Tuin, de vlinderstruik.

Vlinderstruik, ook herfstsering genoemd, bloeit vanaf begin juli. De zoetgeurende, lila, rode, witte of gele bloemaren lokken vooral vlinders (koolwitje, citroenvlinder, kleine en grote vos, atalanta), maar ook andere insecten aan.
Het is een (meestal) bladverliezende heester die zich in iedere tuin thuis voelt. Hij kan 3 m hoog worden.
Herkomst en naamgeving:
Inheems is de vlinderstruik, afhankelijk van de soort, in China, Zuid-Afrika, Himalaja, maar ook in Chili, Argentinië, Peru en delen van Noord-Amerika. Hij groeit daar op stenige stranden langs rivieren, in wegbermen en struikgewas, op hellingen en in houtwallen. Er zijn ook groenblijvende soorten.
Plantkundige kenmerken:
De vorm van de vlinderstruik is opgaand met overhangende takken die bij uitgroei van de struik veel ruimte kunnen innemen.
Behalve bij de Buddleia globosa (bolvormige bloeiwijze) bloeien vlinderstruiken met lange aren in de kleuren licht- en donkerpaars licht- en donkerrood, roomwit tot oranje en witgeel.
De bladeren van alle soorten zijn wollig behaard, smal en tot ca. 10 cm lang. De bloemen zijn geurende aren of pluimen van ca. 8-30 cm lang. Ze bloeien vanaf begin juli tot september.
Standplaats:
De vlinderstruik is een sterke plant die weinig eisen aan de bodem stelt. Maar een warme standplaats in de volle zon zal de bloei bevorderen. Van een vochtige bodem houdt hij niet.
















