

(geschreven nu Jeff het lager onderwijs verlaat en de stap zet naar het middelbaar ...)



(geschreven nu Jeff het lager onderwijs verlaat en de stap zet naar het middelbaar ...)
jeff en lowie

jeff en lowie
is mijn levenis mijn leven een moment
waarop ik besef dat alles een
doorzeefde droom is
dat ik denk dat ik niet besta
in deze onbegrensde ruimte
van tijdeloosheid
wit papier doet zo'n pijn
en het laat me weten dat enkel
de woorden die geschreven zijn
een kans maken om echt te zijn
je houdt het licht
je houdt het licht tegen
met je korenblondwiegend haar
het brandweerautorood van je lippen
geurt naar de zon
in een doorstoofd aroma van champagne
je danst de flamenco met
golvende gitaarklanken van blauwe vogels
je wolkenkrabberkus smaakt als
een ruimtelift naar de maan en terug
overdrijf ik
ik denk het wel
maar er zijn dan ook geen gewone woorden
voor de vragende reediepbruine ogen
van jou
haaks op mezelfde zon heeft de schaduw een meter
verder geduwd
ik kauw op de lucht
maar de wolken smaken naar niks
haaks op mezelf bewoon ik mijn lijf
beurtelings groei of lok ik
mijn eigen chaos binnen
ik heb mijn huis in brand gestoken
voor het wordt vertrapt
door nachten en door woorden
ik ben de kiezel
op het pad naar onderweg
mijn huishier loop ik
hand in hand met mezelf
naar het huis waar niemand wacht
alleen de wijn, de nacht
en ik
de blauwe geur van seringen
brengt me naar het fluisteren
van de minnaars die we waren
huid en handen zacht als confituur
ik kan de geheimen van de muren horen
ze eten uit mijn handen
behoedzaam schrijf ik de nacht neer
in paarse woorden
als kruimels strooi ik je naam
zoek me
vind me
maar ik zie alleen de vogels
merels denk ik
lentede wind zit schrijlings schommelend
op een witte appelboom
het ongewone uur waarop
het licht werd
deed voor het ergste vrezen
er is iets gaande want de mussen
gedragen zich onvoorspelbaar
de echte vogels zuigen zich vol muziek
de weiden dansen onder de lammeren
door het pasgeboren gras
en de zon, ja
die kent geen genade, denkt dat
ze in Afrika is
als ik maar geen koortslip krijg
of twee
want de lente staat hunkerend voor mijn deur
en vraagt om een kus
de dichter is een haas
hier drukt de windhier drukt de wind zijn lippen
als een kus tegen de bomen
ik luister naar verre, mooie muziek
in het schoonschrift van mijn dromen
lig je op mij te wachten
ik wrijf je in met mijn vingertoppen
heb je de bijsluiter goed gelezen
vraag je
ja, zeg ik,
ik moet je strelen tot jij geheel
en al
door mijn huid bent opgenomen
ik ben zo gelukkig als een landschap
begrijpener is zoveel wat ik niet begrijp
het in en uitademen van eb en vloed
de onderaardse lavastromen
het schateren van de bok
de routes van de wilde ganzen
de dienstregeling van de spoorwegen
de olievelden in Texas
de hartslag van de kolibries
tussen de lianen van het amazonewoud
het gezang van de potvissen
onder het pakijs van antarctica
het dansen van de soepletters
er is zoveel wat ik niet begrijp
zoals die kus van jou
lang geleden
die maar niet wil opdrogen
ik stroom overik, het zoekende water,
onrustig, wil je slok na slok ontdekken
ik wil stromen door jou, langs jou
jij bent mijn rivier, liefste,
geef me de goede richting aan , dam me in,
bundel mijn geweld
als ik niet ingedamd word
stroom ik over, richt ik vernieling aan,
verlies ik mijn kracht
maar laat mij mijn eigenzinng water, want
een oever waarlangs geen water stroomt
brokkelt af, valt uit elkaar
in kleine brokjes verdriet
Begrijp je dat, liefste ?
tijdde tijd sluipt door de straten
grijnst zijn tanden bloot
en jaagt op mij als een leeuwin
slaat toe
springt me naar de strot
mijn leven krimpt, de kop
almaar dieper in de kas
dagen worden uren, denken wordt doem,
het hart verstart en maakt zich ongerust
als een poes die haar eerste aarzelende stapjes
maakt in de sneeuw
mij rest het pijnlijke licht
van lage zon en het kraken van adem
die stamelt
december

de kou van december
vraagt naar de trage wolk
in mijn ogen.Naar mijn naam.
ik antwoord : Dat ik lucht ben,
dat de verte mijn hoofdkussen
en de hemel mijn huis is.
Tussen mijn wimpers verkleumen de
daken. Paars.
De tijd glijdt. Naar het donker.
Onder de langgerekte vingers van het gras.
de avond schudt mij dooreen
als een spel kaarten.
Ik mag niet vergeten aan jou.
Te denken
op het kerkhofhier bij het graf van vader en moeder
hangt de geur van gedempte gesprekken
vallen de woorden langzaam uiteen
in de wind
stapvoets naar het zuiden
de grond ligt verkleumd onder de zware lucht
die een grijs hemd heeft aangetrokken
de grafstenen zijn moe
en leunen op hun elleboog
om de levensloop van vage letters
en voorbije cijfers te dragen
ik kijk de foto van mijn moeder
recht in de ogen
ik dacht wel dat je vandaag zou komen
zegt ze
mijn dromen
dag papa
even slapen
soms weet ik het niet meer
hittegolf

je maakt me zo moe
ik voel me goed, ik voel me goed
