ZONDAG 26 FEBRUARI
Eerste VASTENZONDAG B
‘Geloof
in de Blijde Boodschap’
Op deze 1ste zondag van de veertigdagentijd horen we het einde van het verhaal van Noach bij de zondvloed: als teken van een nieuw begin spant God zijn boog in de wolken.
In de dagen van Noach was de aarde vol van mensen die alleen begaan waren met hun eigen persoontje. De wereld dreigde ten onder te gaan, er waren onheilstekenen van alle kanten.
Zo nieuw of vreemd is dat allemaal niet. Ook vandaag zien wij dreiging en onheil. Daarom is Jezus’ woord van alle tijden ook voor ons nog steeds zo hoopvol:
‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij,
bekeer u en geloof in de Blijde Boodschap’.
In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen bewezen Hem hun diensten.
Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus naar Galilea en verkondigde Gods Blijde Boodschap.
Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’
Marcus 1,12-15
‘Bekeer u
en geloof in de blijde boodschap’
Eens te meer horen we mooie beloften van Godswege: aan Noach wordt een verbond met de mensen toegezegd, en Jezus spreekt van het Rijk Gods dat dichtbij komt en zelfs midden onder ons is. Die woorden mogen vertrouwen wekken, maar ze zeggen niet: ‘Slaap nu maar rustig verder. God zorgt wel voor alles’. Dat zou een karikatuur zijn van Gods verbond en van zijn Rijk. God is niet de regisseur die de touwtjes bedient in een poppentheater waarin wij de poesjenellen zijn. Hij heeft ons vrijheid gegeven en het is aan ons om die kostbare gave van vrijheid ten goede aan te wenden, en niet te misbruiken ten koste van de andere.
Zeker, we mogen in vertrouwen leven op grond van Gods beloften, maar dit mag geen misplaatst vertrouwen zijn vanuit de lakse waanidee: ‘God doet zijn best wel, laat ons maar lekker luieren’. Zijn woorden binden ons. Ze geven ons de opdracht om ze tot waarheid en leven te maken. Dat is zo in het gewone, dagelijkse leven waarin wij voor elkaar verantwoordelijk zijn en zorg kunnen dragen voor elkaar.
En zo is het ook in de wereld van politiek en economie: ‘vrijheid’ wordt vaak misbruikt om de luxe en de rijkdom van enkelen te dienen, ten koste van uitbuiting en armoede, van oorlog en van honger. Er is zoveel onrecht, dat niet strookt met een Rijk van God onder ons. Het is schijnheilig om de oorzaak hiervan bij God te leggen, of om de zwarte piet aan God door te spelen, zoals wij mensen zo gemakkelijk doen bij leed en onheil.
Jezus zegt: ‘Bekeer u’ … en pas dan kan je geloven in de blijde boodschap. Het werken aan een andere wereld, met minder leed, met minder tranen moet dag na dag opnieuw beginnen. Als God een verbond met ons sluit, hebben ook wij iets te doen.
Alleen zo komt zijn Rijk dichtbij, alleen zo leeft het al rondom ons. Laat het daarom ook door ons groeien en dichterbij komen.
Enkele broeders van Taizé
leven sinds vele jaren in Bangladesh.
Zij delen er het leven van de armsten.
Een broeder schreef:
‘Na een orkaan vroegen de buren:
Waarom al deze rampen?
Hebben wij zo zwaar gezondigd?
Die heimelijke angst voor Gods straf
verergerde nog hun lijden.
God boezemt nooit
angst noch wanhoop in.
Hij deelt de nood van hen
die onbegrijpelijke beproevingen doorstaan
en Hij vraagt aan ons dat wij op onze beurt
de moeilijkheden van anderen verlichten.
Broeder Roger van Taizé












