vingers

Iets op de kop tikken.
Iets voordelig kunnen kopen.
De zaak gaat op de fles.
De zaak gaat failliet.
Dat heeft zijn zeet gekregen.
Dat is gebruik geworden.
Zij is een horzel van een wijf.
Zij is een kwaadaardige vrouw.
Ik bijt mij liever de vingers.
Ik doe dat beslist niet.


















