zuivel

De schellen vielen hem van de ogen.
Het werd hem ineens duidelijk.
Een slof sigaretten Een doos met daarin pakjes sigaretten.
Een snelle jongen.
Hij is een grindtegel.
Hij heeft een gezicht vol puisten.
Dat is pet.
Dat is slecht.
Zuivel op zuivel dan haalt je de duivel.
Je moet geen boter en kaas tegelijk op je brood doen.












