Tijd

Gestaag draaien de wijzers.De tijd is onverbiddelijk.
Geruisloos verstrijken de uren.
Soms schijnt de zon.
Dan weer werpt het kaarslicht schaduwen over mijn handen.
De minuten worden uren.
Uren worden dagen.
En verplaatsen de tijd.
Van het heden naar de toekomst.
Soms voel ik mij van de tijd vervreemd.
Maar ik zie de zon nog steeds stralen.
Zij rijkt naar mij met uitgestrekte armen.
En ik geniet van haar warmte.
Wat voel ik mij toch gelukkig.
En wat hou ik van het leven




















