vroom
Onder de mantel van godsvrucht.
Iets slechts doen maar veinzen vroom te zijn.
Het zijn twee handen op één buik.
Zij spannen samen.
Zij houden zielsveel van elkaar.
Zij houden heel erg van elkaar.
zijn een probleem maakt.
Een mobieltje.
Hij pakt snel zijn biezen.
Hij maakt zich uit de voeten.







