schoonheid

Men moet zijn licht niet onder de korenmaat zetten.
Je moet wetenschap niet voor jezelf houden.
De nering is een tere juffer.
Je moet beleefd en vriendelijk zijn voor je klanten want anders lopen ze weg.
Zijn hart slaat als een kalverstaart.
Hij is verliefd.
De kop moet het gat verkopen.
Een arm meisje krijgt een man door haar schoonheid
Het walletje moet bij het schuurtje blijven.
Je moet de zaken zo regelen dat je niet in geldnood geraakt.





















