Naar de inhoud

PetanqueClub witte kaproenen

akke.beakke.be

Categorie: Petanque

Bestaat de ideale petanquer?

2705213-4f47982cc2ad0dbf95346d8c12f4e01d.jpg Een profiel van de ideale speler komt meestal neer op volgende kenmerken :
+ leiderschap
+ strategisch inzicht
+ visie
+ charisma

Daarnaast moet hij ook in het bezit zijn van :
<+ de wijsheid van Salomo,
+ de huid van een olifant,
+ de sluwheid van een vos.

Zoals u ziet voldoet niemand aan deze criteria. Denk er dus aan dat de volmaakte petanquer niet bestaat.
Probeer te streven naar het optimale binnen uw mogelijkheden en blijf vooral je zelf!!!

PS. Misschien best wel uw boules in de handen houden en niet in uw (broek)zakken steken (reden : zie tekening).

Zonder respect, geen petanque.

2705193-23834b95ab066d0e78b66e5a6404955b.jpg

12 GEBODEN van het PETANQUE
  • Respecteer de spelregels en beslissingen van de verantwoordelijke(n).
  • Wees mens en gedraag je als mens op het terrein.
  • Let op uw taalgebruik en uitrusting.
  • Wijs in uw team een ploegverantwoordelijke aan.
  • Neem de nodige stilte in acht en maak geen onnodige bewegingen.
  • Ga beleefd om met uw tegenstrevers.
  • Heb waardering voor het spel van uw tegenstrevers.
  • Uw tegenstrever van vandaag, is uw vriend van morgen.
  • Wees correct en sportief op het terrein.
  • Blijf geconcentreerd tijdens het spel.
  • Toon een correcte houding en overleg rustig met elkaar.
  • Benader elkaar positief want een wedstrijd wordt samen gewonnen of verloren.

2705193-ccee0bd4403f9740b6c80741bef1ab49.jpg

Beknopte spelregels

  • Petanque wordt altijd gespeeld door 2 teams :
    1 tegen 1 (tête à tête) met elk 3 boules,
    2 tegen 2 (doublette) met elk 3 boules en
    3 tegen 3 (triplette) met elk 2 boules.

  • Spelers gebruiken stalen boules met een diameter tussen 70.5 en 80 mm. Het gewicht van de boules ligt tussen 650g en 800g.
    Het but (doelballetje) is van hout gemaakt en heeft een diameter van 30 mm.

  • Door loting wordt bepaald welk team begint. De eerste speler kiest de plaats vanwaar gespeeld wordt en trekt een cirkel met ±50 cm diameter (of gebruikt een officiële werpcirkel van 50 cm binnendiameter). De werpcirkel moet zich op tenminste 1 meter van elke hindernis bevinden en op tenminste 1,50 meter van elke andere cirkel of but van een ander spel.
    Tijdens deze werpronde gooien alle spelers vanuit dezelfde cirkel, waarbij tijdens het (onderhands) werpen beide voeten op de grond moeten blijven.
  • De eerste speler gooit nu het but. Het butje dient uitgegooid te worden op tenminste 6 meter en ten hoogste 10 meter van de werpcirkel.
    Het uitgeworpen but moet zich op tenminste 50 cm van de achterlijn van het terrein bevinden. Er zijn geen minima vereist ten opzichte van beide verlieslijnen aan de zijkanten van het terrein.
  • Als door de eerste speler na één poging het but ongeldig is uitgeworpen, mag de tegenpartij het but op een geldige plaats neerleggen. Echter het team die er niet in was geslaagd het but reglementair uit te werpen, behoudt het recht om de eerste boule te spelen.
    Alsook indien men, na de eerste geworpen boule, de (onreglementaire) ligging van het but terecht betwist, wordt het but aan de tegenstander overhandigd. Echter als de tegenstrever eveneens een boule gespeeld heeft, wordt de ligging van het but definitief als geldig beschouwd en wordt geen protest meer aanvaard.
  • Het team dat het butje werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen.
  • Daarna is de tegenpartij aan de beurt om een boule dichter bij het but te krijgen. Het team waarvan de boule het dichtst bij het but ligt, heeft de leiding en ligt op punt.

  • Het team dat de leiding niet heeft, probeert steeds een boule dichter bij het but te krijgen. Daarbij is het toegestaan het but of een boule van de tegenstander weg te spelen (schieten of tireren) om aldus zijn eigen positie te verbeteren.
  • Alle gespeelde boules (ook deze geworpen buiten het afgebakend terrein) dienen op de grond te blijven liggen tot aan het einde van iedere werpronde.
  • Bij betwisting meet een onpartijdig iemand. Bij gelijkheid dient het laatst gespeelde team terug eerst te spelen, daarna de tegenpartij enz. totdat er een duidelijke winnaar is.

  • Een boule wordt ongeldig bij het volledig overschrijden van de grenslijn(en) (d.i. wanneer de boule zich, recht van boven gezien, voor 100% buiten het afgebakend terrein bevindt).
    Als het butje de grenslijn(en) overschrijdt en slechts één team heeft nog boules te spelen, dan krijgt dit team evenveel punten als het aantal nog te spelen boules.

  • Heeft een team geen boules meer, dan maakt het andere team de werpronde af en probeert daarbij met de resterende boules nog meer punten te scoren.

  • Iedere boule, aan het einde van een werpronde, die dichter tegen het butje ligt dan de best geplaatste boule van de tegenpartij levert een punt op. Het winnende team krijgt per werpronde dus altijd één of meer punten, de verliezende partij géén.

  • Een speler van het team dat de vorige werpronde (mène) gewonnen heeft, begint de volgende werpronde met het uitwerpen van de but vanuit de plaats waar het but in de vorige mène lag (of bij onvoldoende ruimte of afgebakend terrein : vanuit een cirkel getrokken in het verlengde van de plaats waar het but in de vorige mène lag).

  • Winnaar is het team dat als eerste 13 punten heeft behaald.

En waarom er afspraken en/of regels zijn ...

2705072-b716cce8666ceabc6e03477db60f7176.jpg

Materiaalkeuze

Boules :

De keuze van de boules heeft te maken met :
  • de speelwijze en rol in het team (gewicht - diameter - #groeven),
  • de grootte van de hand (diameter),
  • de kracht van de arm (gewicht),
  • de kleur of glans van het metaal (herkenbaarheid - zichtbaarheid).
Het is vooral belangrijk te weten welke rol men in het team gaat innemen : pointeur, tireur of milieu.

Het oppervlak van een boule is glad of voorzien van één of meer groeven ('striages'). Deze groeven dienen niet alleen voor de herkenbaarheid maar spelen ook een rol in het gedrag van de boules op het speellterrein. Een gegroefde boule valt beter te "sturen" en heeft meer grip op het terrein dan een gladde boule.

Een boule moet vooral goed in de hand liggen, ongeveer half erin en half erbuiten. De grootte van de hand is bepalend voor de diameter van de boules. De boule moet men volledig kunnen omsluiten door beide handen (duim tegen de wijsvinger). Het is aan te raden om de boules niet te zwaar maar ook niet te licht te nemen.

Ook de hardheid van de boule is van invloed op zijn gedrag. Men onderscheidt drie niveau's van hardheid :
hard (dure) > halfzacht (demi-tendre) > zacht (tendre).

- een pointeur zal eerder opteren voor een kleine(re), zwaarde(re), harde boule die het punt bevoordeelt.
- een tireur zal eerder kiezen voor een grote(re), lichte(re), zachte boule die het tireren bevoordeelt.
- als milieu is het beter te kiezen voor een boule die met zijn hand overeenstemt en die het beste compromis aanbiedt.

Over het algemeen kan men onderstaande als richtlijn gebruiken :
Pointeur Boules om te plaatsen Diameter : 72 - 74mm
Gewicht : 710 - 740g
Groeven : 3 à 4
Hardheid : 140kg/mm²
klein : moeilijk te raken
zwaar : minder last van obstakels
gegroefd : beter grip op de grond
hard : minder slijtage
Tireur Boules om te schieten Diameter : 74 - 76mm
Gewicht : 680 - 710g
Groeven : 0 à 1
Hardheid : 110 - 115kg/mm²
groot : meer kans om raak te schieten
licht : gemakkelijker met minder inspanning te gooien
glad : minder luchtweerstand en wervelingen
(half)zacht : beter schokabsorberend (blijft liggen)
Milieu Boules als middenmaat
(alleskunner)
Diameter : 73 - 74mm
Gewicht : 700 - 720g
Groeven : 1 à 2
Hardheid : 125kg/mm²
 
Andere benodigdheden :
  • Butje : eventueel gekleurd voor een goede zichtbaarheid,
  • Rolmaat : om de afstand tussen het but en de boules te meten,
  • Magneet (aan touwtje) : om de boules zonder bukken op te rapen,
  • Teller : voor het bijhouden van de stand,
  • Doekje : om de boules eventueel te reinigen,
  • Puntig voorwerp of petanque-ronde : om een cirkel op de grond af te bakenen,
  • Gemakkelijke kledij : om vrij en ongehinderd te kunnen spelen,
  • Een glaasje Pastis of Ricard : om in de juiste stemming te komen.

Basishouding

Petanque vergt concentratie, tactiek en techniek waarbij het gevoel van precisie en het gevoelsmatig aspect bij elke worp belangrijk is. Het is van belang voldoende aandacht te besteden aan de houding en de manier van spelen.

Onderstaande punten kunnen een leidraad zijn om de meest natuurlijke en logische houding(en) aan te leren. Bedenk wel,: een ideale techniek bestaat niet maar zonder begeleiding zou iedereen geneigd zijn om een eigen stijl te ontwikkelen.
  • Voetenstand :

    De voeten staan kort bij elkaar, waarbij voor rechtshandigen de rechtervoet in de werprichting wijst en voor linkshandigen de linkervoet. Bij gehurkt plaatsen, balanceren we op de 'ballen' van onze voeten.
  • Beenhouding :

    Bij staand plaatsen is het belangrijk dat de benen iets gebogen blijven waardoor de beenspieren actief zijn eventueel ter ondersteuning van de worp. Bij gehurkt plaatsen rust het achterste op de hielen terwijl de romp vrijwel rechtop blijft. Het lichaam rust nu stabiel op het knie- en enkelgewricht.

    Het been aan de kant van de werparm wijst in de richting waarin gespeeld moet worden (de knie kan als richtingswijzer worden gezien)
  • Romphouding :

    Bij zowel staand als gehurkt plaatsen dient de romp tijdens de worp nagenoeg rechtop te blijven. Evenwel tijdens het tireren is de romphouding iets meer gebogen.

    De armzwaai, eventueel ondersteund door de benen, moet voldoende mogelijkheden bieden voor een goede en harmonische uitvoering van deze techniek.
  • Armzwaai van de werparm :

    Bij zowel staand als gehurkt plaatsen is de armbeweging het allerbelangrijkste waarbij men een onderscheid maakt tussen de achter- en de voorzwaai.

    De achterzwaai moet zo ruim mogelijk zijn waarbij we ter hoogte van de heup de hand een halve slag draaien en aan het eind de pols inschakelen om deze naar de binnenkant van de arm te buigen.

    Tijdens het uitvoeren van de voorzwaai passeert de duim in feite vlak langs het been en dicht bij de knie die in feite de werprichting aangeeft. Aan het eind van de voorzwaai (tot voorbij de horizontale lijn) verlaat de boule de hand via de vingertoppen waarbij de hand de boule nawijst (de handpalm is parallel aan de baan van de boule).
    Tijdens deze beweging kan men de andere arm of balansarm gebruiken voor het evenwicht. Het harmonisch voltooien van de worp in één vloeiende pendelbeweging is essentieel voor een goed resultaat.<

    2705076-86b42df1acd16243e0cd64db1c0e0de2.jpg
  • Balvoering :

    De boule wordt al liggend in de handpalm circa voor de helft door de vingers omsloten.
    De boule moet losjes in de hand (niet knijpen) liggen. De duim treedt hierbij enkel begeleidend (en niet sturend) op, zonder druk uit te oefenen op de boule. De vingers zijn nagenoeg gesloten en/of enkele milimeters van elkaar.

    Alsook de stand van de werphand is zeer belangrijk.
    Voor een rechtshandige geldt :
    Hand neutraal boule rolt recht vooruit
    Hand naar buiten gedraaid linksom effect
    Hand naar binnen gedraaid rechtsom effect.

Werptechniek

De uitvoering en de harmonische beweging van een worp is een samenspel van behendigheid, coördinatie, kracht en snelheid. Maar ook de keuze van de worp is belangrijk :

Werptechnieken voor een pointeur
    • Rollende boule

2705118-4148bd9c87d6d0c4dc2950935a115dfa.gif Bij het rollen raakt de boule binnen een afstand van 3 à 5 meter van de werpcirkel de grond, waarna de boule zo dicht mogelijk naar het butje rolt. Voor deze worp is het belangrijk dat de baan goed gelezen wordt daar er veel onregelmatigheden op het terrein kunnen voorkomen.



    • Lage lob of demi-porté

2705118-bef6856fcafb184f4b8f203dbb559269.gif Bij een lage lob (of halfhoge bal) wordt de boule met een boog gegooid zodat deze halverwege de werpcirkel en het butje de grond raakt. Hoe hoger men de boule gooit, hoe korter de boule zal uitrollen. Het uitrollen wordt alsook bepaald door de bodemgesteldheid van het terrein en de mate van tegeneffect.



    • Hoge lob of porté-complête

2705118-678ee69fd5856acd2e4dd3a6a1a7c8e3.gif Bij een hoge lob wordt de boule hoog in de lucht gegooid zodat de boule bijna verticaal naar beneden valt. De boule raakt de grond op minder dan 1 meter van het butje. Ook bij deze worp is de mate van tegeneffect (vooral bij harde ondergrond) belangrijk.

2705118-9735df5b2037dd1cdf59634db607a91b.gif  2705118-248479fbbdfbc3189b35eee9ae6a27f2.gif  2705118-d4462ff077636fccb04e2d44c0c65b69.gif
Werptechnieken voor een tireur
    • Slepend schieten (lang over de grond)

2705118-e91057a3afa1097f344d71f9492601bf.gif Deze worp is vooral geschikt bij zeer effen terreinen. Bij dit type worp wordt de boule zo hard mogelijk gespeeld, waarbij de boule zeker 3 à 4 meter voor het doel de grond raakt. Het nadeel van deze worp is dat deze tamelijk ongecontroleerd gebeurt doordat de boule alle onregelmatigheden van het terrein tegenkomt en aldus het resultaat zeker niet voorspelbaar is. Vaak kunnen meerdere boules tegelijk worden weggespeeld maar toch is het een destructieve techniek waarbij de kans dat boules tegen elkaar aanspringen (klossen) zeer groot is.



    • Indirect schieten (kort over de grond)

2705118-3d22abd32b73c58634bcc0dee686776c.gif Één van de meest voorkomende redenen dat tireurs de boule van de tegenstander missen, is dat hun boule over het doel heen springt (vooral bij harde terreinen). Om dit te voorkomen kan men het beste kort schieten. Laat de boule ±30 cm landen voor de boule van de tegenstander. De aanvallende boule rolt door en ketst de tegenstander weg. Deze worp is vooral geschikt voor zanderig en vlak terrein.



    • Ijzer op ijzer schieten

2705118-d270213ae97ed76742a851a26ac25c5e.gif Dit type van worp wordt voornamelijk gebruikt op een onregelmatig terrein. De boule van de tegenstander moet men recht in het midden raken, dus een schot op het ijzer. Dit is een moeilijkste worp en vereist veel nauwkeurigheid en concentratie. Het perfecte schot noemt men een 'carreau'.

2705118-78e0a34165724b29028ba7c07364f383.gif 2705118-5290ed9e310d89caae631fbf869f161d.gif 2705118-df2e1a0869b0f5ed2717c14e3d629787.gif

Oefening en puntentelling van precisie-schieten.


2705118-fd9464e47b9cf778e169891a4413e54e.png
2705118-523268839c3363fe64e16ca0988d09ce.png

Terminologie

Bétonner Voordurend blijven verdedigen ; het spel sluiten, dichtmetselen ; geen enkel risico nemen.
Biberon Hierbij liggen boule en but tegen elkaar aan.
Boule De metalen bal waarmee petanque wordt gespeeld.
Bouliste Een Jeu de Bouler.
Boulomane Een Jeu De Boules liefhebber.
Boulodrôme Meestal overdekt jeu de boules-speelterrein.
Bras d'or Een compliment aan een goede werper (een gouden arm).
But(je) Klein balletje (doelballetje, cochonnet) uit hout of kunststof dat bij petanque als doel dienst doet en waar de boules zo dicht mogelijk bij moeten geplaatst worden.
Cabochard Een speler die dan weer heel goed speelt en dan weer heel slecht speelt.
Carreau Een geschoten boule neemt de plaats in van een liggende en weggeschoten boule van de tegenpartij.
Casquette Het schampen van de te raken boule zonder deze van plaats te veranderen.
Chiquer Een boule bij het schieten aan de zijkant raken zodat deze zijwaarts wegspringt.
Cochonnet Andere naam voor but(je). Houten of kunststof balletje dat als doel dienst doet. De vertaling van cochonnet is varkentje.
Donnée De plaats op het terrein waarop geprobeerd wordt de boule te laten neerkomen tijdens het plaatsen.
Doublette Een wedstrijd waarbij beide teams uit 2 spelers bestaan. Elke speler speelt met 3 boules.
Fanny Uitdrukking als een team een partij verliest met 0-13.
Jeu de boules Een verzamelnaam voor balspelen waartoe het petanque behoort.
Mêlée Wedstrijdvorm waarbij de partner(s) door loting word(t)en bepaald.
Mène Een werpronde (als onderdeel van een wedstrijd) die begint met het uitwerpen van de but tot het moment waarop alle boules gespeeld zijn.
Milieu De ‘middelste speler' in een triplette, die zowel in het plaatsen als in het schieten bedreven is.
Pointer Speelwijze met de bedoeling de boule zo dicht mogelijk bij het cochonet te plaatsen.
Pointeur Een speler die zijn boules bij het but plaatst (éérste speler van het team).
Portée Een techniek waarbij de boule hoog en met veel tegeneffect wordt geworpen waardoor deze dicht bij het but neerkomt.
Rouleau Een techniek waarbij de boule laag en vlak, dus lang over de grond rollend wordt geworpen.
Tête à tête Wedstrijd waarbij 1 speler tegen 1 tegenstander speelt. Elke speler speelt met 3 boules.
Tirer Speelwijze waarbij met een boule bewust op een boule van de tegenstander of but gegooid wordt met de bedoeling deze weg te schieten of te ketsen.
Tireur De speler in een team die de boules voornamelijk moet wegschieten (ook schutter genoemd).
Tourner une boule Links of rechts effect geven, zodat de boule een bocht naar links of rechts maakt.
Triplette Een wedstrijd waarbij de beide teams uit 3 spelers bestaan. . Elke speler speelt met 2 boules.

Meer van PetanqueClub witte kaproenen

↑ Terug naar de berichten