vliegen

Hij komt in kerk noch kluis.
Hij doet niets aan het geloof.
Ook een kleinigheidje wil nog wel bijdragen.
Alle baten helpen zei de begijn en zij roerde heur
Zij pissen in één potje.
Zij spannen samen.
Met big zitten.
In verwachting zijn.
Hij is een Goliath.
Hij is een grote flinke kerel.
Hij slaat twee vliegen in één klap.
Hij bereikte twee dingen tegelijk.






















