Column van Rik Torfs op Otheo over...de volheid van lege kerken


Een pleidooi voor lege kerken – Rik Torfs [column]
Het wielerseizoen begint. Met in het voorjaar Parijs-Roubaix. Langs anders lege wegen drommen mensen samen om een glimp van de koers op te vangen. Lichtgroen kleurt de lente. De hel van het Noorden begint in het bos van Wallers-Arenberg. En de laatste, milde kasseistrook is die van Hem. Elke wielerliefhebber kent die plek.
Minder geweten is dat in Hem een merkwaardige kapel staat. Voltooid in 1958. De architect was de Zwitser Hermann Baur. Binnen vallen de prachtige glasramen op van Alfred Manessier. Ze vullen de muren van de kapel. Die past in de vernieuwde aandacht voor sacrale kunst die in de jaren vijftig van vorige eeuw de kop opstak. Denk maar aan de kapel van Vence, met glasramen van Henri Matisse, die ze als het hoogtepunt van zijn artistieke carrière beschouwde.
Kerken en kapellen hebben iets bijzonders. Ze blijven vol, al zijn ze leeg. Vol waarvan? Dat valt niet helder uit te drukken. Ze hebben een verborgen betekenis die niet afhankelijk is van hun succes. Een opvallend verschil met andere gebouwen. In een leeg kantoorgebouw mis je mensen die op een toetsenbord tokkelen of aanschuiven aan de koffieautomaat. Een gedachte die me vaak overvalt wanneer ik ’s nachts, vanop de Brusselse ring, naar de lege, aan de binnenzijde helverlichte kantoorgebouwen in Zaventem kijk. Er is iets te kort: de mens. Of iets te veel: het licht. Iets gelijkaardigs kenmerkt het voetbalstadion. Als er geen mensen op de tribunes zitten en er geen wedstrijd plaatsvindt, is het zo dood als een pier.
Ook als ze aan de eredienst worden onttrokken, hebben ze de hardnekkige neiging kerk te blijven. Ze hebben iets opstandigs.
Onze geseculariseerde medemensen maken zich druk om de lege kerken en het prijskaartje dat aan het onderhoud ervan is verbonden. Ze onderschatten de kracht van lege kerken. Hun diepere betekenis staat los van hun concreet nut. Dat verschaft hen een unieke functie in onze samenleving. Een kerk hoeft niet te renderen. Ze rendeert omdat ze een kerk is.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met sluitingen. Ook als ze aan de eredienst worden onttrokken, hebben ze de hardnekkige neiging kerk te blijven. Ze hebben iets opstandigs.
Ach, er zullen zeker kerksluitingen nodig zijn. Liefst zo weinig mogelijk. Een gemengd gebruik van kerkgebouwen is een goed idee. Dat er vieringen blijven plaatsvinden, maakt het gebouw krachtiger. De kerk is best elke dag open, zodat wie wil er even naar binnen kan lopen om een kaarsje te branden of juist niet. Er bestaat geen grotere vrijheid dan in een gebouw dat niets anders beoogt dan te zijn wat het is.
Ik heb niets tegen volle kerken. Maar lege vind ik mooier. Wanneer niemand, geen paus, geen bisschop, geen priester een middelaar probeert te zijn tussen de voorbijganger die schuw naar binnen sluipt en het absolute dat diep in het kerkgebouw verscholen ligt.
Ik denk aan de kapel van Hem. Voltooid in 1958. Dat jaar won Leon Vandaele Parijs-Roubaix. De meeste renners en toeschouwers die toen enthousiast de lente vierden, zijn overleden. De kapel trok en trekt minder aandacht. Dat hoeft ook niet. Ze is aandacht. Omdat ze bestaat.









