ZONDAG 8 JANUARI 2012

Driekoningen – 8 januari 2012
Feest van de Openbaring
Driekoningen!
De wijzen uit het Oosten volgden een ster, het was hun houvast. Ook wij zoeken houvast in ons leven, sterren, die ons de goede weg wijzen.
En die licht en warmte geven als kou en duisternis in ons de bovenhand hebben.
Of die voor rust en vrede zorgen als we onzeker zijn.
Wij hopen op wondere dingen, die ons iets van God laten vermoeden en ons dichter bij Hem brengen.
Toen Jezus te Betlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.’
Toen koning Herodes dit hoorde werd hij verontrust en heel Jeruzalem met
hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk
bijeen en legde hun de vraag voor waar de Christus moest geboren
worden.
Zij antwoordden hem: ‘Te Betlehem in Juda. Zo immers staat er
geschreven bij de profeet: En gij Betlehem, landstreek van Juda, gij
zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal
een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk
Israël.’
Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en hij vroeg hun nauwkeurig
naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar
Betlehem met de opdracht: 'Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind, en wanneer gij het
gevonden hebt, bericht mij het dan opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.’
Na de koning aanhoord te hebben vertrokken zij. En zie, de ster die
zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de
plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan.
Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te
keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Matteüs 2,1-12
‘LANGS EEN ANDERE WEG’
Een mooi kerstlied zingt, met de woorden van het engelenkoor, uit het geboorteverhaal van Lucas: ‘Vrede op aarde aan alle mensen, die van goede wille zijn.’
‘Van goede wille zijn’, is ontvankelijk zijn voor God en zijn genade. En vanuit die genade doen wat Jezus ‘zalig’ noemt in zijn Bergrede.
Mensen van goede wil zijn zalige mensen. Ze ontvangen Gods vrede en zien het goede, dat leeft in andere mensen. Zo brengen zij zelf ook vrede. En door hen zullen anderen ‘langs een andere weg’ leren gaan. Zoals de wijzen een andere weg kozen, na het zien van het kind in de kribbe.
De wijzen zochten met een ster een koning op een troon. Hooggezeten. Iemand om naar op te kijken. Ze vonden een kind in een kribbe. Ze moesten naar beneden kijken. Die nieuwe invalshoek toonde de andere weg, die ze moesten gaan.
Ook wij zoeken het vaak bij de sterren en de sterken, terwijl God bovenal zichtbaar wordt in wat zwak, kwetsbaar en misschien gekwetst is. Eens we dat begrepen hebben, zullen ook wij een andere weg gaan om thuis te komen.
Welke weg?
‘Gods wegen zijn de wegen die Hij zelf is gegaan en die wij met Hem moeten gaan’, schreef Dietrich Bonhoeffer. Jezus kwam als een kind, niet als een koning. Alleen vanuit het onmogelijke kan de wereld vernieuwd worden.
Vanuit het onooglijke.
(Geïnspireerd door een kerstbezinning van Mark Van de Voorde)
Als 't Nieuwjaar is
- 't is schoon om zien -
schijnt elke mens een maatje groter,
de gebaren wat ruimer,
de glimlach veel breder.
Als 't Nieuwjaar is
- 't is schoon om horen -
wordt elke mens een beetje kleiner
met meer en mooiere voornemens in de mond
en wat uitgesproken spijt.
Als 't Nieuwjaar is
- 't is goed om voelen -
wordt elke mens een beetje week van binnen,
zou hij ieder willen kussen en omhelzen
en ieder mens het beste wensen.
Manu Verhulst












