Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

ZONDAG 29 OKTOBER

30ste ZONDAG A – 29 OKTOBER 2017

HET EERSTE GEBOD … EN HET TWEEDE

 

‘U mag een vreemdeling niet slecht behandelen

en hem het leven niet moeilijk maken,

want u hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond.

Weduwen en wezen moet u geen onrecht aandoen.

Als u hun tekort doet en hun klagen tot Mij opstijgt,

dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen.’

(Exodus 22,20-22)

 

‘Heb de Heer, uw God, lief

met heel uw hart

en met heel uw ziel

en met heel uw verstand. 

Dat is het grootste en eerste gebod. 

Het tweede is daaraan gelijk:

heb uw naaste lief als uzelf. 

Deze twee geboden zijn de grondslag van alles

wat er in de Wet en de Profeten staat.’

(Matteüs 22,37-40)

 

Waar mensen zich toewenden naar elkaar

en ervan afzien om over elkaar macht uit te oefenen,

daar kan iets van God gebeuren.

 

Waar mensen elkaar gaan herkennen en aanvaarden

als kwetsbare lotgenoten,

daar kan het Koninkrijk van God komen.

 

Waar mensen van elkaar willen weten

dat ze geen van allen zonder liefde kunnen,

maar onmachtig zijn om alle pijn te voorkomen of te helen,

daar kan iets van God gebeuren.

 

God komt nooit met vertoon van macht,

maar in de ogen van zwakken en weerlozen

zie je het licht van zijn gelaat.


(naar 'Levensecht') 

--- 

‘De straat zal meestal lang zijn, de trappen steil

en de armen wel eens ondankbaar.

Jeanne, je zult gauw inzien dat de naastenliefde

een veel zwaarder last is om te dragen

dan de soepkom en de broodkorf.

Maar hou je zachtheid en je glimlach.

Het komt er niet alleen op aan om soep en brood te geven,

dat kunnen de rijken even goed.

Maar je bent de kleine dienster van de armen.

Zij zijn je meesters,

meesters die soms heel veeleisend kunnen zijn.

Dat zal je gauw ondervinden.

Hoe afstotelijk en vuil ze zijn,

hoe onrechtvaardig en grof,

hoe meer liefde je hun zal moeten geven.

Het is slechts om je liefde, alleen om je liefde,

dat de armen het je zullen vergeven dat je ze brood geeft.’

(uit ‘Monsieur Vincent’, een film van Jean Anouilh)

---

‘Als zoveel volken honger hebben,

als zoveel gezinnen gebukt gaan onder gebrek,

als zovelen gedompeld zijn in onwetendheid,

als zoveel scholen, ziekenhuizen

en woningen, die naam waardig, nog gebouwd moeten worden,

zijn alle verspillingen door overheid en particulieren,

en alle uitgaven voor nationale en persoonlijke trots,

heel de uitputtende bewapeningswedloop

een schandaal dat niet kan worden toegelaten’

(Paus Paulus VI: ‘Populorum Progressio’ – ‘De vooruitgang der volkeren’)

---

‘Sommigen zeggen dat wij zeer bekommerd zijn

om gemeenschapszin, grond en water,

om radio en communicatie… en dat is ook zo!

God zij dank!

Want het is dààr,

in onze bekommernis – of niet ! - ,

met honger en dorst, woonst en gezondheid,

zeg  maar: met de rechten van armen en kleinen

dat we Christus zelf al dan niet ontvangen en dienen.

Ik wens van harte dat we allen

steeds dieper bewust mogen worden van dit goede nieuws,

op weg naar het definitieve Rijk,

diepste reden van onze hoop!’

(Dom André De Witte, bisschop van Ruy Barbosa, Bahia: ‘Kerstbrief 2000’)

 



2086728-2f351265ecce7e4e78c1ca6eab6331ff.JPG

2086728-7e275116430c261cb562db74c4553c5f.JPG

2086728-cc08897e612d9126ab1f2c267d63a08f.JPG

2086728-952683eb25c8922eb065efac0d0245ff.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:00 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

MIJN LEVEN OVERNIEUW …

 

Als ik mijn leven overnieuw zou kunnen leven,

dan zou ik daarin meer fouten maken.

Ik zou niet proberen zo perfect te zijn,

ik zou meer relaxen.

Ik zou ook meer gek doen dan ik gedaan heb,

en uit gewoonte zou ik zeer weinig dingen serieus nemen.

 

Ik zou minder hygiënisch zijn.

Ik zou meer risico's nemen,

meer reizen ondernemen,

meer schemeringen aanschouwen,

meer bergen beklimmen,

meer rivieren over zwemmen.

 

Ik zou naar plaatsten gaan waar ik nog nooit geweest was,

meer ijsjes en minder bonen eten,

meer echte en minder denkbeeldige problemen hebben.

 

Ik zou een van die mensen zijn

die volop en met overgave leven,

elk moment van hun leven,

en zeker zou ik dan momenten van geluk kennen.

 

Kortom: als ik overnieuw zou kunnen leven

zou ik proberen alleen maar goede momenten te hebben.

Want als u het nog niet wist:

hieruit bestaat het leven: alleen uit momenten.

Verlies het nu toch niet uit het oog.

Ik zou een van die mensen zijn

die nergens heen gingen zonder een thermometer,

een waterkruik, een paraplu en een parachute.

 

Als ik weer zou kunnen beginnen te leven

zou ik vlugger op reis gaan.

Als ik weer terug zou komen om nog eens te leven,

zou ik uit principe blootsvoets gaan

van het begin van de lente tot het einde van de herfst.

 

Ik zou meer rondjes in de draaimolen draaien,

van meer ochtendgloren genieten

en meer met kinderen spelen …

 

als ik het leven nog eens voor me had.

 

(Jorge Luis Borges Argentijns dichter en schrijver van korte verhalen,

wel eens ‘de grootste Spaanstalige schrijver sinds Cervantes’ genoemd.

Geschreven in 1984 op 85 jarige leeftijd)

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:36 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE TEMPEL

 

De man in de mist in de avondstraat

die alleen door de mist van de avond gaat

en die plots voor de poort van een tempel staat

(die vol licht is van binnen en opengaat),

die aarzelt nog even, dan binnengaat

waar een gloed als van goud hem tegenslaat –

is de man die ik ben als het einde slaat

en die plots voor de poort van het leven staat

(het leven: een tocht langs een avondstraat

tot het licht hem onverwacht tegenslaat

uit de tempel van God, die wijd opengaat

in een mist om een man in een avondstraat).

 

Jozef L. De Belder

‘Avondverzen’

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:09 Reageer op dit bericht

ZONDAG 22 OKTOBER

29ste ZONDAG A – 22 OKTOBER 2017

EENS ANDERS OVER MISSIEZONDAG

 

EEN BEMOEDIGING VAN PAULUS, MISSIONARIS

 

Zusters en broeders,

‘Genade zij u en vrede van God, onze Vader,

en van de Heer Jezus Christus’.

Wij danken God altijd voor u allen:

wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden

en gedenken dan voor onze God en Vader

hoeveel uw geloof tot stand brengt,

hoe krachtig uw liefde is

en hoe standvastig u blijft hopen

op de komst van Jezus Christus, onze Heer.

God heeft u lief, broeders en zusters.

(1 Tessalonicenzen 1,2-4)

 

OOK BIJ GANDHI IN DE LEER … 

 

Laat ons geen vooruitgang noemen

waar een ander aan ten onder gaat.

 

Laat ons geen groei noemen,

waar een andere minder van wordt.

 

Laat ons geen vrijheid noemen,

wat een ander het recht ontneemt om zichzelf te zijn.

 

Laat ons geen gemeenschap noemen,

waar de minste niet de meeste aandacht krijgt.

 

Laat ons zelf de verandering zijn

die we in de wereld willen zien.

(Mahatma Gandhi)

 

EN WAT KUNNEN WIJ DOEN?

 

Wat is de taak die op mij wacht?

Het is: vertellen over Jezus,

getuigen dat Hij leeft.

 

Soms met woorden

en heel dikwijls alleen met mijn manier van leven.

Mensen zullen Hem ontdekken in mijn blije lach,

in mijn open oor en mijn luisterend hart.

Zij zullen het evangelie zien in mijn gevende hand,

in mijn vergevend gebaar en in mijn dienstbaarheid.

 

Zij zullen geloven dat Jezus echt leeft

als ik kan kiezen voor de zwaksten,

als ik eigen grenzen ophef

en rood, geel, zwart, bruin en blank

slechts één kleur zijn.

 

Dit is mijn opdracht.

Niet gemakkelijk,

maar meer dan boeiend.

 

Ik geloof erin.

En jij?

(Levensecht)

 

 



2084389-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2084389-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2084389-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2084389-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2084389-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 07:46 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Te laat heb ik U liefgekregen,

schoonheid, zo oud

en toch zo nieuw;

te laat heb ik U liefgekregen.

 

Gij waart in mijn binnenste

en ik was buiten

en daar zocht ik U

en ik, wanstaltig als ik was,

stortte mij op de schone dingen

die Gij hebt gemaakt.

 

Gij waart bij mij

en ik was niet bij U.

 

Die dingen hielden mij ver van U,

die niet zouden bestaan,

als zij niet in U bestonden.

 

Gij hebt geroepen en geschreeuwd

en mijn doofheid doorbroken;

Gij hebt gefonkeld en geschitterd

en mijn blindheid verdreven.

Gij hebt een aangename geur verspreid,

ik heb die ingeademd

en nu snak ik naar U;

ik heb geproefd

en nu honger en dorst ik naar U.

 

Gij hebt mij aangeraakt

en ik ben ontvlamd

in verlangen naar uw vrede.

 

H. Augustinus

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 18:13 Reageer op dit bericht

WERELDDAG TEGEN DE ARMOEDE

WERELDDAG VAN VERZET TEGEN DE ARMOEDE

 

Hoe kunnen wij

bij de opbouw van de mensenfamilie

voorbijgaan aan het feit

dat zovele volkeren

de gestalte aannemen van

‘de lijdende Dienaar Jezus’:

veracht, verguisd,

volkeren, voor wie men de ogen sluit,

zij, die eigenlijk onze ziekten dragen.

(Broeder Roger van Taizé)

 

Er is in de mens

een onpeilbare dorst naar vrijheid.

Gelijk de mooiste medaille,

kan vrijheid een keerzijde hebben,

want wat betekent vrijheid

als het zelfzuchtig gebruik ervan

de vrijheid van anderen aantast?

God weerhoudt ons niet om kwaad te doen.

God is liefde en

liefde dringt zich niet op.

(Broeder Roger van Taizé)

 

Echte barmhartigheid,

zoals God ons schenkt en leert,

vraagt gerechtigheid

die de arme op weg zet

geen arme meer te zijn.

(Paus Franciscus)



2083061-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2083061-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2083061-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2083061-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2083061-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

2083061-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2083061-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2083061-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2083061-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 07:59 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DROOM

 

Alles wat anders werd en wat verdween

draag ik terwijl ik loop achter mijn ogen

toch onverliesbaar mee, en onbewogen,

al ligt de wegel onder vuistdik steen.

 

De wereld onbeweeglijk eens is heen,

verzonk terwijl ik toekeek als een droge

zandbank in zee onzichtbaar weggezogen

en wat ik droom droom ik wellicht alleen.

 

Anton van Wilderode

 

We hebben in onze dorpen al van alles geslikt: Noormannen, monniken, roofridders, voetbranders. bokkenrijders, de tiende penning, belastingen op zout, vensters, keldergaten en paarden, de circonscription, de loting, het jus primae noctis, de Sint-Pieterspenning, de missiepreken, de collaboratie, de wet op de onteigeningen en de verhaalbelastingen, het kijk- en luistergeld en de veiligheidsgordels, de garnizoenen van het Barrière-traktaat. Maar dit wordt dan nu het laatste: de moderne spits-economie, het industriepark, de nucleaire versmachting. Waarom hebben wij eigenlijk nog dorpen?

 

(Johan Struye: ‘Ik weet nog hoe het was … dorpen in Vlaanderen’ p. 164)



2082634-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2082634-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2082634-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2082634-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2082634-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2082634-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2082634-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2082634-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2082634-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:55 Reageer op dit bericht

ZONDAG 15 OKTOBER

28ste  ZONDAG A – 15 OKTOBER 2017

EERLIJK VOOR GOD

 

Ook vandaag botst Jezus, in het evangelie, met de hogepriesters en de oudsten van het volk: zijn milde barmhartigheid belet Hem niet om manifeste onwil en huichelarij te ontmaskeren en aan de kaak te stellen. Maar het evangelie wil nooit zomaar een stukje geschiedenis zijn, of een stichtend verhaal over die wondere man van lang geleden. Zoals steeds spreekt Jezus tot ons, hier en nu. We mogen het gerust zo stellen: de historische Jezus – die merkwaardige mens – is verleden tijd, evenzeer als Napoleon, Luther, Karel de Grote en alles wat zich honderden of duizenden jaren geleden voordeed. Zijn woorden echter, zijn daden, kortom zijn hele manier van leven en alles wat men Hem aandeed – inclusief zijn verworpenheid, lijden, dood en verrijzenis – zijn van alle tijden en zijn zeker vandaag actueler dan ooit.

Dat geldt ook voor de vele twisten tussen Jezus en de hogepriesters, de schriftgeleerden, de oudsten van het volk en alle andere specialisten van de letter van de wet. Daarbij gaat het steeds over het verschil tussen uiterlijk vertoon voor het oog van de mensen en innerlijke ommekeer van het hart: ‘Honest to God’ – ‘Eerlijk voor God’ – titelde de Anglicaanse bisschop John Robinson reeds in 1963. Het is een keuze die ook wij moeten maken. Leven wij voor de leugen van de schone schijn, of durven wij echt eerlijk en oprecht zijn en God recht in de ogen kijken, zij het rouwmoedig en nederig, ten volle bewust van onze tekorten … want ‘zalig zijn de zuiveren van hart …’ 

 

In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:

‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning

die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.

Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen

die hij tot de bruiloft had uitgenodigd,

maar zij wilden niet komen.

Toen sprak de koning tot zijn dienaars:

‘Het bruiloftsmaal staat klaar,

maar de genodigden waren het niet waard.

Gaat dus naar de kruispunten der wegen

en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft’.

Zijn dienaars gingen naar de wegen 

en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, 

en de bruiloftszaal liep vol met gasten.

 

Toen nu de koning binnenkwam en de gasten zag, 

merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was.

En hij sprak tot hem:

‘Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?’

Maar de man bleef het antwoord schuldig.

Toen sprak de koning tot de bedienden:

‘Bindt hem aan handen en voeten

en werpt hem buiten in de duisternis.’

(Matteüs 22,1-14, gedeeltelijk)

 

INGAAN IN GODS RIJK

 

Parabels willen ons altijd iets leren over Gods plan met mens en wereld. Meer bepaald over de komst van Gods Rijk, dat een aanvang neemt met de komst van Jezus! Allen zijn we uitgenodigd om binnen te gaan in dit Rijk. Gaan wij in op die uitnodiging? Wie de uitnodiging aanvaardt, moet wel de gepaste kledij dragen: Bijbelteksten – inzonderheid Jezus’ eigen woorden – willen ons daarbij richting geven. Gods Rijk is uiteraard geen stuk land. Het is eerder een toestand of een manier van leven. Gods Rijk is daar waar God God, en een mens mens mag zijn. Dáár of dán is God zo menselijk aanwezig, dat Hij bijna zichtbaar en tastbaar tussen ons leeft. Jezus heeft niets anders gedaan: waar Hij kwam werd Gods Rijk een levende werkelijkheid door zijn omgang met God – zijn gebed om in stilte bij zijn Vader te zijn – en zijn omgang met de mensen, met een voorkeur voor de mens in de miserie, de arme, de zieke, de uitgestotene, de zondaar. Zo ging Hij weldoende rond in Palestina, met zijn 12 volgelingen, zijn 12 ‘armoezaaiers’, want ze lieten alles achter om Hem te volgen. Maar diep binnenin waren ze rijk! Ze leefden hier met Jezus op aarde…en leven met Jezus is binnengaan in Gods Rijk, het Rijk der hemelen.

Waarom gingen en gaan mensen niet spontaan in op de uitnodiging? Het groepje van 12, van toen, was toch niet zo groot? En waarom zijn er nu – schijnbaar – steeds minder gelovigen? Het klinkt niet erg positief, en ik ken het antwoord ook niet ten volle. Bovendien zou een zoektocht naar een antwoord op die vraag veel te ver leiden en heel wat nuances vergen. In ieder geval: het was vroeger ook niet vanzelfsprekend om Jezus te volgen en te vertrouwen op zijn woord, of beter: om te vertrouwen op het Woord dat Hij was. Hier komt geloof bij te pas. Kan ik geloven dat God, die onzichtbaar is, met mij begaan is? Wat ik zeker weet en geloof, is dat Hij zichtbaar wordt in mensen, die Hem tot leven brengen.

Naarmate je ouder wordt, worden meer en meer mensen uit je leven weggenomen. Mensen, die je dierbaar waren. Zo denk ik aan mijn eigen moeder, en zie ik weer haar  geloof dat zo eenvoudig was. Ze had ‘ja’ gezegd, en haar ‘ja’ was ‘ja’. Heel geleerd en heel geletterd was zij niet, maar wel oprecht, eerlijk en trouw, kortom 'zuiver van hart', zoals de zaligsprekingen zeggen. Met de woorden van het evangelie van vandaag mogen we dan zeggen: 'zij had zich gekleed voor het bruiloftsmaal.'

Zo komen we bij het verrassende slot van het evangelie. ‘Vriend’, zo noemt de gastheer één van de genodigden en stuurt hem de deur uit. Hij had niet de passende kledij. We krijgen hier een scherp beeld om de aandacht te trekken op een wèl te verstane boodschap: ‘ja’ zeggen betekent: gegevenheid en toewijding. Wij zijn vrij Gods boodschap te aanvaarden, maar dat kan niet op om het even welke manier! Het veronderstelt dat we 'ja' zeggen aan Jezus en dat ons 'ja' daadwerkelijk een 'ja' is, dat beleefd wordt. De vele kleine keren dat we ‘neen’ zeggen aan Jezus worden beetje bij beetje een levensgroot ‘NÉÉN’, een levenswijze, die niet past bij Gods Rijk. Dan is het alsof we stiekem op het feest willen binnenglippen zonder de passende kledij.

Maar met die passende kledij hebben we als kerk en als gelovigen heel wat te bieden aan de wereld, waarin we leven! Want vele mensen zijn op de dool, op zoek naar wat hun leven écht de moeite waard maakt.

Mogen wij verder blijven geloven in Jezus’ boodschap en nederig genoeg zijn, om te geloven in de wonderen, die met kleine middelen en in simpele daden kunnen gebeuren. ‘Ja’ zeggen, en klein kunnen beginnen, met een glimlach, een bemoedigend woord, een helpende hand. Moge het ons lukken, samen met andere mensen van goede wil, ook al delen zij onze mening niet!

 

Niets of niemand kan je verplichten

om lief te hebben – zegt God.

Maar als je in Mij gelooft

dan kun je niet anders!

 

Je ‘ja’ aan Mij is immers ook onvermijdelijk

een ‘ja’ aan je medemensen, wie ze ook zijn.

Durf je daarom klein te maken

en dienstbaar te zijn

aan het levensgeluk van velen.

Zelfs als mensen je uitlachen

of als je eigen beperktheid je parten speelt,

dan nog zal Ik er voor je zijn

en Ik zal je ‘groot’ maken:

een mens naar mijn droom,

een mens om lief te hebben – zegt God.


Erwin Roosen



2082387-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2082387-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2082387-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2082387-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2082387-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:14 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

MONNIKEN OP DE DOOL

 

Een handvol woningen, de razernij van verkeer in zijn stormloop naar de kust: Zoetendale.

 

Hoe alles vervalt, hoe alles verdwijnt.

‘Sic transit gloria mundi.’

‘Oú sont les neiges d’antan?’

 

Ook de abdij van Zoetendale bleef niet. Abdij van het zoete dal. Wie heeft nog weet van haar glorie? Wie getuigt nog van haar robuuste verankering in de zompige polders van weleer? Hoe ver in het heelal is intussen het beeld gereisd van haar schoonheid op een wintermorgen, toen de middeleeuwse zon opging boven de fraaie, met verse sneeuw afgelijnde contouren? Waar zijn de monniken, abten en pachters die hier hebben geleefd, gebeden en gewroet? Tussen welke sterren bevindt zich hun silhouet? Wie heeft gezien hoe ze bunder na bunder aan de natuur ontworstelden, prepareerden voor vruchtbare cultuur?

Alles weg, verzonken in het zand der tijd.

 

En toch – zoals de mammoet verrijst uit de opgedolven slagtand, verrijst het verleden uit het verhaal. Het historisch verhaal: over stichters Lambrecht en Beatrix van Poele, over bloei en godsdiensttroebelen, over Joris Wittebrood, de laatste abt, levenloos dobberend in de Damse Vaart in het rampenjaar 1584, toen ook Willem van Oranje zijn ‘pauvre peuple’ aan de heer moest overlaten. Het verhaal van de dichter, dat elke kerstnacht monniken opstaan uit hun graf, daar waar ooit de kerk van Zoetendale stond. Kaarsen flakkerend boven het hoofd geheven, volgen ze hun abt in de rondgang van het voormalig goed. Driemaal, feilloos hun schreden richtend langs het spoor van de oude omwalling. Ze gingen, en Zoetendale luistert. Tot de liederen verstillen, de kaarsen doven, de automotoren het weer overnemen.

 

Waar is de sneeuw van eertijds? De glorie van de wereld?

Ergens en nergens, hier en overal.

 

Guido van Heulendonk



2081938-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2081938-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2081938-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2081938-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2081938-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2081938-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2081938-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2081938-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2081938-30e62fddc14c05988b44e7c02788e187.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:18 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

HERFST IN DE POLDER

 

De dagen slaan de ogen neer;

ze kruipen krimpend naar het vroege duister.

De zomerbries verdween; nu suist er

een drieste najaarswind, en ‘t regent weer. . .

 

De polder schenkt zich leeg, wordt stil en grijs:

je komt de laatste bietevrachten tegen,

in slijkgedrochten langs de glibberwegen,

en eenzaam blijft het veld in maandenlang gepeins.

 

Alleen de stormen komen storen,

de poldervlakten wurgend in kakofone tonen:

een hels orgiegebral van huilende demonen,

het wild geraas van duizend duivelskoren.

 

Maar als de hellegeesten in hun roes bezwijken,

legt ‘t polderland zich klaar voor winterlijke tijd:

voor ‘t sneeuwkleed tot de kim met tederheid gespreid

en blinkende kristallen aan bomen langs de dijken.

 

Jef de Paepe



2080556-faced9c1bdc49971d2f744c8363ea8f3.JPG

2080556-1f45e9f3795e5a75b52285947b747417.JPG

2080556-29bae27a4600b2e9868f4e4f6f5d6324.JPG

2080556-010109486448e315d073726d6af63744.JPG

2080556-f73d434934cf4470cacd1b275463f168.JPG

2080556-4858e6038accac6beea1a22e1773675a.JPG

2080556-2ea4dba9955de856b94ac75111e1f786.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:24 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten