landdag

Zij is een vaatje zuur bier.
Zij is te oud om nog aanzoeken te kunnen verwachten
Hij organiseert een landdag.
Hij ruimt op.
Hij is in een hinderlaag gelopen.
Ze hebben hem onverwachts te pakken genomen.
Iemand de mantel uitvegen.
Iemand zeggen waar het op staat.
Aan de man komen.
Als vrouw kunnen trouwen.
Hij is in de lappenmand.
Hij is ziek.
















