slijt de tijd
slijt de tijd door het voorbijgaan
of zijn het de herinneringen die vervagen
net als in de groeven van langspeelplaten
laat de tijd stof achter
in je ogen
mijn leven kucht
het heeft in de wind gelegen
en mijn jaren kreunen op hun rug
in de avondzon
dromend van zondagen die naar zomers ruiken
kijk, de bladeren van de plataan
zijn tot op de nerf versleten
zal ik ze in het voorjaar terug zien
om die onrust die door de kamers van mijn lijf raast
te doen zwijgen
ik ben zo bang als een komma in een dik boek





