Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

DINSDAG IN DE GOEDE WEEK

DINSDAG IN DE GOEDE WEEK

 

DE WEG DIE HIJ GING

 

Vijfde statie: Jezus ontmoet Simon van Cyrene

 

Een man die van het veld komt grijpt men vast

en overlaadt hem met de zwaarste last, -

is het een vonnis of een uitverkiezing,

is hij vernederd of alleen verrast?

 

Zesde statie: Jezus ontmoet Veronica

 

Een kleine vrouw die dapper naar U rende

en zonder aarzeling, een onbekende,

neemt de ikone van uw aangezicht

ten aanzien van de onbewogen bende.

 

Zevende statie: Jezus valt voor de tweede keer

 

Gij ligt geveld en voelt het onvermogen

dat Gij, almachtige, toch moet gedogen,

een eeuwig ogenblik waarin het licht

van boven breekt in uw betraande ogen.

 

Achtste statie: Jezus ontmoet de wenende vrouwen

 

Waarachtiger en eerlijker verdriet

dan wat van moeders komt bestaat er niet,

terwijl zij afzijds van de massa blijven

(de vlaspit walmend, het opverend riet!).

 

Negende statie: Jezus valt voor de derde keer

 

Gij kent de aarde die Gij hebt gemaakt

en met uw breekbaar lichaam aangeraakt

wanneer Gij voor de derde keer zult vallen

en aan uw almacht andermaal verzaakt.

 

(Anton van Wilderode)

 

(De illustraties werden ontleend aan: Jerzy Duda Gracz ‘Golgota Jasnagórska. Trzeciego Tysiaclecia’. Jasna Góra 2004)



2535953-8b26f0718656cdd3a66e0d3bf3c145b6.jpg

2535953-ea679d70292e433b40d64e37fcf46f36.jpg

2535953-3a91085e79dc2065ec40a5e88339b4eb.jpg

2535953-6f98d93d91c47b83145ae16ae9434a87.jpg

2535953-1a68df8749f3bd3c6eb7ceea94401d9d.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:16 Reageer op dit bericht

MAANDAG IN DE GOEDE WEEK

MAANDAG IN DE GOEDE WEEK

 

DE WEG DIE HIJ GING

 

Eerste statie: Jezus wordt ter dood veroordeeld

 

Ach, wij vermoeden nauwelijks of niet

uw menselijk en goddelijk verdriet

als Gij gevonnist wordt en afgewezen

door alle vrienden die Gij niet meer ziet.

 

Tweede statie: Jezus neemt zijn kruis op

 

Verraden en verloochend en gehoond

gegeseld en met koningsdoorn gekroond

wordt Gij, waarbij de liefdelozen toezien,

geschonden aan uw schepselen getoond.

 

Derde statie: Jezus valt onder het kruis

 

Niet onder de belasting van een balk

die U terneerdrukt, is het dat Gij valt

maar onder onverschilligheid van velen

die U door alle eeuwen volgen zal.

 

Vierde statie: Jezus ontmoet zijn moeder

 

Zij staat en wacht te midden van de weg

en niemand zal vernemen wat zij zegt

(de zachtste woorden binnenwaarts gesproken,

de eerste rozen op zijn pad gelegd!)

 

(Anton van Wilderode)

 

(De illustraties werden ontleend aan: Jerzy Duda Gracz ‘Golgota Jasnagórska. Trzeciego Tysiaclecia’. Jasna Góra 2004)



2535884-610f724b13a131ff351a9dfe594e67e4.jpg

2535884-312dfa48e05a98381f67557f2582bb1a.jpg

2535884-bfda91c08c64120c0358e9557c95c687.jpg

2535884-6e2c06a789a1ea929a82fe2c9d68452e.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:25 Reageer op dit bericht

EEN OVERWEGING BIJ PALMZONDAG

2 APRIL 2023 – PALMZONDAG 

‘KONING OP EEN EZELTJE’

 

De lijdensweek – de goede week – begint met palmzondag nog op feestelijke wijze. Bij zijn ‘blijde intrede’ in Jeruzalem vieren we Jezus als koning van de vrede. Maar meteen wordt al duidelijk dat zijn koningschap anders is: Hij wil geen trotse heerser zijn, maar komt de stad binnen op een ezeltje, het lastdier van de armen, de kleinen. Bij hen wil Jezus zijn, bij hen wil Hij thuis zijn.

 

Dat speciale gebaar – een blijde intrede op een ezeltje – is tevens een teken van zachtmoedigheid, goede wil, toenadering en vrede, net zoals de palm, die we straks mee naar huis zullen nemen en achter een kruisbeeld steken. Bij de communie van zieken of bij de laatste sacramenten van iemand in ons gezin zal een palmtakje naast het ziekbed staan. In zijn nederigheid herinnert het takje ons eraan dat Jezus ook voor ons die vrede brengt, als angst en onrust ons dreigen te overvallen.

 

Meer dan 500 jaar voor Jezus geboren werd, groeide bij de profeet Zacharias reeds het inzicht dat de waarachtige vrede niet gebracht zal worden door een machtige heerser, in een gouden koets of een Rolls-Royce:

 

Zeg tegen de dochter Sion:

zie, uw koning komt naar u toe,

zachtmoedig en zittend op een ezel,

op een veulen, het jong van een lastdier.

(Zacharias 9,9)

 

Eeuwen heeft het Joodse volk nadien nog nodig gehad, om doorheen tijden van geloof en tijden van ontrouw, zijn inzicht over de komende Messias uit te zuiveren. En dan, meer dan 5 eeuwen later, trekt Jezus Jeruzalem binnen, toegejuicht als die langverwachte vorst van de vrede.

De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had.

Ze brachten de ezelin en het veulen,

legden er kleren overheen,

en Hij ging erop zitten.

Zeer veel mensen spreidden hun kleren op de weg,

anderen sneden takken van de bomen

en legden die op de weg.

(Matteüs 21,6-7)

 

En nu, weer twintig eeuwen later, nemen wij een palmtakje in de hand, als een teken van hulde aan Christus, als die vorst van een vrede, waar mensen al zo lang naar hunkeren. Wij sluiten aan bij die eeuwenoude verzuchting en willen aangeven dat ook wij bereid zijn om, met volharding en vertrouwen, mee te gaan op de weg, die Hij gegaan is.

Vandaag vieren wij dat Hij, die wij als koning vereren, zich niet wilde vastklampen aan macht of praal of ijdele sier. Hij is door mensen vernederd, tot de dood aan een kruis. Zo volbracht Hij wat Hij altijd gezegd had: wie groot wil zijn, moet dienaar worden, en zijn leven geven aan anderen.

 

'Gij weet, dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren

en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. 

Dit mag bij u niet het geval zijn;

wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn,

en wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen,

zo­als ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden,

maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.'

(Matteüs 20,25-28)

 

Het Rijk Gods – de wereld, die God voor ogen heeft – is totaal anders dan wat we dagelijks zien, totaal anders ook dan wat wijzelf vaak nastreven. De wereld die God voor ogen heeft, dat Rijk van God, is vaak in strijd met wat normaal genoemd wordt. Dat kan ontmoedigend werken. Daarom is dat andere woord van Jezus zo belangrijk. 'De komst van het Rijk Gods kan je niet waarnemen.  Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het, of daar is het. Want het Rijk Gods is midden onder u.' (Lucas 17,20) Het goede is zelden sensationeel en haalt de krant niet. Dat ‘Rijk van God’, dat zo anders is dan wat normaal genoemd wordt, blijft vaak ongezien. Het is troostend om dat voor ogen te houden: er bestaat zoveel goeds dat onder de radar blijft … en daar is het Rijk Gods aanwezig. En daar kan een koning op een ezeltje juichend onthaald worden.

Dank aan een ezel

 

Gij met uw zachtzinnige oren

en uw geduldig gezicht:

Ik ben u zeer verplicht.

 

Dat gij het hebt aan willen horen

hoe toenmaals het is geschied;

en hoe mij de ander verried.

 

En dat ge zelfs niet hebt bewogen

mij slechts hebt getroost met uw ogen.

Dat kunnen de mènsen niet.

 

(Ida Gerhardt)



2535356-0714ef51931afb4681a72fd02520acd1.JPG

2535356-51b1f624669e4aefc737bd6f112b7be3.JPG

2535356-a27f22223297bdccc40d377e0189ee35.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:37 Reageer op dit bericht

Bij de vijfde Vastenzondag

26 maart 2023 – 5de Vastenzondag A

Lazarus, ik zeg je: sta op

 

‘Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is Hij gestorven.’ zegt Jezus ons vandaag in het evangelie. Hij had weet van Gods trouw door dood en duisternis heen, en Hij ging ons voor op die weg. In geloof en vertrouwen! Met de opwekking van zijn vriend Lazarus toont Hij reeds: ‘Mijn woorden wekken tot leven.’

 

Ik zal jullie mijn adem geven

zodat jullie weer tot leven komen.

(Ezechiël 37,14)

 

`Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven;

en iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.

…

Na dit gebed riep Hij met luide stem: `Lazarus, kom naar buiten!'

En de dode kwam naar buiten…

(Uit Johannes 11)

 

Nergens zegt Jezus: 'uw gevoel heeft u gered', of 'uw verstand heeft u gered'. Steeds zegt Hij: 'uw geloof heeft u gered'. De diepste en meest wezenlijke dingen van ons leven blijven onzichtbaar voor onze ogen, en ontoegankelijk voor ons verstand. Dan blijven alleen nog geloof en vertrouwen …

In woord en leven heeft Jezus getoond dat Hij ons geloof en ons vertrouwen waardig is.

Allereerst zijn geloof en vertrouwen pure gaven: we kunnen ze niet veroveren of bemachtigen, we kunnen deze gaven enkel ontvangen: ‘Wij staan voor U met lege handen!’

Dit vraagt een hart, dat arm en leeg geworden is, een hart, dat nederig is en bereid tot overgave. Aan zulke arme, leeg geworden mensen kan de Heer zijn gaven van geloof en vertrouwen schenken. Enkel in zulke mensen kan Hij zijn Geest leggen.

En dan kunnen we, eerlijk en oprecht, bidden:

 

Heer, God van levenden,

wij geloven dat leven en dood in uw handen liggen.

Die gedachte geeft ons hoop.

Als we iemand verliezen die ons dierbaar is,

weten wij zelf geen raad of antwoord.

Leer ons dan ook, Gij, God van levenden,

in volle overgave ons leven in uw handen leggen

en leer ons telkens weer – vol vertrouwen en geloof –

‘Uw wil geschiede’ zeggen. Amen.

 

(Gebed geïnspireerd door Toon Hermans)

 

JAN

 

Ik heb u nooit door bitterheid bedrogen,

Onder mijn huid bloeide blijmoedigheid,

Want ook de bloemen leven snel en open,

En leven heet vergankelijkheid.

 

Nu lopen vogels in de vlakte van mijn ogen.

Ik ken de onschuld van de made, ken de averij.

Dit is mijn dageraad, de moed voor regenbogen,

Gods jonge vingeren verwekken mij.

 

Ik laat u nog een zachte zomer over,

Het huis van liefde waar gij achterblijft.

Treur niet om mij, ik loop op wolken, tover

Met Peter en met Geert ons eigen paradijs.

 

          Adriaan Magerman

(in: Adriaan Magerman & Achiel Pauwels :

"Sonate. Hommage aan Paul Rutger")

 

Op de achterflap van het bundeltje lezen we: ‘Sonate. Een poëzieboekje met schetsen en gedichten, als aandenken bij leven en afscheid van BRT 2’s orgelman, Paul Rutger en zijn kinderen Peter, Geert en Jan.



2534295-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2534295-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2534295-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 08:34 Reageer op dit bericht

Bij de vierde Vastenzondag

19 maart 2023 – 4de  Vastenzondag A

‘Heer, maak dat ik zien kan’

 

Vandaag horen we hoe Jezus een blinde man geneest. De betekenis ligt voor de hand. Jezus kan ook ons genezen van een vorm van blindheid, die ons kortzichtig maakt en onze horizon verengt. Zoveel kan opgedrongen worden door mode, media of medemens. Zoveel kan ook woekeren in het eigen hart. Midden die verblinding die van buiten uit of van binnen in gevoed wordt,  kan Jezus ons begeleiden naar een oase van verpozing.  Zoals de Heilige Augustinus al wist: ‘Onrustig blijft ons hart, tot het rust vindt in U.’  

 

`Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën,

`want Hij onderhoudt de sabbat niet.'

 

Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden,

en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij:

`Gelooft u in de Mensenzoon?'

Hij antwoordde: `Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.'

Toen zei Jezus: `U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.'

`Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer.

(Je vindt het hele verhaal in Johannes 9)

 

In de genezing van de blinde man toont Jezus dat Hij licht brengt in de wereld. Als we Hem horen en zo tot geloof in Hem komen,  groeien nieuwe, andere en ruimere inzichten. En vanuit die andere inzichten wordt onze manier van leven en onze omgang met elkaar ook anders.

De Farizeeën kelderen de blinde man; ze schelden en schimpen, en menen zo groot te worden. Maar dat werkt als een boemerang: niet de blinde mens wordt afgebroken, zelf worden zij zielige schepsels! Hun hoogmoed verblindt hen en belet hen om de grootheid van die kleine mens te zien. Zijn nederige geloof ontgaat hen, en veel meer nog ontgaat hen de boodschap van Jezus: dat goedheid, mildheid en liefde ontzaglijk veel belangrijker zijn dan de letter van de wet. Hun verstokte eigenwaan maakt hen ziende blind!

En bij Jezus zien wij een mooie houding die getuigt van openheid en zielengrootheid. Hij merkt die kleine mens op, die uitgesloten wordt. Hij ziet  zijn leed en Hij gaat letterlijk mede lijden: zelf voelt ook Hij hetzelfde leed.  Hij lijdt mee en Hij draagt mee. Zozeer leeft en lijdt en draagt Hij mee dat het leed wordt opgeheven: de blinde man wordt ziende. Zo tekent deze genezing ten volle de grootheid van Jezus: Hij brengt een blijde boodschap voor de kleine, arme mens. Zo voert Hij uit wat Maria reeds in haar Magnificat had uitgezongen: ‘Hij drijft uiteen wie zich verheven wanen, en wie gering is geeft hij aanzien.’

 

Een oude rabbi vroeg aan zijn leerlingen:

'Hoe kun je het moment bepalen waarop

de nacht ten einde is en de dag begint ?'

 

'Als je uit de verte een hond van een

schaap kunt onderscheiden?'

zei een leerling.

 

'Nee,' zei de rabbi.

 

'Als je van verre een dadelboom van

een vijgenboom kunt onderscheiden?'

dacht een ander.

 

'Nee,' zei de rabbi.

 

'Maar wanneer dan?'

vroegen de leerlingen.

 

De rabbi antwoordde:

'Van zodra je

in het gezicht van een mens kunt kijken

en daarin je zuster of broeder ziet.

 

Tot dat moment is de nacht nog bij ons.'

 

(Martin Buber: ‘Chassidische vertellingen’)

 



2533364-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2533364-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2533364-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:32 Reageer op dit bericht

Bij de derde Vastenzondag

3de vastenzondag A – 12 maart 2023

‘Naar de bron van Levend Water’

 

We horen een moeilijke lezing vandaag: het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw, bij de oude waterput van Jacob. Het is een gesprek met een dubbele bodem: de vrouw denkt alleen aan gewoon water, om de dorst te lessen; Jezus echter spreekt over iets heel anders: het water is een beeld voor het volkomen leven, dat Hij ons aanreikt.

 

Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst,

maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,

krijgt in eeuwigheid geen dorst meer;

integendeel: het water dat Ik hem zal geven,

zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’

(Johannes 4,13-14)

 

Het tafereeltje, dat we zonet hoorden – het gesprek van Jezus met een Samaritaanse vrouw – speelt zich niet af in ons land maar in een dor gebied, nog net geen woestijn, waar de watervoorziening en de bevoorrading in water een reële bekommernis is. Als de regen maanden uitblijft, gaat de natuur ten onder. Je ziet het soms in de subtropen, en het is een zielig zicht, dat zelfs cactussen kunnen afsterven door de maandenlange droogte. Het gras op de weiden wordt ros, er komen kale plekken tussen, met zand dat al even ros is. De dieren kwijnen weg, gieren cirkelen in de lucht en af en toe ligt er een kadaver. Ook mensen lijden en verzwakken onder droogte en hitte.

In deze context spreekt Jezus: zoals drinkwater van levensbelang is voor plant en dier en mens, zo is Hij bron van volkomen en waarachtig Leven. Alleen bij Hem komen wij ten volle tot Leven, zonder Hem is ons leven maar een schaduw en kwijnen wij weg. Het gaat hier niet om mystiekers of grote heiligen: Jezus spreekt voor gewone mensen, zoals wij. We moeten ook niet denken aan uitzonderlijke praktijken, waarin die verbondenheid met Hem beleefd wordt. In ons dagelijkse leven kan Hij tot ons komen, en kunnen wij bij Hem zijn: door een stil gebed of een simpele gedachte doorheen de dag kan ons dagelijkse leven dieper worden.

Belangrijk is bovenal dat we Hem ontmoeten in het gewone leven zelf. Dan worden gewone dingen ongewoon, door de diepgang, die zij krijgen. De vreugden, die wij kennen, worden een geschenk uit zijn hand; en zelfs het leed, dat ons overkomt en misschien neerdrukt, wordt een geschenk. We worden meer met Hem verenigd, want ons leed en verdriet wordt een afspiegeling van het leed dat Hij zelf te dragen had.

Zelden of nooit komt Hij tot ons op een spectaculaire wijze, maar Hij komt tot ons, gans onverwacht, in duizend, duizend dingen. Laten wij dan ook de aandacht voor de diepgang in de dagelijkse dingen niet verliezen.

 

Heer, kom in de middaghitte

van de rode zomerzon

vol erbarmen bij mij zitten

en vertel mij van uw bron.

 

Enkel al als u gaat spreken,

wordt het helder, wordt het fris.

Kom en wees het hemels teken

van volmaakte lafenis.

 

En vertel mij van uw water,

levend in zijn klare val,

dat de dorst van nu en later

eeuwigdurend lessen zal.

 

Was mij, meester vol genade,

in het leven dat gij zijt.

Laat mij in de waarheid baden

die mij van het kwaad bevrijdt.

 

Laat mij zo gezuiverd komen

tot de eeuwige fontein,

die van alle mensendromen

de voleindiging zal zijn.

 

(Michel van der Plas)



2532083-ca4eb03859f3dac0ddee183b07e240f0.JPG

2532083-8f4be9a4350f87d36ecf414b1b0daed2.JPG

2532083-84dad1024225a1ef62a87cd58535ee82.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 15:25 Reageer op dit bericht

ASWOENSDAG

ASWOENSDAG

 

Vandaag beginnen wij onze jaarlijkse vasten.

Het gaat daarbij niet zozeer om uiterlijke praktijken.

 

HERBRONNING lijkt mij het meest wezenlijke.

LUISTEREN naar wat God ons wil zeggen.

Ons LATEN omvormen.

 

Zo wordt vasten:

eerder ondergaan dan presteren;

eerder laten gebeuren, dan doen.

 

Het Woord van God tot ons laten komen.

En omvormd door dit Woord van God,

zullen wij op zachte en geduldige wijze leven,

tussen de mensen die ons gegeven zijn.

 

De vasten nodigt ons uit tot een nederige ingesteldheid

waarin wij deemoedig onze kleinheid en tekorten erkennen,

en bereid zijn om ons te laten kneden tot mensen,

die eerlijk voor God staan.

 

De profeet Joël zegt het zo:

‘Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart.

Mogen wij stil worden

en luisteren naar het Woord van God.

 

En moge Jezus zelf zo in ons aanwezig komen

en door ons naar mensen toegaan.

 

‘Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja tegen iemand – of iets.

Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.

Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen ‘niet om te zien’, of ‘zich niet te bekommeren om de dag van morgen’.

Aan de Ariadnedraad van dit antwoord, voortgeleid door het labyrint van het leven, bereikte ik een tijd en een plaats waarop ik besefte dat deze weg naar een triomf voert die ondergang is, dat de prijs die je ontvang voor de inzet van je eigen leven smaad is, en dat de diepte van de vernedering de enige verheffing is die voor de mens mogelijk is. Daarna had het woord ‘moed’ voor mij zijn zin verloren, omdat niets me meer ontnomen kon worden.

Verder op de weg leerde ik stap voor stap, woord voor woord, dat achter iedere zin van de held van het evangelie een mens staat en de ervaring van een mens. Ook achter het gebed dat de kelk hem mocht voorbijgaan, en achter de belofte om hem te ledigen. Ook achter ieder woord op het kruis.’

 

(Dag Hammarskjöld: ‘Merkstenen’, p. 200)



2529109-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2529109-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2529109-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:18 Reageer op dit bericht

BIJ DE ZEVENDE ZONDAG A

BIJ DE 7DE ZONDAG A

 

Weest dus volmaakt, 
zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’

(Matteüs 5,48)

 

‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. ’Hoe en wanneer zou Jezus die woorden indertijd gezegd hebben? Een jaar of drie al was Hij altijd onderweg met zijn vrienden. We weten dat zijn hart vooral naar DE kleinen uitging, we weten ook dat Hij daarom wel eens met de groten botste. We hebben weet van zijn wonderen en ook dat Hij regelmatig de stilte opzocht, een adempauze om luisterend bij zijn Vader te zijn.

En dan heeft Hij op een dag dat onmogelijke gezegd: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ Hij kende toch maar al te goed zijn Vader, en ons kende Hij evenzeer maar al te goed. Hij moet toch wel geweten hebben dat dit niet mogelijk was. Wat Hij daar vraagt, dat kan Hij zelf toch niet gemeend hebben!

Wanneer en hoe zijn die woorden gesproken? We weten het niet, misschien is het min of meer zo gebeurd. Hij was weer eens op weg en het was weer eens druk geweest. Altijd die mensen die Hem aanklampten. Altijd die zieken, die blind of doof of met hun krukken naar Hem toekwamen. Altijd die boze geesten die bezeten maakten. Altijd die Schriftgeleerden, die alleen op eigen aanzien uit waren. Altijd weer dit en altijd weer dat.

En dan is het, op een of andere dag eens rustig, rond de middag of in de vooravond. Ze gaan wat samen zitten, en ze praten wat. Over later, wat ze nog gaan doen, ze zijn immers nog jong en ze willen wat van hun leven maken. De een zegt dit, een ander dat en elk heeft zijn eigen plan, zijn eigen droom.

En Jezus luisterde en zweeg, misschien had Hij zelfs een binnenpretje toen Hij al die plannen hoorde, die mooie toekomstdromen. En toen werd het misschien even stil, en misschien heeft Hij dan in de verte gekeken, en zachtjes voor zich uit gezegd: ‘Het is zo mooi, jonge mensen, die dromen!’ En dan heeft Hij die jonge mensen die Hem zo lief waren, misschien, een voor een aangekeken en eens in het rond gewezen: ‘Ja Simon, Jacobus, Johannes, het is zo mooi allemaal. Maar het gaat niet om jullie dromen. Het gaat om het Rijk van mijn Vader, die ook jullie Vader is. Zie de zon, de maan, de sterren! Hoor de vogels, de beekjes, de regen? Ruik de bloemen, het hooi, de velden. Snuif het Leven, voel de Mensen! Het is er allemaal niet zomaar, het is er allemaal uit Liefde. Daarom is Hij volmaakt, omdat Hij alles uit Liefde doet. Daarom is Hij volmaakt omdat Hij louter Liefde is. Wees dan volmaakt, zoals je Vader in de hemel: louter liefde.’

En dan heeft Hij misschien opnieuw gezwegen, weer voor zich uitgekeken en ook rondom zich en zelf gedroomd: ‘Dan ziet God dat het goed is.’   

 

Heer,

vervul mij met uw liefde,

maak mijn hart vreugdevol,

verlicht mijn verstand met heldere gedachten,

doe mijn ogen weer lachen,

laat mijn oren genieten van muziek,

scherp mijn neus voor al wat geurt en welriekend is,

geef mijn mond een opgewekte glimlach,

maak mijn handen zacht en teder,

sterk mijn armen met kracht,

geef zwaaikracht aan mijn benen

en wek een danspas in mijn voeten.

 

Maak me helemaal blij en gelukkig, Heer,

met hoofd en hart en zintuigen.

 

Bewaar mij voor alle onheil,

leid mij met vaste hand op al mijn wegen

en laat uw zegen mij overal en altijd vergezellen.

 

(Naar een oude Keltische zegenspreuk)



2528444-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2528444-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2528444-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:32 Reageer op dit bericht

VER-DICHT

VER-DICHT

 

Ode Marítima

 

Reizen, reizigers – in zo veel soorten!

Zo veel nationaliteiten op de wereld! Zo veel beroepen! Zo veel mensen!

Zo veel verschillende bestemmingen, die men het leven geven kan,

Het leven dat, uiteindelijk, in wezen, altijd en altijd hetzelfde is!

Zo veel merkwaardige gezichten! Alle gezichten zijn merkwaardig.

En niets schenkt zo veel religiositeit als heel scherp naar de mensen kijken.

Broederschap is, per slot, geen revolutionair idee.

Het is iets dat men in het leven leert, waar men van alles moet verdragen,

En vervolgens prettig vindt wat men verdragen moet,

En, ten slotte, bijna huilen moet van tederheid om dat wat men verdragen moest!

 

Fernando Pessoa



2527085-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2527085-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2527085-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 16:09 Reageer op dit bericht

ZONDAG 5 FEBRUARI

ZONDAG 5 FEBRUARI 2023 – 5DE ZONDAG A

In het evangelie zegt Jezus vandaag: ‘Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld’. Het zijn woorden die uitdrukken wat van ons verwacht wordt: dat wij niet lauw en flauw door het leven zouden gaan, maar dat wij onze wereld ten goede zouden veranderen. Tevoren zegt Jesaja ook al hoe we dat kunnen doen: ‘Zorg voor de zwakken, dan zal uw licht stralen als de dageraad’.

 

‘Als u het juk uit uw midden verwijdert,

dan zal uw licht in de duisternis opgaan.’

(Jesaja 58,10)

 

Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,

zodat zij jullie goede daden kunnen zien

(Matteüs 5,16)

 

'Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld'. Toen ik deze woorden las, dacht ik aan een mailtje, dat ik kreeg ik van een vriend, die bisschop is in Brazilië. Een oude winkelier was om enkele centjes vermoord door 2 jongens van 16, 17 jaar. Meteen was er in het dorpje een grote woede ontstaan, en een aantal mensen hebben deze jongeren meteen gelyncht. Een spiraal van geweld leek losgebroken, met de ene moord na de andere. Gelukkig slaagden enkele mensen erin om de rust te doen weerkeren. Enkele dagen later is er in datzelfde dorpje een vredesmars gehouden: mensen, die opkwamen tegen de toename van het geweld. Mensen van het licht!

Eigenlijk toont dit alleen maar iets, wat wij allemaal heel goed weten: onze wereld vertoont veel duistere kanten, en is niet zo goed als hij zou kunnen zijn, niet zo goed als God hem gedroomd heeft, en dat is hetzelfde als: niet zo goed als wij hem dromen. Denk maar aan de affiche van Broederlijk Delen van jaren geleden: ‘Stop! Andere wereld!’ Dat is niet alleen in Brazilië, maar eigenlijk in heel de wereld, ook bij ons. Voorbeelden te over: kind-soldaten, oorlogen, misdaden, kinderen – en ook volwassenen - die mishandeld  of gepest worden,  … Overal vind je duistere kanten, overal ook vind je kinderen van het licht.

We moeten daarbij zelf een keuze maken: aan welke kant willen wij staan: aan de duistere kant of aan de kant van het licht.

Onze levenswijze is een antwoord: ‘ik wil behoren tot die groep van mensen, die aan de goede kant staan: de kant van de mensen, die licht voor wereld willen zijn, of bij hen die duisternis brengen.’

De oproep van Jezus vandaag is een oproep om licht te brengen, in een wereld, die veel duistere kanten vertoont.

Maar deze oproep bevat nog een andere aansporing. Wij zijn gemakkelijk geneigd om het licht van ons geloof te verbergen. Lang geleden kreeg ik eens drie brieven van leerlingen, uit dezelfde klas, die er over kloegen, dat zij de enigen waren in hun klas, die geloofden. Zij wisten het niet eens van elkaar, zo goed hadden zij hun geloof verborgen gehouden.

Laten wij anders zijn, en ons geloof laten stralen. We hoeven ons niet te schamen daarover … er zijn veel grote monden, die beter wat minder zouden bazelen, omdat zij zo weinig te vertellen hebben.

 

Korte ballade

 

(bij een bijbeltje, door de muizen aangevreten,

om hun nesten te verbeteren)

 

Wie zal ’t verstand der muis doorgronden,

die in de bijbel heeft gevonden,

verzorging voor haar nageslacht?

 

Veel zachter slapen kinder-muizen,

die tussen de profeten huizen,

dan menig mens, in menig nacht.

 

Prins Jezus, zijt Gij zo vergeten,

dat thans de muizen bijbels vreten?

Hierover heb ik nagedacht,

bij menig dag, in menig nacht.

 

En zie: een klein dier doet ons weten

wat mensen zo vaak zijn vergeten:

Gods Woord behoedt het nageslacht.

 

J.W.F. Werumeus Buning.



2526013-65ae4d2bf118c36706537f264d2d77a1.JPG

2526013-65c12a4b14898a4d2721c61c55bff785.jpg

2526013-e7c93eea6102771a3cf933d598edaef2.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 14:11 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten