liefdesgedichtje

in het land van de tomaten
is iedereen gelijk
maar toch zijn er verschillen
wanneer ik ze goed bekijk
de ene met een hoedje
al de anderen poedelnaakt
maar toch moet je
bekennen dat die ene beter smaakt
liefdesgedichtje
in het land van de tomaten
is iedereen gelijk
maar toch zijn er verschillen
wanneer ik ze goed bekijk
de ene met een hoedje
al de anderen poedelnaakt
maar toch moet je
bekennen dat die ene beter smaakt
lang voor de nachtlang voor de nacht binnensluipt
lang voor het strand op adem komt
rond haar lichaam is eeuwenlang
geen dageraad geweest
nooit elders dan hier
heeft zij haar huis
zij strekt zich uit
haar vingers gespreid
raken lichtzinnig de rilling van het water
en boven haar ogen zweeft
een torenhoge droom
stuifmeel in fladderend windgestoei
kom zeg ik kom
jij bent een kelk
ik ben een man
schaamteloos zwelt elke ruimte
tot een boordevolle tijdeloosheid
hoe zacht weegt nu de vermolmde steen
in heilige woorden
ligt ze vast en veilig bij mij aan
ginds met de blik op morgen
zeilen de wolken weg met witte boord
ik vouw biddend
mijn handen om mijn handen
NORMANDIE
colleville sur mer
een weekje Normandië
een weekje Normandië
een weekje Normandië
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 3schrijlings gezeten op de rug van het verleden
4
de zee zwenkt een zijstraat in
want de wolken werpen zich geruisloos op de golven
zou het de stilte voor de storm zijn
dit moet ik god gaan vertellen
verderop stoeien de vissen in fladderend blauw
de dag ligt lui en naakt op het strand
met de benen opgetrokken
want de zon bakt het bruin vandaag
de zee is een vrouw en trekt mij aan
wild als zij is met schuim op de mond
misschien vind ik morgen rust
aan haar doorweekte borsten
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 4schrijlings gezeten op de rug van het verleden
3
grensloos aan de tijd
geboren uit wind en wolken
de zee slijpt elk vierkant
terug tot cirkel
was het donker voor het eerste licht
was het stil voor het eerste geluid
daar denk ik dikwijls aan
als de zon naar me fluit
het gesprek der meeuwen is verstomd
hier slaap ik geruisloos en koortsig
in de plooien van het water
als mijn moeder legt de maan een hand op mijn hoofd
schrijlings gezeten op de rug van het verleden 2schrijlings gezeten op de rug van het verleden
2
gisteren heb ik mijn lippen verbrand
aan de stemmen van het bos waardoor
de vrouwen lopen met opgetrokken rokken
vandaag hangt de zon halfstok
de straat draagt een hoge hoed vandaag
want het is feest
met een gepolijste glimlach op de lippen
vegen de huizen zich de tranen af
het bos verschuilt zich achter elke boom
en houdt indringers nauwlettend in de gaten
weer heeft de nachtegaal zich vermomd als indiaan
met een groene tak in elke hand