GEDICHT VAN DE WEEK - CHRISTUS
CHRISTUS
Binnen was hij er altijd, binnen
was hij familie, stond hij te boek.
Alle seizoenen hielden hem vast.
Hij hing aan het kruis, maar verrees op tijd.
Als het jaar doodging werd hij geboren.
Om te bestaan had hij niet veel nodig:
vader en moeder in de kamer,
hand op het voorhoofd, kruisje op het brood,
gesloten ogen voor en na tafel.
In latijn en gerinkel van altaarschellen
kreeg hij een kleed aan met witte zomen
en vlijden zich lammetjes om hem heen.
Zijn naam was hard, maar als monniken zongen
heette hij Jezus, begin van muziek,
en leek hij een vriend. Ach, mooi bedrog,
misschien was hij enkel het zingen maar,
de zestien kaarsen op het altaar,
misschien was hij gisteren alleen maar
de warmte van binnen, mensen bijeen.
Buiten op zee is hij gestorven,
roemloos, zonder geschiedenis.
O, in het donker van storm en regen
heb ik zijn naam nog geroepen, in doodsangst
wildweg beloofd al wat ik geleerd had
te moeten beloven in nood en berouw,
maar hij was zoek tussen golven en wolken,
nergens meer tussen hemel en aarde.
Christus, Christus, het wordt hoog tijd.
De tijd van woorden is voorbij.
Eeuwigheid staat in de nacht voor de deur.
Laat je zien nu ik jou heb verloren.
Sta uit de oude verhalen op
die thuis in het boek stonden en wees waar,
hier op de kolkende zee, de broeder
die zijn vrienden zoekt aan het water,
magere visser op het meer,
timmerman van het scheepje van Petrus.
Maak je los uit de hopen touwen
voor op het dek en kom naast me staan,
schreeuwend tegen de stormwind in:
‘Kleingelovige, weet je dan niet
dat ik de stormen kan gebieden?’
Kom tevoorschijn, ik wil leven,
hier en nu, want ander leven
later, vergeef me, vertrouw ik niet.
Michel van der Plas
De voorbije maanden werd op deze blog dagelijks een overweging geplaatst, die aansloot bij de lezingen in de eucharistie van de dag. Dit was evenwel niet het oorspronkelijke opzet, maar is door omstandigheden zo geworden.
Vanaf vandaag wordt het originele opzet opnieuw opgenomen, zoals dat ook in de titel en de ondertitel van de blog vermeld wordt: ‘Doorheen de dagen’ – ‘Ervaringen besproken’. Binnen het raam van dit opzet was er voorheen reeds het verslag van mijn reis naar Bahia, in het Noordoosten van Brazilië. Dit verslag is overigens nog steeds beschikbaar in het archief van deze blog, met name in de periode tussen 12 januari en 10 februari 2010.
Een nieuwe aansluiting bij het originele opzet van de blog begint dan met een gedicht van de week: ‘Christus’, van Michel van der Plas. Dit gedicht werd reeds eerder hier opgenomen, met name op 6 april van dit jaar, dat was de dinsdag van de Paasweek.
Voor mij is het één van de mooiste, zoniet het mooiste Christus-gedicht, dat ik ken. Misschien niet meteen het gemakkelijkste om het bij een vlugge lezing meteen te waarderen, maar wel met een rijke inhoud, die pas na enig ‘herkauwen’ duidelijk wordt. Daarom zal dit gedicht ook de volgende dagen regelmatig aan bod komen.
Bij de lezing van een gedicht is het – vanzelfsprekend – altijd beter om zelf de inhoud te ontdekken. Ik hoef niet te dicteren wat jullie dienen te vinden! Maar de ervaring heeft mij geleerd dat het nuttig kan zijn om af en toe een eindje op weg te zetten. Voor dit gedicht van Michel van der Plas zou ik dat op deze wijze willen doen.
Het gedicht handelt helemaal niet over de historische Jezus of over de verheerlijkte Christus, maar wel over de aanwezigheid van het geloof in Jezus tijdens drie grote perioden van een mensenleven: kindertijd, puberteit en volwassenheid. Elke strofe bespreekt met klare, rijke beelden een van deze perioden. Heel wat mensen zullen in een of ander beeld een stukje uit hun persoonlijke geschiedenis vinden. Veel leesgenot op je persoonlijke ontdekkingstocht!
P.S. Vanzelfsprekend zullen ook in de toekomst meditaties over Bijbellezingen blijven verschijnen. Die behoren nu eenmaal ook tot ‘ervaringen doorheen de dagen’!
















