ZONDAG 6 NOVEMBER 2011
32ste ZONDAG A – 6 november 2011
‘De Wijsheid is op zoek naar mensen’
Zoveel meningen en ideeën komen op ons af. Soms heel dichtbij, in onze eigen familie, maar zeker in de media en de ‘boekskes’. En ook wel in de woorden van Jan Modaal, de ‘man in de straat’.
De mooie, eerste lezing spreekt van de ware wijsheid, die tot ons kan komen, misschien in alle stilte, tussen het vele lawaai dat ons overdondert.
Een woord van Sigmund Freud kan bemoedigen hierbij: ‘De stem van de waarheid klinkt zacht, maar zij houdt niet op te spreken tot zij gehoord wordt.’
Eerste Lezing uit het boek Wijsheid
Schitterend en onvergankelijk is de Wijsheid. Ze laat zich gemakkelijk zien aan wie haar liefheeft, ze laat zich vinden door wie haar zoekt; wie naar haar verlangt leert haar dadelijk kennen.
Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken, wordt niet moe: hij vindt haar pal voor zijn deur.
Een mens kan zijn verstand niet beter gebruiken dan door aan haar te denken. Wie om haar wakker ligt zal spoedig vrij van zorgen zijn.
De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn, ze treedt hun welwillend tegemoet en vertoont zich aan hen in elke gedachte.
(Wijsheid 6,12-16)
De wijsheid is op zoek naar mensen
Kennis, wetenschap, techniek. En wijsheid. Een oud grapje kan ons wat leren. In Afrika wandelde een blanke eens langs de grote meren. Aan het strand lag een zwarte te niksen. Dat irriteerde de westerling. ‘Goede man,’ zei hij: ‘je kan je tijd toch beter gebruiken. Koop een vislijn en ga vissen. Nadien kan je met vier, vijf lijnen werken. Later ga je knechten hebben, winst maken, boten kopen, een fabriek bouwen en rijk zijn.’ ‘Je hebt gelijk’, zei de zwarte, ‘en wat kan ik dan doen met al dat geld, als ik zo rijk ben.’ ‘Toch simpel’, zei de blanke: ‘je kan zeker een maand vakantie nemen, naar Afrika komen, en een hele maand luieren.’ ‘Weer heb je gelijk’, zei de zwarte. En hij ging lekker verder niksen aan het meer.
Van in de vroegste tijden is de mens op zoek naar kennis. De laatste eeuwen brachten een stroomversnelling, en na WO II is het allemaal nog vlugger gegaan. Toch wijzen vele studies erop dat de mens zich vandaag minder gelukkig voelt. Onze kennis heeft meer welvaart gebracht. Maar de wijsheid – en de vreugde – lijken in de verdrukking. We voelen de nood aan een betere wereld, aan andere mensen, die ware wijsheid tonen.
Hier ligt een grote taak voor de godsdienst. Die wijze mensen zullen mensen zijn die God aanwezig stellen, zoals Hij zichtbaar werd in Jezus, gegeven en gebroken. Zij zullen bezield zijn door een nieuwe Geest van Liefde.
Er zijn mensen nodig, die leven vanuit een diep ontzag voor God. Mensen die recht doen aan de minsten en niet zwijgen voor kwaad en onrecht. Mensen die onkreukbaar zijn, doodeerlijk en ingoed. Mensen die een wijsheid tonen die geneest en vreugde brengt.
Dat zijn alleen maar mooie dromen, zullen velen zeggen. Laten wij dan eens denken aan een spreuk van ‘Bond zonder Naam’: ‘Wees eens anders, er zijn al zoveel dezelfden.’
Heer, ik bezit in overvloed alles
wat ik voor mijn leven nodig heb.
Ik denk aan allen die in ellende leven.
Ik heb geen gebrek aan kleding.
Ik denk aan allen die het koud hebben
en allen die niet voldoende kleding en dekking hebben.
Ik heb schoenen aan mijn voeten
en denk aan naakte voeten
op de straten en in het stof van de wereld.
Ik ben gezond en heb een dokter.
Ik denk aan de zieken
en aan allen die sterven,
omdat niemand naar hen omziet.
Ik leef in vrede
en denk aan allen
die verpletterd en vernietigd worden
door onmenselijke oorlogen.
Ik sta voor U als uw kind.
Ik denk aan allen die wanhopen
omdat ze U niet kennen,
U, die Vader zijt van alle mensen.
Missio – Gebedenboek









