Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
GEDICHT VAN DE WEEK
PASEN



STILLE ZATERDAG
Stille Zaterdag't Is morgen Pasen – God, maar overal is de dood;
en zou ik dan van leven moeten spreken?
Mijn denken blijft bij Goede Vrijdag steken,
want daar leed Jezus onze diepste nood.'t Is morgen Pasen – maar waar blijft de zon
die onze zieke wereld kan genezen?
Ik sta met Uw discipelen in angst en vrezen
bij 't lege graf, waar 'k U niet vinden kon.'t Is morgen Pasen – feest van het gericht
dat U gevoerd hebt tegen dood en lijden,
feest van voorbijgaan van de dood, feest van bevrijden;
Heer, doe ons opstaan in Uw levenslicht!
Nel Benschop
GOEDE VRIJDAG

Hij droeg onze smerten
‘t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten,
Noch die verradelijk u togen voor 't gericht,
Noch die versmadelijk u spogen in 't gezicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puisten,
‘t En zijn de krijgslui niet die met hun felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwe rok tsaam dobbelden en tuisten:
Ik ben 't, ô Heer, ik ben 't die u dit hebt gedaan,
Ik ben de zware boom die u had overlaen,
Ik ben de taaie streng waarmee gij ging gebonden,
De nagel, en de speer, de gesel die u sloeg,
De bloedbedropen kroon die uwe schedel droeg:
Want dit is al geschied, helaas! om mijne zonden.Jacobus Revius



WITTE DONDERDAG

Een lied naar Pasen: donderdagZij zeggen avondmaal en het is een les
hoe men zijn leven uitdeelt aan velen
een heldere dood tegemoetDit is een oud beeld: het delen
van brood, het drinken van bloed.Brood smaakt al eeuwen naar liefde:
zie wat zwetend de boer prevelt
wat de dagelijkse moeder doet.De tafel is bevrijding van de haat.
Aanzittend met geldlikkers
met pooiers gewapende analfabeten
met wellicht een harde hoer
en tien magere heiligen:
men geeft zich aan elkaar als brood te eten.De dood is bij ons
wetend
ongeweten.
Jan Veulemans


GEDICHT VAN DE WEEK

Petrus
Hij stond wreed voor de rechterstoel gebonden,
en zij verweten mij zijn vriend te zijn
en lasterden, wat heilig is en rein,
als laagheid en afschuwelijke zonden.‘k Zag hoe zij Hem bespotten en verwondden.
Hij leed geduldig smaad en vuige pijn.
Ik vreesde hunner ogen valse schijn
en dat ze als Hem mij martelden en schonden.Zij vroegen huichelend: gij hebt Hem lief?
Eer Hij naar mij zijn tedere ogen hief
had ik mij vloekend van Hem afgescheiden.Toen stiet de haan zijn schelle morgenkreet.
‘k Voelde mijn hart, dat borst van bitter leed.
‘k Voelde mijn ogen, hoe ze brandend schreiden.
Willem de Mérode

ZONDAG 1 APRIL 2012
PALMZONDAG – 1 APRIL 2012
HEER JEZUS, HET VOLK JUICHTE MET PALMEN
Toen Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderden, in de richting van Betfage en Betanië op de olijfberg, zond Hij twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: ‘Gaat naar het dorp daar vóór u, en bij uw binnenkomst is het eerste dat ge zult vinden een veulen dat vastgebonden staat en waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt dat los en brengt het hier. En als iemand u de opmerking maakt: Wat doet ge daar? antwoordt dan: De Heer heeft het nodig maar Hij stuurt het spoedig weer hier terug.’
Zij gingen weg en vonden een veulen vastgebonden aan een deur buiten op straat. Ze maakten het los maar sommige mensen die daar in de buurt stonden riepen hun toe: ‘Wat doet ge daar, om zo maar dat veulen los te maken ?’ Ze antwoordden zoals Jezus hun had gezegd en de mensen lieten hen ongemoeid.
Ze brachten het veulen bij Jezus, legden er hun mantels overheen en Hij ging er op zitten. Velen spreidden hun mantels op de weg uit, anderen groene takken die ze in het veld gehakt hadden.
De mensen die Hem omstuwden, jubelden: ‘Hosanna; Gezegend de Komende in de naam des Heren; Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in den hoge!’
(Marcus 11,1-10)
---
Jij, kleine palmtakje,
Je kost helemaal niets,
En toch beteken jij zoveel.
Jij spreekt van Jezus
op weg naar zijn lijden.
Jij vertelt van Noach en de duif
boven het eindeloze water
met een takje in haar bek,
teken dat de redding nabij was.
Met jou in de hand zien we
de vreugde van Witte Donderdag,
de droefheid van Goede Vrijdag,
en de rouw van Stille Zaterdag.
Als ik jou vasthoud
draag ik Hoop in mijn handen.
Jij kijkt naar Pasen,
ons nu al gegeven.
Gezegend ben je.
(bron onbekend)
---
Gij met uw zachtzinnige oren
en uw geduldig gezicht:
Ik ben u zeer verplicht.
Dat gij het hebt aan willen horen
hoe toenmaals het is geschied;
en hoe mij de ander verried.
En dat ge zelfs niet hebt bewogen
mij slechts hebt getroost met uw ogen.
Dat kunnen de mènsen niet.
(Ida Gerhardt)
GEDICHT VAN DE WEEK

Het uur is gekomen
Nu is het uur gekomen
van zijn ontsteltenis:
dat al zijn mensendromen
hem worden afgenomen
en dienen doodgaan is.
Nu zal hij moeten lijden,
om ons van alle schuld
en schande te bevrijden.
Nu worden onze tijden
door eeuwigheid gevuld.
Nu zal hij moeten sterven,
graankorrel in de grond.
Bloed zal de aarde verven,
maar wij, wij zullen erven
van elke diepe wond.
Nu wordt het kwaad verdreven,
nu wordt ons arm bestaan
hoog op het kruis geheven
en deelt het in een leven
dat nooit meer zal vergaan.
Michel van der Plas
(Bij het evangelie van vorige zondag, 25 maart 2012: Johannes 12,20-33)


ZONDAG 25 MAART 2012

5de VASTENZONDAG B – 25 MAART 2012
IN DE LEERSCHOOL VAN HET LIJDEN
De voorbije weken stond de kruisgang van Jezus voorop, en evenzeer ‘de kruisgang door de tijden’, van zoveel andere mensen.
De gekruisigde Christus is onmiskenbaar het grote mysterie en de diepste kern van ons geloof. Paulus noemde dit terecht: een dwaasheid in het oog van de mensen, maar voor wie gelooft is juist dit kruis ‘Gods Kracht en Gods Wijsheid.’
Goede Vrijdag komt nu heel dichtbij, deze eucharistie spreekt daarom eens te meer over die samenhang van kruis en verlossing, van leed en leven, die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn, ook al gaat dit alle verstand te boven.
Lezing uit de brief aan de Joodse christenen
Zusters en Broeders,
Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.
Hoewel hij Gods Zoon was, heeft hij moeten lijden, en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd.
En toen hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd hij voor allen die hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding.
Hebreeën 5,7-9
GEHOORZAAM IN HET LIJDEN’
‘Christus heeft tijdens zijn leven op aarde, onder tranen en met luide stem, gesmeekt en gebeden’ ‘en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd’. Weer eens klinkt de eerste lezing hard. Maar Jezus’ eigen woorden in de hof van Olijven zijn nog pijnlijker: ‘Vader, red mij uit dit uur. En als het mogelijk is, laat deze kelk voorbijgaan. Doch niet mijn wil, maar uw wil geschiede’.
Kruis, gehoorzaamheid en redding zijn de diepste kern van Jezus’ leven, en dus ook van ons geloof. Maar laten wij dit goed verstaan: het lijden wordt niet om zichzelf geprezen, en Jezus’ gehoorzaamheid is geen slaafs naleven van zinloze regeltjes. Zijn lijden sluit aan bij zijn diepste roeping: ‘de mensen vrij maken, van zonde en van alle kwaad dat uit die zonde voortkomt. Zo toont Hij ons een weg ten leven en voert Hij ons weg uit duisternis en dood. Zo opent Hij de toegang tot het ware leven van een diepe en volkomen vreugde. Ook de gelovige koestert het lijden niet om zichzelf, maar opdat de medemens menswaardiger zou kunnen leven. Wie zich door Jezus laat leiden aanvaardt het om eigen voordeel en belang op te geven, hopende om zo het leven van zijn lijdende medemens draaglijker te maken … want zo heeft Jezus voorgedaan. Zo zijn kruisgang en redding onlosmakelijk verbonden.
En dan is er die gehoorzaamheid, zo dikwijls misbruikt om mensen klein te houden of te onderdrukken. De gehoorzaamheid die Jezus voorleeft is een gehoorzaamheid aan God zelf. Wij moeten inderdaad afstand doen van eigen willetjes en grilletjes, om een hoger goed te dienen, een doel dat groter is dan ons eigen persoontje: een aarde, waarvan we niet alleen bij de schepping kunnen zeggen: ‘en God ZAG dat het goed was’, maar een aarde, die ons ook nu laat jubelen: ‘en God ZIET dat het goed is’. De voltooiing van zijn Rijk, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar God daadwerkelijk en zichtbaar woont tussen de mensen.
Daar staan wij nog ver van af … en we zullen nog heel wat gehoorzaamheid moeten opsteken in de leerschool van het lijden. In het Oude Testament lezen we al: ‘Beide houd ik u voor: dood en leven. Kies dan het leven’.
Kies dan het leven … dat vraagt de onthechting van de graankorrel, dat vraagt lijden, dat leven geeft, en gehoorzaamheid aan Gods eigen mensgeworden Woord en aan zijn visioen over deze aarde en al wat er woont.
Hoe kunnen wij
bij de opbouw van de mensenfamilie
voorbijgaan aan het feit
dat zovele volkeren
de gestalte aannemen van
'de lijdende Dienaar Jezus'
veracht, verguisd,
volkeren, voor wie men de ogen sluit,
zij, die eigenlijk onze ziekten dragen.
Broeder Roger van Taizé

DOORDENKEN OP DONDERDAG
"Mijn lieve Eva,
Vele keren heb ik in gedachten deze brief geschreven. Ik wist dat ik je niet zo lang meer bij me mocht houden, alhoewel ik dacht nog wat tijd te krijgen.
Nu heb ik er zo'n moeite mee, zeker omdat het moment toch zo onverwacht kwam. Ik voel me zo leeg. 8 jaar heb ik je gekoesterd, bemind, niet als mijn gehandicapte dochter, maar als mijn allerliefste zonnetje.
Ik ben ondanks mijn immens verdriet zo dankbaar omdat ik je moeke mocht zijn. Jij hebt mijn leven zoveel inhoud, zoveel warmte en zoveel kracht gegeven.
Soms bewonderden mensen ons omdat we dit allemaal aankonden. Akkoord het was soms zwaar en vermoeiend alle nachten opstaan en vooral moeten leven met de angst wat er weer komen zal, welke stap achteruit er nu weer ging komen. Toch was jij het die de bloemen mocht krijgen.
Steeds was het echter jij weer die er ons bovenhaalde. Je wou "leven", gelukkig zijn en dat was je, gekoesterd, omarmd door ons en de vele vriendinnetjes en goede vrienden. 'Moeke', zei je, 'ik had zo graag nog eens gelopen of was zo graag ballerina geworden, maar toch ben ik gelukkig. Ik heb mijn rolwagen en iedereen ziet me graag.'
Je kon ook zo spitsvondig zijn en met grappige opmerkingen uit de hoek komen. We hebben samen veel gelachen. Je sprak steeds zo enthousiast over je school, het koor, je muziekles.
Eva, je had ook zo'n grote moed. Weet je nog – je universitair diploma voor grote moed gekregen in het UZ van Gent. Je hebt veel dokters gezien, maar zeer weinigen hebben jou zien wenen.
Weet je Eva, niet het beeld van jouw handicap blijft nu hangen, maar wel wie je was van binnen als kind. Al die zorgen, o schat, die ben ik al vergeten.
Eva, het wordt nog een moeilijke tijd voor ons. Weet je, we moeten nog doorheen al die 'eerste keren': de eerste keer dat papa alleen Sarah naar school moet brengen zonder de wandeling doorheen de schoolgang de eerste keer dat Sarah alleen naar Samson, naar de droomfabriek zal kijken; onze eerste wandeling; al onze verjaardagen; Jonas die zijn voetbalmatch geeft in de tuin zonder jouw bravogeroep; de Kersttijd waar je zo van hield en je hield ook zo van gezelligheid, kaarsjes aan, de brandende open haard en een mooi muziekje.
Ik hoop, Mieke muis, dat je nu verder voor ons zal zorgen. We blijven je nodig hebben om die grote leegte langzaam weer samen te vullen."
(Ans Hillebrant, mama van Eva, 14 februari 1994)
GEDICHT VAN DE WEEK

Jan.Ik heb u nooit door bitterheid bedrogen,
onder mijn huid bloeide blijmoedigheid.
Want ook de bloemen leven snel en open
en leven heet vergankelijkheid.Nu lopen vogels in de vlakte van mijn ogen,
ik ken de onschuld van de made, ken de averij.
Dit is mijn dageraad, de moed voor regenbogen,
Gods jonge vingeren verwekken mij.Ik laat u nog een zachte zomer over.
Liefde is het huis waarin gij achterblijft.
Treur niet om mij, ik loop op wolken, tover
met Peter en met Geert ons eigen paradijs.Adriaan Magerman
---
‘In piam memoriam’
voor de kinderen en volwassenen, die de dood vonden in het tragische busongeval, dinsdag 13 maart 2012, in Zwitserland.
Mogen familieleden en vrienden troost en hoop vinden in een geloof, dat geen antwoord biedt op het ‘waarom’ van zulk immens leed, maar een genade kan zijn, omdat het ons vertelt van een God, die mede lijdt, zoals ons geopenbaard werd in Jezus: verworpen, gemarteld, gekruisigd en verrezen, tot leven gewekt. Een geloof dat verre van gemakkelijk of vanzelfsprekend is, maar als genade kan groeien uit ervaring en mijmering.


ZONDAG 18 MAART 2012
4de vastenzondag B
– 18 maart 2012
‘Hij schenkt ons leven’
‘HIJ schenkt ons LEVEN’ horen we
straks in het evangelie en vooraan in elke kerk hangt een levensgroot beeld van
Hem. Het is een beeld dat ons ten zeerste ontroert, als we er minutenlang
biddend naar kijken:
Jezus, verworpen, gefolterd,
als een boosdoener door mensen
gekruisigd.
En juist deze Gekruisigde is het
grote mysterie, de diepste kern
van ons geloof.
‘HIJ schenkt ons LEVEN’:
door zijn Liefde tot het uiterste,
door zijn Lichaam, gegeven en gebroken!
In die tijd sprak Jezus tot
Nikodemus: ‘De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens
de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in
Hem eeuwig leven zal hebben.
Zozeer immers heeft God de
wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat
alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal
hebben.
God heeft zijn Zoon niet
naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld
door Hem zou worden gered.
Wie in Hem gelooft wordt niet
geoordeeld, maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij
niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods.
Hierin bestaat het
oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden
de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren.
Ieder die slecht handelt heeft
afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat
zijn werken openbaar gemaakt worden.
Maar wie de waarheid doet gaat
naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn
gedaan.’
(Johannes 3,14-21)
‘Hij schenkt ons Leven’
Nikodemus komt op
een nacht bij Jezus, in een zoektocht naar licht en leven. Hij vindt dat licht,
dat leven ook bij Jezus. Maar dat vraagt tijd. Hij aarzelt om de sprong te
wagen. Hij aarzelt om zich toe te vertrouwen aan die Christus, die gekruisigd
zal worden.
Het kruis, dát is hét
mysterie van de God die Leven geeft! Niemand heeft ooit God gezien, maar de
Zoon heeft Hem doen kennen. Wat wij ten diepste van God weten, leren we in het
lijden en de dood van Christus. Daarin geeft Jezus zichzelf totaal en geeft de
Vader zijn Zoon. Want Jezus lijdt tijdens zijn kruisgang en op zijn kruis. En
de Vader lijdt mee als Hij zijn Zoon zó ziet. Vader en Zoon lijken totaal uiteengerukt: ‘Mijn God,
mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’. Maar zij zijn volkomen één: in hun gegevenheid, in hun gebrokenheid
voor de mens, in hun Liefde, die zich heel en al schenkt.
Hoe kunnen wij
geloven dat God leven geeft langs de weg van lijden en dood? Hoe kunnen wij geloven
dat God leven geeft, wanneer lijden en dood ook nu zo overdonderend aanwezig blijven?
Hoe kunnen wij geloven dat God leven geeft? Met zoveel onrecht, oorlog en
persoonlijke miserie? Waarom zoveel bloed en tranen? Waarom geen antwoord of
verklaring voor al dit lijden?
Omdat er geen
antwoord of verklaring is. Omdat we niet mogen zeggen dat God dit lijden
veroorzaakt of wil. Maar de Gekruisigde leert ons hoe wij MET dit lijden toch
kunnen leven? En dat kan enkel: door in Hem te geloven zoals Hij was: verworpen,
gemarteld, gekruisigd, verrezen. Zo was zijn Liefde. En alleen die oneindige
Liefde laat toe om met het lijden toch
te leven.
Beter dan het
evangelie kunnen wij het niet zeggen: ‘God
had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in
hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon
niet naar de wereld gestuurd om te oordelen, maar om die wereld door hem te
redden.’
Moge dit geloof ons
– over alle twijfels heen – geschonken zijn!
Droom met de
hand aan de ploeg.
Droom van vriendschap voor de rest van je dagen.
Droom van afwezigheid van alles wat scheidt.
Droom van een leven in goede gezondheid.
Droom dat armoede niet meer bestaat.
Droom van het beste voor heel je familie.
Droom van een tijd zonder oorlog en strijd.
Droom dat het goede gedaan kan worden.
Droom van zorg voor de wereld en elkaar.
Droom van de liefde en droom van de vrede.
Droom dat gerechtigheid overal heerst.
Maar als je droomt,
droom dan niet
in je bed.
Droom met de hand aan de ploeg.
En bid,
dat God je kracht geeft,
genade en moed,
te bidden, te werken en te sterven
voor je droom.
(Zuid-Afrika)


DOORDENKEN OP DONDERDAG
‘Ik wil pleiten voor een Kerk,
die gelooft
in de inspiratie van de Heilige Geest
die in haar leden werkt.
Een Kerk
die niet angstvallig
een starre dogmatische geloofsschat bewaakt,
maar het geloof van haar leden kan inspireren,
die erop inspeelt,
die het steeds onder nieuwe vormen verwoordt.
Een Kerk
die geduldig kan wachten
bij ons groeiproces.
Een Kerk
die geen starre morele principes opdringt,
maar vanuit een evangelische inspiratie
menselijke waarden bevordert.’
(Emma Vorlat: ‘Ik zie het zo’, p. 24)
GEDICHT VAN DE WEEK
Dingen vertellen vaak dingen.
Luister naar het Vuur. Het Water.
Hoor je de struiken niet snikken in de wind?
Zo klinkt Afrika.
Een wereld die al eeuwen
de hele wereld draagt.
En honger heeft.
Moe is.
Leeggeplunderd.
Maar fier overeind staat.
Als de grote baobab.
Hak 'm om,
en de zielen in zijn stam leven verder.
Overleven alles.
Broeders aan de overkant, luister.
Elke muziek heeft zijn ritme.
Elke
kleur zijn klank.
Wit is hier een niet alledaagse kleur.
Dat is zwart.
Wit is per ongeluk.
Zwart is de regel.
Stop en luister.
Naar een zwart lied.
Vól hoop.
Een lied van ons.
Onder de zon.
Maar
geketend.
(Ababacar Ndaw)
ZONDAG 11 MAART 2012
3de vastenzondag B – 11 maart 2012
‘De wijsheid van het Kruis’
Paulus spreekt vandaag over de ongewone wijsheid van God: die wijsheid van God is inderdaad de dwaasheid van het Kruis.
In het evangelie – de uitdrijving van de kooplieden uit de tempel – in dat evangelie toont Jezus, metterdaad, hoezeer deze wijsheid van God MOET botsen met de berekening en de leugen van deze wereld, de berekening en de leugen, die ook ons hart kunnen beheersen.
Uit de eerste brief van Paulus aan de christenen in Korinte
Zusters en broeders, de Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas.
Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en Gods wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.
(1 Korintiërs 1,22-25)
‘Gods Wijsheid: de dwaasheid van het Kruis.’
1 Korintiërs 1,22-25
Een gekruisigde Christus, een dwaasheid in het oog van de mensen, is Gods kracht en Gods wijsheid. De woorden van Paulus zijn schokkend. En toch: als Jezus de gids voor ons leven wordt, wacht ook ons een heel persoonlijke kruisweg. De weg van Jezus is de weg van het kruis. Bij zowat alle heiligen vinden we sporen daarvan in hun leven. Jezus had dat trouwens voorspeld: net als Hij zelf, zullen ook zijn vrienden te lijden hebben en ‘gekruisigd’ worden, als ze Hem op zijn weg volgen.
Soms zien we uitwassen: mensen, die zichzelf pijn doen, een kruis opleggen, uit een verkeerd begrepen boete of versterving. Jezus echter zocht het kruis niet om zichzelf. Zijn kruis vloeide voort uit zijn diepste roeping of keuze. De roeping en de keuze om de mens te verlossen en de zonde weg te nemen uit deze wereld. Hij is immers het Lam Gods, dat de zonde wegneemt uit de wereld. Daarom is zijn diepste keuze een keuze tegen kwaad en onrecht, een keuze tegen de goddeloze wanorde die deze wereld regeert.
Dat lijken harde woorden, maar zelf spreekt Jezus veel scherper: ‘Jullie weten dat heersers met ijzeren vuist regeren, mensen onderdrukken en hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet zijn. De Mensenzoon is immers gekomen om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
De keuze van Jezus gaat regelrecht in tegen de wijsheid van deze wereld: Hij koos, tot in de dood, voor hen die door de machten van zijn tijd en van altijd, verschopt werden, uitgesloten, als uitschot beschouwd. Hij koos voor hen, die niet verwaand en trots waren, maar die zich klein en arm wisten.
Wie deze diepste keuze van Jezus volgt zal het kruis niet moeten zoeken op een kunstmatige wijze. Wie voor kleinen en armen kiest, botst vanzelf wel met rijken en machtigen, die hem, net als Jezus zullen kruisigen, omdat hij opkomt voor gerechtigheid, mildheid en mededogen. In de wereld en in de eigen omgeving.
God,
wij stoppen onze
tranen weg,
al willen wij wel huilen
om dood en pijn,
om het venijn
van mensen die hardvochtig zijn.
Wij willen ons verschuilen.
Wij stoppen onze
tranen weg,
verbergen onze builen.
Maar ons verdriet
ontgaat je niet.
Jij bent het
die onze tranen ziet
en met ons mee wil huilen.
(Bron: ‘Dagboekje kring 12)

ZONDAG 4 MAART 2012

2de vastenzondag B – 4 maart 2012
‘In
de palm van Zijn hand’
Zusters en broeders, als God voor ons is,
wie kan dan tegen ons zijn? Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?
Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is?
Meer nog, Hij, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.
Brief aan de Romeinen 8,31b-34
‘Als God voor ons is’
Het allerlaatste woord van Jezus lezen we bij Matteüs: ‘Houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Meer vertrouwen kon Hij ons moeilijk inspreken. Zelf verdrijft Hij elke zweem van angst: ‘Altijd zal Hij bij ons zijn.’
Laten we dit vertrouwen goed verstaan. We bidden wel: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.’ Maar stiekem denken we: ‘Mijn wil geschiede in de hemel zoals op aarde.’ Alsof God al onze grilletjes en willetjes moet uitvoeren, zoals wij vragen. Zo werkt dit vertrouwen niet.
We kennen die oude catechismusvraag nog wel: ‘Verhoort God altijd onze gebeden?’ En het antwoord: ‘Ja, God verhoort altijd onze gebeden, als wij bidden zoals het behoort. Ofwel door te geven wat wij vragen, ofwel door een ander goed te verlenen dat meer zalig is.’ Maar wij hebben toch zo graag dat Hij geeft wat we vragen en dat onze wil geschiedt.
In vertrouwen leven betekent dat wij onze eigen ideeën en zekerheden laten varen en ons heel en al aan Hem toevertrouwen, ook als wij niet vatten wat Hij met ons voorheeft, zoals Charles de Foucauld bad:
Vader, ik verlaat mij op U,
doe met mij wat Gij goedvindt.
Wat Gij ook met mij doen wilt, ik dank U.
Tot alles ben ik bereid, alles aanvaard ik,
als uw wil maar geschiedt in mij
en in al uw schepselen;
niets anders verlang ik, mijn God.
Ik leg mijn leven in uw handen,
ik geef mij aan U, mijn God,
met heel de liefde van mijn hart,
omdat ik U bemin,
omdat het voor mij een noodzaak van liefde is
mij te geven,
mij zonder voorbehoud op U te verlaten,
met een oneindig vertrouwen;
want Gij zijt mijn Vader.
Het valt niet mee om tot deze zielengrootheid uit te groeien, maar mogen wij, beetje bij beetje, ervaren, dat we – doorheen alle wederwaardigheden van dit leven – geborgen zijn in de palm van zijn hand … als wij onszelf uit handen geven en ons met hart en ziel aan Hem toevertrouwen.
God is aanwezig
in ieder goed mens die van je houdt,
die je de moeite waard vindt,
die met je meegaat en bij je blijft
als de avond valt ...
God kijkt je aan
door de zachte ogen van ieder mens,
die begrip voor je heeft.
Hij is aanwezig in ieder goed woord
dat een troost en een steun voor je is.
Hij is de hand op je schouder,
die je moed geeft
en je liefdevol terechtwijst
als je donkere wegen gaat.
Als de liefde woont
in het hart van de mensen
is het mogelijk
dat mensen zinnig over God spreken
en elkaar verstaan.
Phil Bosmans

ZONDAG 26 FEBRUARI
Eerste VASTENZONDAG B
‘Geloof
in de Blijde Boodschap’
Op deze 1ste zondag van de veertigdagentijd horen we het einde van het verhaal van Noach bij de zondvloed: als teken van een nieuw begin spant God zijn boog in de wolken.
In de dagen van Noach was de aarde vol van mensen die alleen begaan waren met hun eigen persoontje. De wereld dreigde ten onder te gaan, er waren onheilstekenen van alle kanten.
Zo nieuw of vreemd is dat allemaal niet. Ook vandaag zien wij dreiging en onheil. Daarom is Jezus’ woord van alle tijden ook voor ons nog steeds zo hoopvol:
‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij,
bekeer u en geloof in de Blijde Boodschap’.
In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen bewezen Hem hun diensten.
Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus naar Galilea en verkondigde Gods Blijde Boodschap.
Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’
Marcus 1,12-15
‘Bekeer u
en geloof in de blijde boodschap’
Eens te meer horen we mooie beloften van Godswege: aan Noach wordt een verbond met de mensen toegezegd, en Jezus spreekt van het Rijk Gods dat dichtbij komt en zelfs midden onder ons is. Die woorden mogen vertrouwen wekken, maar ze zeggen niet: ‘Slaap nu maar rustig verder. God zorgt wel voor alles’. Dat zou een karikatuur zijn van Gods verbond en van zijn Rijk. God is niet de regisseur die de touwtjes bedient in een poppentheater waarin wij de poesjenellen zijn. Hij heeft ons vrijheid gegeven en het is aan ons om die kostbare gave van vrijheid ten goede aan te wenden, en niet te misbruiken ten koste van de andere.
Zeker, we mogen in vertrouwen leven op grond van Gods beloften, maar dit mag geen misplaatst vertrouwen zijn vanuit de lakse waanidee: ‘God doet zijn best wel, laat ons maar lekker luieren’. Zijn woorden binden ons. Ze geven ons de opdracht om ze tot waarheid en leven te maken. Dat is zo in het gewone, dagelijkse leven waarin wij voor elkaar verantwoordelijk zijn en zorg kunnen dragen voor elkaar.
En zo is het ook in de wereld van politiek en economie: ‘vrijheid’ wordt vaak misbruikt om de luxe en de rijkdom van enkelen te dienen, ten koste van uitbuiting en armoede, van oorlog en van honger. Er is zoveel onrecht, dat niet strookt met een Rijk van God onder ons. Het is schijnheilig om de oorzaak hiervan bij God te leggen, of om de zwarte piet aan God door te spelen, zoals wij mensen zo gemakkelijk doen bij leed en onheil.
Jezus zegt: ‘Bekeer u’ … en pas dan kan je geloven in de blijde boodschap. Het werken aan een andere wereld, met minder leed, met minder tranen moet dag na dag opnieuw beginnen. Als God een verbond met ons sluit, hebben ook wij iets te doen.
Alleen zo komt zijn Rijk dichtbij, alleen zo leeft het al rondom ons. Laat het daarom ook door ons groeien en dichterbij komen.
Enkele broeders van Taizé
leven sinds vele jaren in Bangladesh.
Zij delen er het leven van de armsten.
Een broeder schreef:
‘Na een orkaan vroegen de buren:
Waarom al deze rampen?
Hebben wij zo zwaar gezondigd?
Die heimelijke angst voor Gods straf
verergerde nog hun lijden.
God boezemt nooit
angst noch wanhoop in.
Hij deelt de nood van hen
die onbegrijpelijke beproevingen doorstaan
en Hij vraagt aan ons dat wij op onze beurt
de moeilijkheden van anderen verlichten.
Broeder Roger van Taizé
DOORDENKEN OP DONDERDAG
Een kind met een vogeltje
Ik zag een kind
met een vogeltje
dat uit het nest gevallen was,
beide handjes
beschuttend
rond het warme dons
en het hevig kloppend hartje.
Vandaag nog jij
en morgen ik …
zo zijn we beurt om beurt
de kleine vogel
die niet meer mee kan
in de drukke wereld van vandaag.
Zo zijn we
beurt om beurt
het kind
dat met beide handen
het zwakke leven wil beschutten
als een broze schat.
Ik zag een kind.
Het hield een vogeltje
heel teder aan z’n hart
en keek met andere ogen
naar de hemel
en de aard.
En ik dacht
wat een wonder
dat een kleine vogel
een mensenkind
veranderen kan.
Manu Verhulst
ASWOENSDAG

Aswoensdag – 22 februari 2012
‘Gedenk, mens, dat ge stof zijt’
Met aswoensdag en het askruisje beginnen wij aan onze jaarlijkse vasten. Wat dit vasten zal inhouden, moet elk van ons in geweten bepalen. Uiterlijke praktijken zijn daarbij niet het belangrijkste, maar hooguit tekenen. HERBRONNING en VERSTILLING, daar gaat het om. LUISTEREN naar wat God ons wil zeggen. Ons LATEN omvormen en zo omgekeerd worden.
Vasten is eerder ondergaan dan presteren; eerder laten gebeuren, dan doen.
Toelaten dat het Woord van God in ons kan wonen. En dan dit Woord van God niet
angstvallig in onszelf besloten houden. Maar, stil geworden en veranderd door
dit Woord, op zachte en geduldige wijze leven, tussen de mensen die ons gegeven
zijn.
Veertig dagen
Gij laat U vinden en brengt nieuw leven
na veertig dagen zondvloed
die alles nieuw zou maken
voor Noach en de zijnen
Gij laat U vinden en brengt nieuw leven
na veertig dagen wachten
van Mozes op de berg:
Ik zal er altijd zijn
Gij laat U vinden en brengt nieuw leven
na veertig dagen roepen
van Jona tot die van Ninive
die U nog niet kenden
Gij laat U vinden en brengt nieuw leven
na veertig dagen van woestijn
waar Jezus tot U bad:
een mens leeft niet van brood alleen
Gij laat U vinden en brengt nieuw leven
veertig dagen lang
waar elke mens zijn brood verdeelt
en door uw Geest gezegend
zoveel kwaad en kwalen
in deze wereld heelt
Marcel Verhelst



