Wandeling te Lessen 29-05-2021



















































Terug aan de parking van de school. Een rustige wandeling, jammer bijna volledig verhard.
Wandeling te Lessen 29-05-2021


















































Terug aan de parking van de school. Een rustige wandeling, jammer bijna volledig verhard.
Wandeling te Woumen 28-05-2021

De 9,6 km lange provinciale Blankaartwandelroute. De wandeling vangt aan nabij het Blankaartkasteel, thans ingericht als bezoekerscentrum de Blankaart. In de gebouwen van het voormalige kasteel is de sfeer van het verleden nog hangende. Accessoires en meubelen uit de tijd van toen staan in de wandelgangen geëtaleerd naast een uitgebreide collectie opgezette dieren. Hier kom je alles te weten over de unieke IJzer- en Handzamevallei. Niet alleen fauna en flora van natte gras- en rietlanden komen hierbij in beeld maar ook Plan Otter en de drinkwatervoorziening krijgen een prominente plaats in het verhaal.


Het Blankaartkasteel is een kasteel in de tot de West-Vlaamse gemeente Diksmuide behorende plaats Woumen, gelegen aan de Iepersteenweg Oorspronkelijk lag hier een vijver die ontstond door turfwinning welke vanaf de 13e eeuw of vroeger plaats heeft gevonden. Omstreeks 1865 werd op deze plaats door baron Gustaaf de Coninck de Merckem, die het domein had verworven, een kasteel bouwen dat werd ontworpen door Joseph Schaddeen in eclectische stijl (met veel neorenaissance-elementen) werd uitgevoerd. Ook werd toen een park aangelegd met dienstgebouwen als paardenstallen, koetshuis en een tuinmanswoning. Verder was er een moestuin en er waren serres. Eind 19e eeuw werd de vijver uitgediept en er werd een visvijver aangelegd. Ook werd een ijskelder gebouwd en een eendenkooi. Het domein, De Blankaart genaamd, werd toen al beschouwd als zijnde van grote natuurhistorische waarde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het kasteel zwaar beschadigd. Enkel de voorgevel bleef overeind. Van 1925-1929 werd het in kleinere en soberder vorm herbouwd naar ontwerp van Jules Gunst. Hierbij bleef het oorspronkelijke uitzicht, met de twee ronde hoektorens en de veelhoekige traptorens, behouden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de spits van beide hoektorens vernield, en nooit meer hersteld. Op rechthoekige plattegrond is het een gebouw van 1920 in rode baksteen met natuurstenen sierelementen. De voorgevel wordt geflankeerd door de twee halfronde hoektorens, nu zonder spits. Boven de ingang prijkt het wapenschild van de familie de Coninck de Merckem, uitgevoerd in natuursteen. Links van de voorgevel, aan de zuidgevel, is de traptoren. Het interieur is nog grotendeels in de toestand van 1920. Het kasteel beschikt over een kapel, voorzien van drie glas-in-loodramen van 1959, vervaardigd door Michel Martens. De kapel wordt overwelfd door een spitstongewelf. De ijskelder en de eendenkooi zijn nog intact. Ook is er een smeedijzeren boogbrug en zijn restanten van de vroegere zichtassen bewaard gebleven. 

Het oude kasteelpark nodigt naderhand uit voor een boeiende en bovenal natuurrijke wandeling. Enkele jaren terug werd de Blankaartwandelroute door de kijkers van Vlaanderen Vakantieland tot één der tien mooiste Vlaamse wandelingen verkozen. Een referentie om prat op te zijn. We vervolgen langs een oude ijskelder, thans het leefgebied van menig vleermuis. Wat verder krijg je het eerste en enige blik op het ruime waterspaarbekken. In de Blankaartvijver weerspiegelt zich het kasteel en het beeldhouwwerk van een otter. De Blankaart vormde ooit het leefgebied van Europa’s grootste knaagdier. Vervuiling van de habitat zorgde ervoor dat de otter hier in de jaren ’80 definitief verdween. Plan Otter het project ter bescherming en re-integratie van het dier, dient opnieuw te zorgen voor zuiver water, een gezond visbestand en voldoende rustige plekjes langs de groene oevers van beken en sloten. Men kon hier een meeneem drankje kopen en er is ook een toilet waar men gebruik kan van maken.











Een plankenpad zorgt ervoor dat je het natuurgebied bereikt zonder natte voeten. Het laagste punt van de IJzerbroeken staat immers vaak blank. De laaggelegen wei- en hooilanden van de Waterhoek liggen amper 2,6 meter boven de zeespiegel en dus zijn hoge laarzen en waterdichte wandelschoenen langsheen de Blankaartwandelroute geen overbodige luxe. Door de aanhoudende warmte dienen we ditmaal geen rekening te houden met natte plekken. Wel met koeienvlaaien – de weilanden worden immers druk begraasd door loslopend vee. Vervelend als je vogels wil spotten. Die komen hier in het voorjaar bij de vleet voor.












Onderweg nodigen vogelkijkhutten en uitkijktorens uit om watervogels en rietzangers in het vizier te krijgen. De infoborden geven je keurig mee welke vogels hier voorkomen. Ik ben absoluut geen vogelaar. Buiten futen, meerkoeten en waterhoentjes herken ik een grote kolonie blauwe reigers. Meer niet! Bij avondschemering hoor je hier “ het spook van de Blankaart “ dwarrelen. In werkelijkheid gaat het om het eigenaardige misthoorngeluid van de roerdomp. De kans dat je hem ooit te zien krijgt is echter bijzonder klein. De reigerachtige vogel beschikt immers over een unieke camouflage techniek.
Een wirwar van beekjes, grachten, de Houtensluisvaart en de Stenensluisvaart doorsnijden het uitgestrekte gebied van de Kleine Blankaart en het Vijfhuizenbroek. Omdat hier in de Middeleeuwen turf werd ontgonnen, bevinden de weilanden zich laag. 












Hier even halt houden, dit is ongeveer halverwege(5km). Via enkele houten opstapjes en wentelhekjes vervolgen we keurig de wandeling richting de Vijfhuizen. Niks meer dan drie huizen en twee boerderijen kleuren het kleine gehucht. Vakkundig wijst het driehoekig wandelbordje naar ’t Madeliefje, alwaar je beslist halt moet houden voor een lekker ambachtelijk hoeve-ijsje. Wat kan een ijsje toch smaken!
Een lekker bordje met ijs.


Vervolgens gaat het verder via de waterzuiveringsinstallaties van de Blankaart. Het gedrocht van een betonnen achthoekige constructie staat er in schril contrast met het vredige landschap van de IJzerbroeken. Met een oppervlakte van 60 hectare en een inhoud van maar liefst drie miljoen kubieke meter wordt het grootste deel van West-Vlaanderen van drinkwater voorzien. Ook de IJzertoren van Diksmuide , symbool van AVV-VVK (nvdr. alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus) is nooit veraf . Stappend langs de geruisloze bescheidenheid van de Noordkantvaart bereik je naderhand de Rhille en het Sport.Vlaanderen-centrum. Hierna vervolg je andermaal het open waterrijk riet- en hooiland om zo het kasteel van de Blankaart te bereiken.



















Nog een kuifmees kunnen vastleggen. Deze wandeling is zeker een aanrader mits het weer goed is.
Wandeling te Baudour 23-05-2021

Start in het Parc Communale
Na wat kleine doorsteekjes kwam ik aan de ingang van het bos.

Het was rustig, af en toe een biker die je tegen kwam.

Volgens het slechte weer van de voorbije dagen was het redelijk proper in het bos.



Zalig , de rust en enkel het gefluit van vogels.




Zicht op een koeltoren.

Zicht op Solvay.
Hier aangekomen in Villerot. Villerot is een dorp in de Belgische provincie Henegouwen, en een deelgemeente van de Waalse stad Saint-Ghislain.
terug naar het bos.










Mooie wandeling en tevens mooi weer, wat moet een wandelaar nog meer hebben?



Hier passeerde ik een golfterrein.




De bepijling was heel goed.




Terug aan de start.
Het was een hele mooie en rustige wandeling.Heel veel natuur en weinig verhard gehad.
Wandeling te Flobecq 20-05-2021

het parcours van de 15km
De start
De te volgen pijltjes.
Robert baron Triffin (Vloesberg, 5 oktober 1911 – Oostende, 23 februari 1993) was een Belgisch-Amerikaans econoom die vooral bekend is omwille van het Triffindilemma. Ook 'Tintin de la finance' of 'Conseiller des princes' werd hij genoemd. Hij zou de beste Belg zijn ooit in de economie. Triffin liep school in het Belgische Kainin het college Notre-Dame de la Tombe. Hij maakte beide Wereldoorlogen mee waardoor hij altijd een pacifistische houding op zich nam en zich inzette voor vrede. De Eerste Wereldoorlog maakte enorm wat los bij de jonge Triffin en hij zou zich altijd uitspreken tegen 'Des Boches'.[1] Triffin zou ook de Koude Oorlog meemaken en zich uitspreken tegen de Vietnamoorlog. Hij verhuisde ook richting Franse grens toen hij 7 jaar was, Vieux-Condé. Triffin was de enige uit 12 kinderen die verder mocht studeren, een kans die hij met beide handen greep. Hij ging vervolgens studeren aan de Université catholique de Louvain (UCL). De periode van zijn studies in Leuven werden gekenmerkt door deflatie in België en een instabiel internationaal monetair klimaat. Dit was iets dat Triffin nooit zou loslaten. Het was in contrast met zijn leven in de jaren 1920 toen de wereld en België gekenmerkt werden door steeds meer inflatie en een groter schuldratio. Te Leuven zou hij de journalistiek ook beginnen beoefenen bij 'L'Avant - Garde' een links blad. Zijn tijd aan de universiteit opende de ogen van de jonge Triffin: hij zou zijn eerste jaren wijden aan politieke en diplomatieke wetenschappen, om vervolgens over te gaan naar het Instituut voor Politieke Economie. Te Leuven zou hij ook in contact komen met sympathieke Degrelle. Tijdens zijn studies zou hij zich aangetrokken voelen tot de politiek van Hendrik De Man. Hij zou zich voorgoed afzetten tegen het fascisme en het rexisme van Degrelle. Hij twijfelde tussen enerzijds sociaal dirigisme en anderzijds liberalisme.[1] Bij het Instituut zou hij les krijgen van de jonge Paul van Zeeland en hij zou sindsdien kleine stapjes zetten richting de politiek. Triffin zou op deze manier kennis maken met Robert Schuman. Hoogleraar Dupriez zou hem bijbrengen in het Walrasiaanse paradigma: Dupriez verfoeide het nieuwe keynesiaanse denken, de econometrie en het modelmatige denken, evenals de nationale rekeningen. Dupriez werkte ook voor de Nationale Bank. Daar zou hij volop te maken krijgen met het stabiliseren van de Belgische frank tussen 1926-1931. Triffin zou in een artikel ' la théorie de la surévaluation monétaire et la dévaluation belge' de beslissing verdedigen om de Belgische frank met 28% te devalueren. Hij zou in dat artikel tevens Cassel bekritiseren. Cassel vergat de prijzenstructuur te beschrijven in een land: kosten en prijzen verschillen van land tot land. Cassel hield ook geen rekening met landen en regio's die niet in evenwicht waren zoals met een oplopende werkloosheid of een contractie in de productie. De Europese Betalingsunie zou zijn geboorte kennen door zijn werken aan het Instituut. Hij zou strijden voor multilateralisme en dat zou ook terugkomen in zijn werken over de dollar als over Bretton Woods. In 1935 trok hij naar de Amerikaanse Harvard-universiteit waar hij in 1938 de graad van Ph.D in de economie behaalde. Te Harvard zou hij onder de hoede komen van Joseph Schumpeter. In de USA zou hij zich verder afzetten tegen totalitaire regimes. Triffin zou er de Amerikaanse identiteit voor krijgen en hij zou er trouwen met Louis Brandt, een Amerikaanse uit New York. Zijn doctoraatsthesis zou hij doen onder leiding van Joan Robinson: over de competitie en over het monopolie. Dit zijn twee tegengestelde polen. Hij komt uit op een nieuw paradigma: gedeeltelijk evenwicht in een Walrasiaans en Paretoaans evenwichtsdenken. Door devaluatie en deflatie zijn exporten op wereldschaal inelastisch. Daarom moeten er voldoende liquiditeiten in omloop zijn. Interdependentie werd daardoor iets nieuws in de economische wetenschappen. Vandaag zou zijn thesis heten: monopolistische concurrentie of onvolledige concurrentie. En hij zou zich afzetten tegen het Marshalliaans denken in de economie. Van Walras zou hij marginalistisch denken halen en van Pareto, de relativiteit van grondstoffen. Zijn thesis zou hij voorleggen bij Schumpeter, Leontief en Chamberlin. (wikipedia)

kerk van Flobecq.

Door dit steegje.

Op weg naar het Tournibois bos.




Eenzaam en alleen.
Hier op de wandeling was het wat mistig.
Het Tournibois is een bos- en natuurgebied in de streek Pays des Collines in de gemeente Vloesberg in de Waalse provincie Henegouwen. Het erkende natuurreservaat van 14 hectare van de Ligue Royale Belge pour la Protection des Oiseaux werd opgericht in 2012 en omvat 5 hectare beukenbos op een steile helling. De grootste beuk is 32 meter hoog en heeft een stamomtrek van 3,65 meter. Het bos is erkend als 'Site de Grand Intérêt Biologique' (SGIB557) door het Waals Gewest. Er bloeit onder andere spekwortel en voorjaarsbloeiers als wilde hyacint, bosanemoon, salomonszegel. In het reservaat leeft onder andere wielewaal en vuursalamander. Er staat ook een 19de-eeuwse kapel in het gebied.

Jammer de zon kwam er niet door.



Heel veel afwisseling tijdens deze wandeling en vooral rustig.


Uit het domein, kreeg ik mooie vergezichten.




Mooie paadjes
Hier en daar wat slijk



Bella stond te kijken
Hier at ik mijn boterham op. Deze strook in het bos was NIET uitgepijld. Net voor het ingaan van het bos stond er een bord met wat uitleg hoe je deze km moest wandelen.

Na wat verwarring kwam ik toch terug op de juiste route.
terug mooie zichten








Hier wandelde ikdoor een stukje Trimpontbos dit is een deel van de Everbeekse bossen.


Enkele mooie foto's langs deze ravel stonden tentoongesteld.

Nu nog een kleine 3 kilometer tot het eindpunt.






Het laatste pad alvorens ik terug in de bebouwde kom aankwam. Een mooie wandeling met heel veel variatie. Jammer dat de zon niet van de partij was.
Wandeling te Beernem 09-05-2021

Zicht vanaf de start.
Op weg naar het bos


Voorlopig nog geen onweerswolken.



Hier komen we aan het Lippensgoed Bulskampveld na ongeveer 2km. Lippensgoed-Bulskampveld is een 230 hectare groot provinciaal groengebied en een 90 hectare groot domeinbos in de Belgische gemeente Beernem. Het Lippensgoed-Bulskampveld sluit aan bij een 220 hectare groot natuurgebied van de Vagevuurbossen in beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos.[1]. Het domein is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-habitatrichtlijngebied 'Bossen, heiden en valleigebieden van Zandig Vlaanderen: westelijk deel'. Het domein bestaat uit restanten van het oorspronkelijke Bulskampveld, bestaande uit een heidegebied, akkers, loofbossen, naaldbossen en weiden. Het bevat onder andere een neogotisch kasteel met park en uitgebreide kruidentuin (ongeveer 400 soorten), een domeinhoeve en een vogelopvangcentrum. Circa 27 hectare bos, heide en weiden aan de Bornebeek worden als natuurreservaat beheerd door Natuurpunt. Dit natuurgebied wordt soms ook Heideveld-Bornebeek genoemd. Tot 2016 was er op het domein ook een landbouw-, ambachten- en karrenmuseum. Het provinciaal domein is samen met omliggende gebieden (zoals de vagevuurbossen) verweven in een wandelnetwerk. (wikipedia)


Voor het ogenblik is het heel rustig om te wandelen, nu en dan een jogger en voor de rest het gefluit van de vogels. Zalig.
Enkele mooie zichten
lange dreven.




Weet niet wat dit betekent.
Een vergeten cassetterecorder.



Een kunstwerkje
Knuppelpad



De zon was gretig


Terug een stukje knuppelpad.


na het Lippensgoed Bulskampveld een korte doorsteek en we kwamen in de Vaguurbossen.
De Vagevuurbossen (of het Vagevuurbos) is een 220 hectare groot bos- en natuurgebied bij Wingene in het 'Landschapspark Bulskampveld'. Het bos sluit aan bij Lippensgoed-Bulskampveld (domeinbos 90 hectare en 230 hectare provinciedomein); samen vormen ze het grootste complex van openbaar bos (540 hectare) in West-Vlaanderen. Het Vagevuurbos ligt niet ver van de De Gulke Putten. De Vagevuurbossen wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bosgebied strekt zich uit ten zuiden van de E40 op het grondgebied van de gemeenten Beernem, Hertsberge en Wingene. De naam Vagevuurbos(sen) verwijst naar de Vagevuurkapel die langs de Blauwhuisstraat gebouwd werd. De Vagevuurbossen zijn Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-habitatrichtlijngebied 'Bossen, heiden en valleigebieden van Zandig Vlaanderen: westelijk deel'. Grote delen van het Vagevuurbos bestonden bij aankoop uit naaldhout (grove den, Corsicaanse den, lork en douglasspar). Van nature kwam hier echter vooral eiken- en zomereiken-, berken- of beukenbos voor. Het bosbeheer van het Agentschap voor Natuur en Bos streeft naar geleidelijke toename van het aandeel inheems loofbos. Tegen het kappen van het naaldbos ontstond in 2019 protest.[1] Op open plekken kiemen zomereik, ruwe berk, vuilboom en wilde lijsterbes. In de bosdreven en aan de bosrand bloeien ruige veldbies of het bleeksporig bosviooltje. Er groeien paddenstoelen waaronder vliegenzwam, eekhoorntjesbrood, heksenboleet en kastanjeboleet. In de Vagevuurbossen leven levendbarende hagedissen, reeën (sinds 2000), buizerds, haviken, toren- en boomvalken, sperwers, bos- en ransuilen, zwarte spechten, boomklevers en matkoppen. 
Heerlijk genieten.

Veel variatie.












Hield het nog altijd droog.

terug in het lippensgoed Bulskampveld.











bezoekerscentrum

Zicht op het kasteel.


Zicht vanaf een terrasje.
Wandeling te Wachtebeke 02-05-2021

Auto netjes geparkeerd aan de ingang van het domein. Was de eerste, dus kon op mijn gemak beginnen aan de wandeling.

De zon was al van de partij, al was het nog een beetje fris.

Het Heidebos is een natuurgebied in het noorden van Oost-Vlaanderen en ligt verdeeld tussen Moerbeke-Waas en Wachtebeke. Het werd gesticht in 1996 en omvat ondertussen zowat 260 hectare. In 2001 werd het Heidebos erkend als Europees Habitatrichtlijngebied (Natura 2000-gebied 'Bossen en heiden van Zandig Vlaanderen: oostelijk deel' (BE2300005), wat zorgt voor de strengste wettelijke bescherming van het gebied. Het heidebos zou reeds opgetekend zijn op de Ferrariskaart in de 18de eeuw, wat erop wijst dat de oorsprong van het bos zeer oud is. Ondanks de arme zandgronden werd het gebied reeds gedurende de vroege middeleeuwen ontgonnen door de abdijen en kloosters zoals o.a. Sint-Baafs. Het is waarschijnlijk aan dit soort landbouw dat het bos zijn huidige heide en openbos karakter te danken heeft. In de Tachtigjarige Oorlog lag dit gebied midden in de frontlijn, en de Spanjaarden groeven er een ganse reeks van primitieve forten, waarvan enkel nog Fort Francipani in het landschap kan worden herkend[1]. In het jaar 1939 begon het Belgische leger met de aanleg van een vliegveld, dat gedurende de Tweede Wereldoorlog werd afgewerkt door het Duitse leger. Sporen van de betonbanen zijn nog steeds zichtbaar en in de volksmond wordt dan ook nog vaak verwezen naar 'het vliegplein'. Sindsdien was het bos een privaat domein en werd het gebruikt als jachtgebied, tot het door de vzw Natuurpunt werd opgekocht en geopend als natuurreservaat in 1997. Het wordt ook als waterwingebied benut. Het heidebos ligt op een zandrug en herbergt een unieke afwisseling aan biotopen: naaldbos, loofbos, struwelen, verlaten akkers, heide, droge graslanden en dreven. Hoewel de duidelijke aanwezigheid van menselijke invloed (dreven, naaldhout voor de industrie van de 19de eeuw, vervallen akkertjes,...) hebben de dieren er zich op een unieke manier aangepast. Zo vindt men er nog de nachtzwaluw, de wespendief, eikelmuizen, eekhoorntjes en hagedissen. Sinds kort lopen er ook terug reeën in het bos.

Heel rustig, voor het ogenblik nog niemand tegengekomen.



Heel afwisselend



Regelmatig wat info betreft het gebied.









Wat een geluk, zag toevallig dit diertje, stond daar moederziel alleen.Ik kon het vastleggen op foto en opeens ribedebie en weg was het.







Hier wandelde ik langs de uit kant van het domein.


Af en toe kwam ik enkele mountainbikers tegen.
Grondgebied Moerbeke Waas.
Hier zicht op een koolzaadveld.





Heel rustig, met op de achtergrond een concert van verschillende zangvogels.







Bereikte stilaan het einde

Oeps terug aan het beginpunt. 85% onverhard tijdens deze wandeling. Zeker een aanrader.
Wandeling te Meetkerke 25-04-2021

Zicht op de dorpskern 

over dit brugje links op
De bewolking was wat dreigend en er was ook een koude wind. Hier was het ong.5°
Ene kant zon, andere kant bedreiging
Hier zie je het aan de wolken
Binnenkant van het vaartwegelkapel.
Hier zicht op de buitenkant. De Kapellebrug is een bakstenen boogbrug over de Blankenbergse Vaart, in de tot de West-Vlaamse gemeente Zuienkerke behorende deelgemeente Meetkerke. De Kapellebrug werd voor het eerst vermeld in 1846 en voert de Molenweg over de vaart. Ze is vernoemd naar de direct ernaast gelegen Vaartwegelkapel, die eind 18e eeuw werd opgericht. In de nabijheid bevindt zich de Poldermolen. 

Achterom Meetkerke
Hier een zicht op de Poldermolen.


Af en toe een verharde veldwegel.







Ze waren aan het oefenen op de Blankenbergsevaart.


nogmaals een zicht op de Molen.


Zicht op de polders.




Rustige wandeling, nog niemand tegengekomen.



hier over een brugje.




deze kon niet meer wachten
terug in Meetkerke



De kerk terug in zicht.

De Poldermolen, ook Grote Molen genaamd, is een windmolen in de tot de West-Vlaamse gemeente Zuienkerke behorende plaats Meetkerke, gelegen aan Biezenstraat 3. Deze ronde stenen molen van het type grondzeiler fungeerde als poldermolen. De molen bevindt zich aan de rand van de Meetkerkse Moeren, een voormalig veengebied dat in de 10e en 11e eeuw werd afgegraven om Brugge van turf te voorzien. Zo ontstond een moerassige laagte. Vanaf 1502 werden plannen ontwikkeld om dit gebied droog te malen. Door allerlei strubbelingen, waar de godsdienstoorlogen eind 16e eeuw nog bij kwamen, werd pas in 1617 concreet met de droogmaking begonnen. Van 1617-1622 werd een aarden ringdijk aangelegd. In 1623 waren er twee achtkante houten bovenkruiers in werking, die met schepraderen het water konden uitslaan op de Blankenbergse Vaart. Dit waren de Kleine Molen en de Grote Molen. In 1810 brandde de Grote Molen af. In 1811 werd een stenen molen gebouwd. Deze bleef functioneren tot 1928 waarna een dieselgemaal het werk overnam. In 1942 werd de Grote Molen beschermd als monument. De molen werd diverse malen gerestaureerd, het laatst omstreeks 2014. De molen is de enige poldermolen met scheprad welke nog in België bestaat. 

Terug aan de parking, een rustige wandeling, jammer maar alles was verhard.
Wandeling te Wetteren 18-04-2021

Parcoursbeschrijving en bewegwijzering.
Ingang voor de wandeling. Auto geparkeerd aan de rechterkant een 20tal meter voor deze ingang aan huisnr 222
De plasjes kan men gemakkelijk ontwijken.

Dit zijn de te volgen bordjes.
Heel veel afwisseling.

poelen voor de salamanders.
Wat infoborden



Mooie zichten

Ook wat verharde wegen, maar nooit lange stukken. Hier terug een pad


De zon was gretig deze voormiddag.


Het was heerlijk om hier te wandelen.




Terug geluk gehad, een zwarte specht die aan het tokkelen was.

Hier terug een infobord. De Serskampse bossen (of oud-Smetleedse bossen) in de vallei van de Serskampse beek vormen een bos- en natuurgebied van ongeveer 82 hectare in Wetteren, Wichelen (deelgemeente Serskamp) en Lede in de provincie Oost-Vlaanderen. Veertig hectare van het gebied is aangekocht door het Agentschap voor Natuur en Bos en wordt beheerd onder de naam 'Vallei van de Serskampse beek'. Natuurpunt beheert D'Heide, het Nonnenbos en de Eetgoedweide. De rest van het bosgebied is privébezit. De Serskampse bossen zijn Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Bossen van het zuidoosten van de Zandleemstreek' (habitatrichtlijngebied BE2300044). Het gebied bestaat uit een mozaïek van verspreide bossen met namen als Hospiesbos, Paelepelbos, Papeleubos, Koningsbos, Haelbroekbos en Nonnenbos. Verder zijn er kleine landschapselementen zoals houtkanten, poelen en wastines. De Serskampse beek ontspringt nabij de Wichelse wijk Wolfgat op een hoogte van 22 meter, ze heeft een diepe vallei uitgestuurd. De vallei is asymmetrisch, de rechteroever is over het algemeen veel steiler dan de linker en die steile hellingen zijn grotendeels bebost. In het gebied groeit bosgeelster, dalkruid, muskuskruid en er komen heiderelicten (sterzegge, draadrus, blauwe knoop, gevlekte orchis, liggende vleugeltjesbloem, tormentil) voor. Ook het 11 hectare grote Hospiesbos heeft een rijke kruidlaag met bosanemoon en wilde hyacint.[1] In de vallei van de Serskampse beek leven onder andere de blauwvleugelsprinkhaan, kamsalamander,[2] vuursalamander, zwarte specht, havik en wespendief. Voor het behoud en verbetering van de leefomstandigheden van de kamsalamander werden extra poelen gegraven en amfibieëntunnels gebouwd. 
Hier en daar was het toch wat uitkijken 



Hier wat fruitbomen

Dit was een heel mooi stuk via de knuppelpaden.
ongeveer een 200tal meter van die paden die ik moest volgen.

Af en toe een open plaats

deze stonden rustig te grazen.

Zalig, kwam bijna niemand tegen.





Op sommige plaatsen af en toe wat mountebikers.

Dwars over het land.

Dit pad ging richting de alpaca's
Hier zijn ze dan, er was eentje die zich agressief opstelde en spuugde de hele tijd naar mij tot ik uit het zicht was. Moest mijn trui wat afvegen van spuugsel.









Deze omgevallen boom met het bordje, de richting moet je volgen





Ook hier moet je de richting volgen


Het laatste pad die de wandelaar volgt tot aan de steenweg. Daar moet je rechts afslaan en men wandelt langs de grote weg tot aan de auto. het was een hele mooie wandeling met heel veel afwisseling.
Wandeling te Rollegem 05-04-2021

parcours van de 15km
Voor het ogenblik waren de weergoden nog in een gunstige bui.
De kerk van Rollegem
Het Hof van Rollegem is een eeuwenoude hoeve dicht het dorpscentrum van Rollegem. In feite was er eerst sprake van een nederzetting met een grote hoeve en pas daarna volgde een kerk. De oudste vermelding dateert van 1260. De geschiedenis van deze hoeve hangt nauw samen met het ontstaan van Rollegem. De heren van Rollegem[ Plattegrond opgemaakt door landmeters in 1777, met rechts het Hof Van Rollegem De heerlijkheid en de hoeve bestaan reeds voor 1260, ze zijn dan in het bezit van Hugo III van Halewijn en dit door zijn huwelijk met Fressende van Rollegem. In een denombrement, opgemaakt door Joris van Halewijn op 14 juli 1514 wordt de hoeve omschreven als eene behuusde stede, mote, watere, landt ende mersch, zesentwintich bunderen ofte daer omtrent, ligghende noord oost van kercken van Rodelghem In 1559 komen de hoeve en de heerlijkheid in handen van de familie de Croy. In 1581 wordt Karel III van Croy, prins van Chimay eigenaar. Hij verkoopt de heerlijkheid en de hoeve op 12 januari 1585 aan Philippe du Chastel de Blangeval. De hoeve lag immers in puin na meerdere vernietigingen door onder andere geuzen en vrijbuiters. De heerlijkheid en de hoeve blijven in het bezit van het geslacht du Chastel tot deze in 1725 verkocht worden aan de familie D'Ennetières. De nieuwe eigenaar van de goederen is Engelbert-Frederik M.J. D'Ennetières, graaf van Moeskroen. Zijn wapen staat afgebeeld op de sluitsteen van het poortgebouw van de hoeve met het opschrift "OBYT 30 7bre Anno 1735". Met de Franse Revolutie verliezen de d'Ennetières hun heerlijke rechten en de titel van heren van Rollegem, de hoeve blijft tot 1875 in het bezit van het geslacht. Marie-Rose, de enige dochter van Frederic Jozef d'Ennetières huwde met Oktaaf d'Oultremont de Duras, hun zoon Adhemar verkoopt de boerderij in 1895 aan Edward en Gustaaf Nys uit Kortrijk. In 1915 werd de hoeve verkocht aan de familie Brouckaert, die tot op heden de hoeve uitbaten. 
mooie vergezichten.

Opklaringen en bewolking volgden elkaar vlug op.

Een eenzaam kapelletje.
Af en toe kreeg ik wat korrelsneeuw.

Hier een zicht op Bellegembos.

Afwisseling tijdens de tocht.
Mooi zicht op het bos.
Oude wilg
In de verte een zicht op de gemeente.
het pad die wijst naar de ingang van het bos
Hier zijn de wandelaars in het bos. Bellegembos ligt op een tertiaire heuvel die deel uitmaakt van de kam die de scheidingslijn vormt tussen het Schelde- en Leiebekken. Het bos heeft een zeer uiteenlopend karakter. De flora is zeer variabel omwille van de sterk wijzigende hoogtes met als gevolg een groot verschil in vochtigheid. Hoogteverschillen van 20 tot 40 m op hoogstens 200 m afstand bepalen een opeenvolging van bos- en ondergroeitypes. Enkele bronnetjes monden uit in een moeras van waaruit de Bosbeek ontspringt.


Bellegembos wordt reeds vermeld in een pachtcontract uit 1532-1533 In 1603 verscheen in het leen en renteboek van Bellegem voor het eerst een fraaie kaart van Bellegembos, toen "den Oubert" genoemd. Deze kaart werd getekend door de carthograaf Pieter de Bersacques. Een oppervlaktemeting uit die tijd ontbreekt helaas. Later zien we Bellegembos terug op de Villaret kaarten (1745-1748) en de Ferrariskaarten (1771-1778) en op een kaart van het Landboek van Bellegem (1768-1781). Gezien Bellegembos steeds verbonden werd met het Oude hof van Bellegem (oudste vermelding 1365), het sterke relief en de hydrografie (bronnenbos) is er een vermoeden dat er op deze plaats altijd bos is geweest. Binnen heemkundige kringen is men sceptisch over de juiste weergave van Bellegembos en Argendaalbos op de Ferraiskaarten. Immers op de oudere Villaretkaarten (1745-1748) wordt de hoeve het goed te Argendaele met toegangsweg vermeld, dit in tegenstelling tot de Ferrariskaart. Trouwens de oudste vermelding van deze hoeve dateert uit 1448 (Acten en contracten, register 1446-1448, O.S.A.K.). De hoeve bestond dus wel degelijk reeds een tijdje. Op de Villaretkaarten en in het Landboek van Bellegem (1768-1781) zijn beide bossen gescheiden. Tijdens de twee wereldoorlogen werden waardevolle bomen tot brandhout gezaagd. Vele doorgroeide hakhoutstoven wijzen daarop. In rustiger tijden werd het bos voor een groot deel heraangeplant. Vanaf 1956 tot 1986 werd de ene helft verkaveld en verloor dat deel hierdoor een flink deel zijn ecologische betekenis. Ongeveer 15 ha bos, waarvan 2 ha in eigendom van stad Kortrijk, kon verder evolueren en werd net als het Argendaalbos geklasseerd. Bellegembos en het Argendaalbos vallen volledig onder het beschermd cultuurhistorisch landschap 'Bellegembos-Argendaalbos' (KB 23 juli 1981) en onder het Vlaams ecologisch netwerk (VEN). Volgens de biologische waarderingskaart zijn beide bossen biologisch zeer waardevol. Een smal stuk weidegrond, dat ongeveer 12 ha groot is, scheidt Bellegembos van het Argendaalbos. De vier boseigenaren waaronder de stad Kortrijk besloten in 2017 samen met de Bosgroep Ijzer & Leie een gemeenschappelijk natuurbeheerplan op te stellen. De afwerking van dit plan wordt voorzien in 2020. (bron: natuurpunt)

Hier nog zo'n mooie hoeve. Hoeve z.g. "Goed te Buyckinghe", eertijds het 13de achterleen van het Hof van Kooigem
Binnenhof
Mooie wolken formatie.









Het was een mooie rustige wandeling.
Wandeling te St-Denijs-Westrem 31-03-2021
Dit is het te volgen traject. de tocht is bijna 11km.
Gemeentehuis van St-Denijs-Westrem.

Een eerste stukje groen onder de voeten.


Nu een beetje kriskras door de gemeente tot we aan de Kortrijksestraat kwamen die we moesten dwarsen om in het Parkbos te geraken.
Hier aan de ingang van dit mooi domein.
Dit beestje verwelkomde mij.
Het Parkbos, variatie troef in de 1200 ha van het Parkbos: behalve bos vind je er ook natte natuur, speelnatuur, door oude knotbomen omzoomde graslanden en statige kastelen met imposante tuinen en toegangsdreven. Een kruisbestuiving tussen rijke geschiedenis en nieuwe natuurontwikkeling. Het Parkbos is nog steeds in ontwikkeling. Zo komen er in 2020 maar liefst twee speelbossen bij. Binnen een aantal jaren zal het Parkbos volledig af zijn, maar zo lang moet je natuurlijk niet wachten om op ontdekking te gaan. Het Parkbos, het stadsbos van Gent, is al meer dan een bezoekje waard. Breng bijvoorbeeld eens een bezoek aan het portaal Grand Noble. Of kies daar één van de bewegwijzerde wandel-, fiets- en ruiterpaden. Verken het beschermde cultuurhistorische landschap rond Kasteel Scheldevelde en haar zeven dreven. Struin tussen de ezels in het begrazingsblok. Of neem het vlonderpad om de Rosdambeekvallei te verkennen. 
Het was heel rustig om er in te wandelen, af en toe een jogger en voor de rest het fluiten van de vogels.

Ik wandelde een hele tijd over knuppelpaden.







Hier een infobord Het Parkbos strekt zich uit over Gent (Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem), De Pinte en Sint-Martens-Latem. Het is het gebied van bijna 1200 hectare tussen de Ringvaart, de Kortrijksesteenweg, de autosnelweg E17 en de woonkern van De Pinte: • 340 ha oud en nieuw bos • 200 ha park- en natuur • 500 ha duurzaam landbouwgebied. Het parkbos is nog in volle ontwikkeling en zal pas binnen een aantal jaren volledig af zijn. Met zijn prachtig landschap met parkachtige sfeer, talrijke kasteelparken en mooie wandelwegen is het nu al een absolute aanrader voor een daguitstap met het gezin, familie of vrienden. 


Een heel prachtig natuurdomein.


Heel veel afwisseling













Op weg naar de uitgang van het mooie domein
De Steenweg oversteken en ik wandelde een mooie dreef in.
Hier een zicht op het kasteel Borluut.
De wandelaars mochten door de tuin van het kasteel wandelen.
Het Kasteel Borluut is een kasteel in het Belgisch dorp Sint-Denijs-Westrem, een deelgemeente van Gent. Het kasteel bevindt zich in de Kleine Gentstraat, vlak bij het dorpscentrum. Sinds 1997 is het kasteel[1] samen met het park en bijgebouwen[2] en de kasteeldreef[3] een beschermd monument. Het gebied Borluut wordt voor het eerst vermeld in het leenboek van Sint-Pieters in 1411. Het was van Jakob Borluut en bleef in handen van de familie Borluut tot 1744. Op de Ferrariskaart staat het domein vermeld als ‘Wit Kasteel’.[4] Het huidige Kasteel Borluut kwam na verkoop in 1858 in bezit van de familie van graaf Balthazar Borluut d'Hoogstraete. Hij liet het door architect Joseph Van Damme verbouwen tot zomerverblijf. De toren kwam er pas in 1914 door de toenmalige eigenaar Lucien Morel de Boucle Saint-Denis. De laatste particuliere eigenaars, jonkheer Mertens de Wilmars en zijn echtgenote Suzanne Morel de Boucle Saint-Denis (1920-2013), verkochten het kasteel met park en Lindendreef (richting Kortrijksesteenweg) aan de gemeente Sint-Denijs-Westrem. Na de fusie van de gemeenten kwam het in het bezit van de stad Gent. Die stelde het voormalige Château Blanc open voor het publiek en gaf het een culturele functie. De benedenverdieping wordt verhuurd aan culturele verenigingen. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich de kantoren van het Internationaal Gent Festival van Vlaanderen, de European Festivals Association en de Federatie van Muziekfestivals in Vlaanderen. Aan de inrichting is eigenlijk weinig veranderd en bij gebruik waant men zich 100 jaar terug in de tijd. 
Die had waarschijnlijk al honger
Zicht op de kasteelvijver.



Achterkant van het kasteel.
Was nu terug naar de start van deze mooie wandeling.
Zeker een aanrader deze wandeling.
Wandeling te Oostkamp 28-03-2021

Het te volgen parcours
het beloofde een mooie dag te worden.
Hier door het Valkaartpark.


Het was nog heel kalm deze morgen.











Het Kasteel Gruuthuse in Oostkamp in de Belgische provincie West-Vlaanderen behoorde ooit aan de familie Gruuthuse en is sinds het begin van de zeventiende eeuw eigendom van de familie d'Ursel. Jammer dat we er niet mochten in wandelen.


In het eerste gedeelte kregen we veel afwisseling, onverhard en verharde paden.

Mooi om door dit stukje groen te wandelen.
Hier op de knuppelpaden. De Warandeputten, gelegen langs het kanaal Gent-Oostende te Moerbrugge (Oostkamp), bestaan uit een mix van open water, moeras en soortenrijk grasland. In het westen wordt het gebied begrensd door de Rivierbeek, in het zuiden door de spoorweg Brugge-Gent. Het is integraal gelegen in Europees beschermd Habitatrichtlijngebied en vormt de toegangspoort tot het Landschapspark Bulskampveld. In 2002 werden recreatieve inrichtingswerken uitgevoerd om mensen via vlonderpaden en vogelkijkhutten in contact te brengen met de rijke natuur. Ondertussen maakt het gebied deel uit van het provinciaal wandelnetwerk ‘Velden en Meersen’. Bijna 20 jaar na de openstelling voor het publiek is het gebied aan een make-over toe. Het vlonderpad aan de kant van het spoor, doorheen fraai moerasbos met drijftillen, moest verdwijnen voor de verbreding van het spoor. Het vlonderpad aan de kant van het kanaal had zijn beste tijd gehad. Vrijwilligers van Natuurpunt Oostkamp zijn daar nu (corona-proof) gestart met de vernieuwingsoperatie. Een volledig nieuw bovendek uit duurzame, gerecycleerde materialen wordt momenteel aangebracht. Waar de waardevolle moerasvegetatie te veel dreigde dicht te groeien met wilgenopslag zijn de wilgen in hakhout omgezet. 







Deze waren aan vervanging toe


Een mooi kunststukje

Zalig





























Deze foto is genomen door een doorkijkluik. het 2°gedeelte was iets minder qua natuur. Toch een mooie tocht gehad.
Wandeling Boussu-lez-Walcourt 21-03-2021Place de Boussu:
Dit was mijn parcours voor deze wandeling. Gisteren wandelde ik de onderkant van het stuwmeer, dit ging de tocht naar boven.
Ook vandaag begon de wandeling met wat lichte mist.
Er was meer bewolking dan gisteren.
De zichten zijn totaal verschillend bij de tocht van gisteren.

Kreeg ook mooie vergezichten.

Hier een zicht op het dorpje Erpion.

Mijn eerste halte om iets te drinken.

Erpion is een dorp in de Belgische provincie Henegouwen, en een deelgemeente van de Waalse gemeente Froidchapelle. Erpion was een zelfstandige gemeente, tot die bij de gemeentelijke herindeling van 1977 toegevoegd werd aan de gemeente Froidchapelle
Heel veel afwisseling.


Ook terug heel rustig om te wandelen. Zelden iemand tegengekomen.
Hier een zicht op Boussu-Lez-Walcourt. Het verste punt van deze wandeling.


Dit is een oorlogskerkhof.


De kerk van Walcourt. Boussu-lez-Walcourt is een dorp in de Belgische provincie Henegouwen, en een deelgemeente van de Waalse gemeente Froidchapelle. Boussu-lez-Walcourt was een zelfstandige gemeente, tot die bij de gemeentelijke herindeling van 1977 toegevoegd werd aan de gemeente Froidchapelle.



Hier kan men met de jetski varen.
Begon aan de afdaling langs de bovenkant van het ander meer richting stuwdam.



Hier kwam ik terug aan de stuwdam.


Laatste foto genomen, het laatste stuk was hetzelfde als dit van gisteren. Deze wandeling is ongeveer 21km lang.
Wandeling te Froidchapelle 20-03-2021
Het parcours.
Een wazig zicht op het meer.


De bewolking liet in het begin het wat afweten.
De opklaringen zijn aan het komen.
Zicht op het golfterrein.( heel groot)


Wat info
Af en toe een klimmetje

de zon is aan het proberen
brugje over

Het is zover, Lora is daar.
Wat wandelen door het bos.


Een zwaan kopje onder

Sierlijk

Zicht op de stuwdam. De Meren van de Eau d'Heure (Frans: Lacs de l'Eau d'Heure) zijn kunstmatig aangelegde meren in Wallonië op het stroomverloop van de Eau d'Heure. Ze ontstonden in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. De meren met een gezamenlijke oppervlakte van 6,17 km² vormen het grootste watergebied in België, gelegen circa 30 km ten zuiden van Charleroi, deels in de provincie Namen (gemeente Cerfontaine), deels in Henegouwen (gemeente Froidchapelle). In totaal zijn er vijf meren met een gezamenlijke oeverlengte van 70 km. Het gebied omvat de volgende meren:la Plate Taille - meer van Feronval - meer van de Eau d'Heure - meer van Ry Jaune - meer van Falemprise Met de volgende stuwdammen: Barrage la Plate Taille-Barrage Feronval-Barrage l’Eau -d'Heure - Barrage Ry Jaune - Barrage Falemprise 
In dit gebied is La Plate Taille met een oppervlakte van 3,74 km² het grootste meer van België. Het is een stuwmeer met een stuwdam. De pompcentrale van de dam is te bezichtigen. Bij maximale vulling van het meer kan de diepte 43 m bedragen aan de voet van de helling. Het water van het kunstmatig meer is vrij helder en vaak staat er wat stroming. Het meer herbergt een groot aantal vissen.
Mooi zicht
Ondertussen is de hemel helemaal opengegaan.


De zeilbootjes liggen er nog verlaten bij.

Mooie zichten
Terug langs het meer



Hier ben ik dan aangekomen aan de stuwdam.

Zicht vanop de stuwdam





Hier voorbij een avonturenpark.

nog een laatste blik op het stuwmeer.


Terug aangekomen op het park waar de wandeling begon. Deze wandeling was ietsjes langer dan aangegeven.
Wandeling te Flobecq 07-03-2021

Kerk van Flobecq en tevens de start van deze wandeling.

Fijn wegeltje met direct een mooi zicht
Nog eens een zicht op Flobecq.


Regelmatig kreeg ik mooi zichten
Afwisseling tijdens de wandeling


Brede wandelpaden


Dit is een museum in Wodecq.
Een ommetje maken in Wodecq


Hier een zicht op de kerk van Wodecq. Wodecq (Nederlands: Wodeke) is een dorp in de Belgische provincie Henegouwen, en een deelgemeente van de Waalse gemeente Elzele. Wodecq was een zelfstandige gemeente, tot die bij de gemeentelijke herindeling van 1977 toegevoegd werd aan de gemeente Elzele. In Wodecq staat de watermolen Moulin du Tordoir.



Het was wel een fris windeke, maar ideaal wandelweer. De zon was al van in het begin fel aanwezig.


Hier heb ik eventjes gerust om wat te drinken.
De achterkant van mijn rustplaats
Terug een lang wandelpad.
Monument langs de weg.

Hier wat klimwerk
Wandelen door de weide.









Bijna terug aan de auto.
terug zicht op de kerk
Einde van deze tocht. Nu nog enkel de weg oversteken en ben aan de parking waar mijn auto stond.
Wandeling te Everbeek 06-03-2021

De parcours hangen aan een bordje einde parking.
Achterkant kerk van Everbeek-Boven
We waren direct in de natuur.
Mooie vergezichten.

Heel veel afwisseling 

Eventjes een rustpauze inlassen(iets drinken)

Heerlijk om hier te wandelen
en zo stil.
Af en toe wat modder, maar het was OK

Eenzame schaapjes







Prachtige streek om er te wandelen.


Deze kwam toevallig een kijkje nemen,dus vlug een fotootje maken.

Hier over de knuppelpaden







Hier zijn op weg naar Parike.






Hier de dorpskern in zicht.
Parike is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Brakel. De plaats ligt in de Vlaamse Ardennen Parike had een eigen gemeentebestuur en burgemeester tot de fusie van 1976. De laatste burgemeester was Hubert Burens. De oudste vermelding van Parike dateert van 866. In 1453 werd het dorp platgebrand door de Gentenaars ten gevolge de opstand tegen Filips de Goede. Het is aan dit voorval dat Parike zijn bijnaam "Het verbrande dorp" te danken heeft. Vandaar dat hier ook het evenement "Walmke Brand" plaatsgrijpt, de laatste zondag van februari. 


De kerk van Parike. De Sint-Lambertuskerk is beschermd. De kerk dateert van het jaar 1750. De kerk bezit bijzonder kerkmeubilair zoals het altaar in Louis XIV-stijl en de preekstoel in Louis XIII-stijl. In 2005 werd de kerk volledig gerestaureerd. Op 3 oktober 2016 sloot de kerk voor de restauratie van het interieur. Op 2 december 2017 werd de heropening van de kerk gevierd met een eucharistieviering.
Een kijkje binnenin.



terug op weg.





Mooie vergezichten






De laatste knuppelpaden alvorens ik terug aan de start kwam. het was een hele mooie wandeling. Proficiat aan de wandelclub uit Geraardsbergen.
Wandeling te Westouter
Westouter is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en sinds 1 januari 1977 een deelgemeente van de gemeente Heuvelland. Westouter is gelegen in de Westhoek, tegen de Franse grens. Westouter werd voor het eerst vermeld in 1089 als Wistaltare (Altaar naar het westen gericht). Op het grondgebied van Westouter werden voorwerpen uit het neolithicum aangetroffen. In 1069 werd Westouter een zelfstandige parochie, waarvan het patronaatsrecht toekwam aan het kapittel van Terwaan. Op het grondgebied lagen drie heerlijkheden, waarvan de heerlijkheid Westouter onder de Kasselrij Belle viel. In 1678 werd dit gebied onderdeel van Frankrijk en in 1781 kwam het weer bij de Oostenrijkse Nederlanden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef het dorp in geallieerde handen, maar het werd wel verwoest door beschietingen, waarna herbouw volgde. Op 6 september 1944 werd het dorp bevrijd van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Poolse bevrijders werden geëerd met de bouw van een kapel op het dorpsplein, gewijd aan de Zwarte Madonna van Częstochowa


































































Genoten van deze heerlijke wandeling.
Wandeling te Oedelem 27-02-2021
Oedelem is sinds 906 terug te vinden in geschreven bronnen. De schrijfwijze was toen Udelhem. De naam komt van "odila" en "haima" en betekent "woning van het erfgoed of van het domein", een naam die geen verwondering wekt gezien de heren van Praet al in de jaren 900 een Heerlijkheid stichtten in Oedelem. De Oedelemse geschiedenis gaat echter veel vroeger terug in de tijd. In een grafheuvel op Wulfsberge zijn sporen teruggevonden van prehistorische bewoning. Er zijn ook sporen van Romeinse aanwezigheid. In de kleiput van de vroegere steenbakkerij is zelfs een waterput uit de Romeinse tijd teruggevonden. In die tijd waren Oedelem, Maldegem en Aardenburg de meest noordelijke bewoonde plaatsen in de streek. Wat noordelijker lag was een groot moerassig gebied. Bij Oedelem ondernam Filips van Artevelde op 3 mei 1382 een verrassingsaanval op de aanhangers van graaf Lodewijk II van Male die hij versloeg, in wat men de Slag op het Beverhoutsveld noemt.

Start van deze wandeling.
Direct in de natuur.

Als je houdt van de weidsheid van akkers en velden, dan is de Beverhoutsveldwandelroute in Beernem een uitgelezen kans om het historische “Beverhoutsveld” te ontdekken. Dit 483 ha groot akker- en weidegebied ligt op de grens van Beernem en Oostkamp. De route start aan de Veldmolen in Oedelem/Beernem. Daarna loop je via mooie wandeldreven door het waardevolle landschap. Voorbij het kanaal Gent-Oostende sluipt de route door een agrarisch gebied en gaat het via rustige, landelijke wegen terug naar het startpunt.
De mist heeft ook zijn charmes.
Geniet even mee van de foto's


Geen drassige dreven of paden








De zon was nu en dan heel goed zichtbaar, later ging ze zich terug schuilen achter enkele laaghangende wolken.



De zon speelde een spelletje 





Hier betrad ik het natuurgebied in. Gevaerts-Noord is een natuurgebied in de West-Vlaamse plaats Beernem. Het wordt beheerd door Natuurpunt. Dit gebied ligt aan de noordelijke oever van het Kanaal Gent-Brugge, in de vallei van de vroegere Zuidleie. Het gebied kwam tot stand toen in 1995 de keersluis werd aangelegd. Toen werd een strook van 1500 meter lang en 20 tot 60 meter breed, in totaal 7 ha omvattend, ingericht als natuurontwikkelingsgebied. Hier lagen voorheen bemeste akkers, maar de voedselrijke bovenlaag werd verwijderd. Zo ontstond een terrein met voedselarme vegetatie, waaronder gaspeldoorn. Het smalle maar langgerekte gebied langs het kanaal heeft oevers waarin de ijsvogel en de oeverzwaluw nestelt. Het terrein is vrij toegankelijk voor wandelaars. 














Zeker een aanrader. Heel mooie en rustige wandeling.
Wandeling te Kluisbergen 21-02-2021

Dit is het traject dat ik deze morgen wandelde. Opletten aan knooppunt 76 je moet nog een beetje doorwandelen tot aan het einde van de parking, links staat dan het bordje met nr 8 en dan ben je gerust tot je terug komt.

Een mooi verzicht
Op weg naar de Vierschaar.


Hier ben je aan de Vierschaar en je wandelt tot aan het einde van de parking en daar vind je het vervolg van deze wandeling.

Wat uitleg over de Taalgrens
Het was heel rustig om te wandelen.
Hier aan de Toren heb ik even halte gehouden om een warme chocomelk te drinken. De Toren staat op Waals grondgebied, op het hoogste punt van het Kluisbos (141 meter). Hij is gebouwd uit baksteen en dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw. De Toren deed wellicht dienst als uitkijktoren ten tijde van Napoleon. Daarnaast is hij al meer dan 100 jaar een toeristische attractie. Van hieruit kan je genieten van een schitterend panorama.


Op de terugweg van knooppunt 8 naar 76 moet je voor enkele meters nr 53 volgen tot aan de parking van de Vierschaar en daar volg je dan terug de bordjes.
Vanaf hier kan je gewoon de bordjes terug volgen.

Het Kluisbos is een natuurgebied (deels domeinbos, deels openbaar bos, deels bosreservaat (Pensemont/Doveleenbos)) in de Vlaamse Ardennen in Zuid-Oost-Vlaanderen en het Pays des Collines in Henegouwen (België). Het bosgebied is ongeveer 300 hectare groot. Het Vlaamse deel is 200 hectare groot en ligt op het grondgebied van de gemeente Kluisbergen (deelgemeenten Ruien en Kwaremont). Het Waalse deel (Bois de l'Enclus) is 100 hectare groot en ligt op het grondgebied van de deelgemeenten: Rozenaken, Orroir en Amougies in de streek Pays des Collines. Het Vlaamse deel van het bos wordt beheerd door de overheidsdienst Agentschap voor Natuur en Bos. Het bos is erkend als Europees Natura 2000-gebied als deel van de Bossen van de Vlaamse Ardennen en andere Zuid-Vlaamse bossen (BE230007) en maakt deel uit van het Vlaams Ecologisch Netwerk. Het Bois de l'Enclus aan de Henegouwse kant is Europees beschermd als deel van Natura 2000-gebied 'Pays des Collines' (BE32003). Binnen de Europese natuurdoelstellingen wordt op termijn 350 hectare extra bos gecreëerd in de Vlaamse Ardennen; het Kluisbos wordt via Beiaardbos, Fonteinbos en Ingelbos, Hotond-Scherpenberg, Kuitholbos en Spijkerbos verbonden met het Koppenbergbos[1][2]. Sinds 2006 is een 50 hectare groot deel aangemerkt als bosreservaat. 

Hier krijg je een mooi zicht op de Kwaremont



Terug aangekomen waar mijn auto stond. Een hele mooie wandeling in en rond het Kluisbos.
Wandeling te Wildenburg 20-02-2021

Parking achteraan deze kerk. De wandeling begint aan het paaltje links van de kerk. De Sint-Joriskerk, in 1860 door familie van der Bruggen als familiekapel opgericht. In 1897 werd de kapel een parochiekerk.
Na een paar honderd meter begonnen we aan een mooi stukje natuur.

heel veel variatie tijdens deze wandeling.

Ook heel rustig
Hier enkele Gallowayrunderen

Zicht op de Gulke putten.
De Gulke putten. Het natuurgebied De Gulke Putten is gelegen in de Belgische gemeente Wingene, op gronden van het Radiozendstation Belradio, op de grens met Ruiselede. Het natuurreservaat situeert zich in de nabijheid van de site Sint-Pietersveld en wordt beheerd door Natuurpunt vzw. Het gebied is rijk aan natte en droge heide, heischrale graslanden, hakhout met bloemrijke paden en open plekken met orchideeënrijk hooiland. Het gebied is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Bossen, heiden en valleigebieden van Zandig Vlaanderen: westelijk deel' 


Zalig om te wandelen met zo'n mooi lenteweer


Een en al rust.








Hier een zicht op het Kasteel(het kasteel van de moord op de schoonzoon van Gysbrechts)


Enkel zwaluwnestjes hangen aan deze mast.
Mooie vijver






Deze bordjes moet je volgen.




De Vagevuurbossen (of het Vagevuurbos) is een 220 hectare groot bos- en natuurgebied bij Wingene in het 'Landschapspark Bulskampveld'. Het bos sluit aan bij Lippensgoed-Bulskampveld (domeinbos 90 hectare en 230 hectare provinciedomein); samen vormen ze het grootste complex van openbaar bos (540 hectare) in West-Vlaanderen. Het Vagevuurbos ligt niet ver van de De Gulke Putten. De Vagevuurbossen wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bosgebied strekt zich uit ten zuiden van de E40 op het grondgebied van de gemeenten Beernem, Hertsberge en Wingene. De naam Vagevuurbos(sen) verwijst naar de Vagevuurkapel die langs de Blauwhuisstraat gebouwd werd. De Vagevuurbossen zijn Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-habitatrichtlijngebied 'Bossen, heiden en valleigebieden van Zandig Vlaanderen: westelijk deel'.


hier ben ik op weg naar het eindpunt van deze mooie en rustige wandeling.
Wandeling te Elverdinge 26-01-2021
De parcours kan je bekijken aan de deur van het OC.
De start is aan het OC. De eerste km was uitkijken voor gladde plaatsen op het wegdek.
We kregen enkele mooie vergezichten.



Mooie haan
De kleinste afstand mooest deze wegel niet nemen , zij gingen rechtdoor.
Dit was een modderpad
Een beetje uitkijken waar men stapte.


Terug op de verharde ondergrond. Deze heeft zeker gene kou.
en die was reddeloos 


Aangekomen aan de Galgebossen. De Galgebossen zijn een bos op de grens tussen Poperinge, Elverdinge en Vlamertinge. Het is een recreatiegebied en heeft een oppervlakte van 111 hectare. Het wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos en is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-habitatrichtlijngebied 'West-Vlaams Heuvelland'. Het natuurgebied is een overblijfsel van een veel uitgestrekter bos dat van de 9e tot de 11e eeuw vrijwel geheel ontgonnen is. Tot in de 18e eeuw fungeerde het bos ook als galgenveld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleven de bossen, in tegenstelling tot andere bosgebieden, gespaard omdat ze een rustgebied vormden voor Britse soldaten. Er was een barak waar Anglicaanse erediensten werden gehouden, en er was een bioscoopzaaltje. Een nabijgelegen hoeve, de tegenwoordige Hospitaalhoeve, deed dienst als hospitaal. De Plank Road leidde naar het centrum van Vlamertinge en hierlangs trokken de soldaten naar het front. Aan de rand van het bos ligt het Hagle Dump Cemetery. 
Ook hier was het nu en dan wat ploeteren



Aangenaam wandelen, weinig mensen tegen gekomen.



Hier waren aan de uitgang van dit natuurgebied.
verder gingen we over verharde paden en wegen.
Het Hagle Dump Cemetery. Hagle Dump Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Elverdinge, een deelgemeente van Ieper. Ze ligt 3,250 km ten zuidwesten van het dorpscentrum. De begraafplaats werd ontworpen door Reginald Blomfield met medewerking van Arthur Hutton en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Het terrein heeft een rechthoekige vorm met een afgeschuinde hoek en is omgeven door een bakstenen muur. De oppervlakte bedraagt 1.800 m². Het Cross of Sacrifice staat vooraan, vlak bij de toegang. Er worden 439 slachtoffers herdacht. Elverdinge lag de hele oorlog achter de Britse linies. De begraafplaats werd aangelegd in april 1918 in de nabijheid van een opslagplaats dat Hagle Dump werd genoemd. Er werden slachtoffers begraven die gevallen waren tijdens het Duitse lenteoffensief. De begraafplaats werd tot oktober 1918 door gevechtseenheden en door Field ambulances (medische posten) gebruikt. De graven van 26 Amerikanen en 2 Fransen, omgekomen tussen juli en september 1918 werden later overgebracht naar andere begraafplaatsen. Na de wapenstilstand werden graven afkomstig uit het omliggende slagveld en de Ypres salient toegevoegd. Ook graven afkomstig van het ontruimde Brielen Military Cemetery werden naar hier overgebracht. Ze bevatte slachtoffers die gevallen waren tussen april 1915 en september 1917, daarbij waren 31 Fransen die toen naar elders overgebracht werden. Er rusten nu 397 Britten (waaronder 117 niet geïdentificeerde), 26 Australiërs (waaronder 16 niet geïdentificeerde), 14 Canadezen (waaronder 7 niet geïdentificeerde) en 2 geïdentificeerde Duitsers. De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd. 


Rond de middag waren er al enkele wolken komen binnen drijven en de zon verdween langzamerhand.
Vanaf hier moesten we nog een modderpad doorstaan. 

Terug aangekomen in Elverdinge
Een beeldje rond de Sint Pieter en Paulus kerk
Aan het einde van deze tocht passeerden we nog aan het kasteel van Elverdinge. Het kasteel van Elverdinge is gelegen aan de Vlamertingsestraat in Elverdinge. Het kasteel werd gebouwd in rococo-stijl. Het eerste kasteel in Elverdinge werd gebouwd rond de 12de eeuw. Het behoorde oorspronkelijk toe aan de bastaards van de graven van Vlaanderen. Adrianus Vander Borcht kreeg de heerlijkheid in 1629. Hij liet een kasteel in Vlaamse renaissancestijl bouwen. Het werd omringd door water. Dit kasteel stond op de plaats waar nu het oude klooster staat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brandde het kasteel uit, maar in 1925 begon de heropbouw van beide kastelen (naar het ontwerp van Jules Coomans). Het "nieuwe" kasteel was herbouwd vanaf de bestaande muren. De enige opmerkelijke verandering is de afwezigheid van een torelleke en een gesimplificeerd dak. Het "oude " kasteel was herbouwd in lokale gele bakstenen met een Franse Mansardedak, in de Lodewijk XV-stijl. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen Duitse stafofficieren hun intrek in het kasteel, zodat het na 1945 nog eens opgeknapt moest worden. Het kasteel is nog steeds eigendom van de nakomelingen van de familie de Laubespin: Graaf Eric du Cauzé de Nazelle en zijn echtgenote Isabelle de Rochechouart de Mortemart.Een goede en rustige tocht.