WOENSDAG IN DE GOEDE WEEK

‘Wat krijg ik van u als ik Hem aan u uitlever?’
Matteüs 26,15
Eigenlijk lezen we vandaag in het evangelie hetzelfde verraad van Judas, met enig verschil in de weergave. Matteüs verklaart het verraad van Judas vanuit platvloers eigenbelang: Judas verkoopt zijn ziel, zijn geweten voor geld. Over het eigenbelang als motief lazen we ook vorige zaterdag al, maar dan in de woorden van de hogepriester Kajafas: ‘Besef toch dat het in jullie eigen belang is …’ (Johannes 11,50)
Bij Johannes is de benadering anders. Een achttal keren wordt in zijn evangelie over Judas gesproken, en telkens wordt daarbij op een of andere wijze toegevoegd: ‘die Hem later zou verraden’. Het sterkst gebeurt dit aan het einde van het zesde hoofdstuk, de zo mooie maar ook zo moeilijke ‘broodrede’, na het wonder van het ‘breken en het delen’. Jezus spreekt over zichzelf als ‘voedsel voor het leven van de mensen. Velen verlaten Hem dan. Waarop Jezus vraagt: ‘willen jullie soms ook weggaan’. In naam van de twaalf antwoordt Petrus: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan. Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.’ En dan volgt een heel merkwaardige zin: ‘Jezus besloot: ‘Ben Ik het niet die jullie, alle twaalf, heb gekozen? En toch is een van jullie een duivel.’Hiermee doelde Hij opJudas, de zoon van Simon Iskariot; die zou Hem namelijk overleveren: een van de twaalf. (Johannes 6,70-71). Johannes wekt de indruk dat Judas een boef was, die zich met kwade bedoelingen bij Jezus gevoegd had. Het verraad ligt in de lijn van zijn karakter.
We kunnen nog andere motieven verzinnen. Misschien had Judas zich in Jezus vergist: wilde Hij wel een Messias volgen, die arm, zachtmoedig en nederig was, een vriend van al wie uitgesloten en verstoten was? Was hij ontgoocheld in de ‘zaligsprekingen’, die we ‘de grondwet’ van Jezus mogen noemen? En het ‘Rijk van God’, waar Jezus voortdurend over sprak? Het is best mogelijk dat Judas een andere bevrijding en Redder, en een heel ander Koninkrijk verwacht had.
Hoe dan ook: Jezus werd verraden door iemand, die zich als zijn vriend voordeed. Zo komen we bij een duidelijk herkenningspunt: ‘als vriend of geliefde met ontrouw en verraad beloond worden’. En dan raken we een van de pijnlijkste pijnpunten, die ook vandaag door mensen ervaren worden. Hoe afgrijselijk het fysische lijden van Jezus ook was, er is ook die andere vorm van leed: in alle goedheid zelf te goeder trouw zijn en vertrouwen hebben, maar bedrogen worden.
Is Hij daarom, tot driemaal toe, onder zijn kruis bezweken?
---
Derde statie:
Jezus valt onder het kruis
Niet onder de belasting van een balk
die U teneerdrukt, is het dat Gij valt
maar onder onverschilligheid van velen
die U door alle eeuwen volgen zal.
Zevende statie:
Jezus valt voor de tweede keer
Gij ligt geveld en voelt het onvermogen
dat Gij, almachtige, toch moet gedogen,
een eeuwig ogenblik waarin het licht
van boven breekt in uw betraande ogen.
Negende statie:
Jezus valt voor de derde keer
Gij kent de aarde die Gij hebt gemaakt
en met uw breekbaar lichaam aangeraakt
wanneer Gij voor de derde keer zult vallen
en aan uw almacht andermaal verzaakt.
(Anton van Wilderode)






















