spanje. In 1980 werd echter kanker bij hem vastgesteld, een ziekte waar tegen hij meer dan een decennium lang bleef vechten maar waaraan hij in 1993 uiteindelijk op 79-jarige leeftijd overleed. Don Juan werd in het Escorial bij Madrid begraven met alle eerbetuigingen die een koning van Spanje volgens het protocol horen te krijgen.
 
Pas na zijn dood bleek dat hij de geldbedragen die zijn vader ooit had meegenomen uit Spanje goed had weten te beheren en uit te breiden en dat de relatief sober levende zoon en vader van koningen in werkelijkheid een zeer welgesteld man was.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
(Bron: Weekblad De Week)
Hoe vind je dit bericht?
2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van reis met me mee;

↑ Terug naar de berichten