17de Grand-Cru petanquetornooi - 20 juni 2026
|
Het maximumaantal van 36 teams werd volledig bereikt. Zoals gebruikelijk werd gespeeld volgens het systeem van integrale uitloting, met vijf speelronden op achttien terreinen (dus geen wachtploegen).
Bij de aanmelding trok de verantwoordelijke van elk team een envelop met daarin hun toegewezen ploegnummer. In dezelfde envelop bevonden zich ook een polsbandje voor de lunch en een tombolaticket voor deelname aan de tombola.
De 15 best geklasseerde teams mochten een prijs in ontvangst nemen.
|



















Toen het potje afgelopen was, werd ik van de grond opgeraapt en mijn baasje streelde mij liefkozend. Weer werd ik naar het butje gegooid. Nu kwam ik ietsje verder verwijderd dan vorige keer. Sidderend lag ik te wachten tot ik weer geraakt werd, maar dat gebeurde niet en ineens werd ik punt genoemd. Ik had nu dus een naam gekregen. “Punt”. Dagen lang dacht ik, dat het een ongelukje was, dat ik geraakt was. Maar op een ochtend werd ik wel drie keer geraakt. Kwaad dat ik was. Wel werd ik regelmatig afgeveegd met een vies doekje waar ik iets schoner van werd, maar het had niet tot gevolg dat ik niet meer geraakt werd. Wel kreeg ik steeds meer butsen en krassen op mijn mooie lijf maar dat scheen mijn baasje niet erg te vinden. Ik zit nu onder de littekens, maar de hoofdpijn daar wen je aan. 








Bij een lage lob (of halfhoge bal) wordt de boule met een boog gegooid zodat deze halverwege de werpcirkel en het butje de grond raakt. Hoe hoger men de boule gooit, hoe korter de boule zal uitrollen. Het uitrollen wordt alsook bepaald door de bodemgesteldheid van het terrein en de mate van tegeneffect.
Bij een hoge lob wordt de boule hoog in de lucht gegooid zodat de boule bijna verticaal naar beneden valt. De boule raakt de grond op minder dan 1 meter van het butje. Ook bij deze worp is de mate van tegeneffect (vooral bij harde ondergrond) belangrijk.

Deze worp is vooral geschikt bij zeer effen terreinen. Bij dit type worp wordt de boule zo hard mogelijk gespeeld, waarbij de boule zeker 3 à 4 meter voor het doel de grond raakt. Het nadeel van deze worp is dat deze tamelijk ongecontroleerd gebeurt doordat de boule alle onregelmatigheden van het terrein tegenkomt en aldus het resultaat zeker niet voorspelbaar is. Vaak kunnen meerdere boules tegelijk worden weggespeeld maar toch is het een destructieve techniek waarbij de kans dat boules tegen elkaar aanspringen (klossen) zeer groot is.
Één van de meest voorkomende redenen dat tireurs de boule van de tegenstander missen, is dat hun boule over het doel heen springt (vooral bij harde terreinen). Om dit te voorkomen kan men het beste kort schieten. Laat de boule ±30 cm landen voor de boule van de tegenstander. De aanvallende boule rolt door en ketst de tegenstander weg. Deze worp is vooral geschikt voor zanderig en vlak terrein.
Dit type van worp wordt voornamelijk gebruikt op een onregelmatig terrein. De boule van de tegenstander moet men recht in het midden raken, dus een schot op het ijzer. Dit is een moeilijkste worp en vereist veel nauwkeurigheid en concentratie. Het perfecte schot noemt men een 'carreau'.




