oog

Daar is veel aan vast.
Dat is gecompliceerder dan je zou denken.
De vogel is gevlogen.
Degene die we pakken wilden is er niet meer.
Hij zit te emmeren.
Hij zit te zeuren.
Het ei wil wijzer zijn dan de kip.
Het kind denkt het beter te weten dan zijn ouders.
Een oog in het zeil houden.
Op blijven letten wat er gebeurt.




















