
Er was eens een man die last had van zijn ogen, dus ging hij naar de oogarts. “Wat is er aan de hand?” vroeg de oogarts. De man zei dat zijn ogen de laatste tijd slechter werden. “Met name als ik moe ben, of als het licht niet zo goed is.” Zei hij. Op dat moment onderbrak de oogarts zijn patiënt, pakte de bril van zijn eigen neus en gaf hem aan de man: “Ik draag hem nu al tien jaar en ik zie er fantastisch door. Je kunt hem meteen ophouden want ik heb er thuis nog een en ik kan me voorstellen dat dit voor u een ontzettend vervelend probleem is waar u meteen vanaf wilt.” Tevreden over zichzelf en zijn aanbod leunde de oogarts achterover en keek de man vol verwachting aan. Die keek terug door de bril, althans dat probeerde hij, maar merkte toen dat hij nu nauwelijks meer iets zag. In de richting van de vage schim die de oogarts geworden was, zei hij: “Sorry, maar dit helpt niet, integendeel, het maakt mijn probleem alleen maar erger.” “Hoe bedoelt u?” zei de oogarts licht geïrriteerd. “Dat kan niet, zelf draag ik die bril al jaren en hij heeft mij altijd uitstekend geholpen. Ik ben nergens zonder mijn bril en toch sta ik hem aan u af, omdat ik het zo akelig voor u vindt dat u met dit probleem zit. Ik wil dat best voor u doen, maar dan moet u zelf wel een beetje meewerken.” “Dat probeer ik ook wel,” zei de man, “maar ik zie echt helemaal niks door dat ding.” Dit was te veel voor de oogarts. Met een kordaat gebaar nam hij de bril van de neus van zijn patiënt, zette hem weer op zijn eigen hoofd en zei afkeurend: “U wilt gewoon niet geholpen worden en u bent nog ondankbaar ook. Terwijl ik zo mijn best heb gedaan om u te helpen.” De stemming was niet echt hartelijk toen de mannen afscheid van elkaar namen.
Annette Heffels |



ik ben maar een stofje in de lucht...
niet beroemd of berucht...
een hoopje gevoelens...
een bergje gedachten...
een stukje leven...
een beetje verstand....















