Bloemen.
Ik weet massa’s bloemen bloeien,
gevat in warme kleurenlicht,
tussen gisteren en overmorgen,
wiegend op het eindeloos getij,
mijmerend over ‘t veel te korte leven
aan onze overzij.
En terwijl we hier,
door ‘t knagen van ‘t verdriet,
d’ herinnering aan hun lach en tranen missen,
horen we hun fluisterend troosten niet
in ‘t ruisen van de wind
die langs ons’ wangen streelt.
Tot plots van tussen donkere wolken
een bussel zonnestralen
een stukje van deze aarde verlicht
en hoop zich in de harten nestelt,
de zekerheid van ‘t weerzien - ergens, ooit.

