praten

Hij is een mierenneuker.
Hij is extreem precies.
Zeven schreefjes babbelen.
Erg lang ergens over door blijven praten.
Hij is in de bonen en plukt erwten.
Hij is in de war.
Er loopt bij hem een streek door.
Hij is niet normaal.
In de schuurzak zitten.
Zich rot voelen.

















.gif)
