ZONDAG 27 NOVEMBER 2011

1ste Adventszondag
B – 27 november 2011
‘Verheft uw hart, weest welgemoed’
Van oudsher staat de 1ste zondag van de advent in het teken van de waakzaamheid: ‘wees waakzaam! word wakker!’
Wij kunnen inderdaad ingedommeld zijn, alleen nog uit routine handelen, zonder enige bezieling, of onbewust meedrijven op de golven van de heersende opvattingen.
Daarom dat telkenjare deze oproep weerkeert: ‘Ontwaak, wees waakzaam, word wakker’, laat je niet in slaap wiegen in de dagelijkse sleur!
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
‘Weest op uw hoede, weest waakzaam; want gij weet niet wanneer het
ogenblik daar is.
Het is ermee als met een man die in het buitenland vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak aangewezen en de deurwachter bevolen waakzaam te zijn.
Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes
komt, ‘s avonds laat of midden in de nacht, bij het hanengekraai of
‘s morgens vroeg. Als hij onverwachts komt laat hij u dan niet
slapend vinden.
En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam!’
(Marcus 13,33-37)
Wees waakzaam
Openheid, ontvankelijkheid, verwachting en waakzaamheid, zijn de deugden van de advent. Ze zijn zeldzaam in onze tijd van activisme en dadendrang met efficiëntie, prestige en prestatie.
Het belangrijkste is niet datgene wat we zelf doen, maar wel datgene wat ons dagelijks wordt geschonken: ons leven met zijn vele kansen, de goedheid en de liefde, die wij ontvangen, de vreugde in het gezin en bij vrienden, het geduld en de moed bij ziekte, de vrede in ons hart. ‘Je kunt het geluk niet maken, de Heer geeft het zijn vrienden, zomaar, in hun slaap.’ zegt de psalm.
Deze vorm van ontvankelijkheid vraagt dat we opnieuw stil kunnen worden, wachtend, wakend en biddend, attent voor datgene waar het echt op aan komt: de aanwezigheid van Jezus in ons midden. De woorden van de advent ‘Wees waakzaam’ zijn niet dreigend. Ze zijn in de eerste plaats bemoedigend: let erop dat je Zijn aanwezigheid wel opmerkt!
Zijn komst in ons midden wakend en biddend verwachten, wil niet zeggen dat wij ons afkeren van de wereld. Het betekent wel dat we Hem ontdekken in die wereld, dat we de tijd nemen om Hem te zoeken en te zien. Hij kan tot ons komen in de stilte van een kerk of de rust van de natuur; Hij kan bij ons zijn in het gelaat van een mens in nood of van een mens, die goed is. Het betekent ook dat wij bereid zijn om Jezus voor andere mensen tot leven te brengen, zodat zij Hem kunnen zien in ons, door ons.
‘Kom, Heer Jezus, kom…’ met deze woorden eindigt de Apocalyps of de Openbaring van Johannes. Mogen die woorden in deze advent wat meer ook onze woorden worden, wakend, stil en biddend.
‘Kom, Heer Jezus, kom…’
Iemand stelde eens deze vraag:
‘Kan je me zeggen, advent, wat is dat nu eigenlijk?’
En de andere, die niet eens zo geleerd was, antwoordde:
‘wacht tot het heel donker is, vanavond;
open dan de deur van je huis,
kijk een tijdje in de koude, donkere nacht,
en ga dan op weg naar de zon,
met een groot geloof
dat licht en warmte toch zullen komen.
Zo is de advent…’, zei hij.
Vol vertrouwen verlangen
naar de komst van Jezus op aarde,
als licht en warmte voor ons leven en onze wereld,
en met veel geduld daarop blijven hopen.
Het is zelfs een beetje durven dromen,
zoals in een simpel lied voor de advent gezongen wordt:
‘Advent is dromen dat Jezus zal komen,
dromen van vrede voor mensen van heden.’
Altijd weer geloven dat het toch mogelijk is,
die verandering van ons leven en van onze wereld,
die begonnen is met de geboorte van een Kind
in een stal.
Altijd weer geloven dat er mensen zijn en zullen zijn,
die niet kiezen voor rijkdom en macht,
voor geweld en verdrukking…
maar voor zijn Rijk
van waarheid, heiligheid en liefde,
gerechtigheid en vrede….
Bron onbekend








