Monchau

Dit huisje in Monchau, klampt zich vastaan zijn buur.De eigenaar maakt veel
kans dat hij zijn huisje overleeft!
Monchau
Dit huisje in Monchau, klampt zich vast
De LeieHeel lang geleden was de Leie wellicht breder en minder diep. Ze zette jaar na jaar een laag vruchtbare modder neer in winter- en voorjaarsoverstromingen, waardoor in de loop der eeuwen de oevers verhoogden, de bedding meer werd uitgeschuurd en de meersen bemest werden.
In de recente eeuwen was de Leie hier zowat 30 meter breed en 7 meter diep. Van Deinze, stroomafwaarts voorbij de laatste brug is die breedte in de jaren zeventig verdubbeld tot bij Versele. Achter de stapelplaats van de firma Van De Ginste is de Leie zelfs ongeveer verdrievoudigd als zwaaikom voor schepen tot 600 ton (om te keren).
Met de uitgegraven specie heeft men de meersen op de linkeroever wat opgehoogd, waardoor de functie van winterbedding die deze meersen soms hadden (o.a. en vooral in de 54 ha Brielmeersen te Deinze) verloren is gegaan. In 1987 heeft men de oude trekweg op die linker oever zwaar opgehoogd, zelfs zodanig dat die er nu als een dijk uitziet. Thans zijn de oevers en de dijk erg in trek bij wandelaars en fietsliefhebbers.
Graaf HenridreefHet afgebroken huis welk ik verhaalde, op 7 maart, was bewoond door August (Gustjen) Onderbeke die getrouwd was met Elisabeth (Lisa) Verhegghen. Als we, als kleine knapen, het koppel bezochten presenteerden zij ons steeds een snoepje. Echter deze snoepen werden uit een kast gehaald waar het krioelde van de mieren. We aanvaardden het snoepje maar eens buiten gooiden we het snoepje met mieren en al weg.
Zo komen we op de “Maaigem” waar ik later nog over schrijf.
Vroeger kwam je dan op een grindweg, in de volksmond “de gravé” genoemd. Nu links, de della Failledreef. Rechtdoor de graaf Henridreef. Deze eertijds bultige grindweg liep van het voorplein aan de conciergewoning van het kasteel van Ooidonk tot aan de Raesboomkapel, uitkomende op de steenweg Gent – Deinze.
Over deze “Raesboomkapel” schrijf ik later nog.
Je ziet hier alom, malse weiden en vruchtbare akkers, links en rechts van de huidige betonweg, de graaf Henridreef, die naar het kasteel toeloopt.
De overwegend populieren die je rondom u ziet, zijn allen geplant door mijn vader Valère Van de Reviere, uiteraard in opdracht van de graaf.
Vader hield er eveneens aan, de bomen in goede conditie te houden. Daarom liet hij ze op degelijke wijze snoeien door de werkmannen die op het domein van Ooidonk werkten.
Verjaardag
Beste blogvrienden,
De Leiekant - 1e vervolgMijn vorig verhaal op 5/3, was gestopt rechtover “Vosselare put” alwaar de koeien zich niet stoorden aan ons gejoel.
Als we nu op ons stappen terugkeren, naar de “Leiekant” en we gaan de weg terug richting Astene sas, lopen we op de hoge berm. Deze berm was vroeger een pad dat gebruikt werd door de boeren, een koeientragel,om hun vee heen en terug te brengen naar en van de Leiemeersen. Na een honderdtal meter of iets meer, loopt links een kasseiweg richting Ooidonk.
Als je goed op weg bent op dit kasseitje, heb je links een gerenoveerde woning. De oude woning met de rood/wit geschilderde luikjes, de kleuren van de eigenaar ’t Kint de Roodenbeke, is vóór de renovatie, gebruikt geweest in de film “Oesje” met “Kamiel Spiessens” Voorheen was dit huisje bewoond door Cyriel Dhaene (1914-1991) en Maria De Rese (1923-2003) Cyriel werkte op het domein Ooidonk.
Rechts naast dit huisje is een woonhuis afgebroken.
Storm op het domein Ooidonk
Een storm woedde over Ooidonk in 1990
De LeiekantVan Astene sas komend, verder de Leiearm op, via de “Leiekant” over een koeientragel,welke je zo dicht mogelijk bij de Leie volgt, kom je na enkele honderden meters voorbij een paar oude hoeve’s links, aan een afsluiting van een weide palend aan de Leiearm.Daar kropen wij als jonge snaken door de afsluiting met “pinnekesdraad”om zo rechtover Vosselare Put te komen. In ons jeugd kwamen we er zwemmen. We noemden die plaats de “zandploate”
Hier aan de “zandploate” heb ik een “nabijdoodervaring” gehad, hetgeen ik later wel eens vertel.
Deze oude Leiearm was bezaaid met waterlelies “nenuphars” zoals wij ze noemden. Allerlei lissoorten sierden zijn boorden. Op sommige plaatsen moest je werkelijk in het midden van de Leie zwemmen, om niet verstrikt te raken in de taaie stengels van de nenuphars en andere groene waterplanten.
De koeien die er rustig graasden, stoorden zich niet aan ons wild gedoe, in en aan de Leie.
Astene sasVan Astene komende, aan het genaamde “Astene sas”, gebouwd is in 1861. Alles wordt er nog
met de hand bediend. Het sas is een monument, en beschermd sinds 1995.
De Leie maakt een lusvormige kronkel op de grens van Bachte Maria Leerne met Astene.
Die “kronkel” kon worden afgesneden door een “kanaal” te graven van ongeveer 300 meter.
Dit gebeurde in 1860 à 1870, daardoor was de vaarweg tussen Kortrijk en Gent ongeveer 5 km ingekort.
Deze werkzaamheden zorgden er voor dat we nu een prachtige natuurlijke meander van de Leie hebben die we tot op heden door de ingezetenen “den ouden end” noemen.
Vóór je de brug overgaat heb je het sashuis alwaar een klein museum is opgericht. Eens over de brug kan je links naar “Vosselare put” dat later nog aan de orde komt in mijn verhaal.
Ga je naar rechts, over de sasbrug, passeert men de “chalet” en zo over het ezelsbrugske, dat over de oude Leiearm loopt, komen we in Bachte Maria Leerne.
Na de afdaling van het “ezelsbrugske” heb je rechts de oorspronkelijke Leie en links de afgesneden Leiearm.
Den “ouden end” zoals wij het noemen kan je niet voorbijgaan, zonder eens halt te houden, en te genieten van het weidse uitzicht. Geregeld zie je er vissers een lijntje gooien in het zuivere water.
In ons jeugd kwamen wij hier soms zwemmen, eerder stoeien, en de vissers “ambeteren” met ons gejoel.
"Ouden end" foto 2
"Ouden end" foto 1
Den "ouden end" zoals wij de afgesneden Leiearm noemen in Leerne.
Kapelanij - 5e vervolgOp 20 april 1864 kwam het domein Ooidonk in bezit van de familie t’Kint de Roodenbeke. Het was baron Henri (1817-1900), die niettegenstaande hij een bevoorrechte positie had, in de hoofdstad Brussel, toch kwam wonen op Ooidonk.
De latere “graaf” Henri t’Kint de Roodenbeke, (1817-1900) is gehuwd te Gent in 1841 met Zoè de Naeyer (1818-1894). De familie de Naeyer had verschillende eigendommen in de streek van Aalter, zoals in Bellem en Lotenhulle.
In de Bevolkingsboek 1870-1880 blz. 157, zien wij dat in de Maaigemhoek 152, (de kapelanij) te Bachte Maria Leerne, de jachtwachter woonde.
Het betrof Leopold De Winne (1832-1880) die gehuwd was met Juliana Verstichel (1838-)
Leopold De Winne die geboren is in Ledeberg, was waarschijnlijk gekend door de familie De Naeyer uit Gent. Of eventueel in dienst geweest zijn, als jachtwachter, zoals mijn overgrootvader in Lotenhulle en Bellem. In Lotenhulle en Bellem had de familie De Naeyer vele gronden in eigendom.
Aan de geboorteplaatsen van de kinderen van De Winne, zien wij dat; 1° kind Emma in Gontrode geboren in 1858, 2° kind, Cordula in Lotenhulle geboren in 1861, 3° kind Theodule, eveneens in Lotenhulle 20/10/1863.
Zoals je hierboven ziet, komt de familie ’t Kint de Roodenbeke- De Naeyer in het bezit van het kasteel Ooidonk in april 1864.
Het 4° kind, Hortense wordt geboren te Bachte Maria Leerne op 05/10/1866
Daarna volgen nog 7 kinderen, allen geboren in Bachte Maria Leerne, waarschijnlijk in de “kapelanij” in de Ooidonkdreef, toen Maaigemhoek 152 genaamd.
Op 5 november 1880 overlijdt de jachtwachter Leopold De Winne.
Leopold De Winne, wordt vervangen door mijn overgrootvader Carolus Ludovicus Van de Reviere (1846-1910) die reeds in dienst was voor de heren ’t Kint de Roodenbeke in Lotenhulle sinds 1877.
Carolus Ludovicus Van de Reviere - foto 2
Carolus Ludovicus Van de Reviere - foto 1

Carolus Ludovicus Van de Reviere (1846-1910)
Veld- bos- en jachtwachter sinds 1880 op het
domein van Ooidonk te Bachte Maria Leerne.
Familie Van de Reviere + 100 jaar in dienst
van de heren 't Kint de Roodenbeke.
Kapelanij - foto 1
Ons ouderlijke woonst in de Ooidonkdreef
Turfputten - foto 1
Turfputten - foto 3
Turfputten - foto 2
Turfputten - 2e vervolgFrans De Potter en Jan Broeckaert
vermelden op blz 4 in hun “Geschiedenis der gemeente Bachte Maria Leerne”
Behalve de Leie, die, voor een groot deel van het grondgebied van Bachte Maria Leerne, bezoomt, en langs wier boorden zich eene uitmuntende, onafzienbare weide uitstrekt, te recht met den naam van vermaarde Leiemeerschen bestempeld, - ontmoet men in deze gemeente een drietal voorname beken, als daar zijn: de Reigersbeek, op de westergrens, de Rekenelingbeek, die de Schipdonksevaart met de Leie verbindt en tot de grenslijn met Deinze dient, en de Kalene, welke waterloop uit de Leie ontstaat, en zich in gemelde rivier aan de Pontenhoek uitlost.Bovendien heeft men hier nog eenige overblijfselen van de veele grote vijvers, die de gemeente vroegertijds bezat, en van welke er twee in 1854 eenen omtrek hadden van niet min dan 250 meters, op eenen diepte van 5 meters. Men zal daar vroeger zeer waarschijnlijk turf uit gedolven hebben, te oordeelen naar de turfputten, welke in deze gemeente voor eenige jaren nog voorhanden waren.
In de nabijheid van de Kalene lag in 1788 een elschbos, 1 bunder 264 roeden groot, en waarin, volgens eene aankondiging der “Gazette van Gend”, veel van die brandstof te vinden was.
Motowijding
Motowijding op zondag 3 april 2005 in de
Turfputten - 1e vervolgVeen, is een ophoping van plantenresten die tot humus zijn omgevormd. De afgestorven delen van deze planten die zich ophopen op de bodem van waterplassen of moerassen. Tussen de Kalebeek in de Ooidonkdreef, onder de blauwe poort lopende, stroomafwaart naar het oosten, en de Tweekoningstraat was, en is nog steeds een moerassig gebied.
Turf is veen dat werd “gestoken” en gedroogd op een “legakker” en vervolgens als brandstof diende.
Dat turf als brandstof kon gebruikt worden werd ontdekt in de middeleeuwen.
Moeras- en veengronden vormden turf door afgestorven planten als het ware te “composteren”.
Het turfsteken is een handeling waarbij met een speciale spade, blokken of plakken turf werden gestoken.Vervolgens werden de plakken op een legakker gelegd om te drogen.
Dit arbeidsintensieve werk, werd tot ongeveer 1850/1860 in Bachte Maria Leerne nog gedaan.
Tegenwoordig wordt turf enkel nog op kleine schaal gewonnen, als turfmolm voor in de tuin. De turfputten in de Tweekoningstraat te Bachte Maria Leerne zijn nu ingenomen door de natuur en de watervogels.