| Bétonner |
Voordurend blijven verdedigen ; het spel sluiten, dichtmetselen ; geen enkel risico nemen. |
| Biberon |
Hierbij liggen boule en but tegen elkaar aan. |
| Boule |
De metalen bal waarmee petanque wordt gespeeld. |
| Bouliste |
Een Jeu de Bouler. |
| Boulomane |
Een Jeu De Boules liefhebber. |
| Boulodrôme |
Meestal overdekt jeu de boules-speelterrein. |
| Bras d'or |
Een compliment aan een goede werper (een gouden arm). |
| But(je) |
Klein balletje (doelballetje, cochonnet) uit hout of kunststof dat bij petanque als doel dienst doet en waar de boules zo dicht mogelijk bij moeten geplaatst worden. |
| Cabochard |
Een speler die dan weer heel goed speelt en dan weer heel slecht speelt. |
| Carreau |
Een geschoten boule neemt de plaats in van een liggende en weggeschoten boule van de tegenpartij. |
| Casquette |
Het schampen van de te raken boule zonder deze van plaats te veranderen. |
| Chiquer |
Een boule bij het schieten aan de zijkant raken zodat deze zijwaarts wegspringt. |
| Cochonnet |
Andere naam voor but(je). Houten of kunststof balletje dat als doel dienst doet. De vertaling van cochonnet is varkentje. |
| Donnée |
De plaats op het terrein waarop geprobeerd wordt de boule te laten neerkomen tijdens het plaatsen. |
| Doublette |
Een wedstrijd waarbij beide teams uit 2 spelers bestaan. Elke speler speelt met 3 boules. |
| Fanny |
Uitdrukking als een team een partij verliest met 0-13. |
| Jeu de boules |
Een verzamelnaam voor balspelen waartoe het petanque behoort. |
| Mêlée |
Wedstrijdvorm waarbij de partner(s) door loting word(t)en bepaald. |
| Mène |
Een werpronde (als onderdeel van een wedstrijd) die begint met het uitwerpen van de but tot het moment waarop alle boules gespeeld zijn. |
| Milieu |
De ‘middelste speler' in een triplette, die zowel in het plaatsen als in het schieten bedreven is. |
| Pointer |
Speelwijze met de bedoeling de boule zo dicht mogelijk bij het cochonet te plaatsen. |
| Pointeur |
Een speler die zijn boules bij het but plaatst (éérste speler van het team). |
| Portée |
Een techniek waarbij de boule hoog en met veel tegeneffect wordt geworpen waardoor deze dicht bij het but neerkomt. |
| Rouleau |
Een techniek waarbij de boule laag en vlak, dus lang over de grond rollend wordt geworpen. |
| Tête à tête |
Wedstrijd waarbij 1 speler tegen 1 tegenstander speelt. Elke speler speelt met 3 boules. |
| Tirer |
Speelwijze waarbij met een boule bewust op een boule van de tegenstander of but gegooid wordt met de bedoeling deze weg te schieten of te ketsen. |
| Tireur |
De speler in een team die de boules voornamelijk moet wegschieten (ook schutter genoemd). |
| Tourner une boule |
Links of rechts effect geven, zodat de boule een bocht naar links of rechts maakt. |
| Triplette |
Een wedstrijd waarbij de beide teams uit 3 spelers bestaan. . Elke speler speelt met 2 boules. |