Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

ZACHTMOEDIGHEID

KRISKRAS

 

ZACHTMOEDIGHEID !

 

Er is geen woord dat beter in staat is,

die gestemdheid en gesteldheid

voor het bestaande te vertolken,

die de dingen en de levenden ontziet

en door ze te ontzien

laat reiken tot de bloei van hun verschijning.

 

De zachtmoedigheid is

het weet hebben

van de breekbaarheid van de dingen,

van de teerheid van de planten,

van de kwetsbaarheid van de dieren

en van de eenzaamheid van de mensen.

 

Het hart van de zachtmoedigheid is klein

want het is gauw ontroerd. 

Maar het is tegelijk groot

want het kan alles wat bestaat

in zich bevatten

en in zijn armen omhelzen.

 

De zachtmoedigheid ten aanzien van de mensen

is het weet hebben

van hun eenzaamheid

– wijze waarop de kwetsbaarheid van het levende

zich in de mens onthult –

en is daarom 

tederheid

  1.  

Laten wij zacht zijn voor elkaar

want het leven is

een onduldbare pijn.

 

Ton Lemaire: ‘De tederheid’

 



2525374-e5cfc91e1256f27dfa2709401ef74cd8.JPG

2525374-b6f3a999221f67e01ef247c29e0d291a.JPG

2525374-4a5a23d409193463a0bab91a055c3ed2.JPG

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 14:41 Reageer op dit bericht

ZONDAG 29 JANUARI 2023

BIJ DEZE VIERDE ZONDAG A - GELUKKIG ZIJN ZIJ ... 

Geluk is een toverwoord dat ons sterk aanspreekt. Maar wat we eronder verstaan kan nogal verschillen. Ook als al onze materiële noden voldaan zijn, blijft er nog steeds dat verlangen naar méér, naar anders, naar dieper. Een onrust, die vraagt om een meer dan materiële voldoening.

Jezus reikt ons vandaag enkele zalige woorden aan op de weg naar diepmenselijk geluk. Hij noemt een aantal zaligheden die in Zijn Koninkrijk gelden. En die staan nogal haaks op wat wij veelal onmiddellijk betrachten.

 

`Gelukkig die arm van geest zijn …  

Gelukkig die verdriet hebben …

Gelukkig die zachtmoedig zijn …

Gelukkig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid …

Gelukkig die barmhartig zijn …

Gelukkig die zuiver van hart zijn …

Gelukkig die vrede brengen …

Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid …

(Matteüs 5,3-12)

 

Als we deze gekende woorden, nog eens opnieuw lezen valt het weer op hoezeer de levenswijsheid van Jezus in strijd is met de wijsheid van deze wereld.

In een wereld waar geld en macht overheersen, wijst Jezus ons op de geest van armoede. Hij prijst niet de onmenselijke ellende, het onrecht, de honger, de kindersterfte; wèl de geest van onthechting en innerlijke vrijheid. Hij wijst af wie enkel voor zichzelf leeft, enkel op zichzelf rekent, met zijn geld, zijn macht, zijn verstand, zijn talenten.

In een tijd, die uit is op plezier, zegt Hij: ‘zalig de treurenden…’. Ook het verdriet wordt niet om zichzelf geprezen en wij moeten het leed niet zoeken of koesteren. Maar de volkomen vreugde, het volkomen leven van het Rijk van God reikt verder dan wat deze wereld kan bieden: ons leven blijft altijd beneden de maat van ons verlangen. Laten wij dan niet verloren lopen in oppervlakkige voldoening, maar geloven dat onze diepste levenspijn ooit zal genezen worden.

In een harde wereld komt Jezus op voor de schoonste en edelste menselijke gevoelens: ‘zalig, die zachtmoedig zijn… zalig, die barmhartig zijn’. Jezus prijst de mensen, die oog hebben voor het leed en de eenzaamheid van de anderen, en daar geen misbruik van maken. Hij prijst de mensen met een warm hart, die mensen, die eenvoudigweg goed zijn en de anderen graag zien, ook mèt en ondanks hun tekorten. 

Zalig wie vervolgd worden om Jezus’ Naam! Het geldt niet alleen voor vroeger. Velen worden uitgelachen om hun geloof, vandaag misschien meer dan ooit. Het is niet altijd makkelijk om uit te komen voor ons geloof. Laten we niet aarzelen om te kiezen voor wat goed is, ook als men ons als naïevelingen beschouwt of bestempelt.

De zaligsprekingen zijn visioenen en zulke visioenen hebben we nodig. Het is er nog niet, dat koninkrijk van God, met waarheid, heiligheid, liefde, met gerechtigheid en vrede. Maar het wenkt aan de horizon en het sluimert in onze diepste dromen.

Het is er nog niet, dat visioen, maar: ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’, schreef de grote theologe Dorothée Sölle.

En het visioen komt dichterbij als wij werken aan dat koninkrijk van zaligheid voor vele, vele mensen.

 

'Wie zal zeggen, of datgene wat wij hopen ook bestaat?

Het is ermee als met de wegen op aarde.

Eerst waren er geen wegen, maar ze ontstonden,

toen vele mensen in dezelfde richting gingen'

(Lee Sjuun)



2524881-3091b9d1d354ec584921c1deb7023002.JPG

2524881-dfd47c19a60da5d3fcceaf3b5a23b616.JPG

2524881-96aa9729da1e1e4aa0cd542cac20133b.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:24 Reageer op dit bericht

AFSCHEID

VER-DICHT

 

AFSCHEID

 

Het bos dat ik niet meer zie

is het bos dat ik in de aarde

van mijn geheugen bewaarde

met varens tot aan de knie.

 

Ik blijf wel de schoolknaap die

in schuilhoeken van geblaarte

onmetelijk moed vergaarde

en longen vol poëzie.

 

Ik ben om het even wie

maar ik adem mijn eigen aarde.

 

(Anton van Wilderode)



2524331-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2524331-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2524331-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2524331-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 14:54 1 reactie Reageer op dit bericht

DE WERKERS VAN HET ELFDE UUR

KRISKRAS

 

‘In de metro was de kaartjescontroleur de kaartjes aan het knippen, in plaats van ze te bekijken. Deze nieuwe bezigheid toelichtend wees de kaartjesknipper er op, dat zelfs de regels van de metro tegenwoordig aan het veranderen waren, juist als de politiek, want er was nu geen eerste klas meer en dus waren er geen kaartjescontroleurs meer nodig. Hij zei evenwel, dat hij gehoord had, dat ze binnenkort de regels weer eens zouden veranderen en dat er dan weer wel een eerste klas zou zijn. En de kaartjescontroleur vroeg of er geen kans was, dat ze de regels van de godsdienst tijdelijk veranderden om de gelovigen eens te laten uitblazen. Maar de abbé zei, dat het moeilijke van de godsdienst was, dat er nooit uitgeblazen werd en dat je de hele weg derde klas moest reizen.

 

De trein ratelde voort door de tunnel …

 

… en de muren zongen espère, espérons, espérez, maar de abbé kon de letters niet zien. Het kleine meisje zat naast hem met de kat in het mandje op haar knie en de abbé zat met zijn koffer op zijn knie. Tegenover hen zat een dikke oude vrouw, die tegen het meisje glimlachte. De kat was een poosje rustig en de abbé voelde zich onbehagelijk om daar te zitten en niet met het meisje te praten.

 

‘Hoe heet jij?’, vroeg hij aan het meisje.

‘Mijn naam is Armelle’, zei het kleine meisje.

‘Dat is een erg mooie naam,’ zei de dikke mevrouw aan de overkant.

 

Maar abbé Gaston luisterde al niet meer.

 

Ofschoon er geen bovennatuurlijke betekenis gehecht kon worden aan deze coïncidentie, dacht hij aan de andere Armelle en hoe ze er als een madeliefje had uitgezien wanneer ze over het gras liep in haar kleine witte jurk met haar kleine-meisjes-haar opgebonden met een lichtblauw lint. En aan Otto Braunschwig en aan Rachel en de majoor en aan kanunnik Litry

 

en aan al die mensen die God van de abbé had weggenomen …

… dacht hij eveneens, en ook of God hen oud of jong zou doen verrijzen op de laatste Oordeelsdag.

 

‘De trein ratelde voort door de tunnel, maar de abbé lette niet op de stations, want hij dacht na over Gods geheimen en hoe weinig hij er van begreep.

 

Een ervan meende hij evenwel te begrijpen, en dat was waarom de werkers in de wijngaard allemaal een tienling kregen, of ze nu de hitte van de dag gedragen hadden of niet. Hij geloofde dat het was, omdat zoveel van de arbeid zijn eigen beloning was, juist zoals zoveel van de wereld zijn eigen straf was.

 

Abbé Gaston besefte plotseling dat hij als priester zeer gelukkig geweest was. En zelfs nu, nu hij blind en kreupel was, nu hij kilometers epistels en evangelies uit zijn hoofd moest leren, zelfs nu wist hij dat hij gelukkig zou zijn, als inwonend kapelaan bij de zusters.

 

Abbé Gaston lachte bijna hardop toen zijn kat, Sint-Joannes van het Kruis, begon te miauwen. ‘Het is een poes’, legde hij onnodig uit aan de dikke vrouw aan de overkant.

 

De trein ratelde voor door de tunnel.

 

Abbé Gaston begon in stilte te bidden, voor zes Trappisten, die in China vermoord waren, maar ook voor de rest van de wereld bad de abbé: dat de Heer Jezus zich voorover mocht buigen en de wereld mocht aanraken en gladstrijken.’

 

Bruce Marshall: ‘De werkers van het elfde uur’, pp.314- 315

(Vertaald uit het Engels: ‘To every man a penny’, 1949)

 



2524173-0df9c939d9558be29d0e0b9ad55980a3.JPG

2524173-f89a416c5f06c022f6440db72632a667.JPG

2524173-8de70dac2bdcb23f0fdd04d31d835a93.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:28 Reageer op dit bericht

VERDICHT CHRISTUS

VER-DICHT

CHRISTUS

 

Binnen was hij er altijd, binnen

was hij familie, stond hij te boek.

Alle seizoenen hielden hem vast.

Hij hing aan het kruis, maar verrees op tijd.

Als het jaar doodging werd hij geboren. 

Om te bestaan had hij niet veel nodig:

vader en moeder in de kamer,

hand op het voorhoofd, kruisje op het brood,

gesloten ogen voor en na tafel.

In latijn en gerinkel van altaarschellen

kreeg hij een kleed aan met witte zomen

en vlijden zich lammetjes om hem heen.

Zijn naam was hard, maar als monniken zongen

heette hij Jezus, begin van muziek,

en leek hij een vriend. Ach, mooi bedrog,

misschien was hij enkel het zingen maar,

de zestien kaarsen op het altaar,

misschien was hij gisteren alleen maar

de warmte van binnen, mensen bijeen.

 

Buiten op zee is hij gestorven,

roemloos, zonder geschiedenis. 

O, in het donker van storm en regen

heb ik zijn naam nog geroepen, in doodsangst

wildweg beloofd al wat ik geleerd had

te moeten beloven in nood en berouw,

maar hij was zoek tussen golven en wolken,

nergens meer tussen hemel en aarde.

 

Christus, Christus, het wordt hoog tijd. 

De tijd van woorden is voorbij.

Eeuwigheid staat in de nacht voor de deur.

Laat je zien nu ik jou heb verloren.

Sta uit de oude verhalen op

die thuis in het boek stonden en wees waar,

hier op de kolkende zee, de broeder

die zijn vrienden zoekt aan het water,

magere visser op het meer,

timmerman van het scheepje van Petrus.

Maak je los uit de hopen touwen

voor op het dek en kom naast me staan,

schreeuwend tegen de stormwind in:

‘Kleingelovige, weet je dan niet

dat ik de stormen kan gebieden?’

Kom tevoorschijn, ik wil leven,

hier en nu, want ander leven

later, vergeef me, vertrouw ik niet.

 

Michel van der Plas.



2522066-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2522066-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2522066-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2522066-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2522066-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:36 Reageer op dit bericht

WOORD VOOR WOORD

WOORD VOOR WOORD

MET LEED TOCH LEVEN

 

Woensdag, 11 januari 2023 – woensdag week 1 door het jaar.

 

Het is eerder zeldzaam op de weekdagen door het jaar, maar vandaag krijgen we   eenzelfde thema in beide lezingen: het lijden van onschuldige mensen. Eerst lezen we uit de brief aan de Joodse christenen, die vaak een moeilijke taal hanteert, ook vandaag is dat zo, maar de inhoud is meestal rijk en mooi: ‘Juist omdat Jezus zelf het lijden doorstaan heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan.’ (Hebreeën 2,18)

Daarna horen we, in het evangelie, hoe Jezus omgaat met lijdende mensen: Hij brengt genezing, redding, voor hen die geloven:

‘Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit‘.

Zo krijgen we vandaag de diepste menselijke vraag voorgeschoteld: ‘met leed, toch leven?'

Het is niet moeilijk om deze vraag naar ons eigen leven te vertalen: kunnen wij gesteund worden door het gelovige antwoord op deze meest ingrijpende vraag, die mensen soms jaren of tientallen van jaren kan terneerdrukken?

---

Vandaag gaat het dus over het lijden. Maar ons geloof geeft geen antwoord op de vraag naar het 'waarom' van het lijden: 'waarom laat God dit alles toe? Waarom moeten goede mensen lijden? Hoe valt het onverdiende lijden te rijmen met het geloof in een goede, almachtige God?' De vraag is verstaanbaar en we begrijpen dat mensen soms zeggen: ‘Dat heb ik het toch niet verdiend.’ Maar een verklaring van het lijden moeten we niet bij God of in geloof zoeken. Soms veroorzaken mensen zelf onnoemelijk veel leed, soms is het een gevolg van natuurrampen. Maar het is nooit zo dat God dit lijden wil. En het is dus volkomen fout om te zeggen, dat sommige mensen heel erg getroffen worden omdat zij dit verdiend zouden hebben.

 

In ons geloof – zeg maar: in de Bijbel – gaat het over een andere vraag: hoe kunnen wij het lijden een plaats geven in ons leven? Hoe kunnen wij ermee omgaan en ermee leren leven? Het antwoord hierop is niet plots, eensklaps, op een goede dag uit de hemel komen vallen. Een antwoord is heel langzaam, heel geleidelijk gegroeid.

 

Het boek Job geeft een eerste antwoord: het is ondenkbaar dat God ons zou laten vallen uit zijn goedheid en zijn trouw. Als Job het allemaal niet meer verstaat, als hij niet meer weet waarom alles gebeurt, zoals het gebeurt, mag hij blijven vertrouwen dat God met hem het goede voorheeft. Een dieper antwoord geeft het boek Job nog niet, ook al blijven er nog vraagtekens. Maar het boek Job zet reeds deze ontzaglijke belangrijke stap: je hebt het lijden dat je overkomt niet verdiend. Natuurlijk kan een of ander leed wel het gevolg zijn van eigen handelen, maar het is niet zo dat het leed dat mensen overkomt een straf is voor wat zij, openlijk of op verdoken wijze, gedaan zouden hebben Een waardevolle gedachte, die evenwel onvolledig blijft.

 

Veel later wordt dit antwoord verder uitgewerkt in het verhaal van Jezus. Wat gebeurd is met Jezus toont ons dat ons leven niet eindigt met het lijden. De genezingen, die Hij verricht kondigen dit al aan. Ze zijn als het ware een voorafspiegeling van het diepste verhaal, het diepste gebeuren met Jezus. Door wat met Jezus zelf gebeurd is, krijgt ons geloof zijn kerngedachte en zijn diepste inhoud. Ons leven is niet zinloos omwille van het lijden. Jezus is immers verrezen! Door het verrijzenisgeloof kunnen wij hoop en vreugde bewaren, ondanks het lijden. Dit is daarom nog niet gemakkelijk, en de lijdende mens roept ons op om zijn lijden te verlichten. Maar in geloof is er uitzicht, is er toekomst, is er hoop. Weumeus Buning heeft dat samengevat in de laatste strofe van zijn ‘Ballade van de dingen die niet overgaan’.

 

Princes Marie, Maria Magdalene,

Mij meer vertrouwd, als bitter zondares,

Wier donker haar door Gods licht werd beschenen,

Dan God en Jezus zelf, leer mij de les

Om in het leed een beter weg te gaan.

 

‘Vervloekt en ongezegend is het lijden

totdat men leert onder het kruis te staan,

En dat dit zo zal zijn in alle tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

Moge het ons gegeven zijn om in dit verrijzenisgeloof een heel persoonlijke weg van verwerking te vinden.



2521878-7f049d9fe4ddd00c2f514d02b993e93b.JPG

2521878-8fb0b8e339cb3f38d09135284773cf5a.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:16 Reageer op dit bericht

GELUKKIG NIEUWJAAR

VER-DICHT

 

2023

 

EEN NIEUW BEGIN DAT VERDER GAAT


Ik ben een zwerver overal,
een doler en een vagebond
en een, die uit zich zelf geen pad,
geen omkeer en geen uitweg vond.



Ik ben een napraatpapegaai,
ik ben een open spiegelrond,
des Eeuwigen gesproken woord,
het hapert in mijn stamelmond.

(Jan Hendrik Leopold)

 

ZALIG EN GELUKKIG NIEUWJAAR

 

Omer



2519936-cec1fa938187a77bf7903097f8ff6b0a.JPG

2519936-d4657e6343ddf0f432383b2f521f578b.JPG

2519936-735df12cfbb9d7d5c63e47177285b828.JPG

2519936-ec0a34e00af5d3ad05456791c403eda8.JPG

2519936-4951ad923ab3de81c642523d66a65250.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:15 Reageer op dit bericht

EEN KERSTVERHAAL VOOR DEZE TIJD

EEN KERSTVERHAAL VOOR ONZE TIJD

 

Kerstmis is … stilletjes aan mens worden…

 

Het was kort vòòr Kerstmis. In mijn verkrotte, maar veel te grote pastorie gaf ik een alcoholverslaafde man en twee weeskinderen onderdak.

Toen ik in de voormiddag thuis kwam om mijn catecheseles voor te bereiden, stond er een zwarte vrouw op mij te wachten. Ze kwam echt op een ongelukkig moment. En ik zei haar dat ik nog vòòr het eten naar mijn les over Kerstmis wilde kijken.

Toen ik aan tafel wou gaan, stond ze er nog. ‘Ik wacht tot je rustig bent’, zei ze. Ik nodigde haar uit onder het eten wat te praten. Ze vond dit uitstekend. Toen vroeg ze me of ze met haar gezin van vier kinderen in mijn pastorie mocht komen wonen, want ze wist echt niet meer waarheen.

Ik steigerde. Ik zei: ‘Het is hier al een zottekot, we wonen hier al met zijn vijven. Hoe durf je zoiets te vragen? Dat is toch niet mogelijk!’ Ik werd er wat nors van.

Na het eten gaf ik op school de les over Kerstmis. ‘Jozef en Maria waren op weg naar Betlehem. Ze zochten onderdak’, vertelde ik, ‘maar er was voor hen nergens plaats. Iedereen weigerde die arme mensen onderdak…’

Toen ik dat zo vertelde, dacht ik plotseling: ‘Komediant die je bent, je hebt zopas net hetzelfde gedaan!’ Ik kon geen les meer geven. Ik was er niet goed van. Ik ging meteen weer naar huis en liet die vrouw weten dat ze toch maar moest komen. Toen ‘mijn’ weeskinderen haar kinderen toonden waar ze moesten slapen, praatte ze wat met mij beneden.

 

Plots zei ze: ‘Pater, je begint stilletjes aan mens te worden.’

 

Dit is de dag van mijn leven geweest. Ik die dacht dat ik al lang mens was, christen, priester zelfs. Ik begon ‘stilletjes aan mens te worden’, zei deze arme vrouw, rustig en eenvoudig.

Kerstmis is het feest van de Menswording. Ik begon het te begrijpen…

 

(Uit: Victor Margot, Kinderen van de Morgenster.)

 

Victor Margot (1924-2003) was een Vlaamse missionaris van Scheut in Brazilië. In 1988 kocht hij, met de hulp van vrienden, een stuk grond in Amoreira (Brazilië) waarop hij het kinderdorp Morgenster bouwde. Een 50-tal verlaten kinderen kregen er een thuis in een familiale sfeer. Het verhaal van het kinderdorp beschreef hij in het boek ‘Kinderen van de Morgenster.’



2518674-384d635adad268ceb932fd73244033d2.jpg

2518674-a1f3e642bf4bc21e310e14968c88d37d.jpg

2518674-f5eaa543612c484438679227ef40a729.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:11 1 reactie Reageer op dit bericht

BIJ DE VIERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

BIJ DE VIERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was 
en haar niet in opspraak wilde brengen, 
dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. 

(Matteüs 1,19)

In het evangelie wordt ons weinig verteld over vader Jozef. Slechts hier en daar een klein puntje. Zo wordt hij een rechtschapen man genoemd, een man naar Gods hart. Zijn houding tegenover Maria is veelzeggend: hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij stelt zich in haar plaats en wil geen misbruik maken van de situatie. Zeker in haar tijd en cultuur is de toestand van Maria pijnlijk en delicaat. Net in die culturele context denkt Jozef allereerst aan haar, en niet aan zichzelf: hij wil geen profijt slaan uit haar moeilijkheden.

Een tweede punt: wij zijn vertrouwd met de engeltjes uit het Lucasevangelie, die aan de herders de geboorte van Jezus melden, met die warme woorden: ‘Vreest niet. Wij brengen een boodschap vol vreugde: heden is een Redder geboren.’ Ook bij Matteüs is er een kerstengel. Enkele keren verschijnt aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Telkens als er vraagtekens zijn. Die engel maakt Jozef wegwijs in Gods plan. Hij geleidt hem door zijn vragen.Zo is hij een voorbode van de bewaarengel, die zo opvallend aanwezig is in de eeuwenoude christelijke vroomheid.

En tenslotte, zoals bij Jezus is Gods eigen Geest ook  bij Jozef de geest, die zijn leven leidt. Hij wil weggaan bij Maria. In alle stilte, heel fijngevoelig om haar te ontzien. Maar God komt zelf tussen: ‘Jozef, vrees niet om Maria tot vrouw te nemen.’En Jozef krijgt de grootse taak om het kindje een naam te geven: Jezus. Letterlijk is dit: Jahwe brengt redding. God brengt bevrijding en verlossing. Uit alle situaties van onheil of verdrukking.

Moge Jozef ons aansporen om ‘rechtschapen’ te zijn, mensen naar Gods hart, en zo Gods eigen zegen rond te strooien en uit te stralen.

 

Zend ons een engel in de nacht

 

Zend ons een engel in de nacht

als alles ons een raadsel is,

als ons de zekerheid en kracht

ontvallen in de duisternis.

 

Zend ons een engel ieder uur

dat ons ontvoert van u vandaan,

wanneer wij voor de blinde muur

van uw geheime plannen staan.

 

Zend ons een engel met uw licht

in onze slaap, de metgezel

die troost brengt in het vergezicht

van God met ons, Emmanuel.

 

Zend ons in hem de zekerheid

dat u ons zelf bezoeken zult

en bij ons wonen in uw tijd,

en leer ons wachten met geduld.

 

Michel van der Plas 

(Beide foto’s werden een aantal jaren geleden genomen: 1. Aan de kathedraal van Reims. 2. In het geboortehuis van Bernadette te Lourdes.)



2517449-2f0a0e614260ffa7babd3ea86007c130.jpg

2517449-8b4233fe520f21c22907670ee53ae2a1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:02 Reageer op dit bericht

DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

 

Op deze derde zondag van de advent staan twee figuren centraal: nog eens Johannes de Doper, de profeet, die vorige week zo hard van leer trok tegen het ‘adderengebroed’, en daarnaast Jezus zelf, de barmhartigheid in persoon, die zich voorstelt als de beloofde Messias: ‘de Redder, die komen zou’. Johannes is helemaal in de war en laat aan Jezus vragen: ‘Bent U het die komen zou, of hebben we een ander te verwachten?’  

 

‘Lestmael op eenen Somerschen dagh:

Maer hoort wat ick bevalligh sagh

Van Iesus en Sint Ianneken,

Die speelden met een Lammeken.’

(Adriaan Poirters, 1605-1674)

 

Het was ook zo lief als de processie uitging en twee jongetjes ‘Jezus en Sint-Janneke’ mochten spelen. Maar Johannes is een ruige profeet met preken vol dreiging. Hij had in Jezus zijn opvolger gezien, of beter: hij worstelt met de vraag of Jezus de beloofde ‘Emmanuel’ zou zijn, die de profetie van Jesaja zou waarmaken? En dan lijkt Jezus heel anders. Hij is niet ruig, Hij is niet hard, maar de 'zachte hand' die geneest. Lammen en mensen die verlamd zijn van angst richt Hij op. En wie voor dood neerligt geeft Hij nieuw leven. Jesaja had dit gezegd over de Messias, die zou komen.

Jezus voegt er nog aan toe: ‘aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd. Bij Hem telt niet de letter van de wet, maar de goede geest: gerechtigheid, barmhartigheid, mededogen. Hij komt niet dreigen of oordelen, maar redden.

Johannes is in de war. Is dat nu die Emmanuel, die zou komen? ‘Zalig die aan Mij geen aanstoot neemt’, zegt Jezus. Hij zegt het ook aan ons, als wij in de war zijn. In de war, omdat alles donker lijkt en we alleen een zwijgende God vinden. In de war, als we vol verlangen uitzien naar iemand die het puin van deze wereld en de winter van onze kerk zal omvormen tot 'vrede en vreugde'. Maar schijnbaar verandert er niets.

Een joods verhaal kan ons iets leren. Een bedelaar ligt bij de stadspoort. Hij wacht en wacht en wacht. Die bedelaar is de Messias. ‘Op wie wacht die man?’ vraagt een jongetje aan zijn opa. En opa legt de hand op het kind en zegt dan: ‘Hij wacht op jou, mijn jongen.'

Jezus doet zoals die opa zegt. Hij wacht op ons. Het Rijk van God dat Hij belooft geeft Hij ons in handen! Maar Hij toont de weg: de weg van de omgekeerde orde: ‘Niet domineren of onderdrukken, maar dienaar worden. Wie de eerste wil zijn moet slaaf van allen wezen.'

Met deze verwachting mogen wij uitzien naar ‘Hem, die komen zou’. De wereld zal niet vanzelf anders worden. Maar wij zelf kunnen andere mensen worden. Als Jezus zijn hand op ons legt en zegt: het Rijk van God, dat wacht op jou. 

(De schilderijen zijn van Luc Blomme. De foto's werden genomen tijdens een tentoonstelling in de kerk van Moerkerke)

Daartoe is hij gekomen

 

De hele stad was voor hem uitgelopen.

Hij heeft de zieken en de hopelozen

getroost, gesterkt, genezen van hun noden.

 

De mensen zijn weer naar hun legersteden.

En hij is moe van spreken en genezen.

Hij trekt de heuvels in, hij wil alleen zijn.

 

Laat op de avond bidt hij tot zijn vader,

want er zijn nog zoveel verloren schapen.

Hij is hun herder en hij kan niet slapen.

 

Hij staat alweer, rechtop onder de sterren.

Hij moet de heuvels over, hij moet verder,

verder, naar al de kudden zonder herder,

 

naar nieuwe steden en hun synagogen,

waar bange mensen op verlossing hopen,

het woord van God, daartoe is hij gekomen.

 

Michel van der Plas



2516170-9641157a6cb48bc3e80288f89919a790.JPG

2516170-f8e9fe5915837a7d985484a6058efaa1.jpg

2516170-d385a87da270588577bc6f8b928f5a13.jpg

2516170-a06e10a20cf57a831196f97efd271496.JPG

2516170-9eeeb9ba4c88bdbd7da9d094913c1e8f.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:29 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten